Scholieren formuleren voorstel om van ecologische consumptie de norm te maken

Klimaatjongeren met een plan

© Willem De Maeseneer

Jonathan Keirse (links, scoutsnaam gedreven Sikahert) en Ward Winters (rechts, scoutsnaam Ridderlijke Eekhoorn) bedachten een voorstel voor ‘een rechtvaardiger financieel beleid met respect voor mens en milieu’.

‘Het zijn snotneuzen die klimaat nog niet kunnen spellen’ of, ‘Ze zijn enkel klimaatbewust omdat ze kunnen spijbelen’. Klavierridders op Facebook verwijten jonge klimaatactivisten steevast inconsequentie en onwetendheid. In het geval van Jonathan Keirse en Ward Winters (beiden 17) hebben ze het alvast mis.

Enkele weken geleden werden ze als bestuursleden van Youth for Climate ontvangen bij Joke Schauvliege en Liesbeth Homans. Maar hun engagement ontstond lang voor klimaatspijbelen hip werd. Vorige zomer al staken Winters en Keirse de koppen bij elkaar om een fiscaal hervormingsplan op te stellen. De bedoeling is om het belastingsysteem zodanig te hervormen dat ecologisch leven geen opgave is maar een evidentie. ‘We wilden niet meer lijdzaam toezien hoe het zwakke klimaatbeleid van de overheid onze toekomst op het spel zet.’

Het brandend huis

‘Zo zou ik wel willen sterven’, flapte een vriend van Winters en Keirse eruit toen ze vorig jaar een afgebrand huis aantroffen op hun vaste fietsroute van school naar huis. Zijn vrienden bekeken hem met vragende blikken. ‘Ik wil gerust mijn leven geven om iets goed te doen voor de mensheid, bijvoorbeeld door iemand uit een brandend huis te redden.’ Winters was er snel bij om zijn maat met de wens voor een heldendood te corrigeren: ‘Dan doe je iets goed voor een mens. Als je iets wil doen voor mensheid moet je de klimaatopwarming bestrijden.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Die gedachte liet de vriendengroep niet meer los. Hun zomervakantie offerden ze op aan lange brainstormsessies en het bestuderen van het werk van onder meer Naomi Klein en Philipp Blom. ‘Ik heb vorige zomer zo’n 2.000 pagina’s verslonden’, zegt Keirse. Ze concludeerden dat ondernemingen in het huidig economisch systeem niet aangespoord worden om voor een klimaatoplossing te zorgen.

Door hun onderzoek beseften ze dat in het kapitalistisch systeem de consument de markt drijft en dat consumentenkeuzes verandering in de industrie in gang kunnen zetten. Zo kwamen ze op het idee om via fiscale gunstmaatregelen de bevolking te stimuleren om klimaatbewust en ecologisch te kopen. Het spel van vraag en aanbod moet dan op termijn zorgen voor de transitie naar een duurzaam model.

‘Duurzaam consumeren moet de logische keuze zijn, ook voor iemand met een laag inkomen’

Winters: Duurzaam is vandaag synoniem voor duur, dat moet veranderen. Wij willen mensen die bewust consumeren financieel belonen. Ook voor iemand met een laag inkomen moet dat de logische keuze zijn.

Keirse: Kleine prijsverhogingen zoals de vliegtaks voorgesteld door Schauvliege treft vooral de armere bevolking. Welgestelde mensen moeten ook aangesproken worden. Consumptietaksen kunnen het draagvlak voor een klimaatbeleid dat er nu is opnieuw onderuit halen, zoals we zien bij de verhoging van de brandstofprijzen in Frankrijk.

Jullie noemen het zelf ‘een rechtvaardig financieel beleid met respect voor mens en milieu’. Hoe werkt het juist?

Keirse: De bedoeling is dat de overheid een algemene duurzaamheidsindex invoert: goederen en diensten krijgen een universeel label, in de vorm van een kleurencode, dat aangeeft in hoeverre elk product de planeet belast, rekening houdend met CO2-uitstoot, effect op de biodiversiteit en uitputting van de reserves bij de productie en distributie. Dankzij dat label weet iedere consument perfect hoe duurzaam zijn boodschappen zijn, hoe groen zijn energie is en hoe vervuilend zijn wagen is.

Winters: Daarnaast willen we een ‘ecokaart’ ontwikkelen. Die moet bij elke aankoop gescand worden zodat van elk aangekocht product de score op de duurzaamheidsindex en de prijs wordt geregistreerd en doorgegeven aan de fiscus. Wie klimaat- en milieubewust consumeert betaalt dat jaar minder personenbelasting. Bovendien wordt die informatie ook gelinkt aan een app waarop elke burger zijn persoonlijke score op de duurzaamheidsindex kan bijhouden. Zo ziet iedereen op elk moment welk belastingvoordeel zijn koopgedrag hem oplevert.

Keirse: Wij denken dat een groot deel van de bevolking op die manier bij zijn koopgedrag rekening zal houden met de impact op de planeet. Het marktaandeel van vervuilende bedrijven zal kleiner worden waardoor ze de stimulans krijgen om te innoveren. Het moet een motor zijn achter een duurzame samenleving.

‘Wie klimaat- en milieubewust consumeert betaalt dat jaar minder personenbelasting’

Is het überhaupt mogelijk om zo’n label te ontwikkelen? Het lijkt mij enorm complex om de volledige productiecyclus van elk product te beoordelen op die drie variabelen.

Winters: De ecologische voetafdruk is al een goede indicator voor de impact op milieu en klimaat. Het label moet ook aangeven welke impact elk product heeft op de ‘planetaire limieten’, die klimatoloog Johan Rockström beschreef. Van daaruit willen we vertrekken. Maar het is inderdaad een probleem dat productieketens vaak niet transparant zijn.

Daarom willen we samenwerken met Pietro Pasotti, een ingenieur-filosoof die met zijn bedrijf Circularise digital twin-technologie (dat een virtuele blauwdruk van producten genereert, red.) aanwendt om de volledige levenscyclus van goederen in kaart te brengen. Zijn onderzoek zit nog in de beginfase, maar op die manier zou je een product wel grondig kunnen beoordelen op duurzaamheid.

Maar we zijn dus nog volop op zoek naar een manier om zo’n formule te ontwikkelen.

Foto: Wikimedia commons

Klimatoloog Johan Rockström introduceerde in 2009 het concept van de planetaire limieten: 9 planetaire grenzen die niet mogen overschreden worden om de aarde leefbaar te houden.

Jullie willen de gele en de groen hesjes verbinden. Dat is de heilige graal waar iedereen nu naar op zoek is. Waarom is jullie voorstel sociaal rechtvaardig?

Winters: Ten eerste wordt een product dat de planeet zwaar belast niet rechtstreeks duurder, anders creëer je gewoon luxeproducten. Ieders score op de jaarlijkse gemiddelde duurzaamheidsindex wordt geïntegreerd in de personenbelasting. Zo betaal je simpelweg minder belastingen als je bewust consumeert. Maar als je bijvoorbeeld veel vliegt en elke dag twee biefstukken koopt, wordt je zwaarder belast.

Keirse: Bovendien hangt de impact van die duurzaamheidsindex op je belastingbrief af van je inkomen. Stel dat twee burgers er exact hetzelfde bewuste consumptiepatroon op nahouden, maar de ene verdient een pak meer dan de andere. De grootverdiener gaat in verhouding minder belastingvoordeel ervaren.

De redenering daarachter is dat zoals in ons huidig belastingsysteem de grootste schouders de zwaarste lasten betalen. Met een hoger inkomen heb je ook meer mogelijkheden om te investeren in zonnepanelen, of een elektrische auto te kopen. Als je het niet breed hebt ben je vaker aangewezen op vervuilende verwarmingssystemen of oude dieselwagens.

Met ons voorstel willen we op die manier een gelijk speelveld creëren waarbij ecologisch de logische keuze wordt voor iedereen.

Alle aankopen worden geregistreerd en doorgegeven aan de fiscus. Dat betekent dat de overheid toegang heeft tot een gigantische databank van gegevens over ons consumptiegedrag. Denken jullie dat de bevolking bereid is om hun privacy in die mate op te geven?

Winters: Enkel de duurzaamheidsindex en de prijs van de aangekochte producten worden geregistreerd via de ecokaart. Alle andere data worden daarvan losgekoppeld. De belastingdienst zal dus niet weten welke goederen je koopt of naar welke winkel je gaat.

Keirse: Ik ben ervan overtuigd dat er door het hele klimaatdebat wel een draagvlak is voor drastische maatregelen.

Wat denken experts van het voorstel?

Foto; Géraldine Thiry

Professor Géraldine Thiry doet onderzoek naar het valoriseren van natuurlijk kapitaal.

We vroegen aan twee economisten of het voorstel werkbaar is en of het de beoogde effecten kan bereiken. Professor aan de ICHEC Brussels Management School Géraldine Thiry doet onderzoek naar het valoriseren van natuurlijk kapitaal. Professor Philippe Defeyt van de UCLouvain is een specialist in fiscale economie. Beiden vinden ze het initiatief een goede aanzet om onze consumptie aan banden te leggen, maar ze hebben ook enkele opmerkingen:

Thiry: Het overgrote deel van de bevolking is zich niet bewust van de impact van onze consumptie op het klimaat. In dat opzicht kan zo’n duurzaamheidslabel zeker sensibiliserend werken. Fiscale instrumenten zijn volgens mij ook de meest geschikte middelen om de transitie in te zetten naar een duurzaam economisch model.

Om echt tot structurele verandering te komen zal enkel de consumentenuitgaven proberen sturen niet volstaan. Ook de producenten zullen fiscale stimulansen nodig hebben om de omslag te maken.

Verder pleit ik voor een soort duurzaamheidstabel met de verschillende variabelen (CO2-uitstoot, uitputting van de reserves, etc.) apart op vermeld, in plaats van één universeel label. Vergelijk het met de voedingswaardetabel op de verpakking van etenswaren. Dat is minder complex om te ontwikkelen. Bovendien zou dat een meer genuanceerde weergave zijn van de impact van een product op milieu en klimaat.

Het voorstel gaat de juiste richting uit, maar het is moeilijk om toe te passen. Verschillende dimensies van duurzaamheid zijn vandaag nog onmeetbaar. Een alternatief zou kunnen zijn om producten met een grote ecologische voetafdruk zwaar te belasten, en die opbrengsten te gebruiken om de inkomenskloof te dichten.

Defeyt: Het onderzoek naar de duurzaamheidsindicator en de technische debatten zouden jaren duren, terwijl er vandaag actie moet worden ondernomen. We moeten het aandurven om sterke economische instrumenten te gebruiken, zoals een zeer hoge belasting op kerosine. De opbrengst daarvan moet integraal naar de burger terugvloeien. En we moeten strikt reguleren, bijvoorbeeld op vlak van mobiliteit.

‘De bedoeling van onze campagne is om onze ideeën naar buiten te brengen. We hopen dat economen er verder aan schaven’

Jonathan, Ward, de vraag dringt zich op: Hoe willen jullie de hervorming toepassen?

Keirse: We lanceerden het voorstel samen met een petitie. Als we 100.000 handtekeningen verzamelen leggen we onze plannen officieel voor aan het federaal parlement. Voor alle duidelijkheid: we zijn er ons goed van bewust dat het ideaalbeeld zoals we het beschrijven in de paper vandaag niet toepasbaar is. De bedoeling van onze campagne is om onze ideeën naar buiten te brengen. We hopen dat economen er verder aan schaven.

Tegelijkertijd zijn we zeer vastberaden. De klimaatopwarming is een existentieel probleem voor de mensheid, en toch wordt het niet ernstig genomen. Toen op school bekend raakte dat we aan dit project bezig waren kwam iemand uit een andere klas op ons afgestapt: ‘Mag ik hieraan meewerken?’, vroeg hij. ‘Want als ik het niet doe zou ik het mijzelf nooit vergeven.’ Bij heel wat jongeren leeft het bewustzijn dat de situatie heel precair is. Falen is geen optie voor ons.

Winters: We hebben er ons levensdoel van gemaakt om bij te dragen aan de oplossingen.

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur