Kirgizstan beperkt vrijheid islamitische organisaties

Kirgizstan heeft de meest vrije politieke omgeving in de regio, maar kampt dan ook met periodische instabiliteit. MO* sprak met de Kirgizische ambassadeur in Brussel, Asein Isaev, over economische ontwikkeling, islamitisch verzet en nationale identiteit. Met foto’s met Elisabeth Callens.

Kirgizstan is het kleine Centraal-Aziatische broertje: dik vijf miljoen inwoners, in oppervlakte vijf keer België, meer dan 80 procent hooggebergte en verder van een zee gelegen dan eender welk ander land ter wereld.

Zowat 70 procent van de inwoners is etnisch Kirgies, bijna 15 procent is etnisch Oezbeek en ongeveer 6 procent is Russisch.

De geschiedenis van het land en zijn bewoners gaat duizenden jaren terug, maar de huidige natie bestaat pas sinds 1991 en is gebaseerd op autonome Sovjet-republiek zoals die grotendeels vanuit Moskou getekend werd, met heel wat moeilijke grenzen, enclaves en exclaves tot gevolg.

Kirgizstan was al een van de armste republieken in de Sovjet-Unie, en het blijft vandaag onderaan de regionale ladder staan, met bijna 40 procent van de bevolking onder de armoedegrens.

Ambassadeur Asein Isaev ontvangt ons voor een uitgebreid gesprek in het salon van de ambassade, waarvan één muur helemaal opgedragen is aan Tzjingiz Ajmatov, de legendarische schrijver van Kirgizische afkomst.

© Gie Goris
Asein Isaev, ambassadeur van Kirgizstan in België.
© Gie Goris

Het is de economie

Op 6 augustus dit jaar werd Kirgizstan volwaardig lid van de Euraziatische Economische Unie (EAEU), de gemeenschappelijke markt waartoe ook Rusland, Kazachstan, Wit-Rusland en Armenië behoren. Wat is het belang daarvan?

Asein Isaev: De EAEU is een economische noodzaak. Het geeft ons extra toegang tot een markt van meer dan 150 miljoen consumenten, en het grootste deel van onze buitenlandse handel is nu al met leden van de EAEU, vooral dan met Rusland en Kazachstan. Kirgizstan is op veel vlakken een opener land dan de buren, ik denk dan ook dat wij beter voorbereid zijn op een vrije markt en concurrentie.

Het gas en de olie van Kazachstan zijn heel belangrijk voor ons, terwijl de Kazachse consumenten verlekkerd zijn op de melk uit Kirgizstan. Nu de grenzen opengaan, kunnen die handelsrelaties verder uitgediept worden.

‘Wij gebruiken op dit moment wellicht niet meer dan 15 procent van ons waterkrachtpotentieel.’

Kirgizstan zou ook een grote producent en uitvoerder van waterkracht-elektriciteit kunnen worden.

Asein Isaev: Wij gebruiken op dit moment wellicht niet meer dan 15 procent van ons waterkrachtpotentieel. En de infrastructuur die we vandaag hebben, dateert nog uit de Sovjetperiode. Om dat op te krikken, hebben we nood aan investeringen. Ook de gebruikers zouden meer moeten betalen voor elektriciteit, maar de meerderheid van de bevolking kan dat niet aan.

We bereiden nu een groot project energieproject voor, CASA1000, waarin Kirgizstan en Tadzjikistan samen instaan voor groeiende waterkracht-elektriciteit, onder andere bestemd voor uitvoer naar Pakistan en Afghanistan. Dat wordt gefinancierd samen met de Wereldbank, de Aziatische Ontwikkelingsbank en andere partners.

Voor die zogenaamde elektrische snelweg is de bouw van grote dammen nodig. Is dat al van start gegaan?

Asein Isaev: In Tadzjikistan is men ver gevorderd en in Kirgizstan staan twee grote elektriciteitscentrales in de steigers. Voor Kambar-Ata 1 [veronderstelde capaciteit 1900 MW] is Rusland de belangrijkste partner, maar investeerders uit de hele wereld zijn welkom om eraan deel te nemen.

Kirgizstan was tijdens de periode van de Sovjet-Unie de ‘waterkrachtrepubliek’ van de unie. We hebben dus al heel wat waterkrachtcentrales, groot en klein. En we hadden veel expertise, al zijn de meeste ingenieurs vertrokken na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie.

Hoe staat Kirgizstan er economisch voor?

Asein Isaev: Het grootste probleem is de grote schaduweconomie, die meer dan dertig procent van de economie vertegenwoordigt. Daardoor gaat een groot deel van de inkomsten van de staat verloren, waardoor er minder geïnvesteerd kan worden in dienstverlening en welzijn voor de burgers die het echt nodig hebben. De capaciteit van de staat om belastingen op te leggen en te innen is nog onvoldoende ontwikkeld.

Kirgizstan heeft ook belangrijke grondstoffen, bijvoorbeeld goud.

Asein Isaev: Mijnbouw is inderdaad zeer belangrijk voor Kirgizstan. We hebben goud, mineralen, zeldzame aardematerialen… De exploitatie daarvan vraagt echter veel tijd en kapitaal. Zonder buitenlandse investeerders is het uitbaten van onze rijkdommen onmogelijk. De Kumtor goudmijn hebben we zelf operationeel gemaakt en dat levert de staat intussen heel wat belastinginkomsten op.

‘Wij hebben meer dan 11.000 ngo’s en samen hebben die veel macht in Kirgizstan.’

De staat bezit dertig procent van het bedrijf dat de mijn in Kumtor uitbaat. Dat volstaat blijkbaar niet.

Asein Isaev: Het parlement heeft zich daarover uitgesproken, en vindt dat dertig procent te weinig is. De regering antwoordde daarop met het voorstel om haar participatie op te trekken tot vijftig procent, maar het parlement insisteert dat het 70/30 moet zijn.

De Kirgizische regering staat heel erg open voor buitenlandse investeringen in de economie, maar in het parlement ligt een wetsvoorstel voor dat het financieren van middenveldorganisaties vanuit het buitenland wil beperken of verbieden, en die organisaties zelfs wil verplichten zichzelf “buitenlandse actoren” te noemen.

Asein Isaev: Wij hebben meer dan 11.000 ngo’s en samen hebben die veel macht in Kirgizstan. Sommige leiders zijn intussen parlementsleden geworden of zitten zelfs in de regering. Maar je kan niet alle ngo’s of middenveldorganisaties over één kam scheren. Vaak ontvangen de hogere kaders van ngo’s ook hoge salarissen, waarop ze dan geen belastingen moeten betalen. De wetsvoorstellen zijn niet bedoeld om hen het leven onmogelijk te maken, maar om hun activiteiten te reguleren.

© Elisabeth Callens
© Elisabeth Callens

Een wankel politiek evenwicht

Kirgizstan heeft de voorbije jaren een turbulente politieke periode doorgemaakt, met zowel in 2005 als in 2010 volksopstanden die de president naar huis stuurden. Daar kwamen later in 2010 ook nog eens communautaire rellen bij in het zuiden van land, vooral in de tweede stad Osh. Bij het geweld tussen Kirgiezen en Oezbeken vielen zeker 400 doden.

‘De problemen in Osh en in de Fergana-vallei zijn politieke problemen, geen etnische spanningen.’

Is dat communautaire conflict te wijten aan een gebrek aan nationaal gevoel bij de verschillende etnische groepen in het land?

Asein Isaev: De problemen in Osh en in de Fergana-vallei zijn politieke problemen, geen etnische spanningen. Al vindt er ook wel provocatie plaats op basis van etnisch nationalisme. Zo werden de Oezbeken in de Fergana-vallei, waar Osh ligt, opgezet tegen de Kirgizische staat. Toen de rellen plaatsvonden, zagen we heel wat ouderen uit de verschillende gemeenschappen die samen opriepen om een einde te maken aan het geweld. En we hebben veel voorbeelden van Kirgiezen die Oezbeken opvingen en lieten schuilen. Na twee weken was het geweld dan ook voorbij, al zijn de psychische wonden zeker nog niet geheeld.

Heeft de overheid speciale maatregelen genomen om een herhaling van dat etnisch gekleurde geweld te voorkomen.

Asein Isaev: Er is zeker ingezet op een betere integratie van iedereen in één staat. Op de Oezbeekse scholen werd daarom bijvoorbeeld Kirgizische taalles ingevoerd. Interetnische huwelijken worden ook aangemoedigd. De Oezbeken in Kirgizstan begrijpen nu ook dat ze maar één vaderland hebben: Kirgizstan. Kirgiezen moeten dan weer gestimuleerd worden om zich beter te scholen, zodat ze meer ingenieurs, ondernemers en politici leveren.

In oktober zijn er nieuwe verkiezingen. Vreest u opnieuw instabiliteit?

Asein Isaev: Alleen als er onregelmatigheden of fraude zou zijn. Maar de overheid spant zich in om eerlijke en vrije verkiezingen te garanderen. We hebben zowel aan de EU als de VN gevraagd ons te helpen en waarnemers te sturen.

Religieus extremisme

Centraal-Azië heeft al langer af te rekenen met islamitisch geïnspireerde politieke bewegingen, gaande van conservatief tot extremistisch. Kirgizstan heeft geen internationale dreiging voortgebracht zoals Oezbekistan (met de Islamitische Beweging Oezbekistan, of IMU in het Engels) en het heeft ook geen burgeroorlog gekend met gewapende islamisten (zoals Tadzjikistan). Kirgizstan heeft ook geen grens met Afghanistan.

Toch maken waarnemers zich zorgen over de hele regio, inclusief Kirgizstan. Militaire operaties van het Pakistaanse leger in de grensstreek met Afghanistan zorgen er immers voor dat internationale strijders van Al Qaeda, waaronder Oezbeekse en Oeigoerse strijders, actiever worden in het noorden van Afghanistan. Ze duiken opnieuw op in Tadzjikistan. Een andere factor is dat ook de Oeigoerse gebieden in China weer onrustig worden.

Maakt Kirgizstan zich zorgen over religieus extremisme?

Asein Isaev: Dat is inderdaad een grote zorg. De aantrekkingskracht van het religieuze extremisme op jonge mensen is blijkbaar heel groot, met name in de context van het ideologisch vacuüm dat ontstond na de implosie van de Sovjet-Unie. Dankzij de heel simpele, duidelijke uitleg die islamisten geven voor de grote en complexe problemen van deze tijd, trekken ze jongeren aan. En ze beweren dat alle zorgen voorbij zullen zijn eens het kalifaat hersteld is: armoede, prostitutie, criminaliteit… In een islamitisch kalifaat zal iedereen zijn rijkdomen bezit delen…

‘Het probleem is dat deze islamistische bewegingen over veel geld beschikken. Daarom verbood of beperkte de Kirgizische staat vijftien islamitische organisaties.’

Het probleem is dat deze islamistische bewegingen over veel geld beschikken. Daarom verbood of beperkte de Kirgizische staat vijftien islamitische organisaties, waaronder Hizb-ut-Tahrir [de wereldwijde, geweldloze beweging voor het herstellen van het kalifaat]. 

De staat besliste ook om actieve steun te geven aan de normale, conservatieve islam, met zijn universele waarden, door goede scholen te voorzien, door de moskeeën te controleren en door samen te werken met islamitische landen die als goede voorbeeld kunnen dienen. Turkije, bijvoorbeeld, of Maleisië. Daar sturen we studenten en religieuze leiders naartoe, er worden allerlei uitwisselingen opgezet.

Dat zijn twee landen die de voorbije jaren de islam een veel belangrijkere plaats gegeven hebben in hun staatsbestel en openbare leven. Is dat de richting dat Kirgizstan ook uit moet?

Asein Isaev: Neen. De samenleving in Kirgizstan is zeer tolerant en open, en dat moet ook zo blijven. We hebben een erg korte islamitische periode gekend, gevolgd door de Sovjetperiode. Het gevolg is dat grote dogma’s weinig kans maken in Kirgizstan.

Is er toch geen groot verschil tussen de Kirgiezen in de bergen en de Oezbeken in de Fergana-vallei, waar de islam veel ouder én conservatiever is?

Asein Isaev: Dat hebt u helemaal goed, maar voor het hele land geldt dat iedereen vrij is om zijn  of haar geloof te beleven zoals men dat verkiest, zo lang dat geen invloed heeft op het leven van andere mensen.

Een kwestie van identiteit

Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie moest de jonge, multi-etnische staat Kirgizstan plots een nationaal gevoel creëren. Daarvoor werd in eerste instantie gemikt op de figuur en legende van Manas, de held die de veertig stammen verenigde in één volk: de Kirgiezen. In 1995 werd het hele land gemobiliseerd om de duizendste verjaardag van de held te vieren.

Toenmalig president Akaev schreef zelfs een boek over de betekenis die Manas heeft voor het hedendaagse Kirgizstan. De president vond zeven principes in de legende, die in zijn meest uitgebreide versie ongeveer 500.000 verzen telt (ter vergelijking: de Mahabharata komt op zo’n 200.000 verzen en de Ilias op 13.000): patriottisme, nationale eenheid, humanisme, samenwerking tussen naties, hard werken en studeren, en het versterken van de Kirgizische staat.

Het grote probleem is natuurlijk dat de etnische minderheden helemaal geen band hebben met dat Bildungsverhaal van de Kirgizische meerderheid.

Heeft Kirgizstan na bijna een kwarteeuw politieke onafhankelijkheid al een eigen identiteit?

Asein Isaev: De staatsideologie is niet gebouwd op nationale legendes, maar op de grondwet en op de rechten en vrijheden van elke burger –of die nu van Kirgizische, Oezbeekse, Tadzjiekse of Russische etniciteit is.

‘De staatsideologie is niet gebouwd op nationale legendes, maar op de grondwet en op de rechten en vrijheden van elke burger.’

Daarnaast hebben de volkeren binnen de staat behoefte aan een duidelijk zelfbeeld, een verbondenheid met hun verleden en een aanvoelen waar ze naartoe willen. Het probleem is dat die nationale identiteiten de staat dreigen te verdelen. Alleen had het alternatief –het onderdrukken van die nationale identiteiten, zoals gebeurde onder het proletarisch internationalisme van de Sovjet-Unie– ook duidelijke nadelen en tekorten.

Daarom is het zo belangrijk dat we in Kirgizstan ook Oezbeekse, Russische en Oeigoerse kranten en radiostations hebben. De Kirgizische Republiek is niet een republiek voor Kirgiezen, maar voor alle burgers en volkeren die er leven.

De realiteit is minder rooskleurig.

Asein Isaev: De politie en de veiligheidsdiensten houden daarom voortdurend een oogje in het zeil om meteen te reageren op provocaties die de inter-etnische relaties willen destabiliseren en om etnische conflicten te voorkomen.

Ik hoop dat de burgers van Kirgizstan niet zullen bezwijken voor de lokroep van allerlei extremisten –terroristen, nationalisten, radicale clerus…

© Elisabeth Callens
© Elisabeth Callens

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur