‘De manier waarop leraren als team samenwerken, heeft impact op de prestaties van leerlingen’

Onderwijsexpert Kris Van den Branden: ‘Doorbreek grenzen tussen de buitenwereld en de school’

In het statige Erasmusgebouw van de KULeuven huist de faculteit Letteren. Studenten lopen af en aan in het grote grijze bouwwerk dat, eens je binnen bent, plots verandert in een doolhof. Achter een zwarte deur aan het einde van een lange gang op de eerste verdieping tref ik professor Kris Van den Branden.

Van den Branden is hoogleraar taalkunde en lerarenopleider. Hij is ook de auteur van de blog Duurzaam Onderwijs, waar hij zijn reflecties over de onderwijsactualiteit en de nieuwste wetenschappelijke resultaten over onderwijs deelt met een publiek van meer dan 10.000 maandelijkse bezoekers. Van den Branden is daarnaast publiek spreker en schreef onder andere het boek Onderwijs voor de 21ste eeuw, dat in 2015 uitkwam bij Acco en vandaag al aan zijn achtste druk toe is.

© Isabelle Vanhoutte

 

Blijkbaar zijn ze met velen, zij die benieuwd zijn naar hoe zo’n 21ste-eeuws onderwijs er zou kunnen uitzien, in een onderwijslandschap dat soms rechtuit naoorlogs lijkt — met retro tegelvloertjes, gonzende leraarskamers en elke 50 minuten de schoolbel. ‘Terwijl scholen leerlingen zouden moeten wapenen voor de buitenwereld,’ pleit Van den Branden. ‘Ons onderwijs moet mee met de verregaande veranderingen die zich de afgelopen 30 jaar hebben afgespeeld in onze samenleving. Neem nu de samenstelling van een klas in Aalst of in Oostende, die is vandaag bijna niet te vergelijken met de situatie in 1988. Leerlingen moeten in de 21ste eeuw meer dan ooit kunnen samenwerken en samenleven met mensen met een andere achtergrond, mensen die sterk van hen verschillen. Wie daar goed in is, heeft een voorsprong op de rest.’

‘Ons onderwijs moet leerlingen sterken voor deze eeuw. Daarom moeten we andere eisen stellen aan onze afstudeerders, dan 30 jaar geleden. Nog een voorbeeld: toen ik jong was waren handboeken, encyclopedieën en de kennis van de leerkracht de belangrijkste informatiebronnen — beeld je in dat je toen wilde weten hoe lang de pluimstaart van een eekhoorn is. Vandaag worden leerlingen bedolven onder informatie. Wikipedia en nieuwssites zijn een vingerknip verwijderd.’

Kritisch kunnen omgaan met de grote voorraad aan informatie is een sleutelcompetentie, net als die sociale relaties doen werken.’

‘Wetenschappelijk onderzoek wijst echter uit dat leerlingen die op hun achttiende niet goed kunnen selecteren uit die overvloed aan informatie, of die informatie niet goed kunnen beoordelen op betrouwbaarheid, een sterk verhoogde kans hebben om werkloos te worden of in de criminaliteit te belanden. Daarom is kritisch omgaan met die grote voorraad aan informatie een sleutelcompetentie, net zoals het doen werken van sociale relaties er een is.’

Sleutelcompetenties staan centraal in je opvatting rond “duurzaam onderwijs”?

Kris Van den Branden: Klopt. Ik baseer me daarvoor op wetenschappelijk onderzoek en beleidsdocumenten. Vandaag bestaat er meer onderzoek dan ooit waarop we ons kunnen baseren om ons onderwijs vorm te geven. Onderzoek dat aantoont welk effect het heeft als leerlingen bepaalde dingen kunnen, en niet kunnen.

‘Duurzaam onderwijs gaat niet om het enkel vergaren van kennis. Het heeft geen zin om leerstof als papegaaien te kunnen opdreunen. Daar zijn machines straffer in.’

Om van “duurzaam onderwijs” te spreken, moet leerstof lang kunnen meegaan. Het moet gaan om competenties die leerlingen nog veel nodig gaan hebben, op allerlei momenten in hun leven. Daardoor gaat duurzaam onderwijs niet om het enkel vergaren van kennis. Het heeft vandaag, nog minder dan in de 20ste eeuw, zin om leerstof als papegaaien te kunnen opdreunen. Daar zijn machines straffer in. Kennis flexibel en creatief inzetten, dát kunnen mensen beter.

In mijn boek schuif ik negen sleutelcompetenties naar voren, die gaan van taal en informatie efficiënt inzetten, over moderne technologie kunnen toepassen, verbeelding gebruiken, sociale relaties aangaan, omgaan met verandering, de zin om te leren en om te leven in handen te nemen en duurzaam omgaan met het leven op onze planeet. Die sleutelcompetenties voor duurzaam onderwijs zijn allemaal breder dan de vakken die vandaag worden aangeboden op secundaire scholen. Er moeten muurtjes gesloopt worden tussen vakken om die te bereiken.

Finland plant om tegen 2020 alle vakken te schrappen en lessen op te bouwen rond projecten. Is dat dan de weg van de toekomst?

Kris Van den Branden: Het is zeker een interessante piste. Ik ben voorstander van vaker thema’s over vakken heen te behandelen. Dat wil niet zeggen dat vakken volledig afgeschaft moeten worden, maar onderwijs wordt boeiender als de aardrijkskundeles over migratie, met kaartjes en pijlen, voorafgegaan wordt door een les geschiedenis met een pakkende documentaire over migratie en een les Nederlands over het levensverhaal van een migrant.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Ik geef ook graag het voorbeeld van die les Engels waarin leerlingen moesten uitleggen hoe een regenboog werkte. Dat lukte maar niet: niet omdat ze het Engels niet beheersten, maar omdat ze het principe van een regenboog niet goed snapten. Toen ze twee lesuren later het lokaal van natuurwetenschappen binnenstapten, had de leerkracht zijn les helemaal in het teken van regenbogen ingericht, en de leerlingen konden meteen beginnen experimenteren rond lichtbreking. Zo werd de theorie van de ene les verdiept en uitgebreid aan praktische kennis. Zo’n lessen blijven hangen.

Ook de historisch gegroeide grenzen tussen vakken, leerjaren, klassen mogen gerust wijken. Een voorbeeld zag ik in een school waar BSO, TSO en ASO wordt aangeboden. De leerlingen uit het zesde jaar BSO hadden een EHBO-cursus afgerond. Elke BSO-leerling die de cursus had doorlopen, legde aan een ASO-leerling uit wat ze geleerd hadden. Het hoeft niet spectaculair te zijn om een groot effect te hebben.

Vorig jaar hebben we met de KULeuven vijf secundaire scholen begeleid bij “vakoverschrijdende” projecten in de eerste graad. De leerlingen leerden bijvoorbeeld hoe ze zelf een ruimtestation konden bouwen. Naar aanleiding van de tweets van Trump stelden de leerlingen zich voor wat Julius Caesar of Cleopatra getweet zouden hebben in hun tijd. Zo’n projecten spreken de verbeelding van leerlingen aan, maar zijn ook direct verbonden met de wereld buiten de schoolmuren.

Vandaag is alles in beweging: informatie, mensen, dingen. Dat mag best ook in scholen. Mijn advies: doorbreek grenzen tussen de buitenwereld en de school. Trek erop uit.

© Isabelle Vanhoutte

Vandaag is alles in beweging: informatie, mensen, dingen. Dat mag best ook in scholen. Mijn advies: doorbreek grenzen tussen de buitenwereld en de school. Trek erop uit.

Hoe doen onze scholen het vandaag?

Kris Van den Branden: Goed en niet goed. Er zijn veel leerkrachten, directies, ouders en leerlingen bezig met veranderen. In De Studio in Oostende of het bij BuSO Sint-Idesbald gebeuren bijvoorbeeld indrukwekkende dingen bij leraren, directies en leerlingen. In de praktijk van élke school zitten vandaag al zeer goede elementen. Die moeten scholen natuurlijk behouden. Maar er zijn ook dingen die beter kunnen, veel beter soms.

‘We weten nu onder andere dat bepaalde evaluatiemethodes een averechts effect hebben. Zittenblijven, bijvoorbeeld, levert in de meeste gevallen meer schade dan goeds op.’

Van heel wat maatregelen die in scholen worden toegepast, weten we steeds beter welk effect ze hebben. De meta-analyses van John Hattie zijn daar een mijlpaal. We weten nu onder andere dat bepaalde evaluatiemethodes een averechts effect hebben. Zittenblijven, bijvoorbeeld, levert in de meeste gevallen meer schade dan goeds op: leerlingen kunnen er een beschadigd zelfvertrouwen aan overhouden, de leerwinst aan het begin van het nieuwe schooljaar vertaalt zich niet voldoende naar betere resultaten op het einde van het jaar, en het is duur.

Dus je besloot iets te doen met die inzichten?

Kris Van den Branden: Ik merkte dat de onderzoeksgebaseerde kennis die ik tijdens mijn doctoraat, bij het Steunpunt Gelijke Onderwijskansen en later als hoogleraar tegenkwam, geen grote weerklank had op de werkvloer. Als prof wordt sowieso van je verwacht dat je met je inzichten een maatschappelijke bijdrage levert.

Het werd mijn persoonlijke én professionele ambitie om die recente inzichten tot in de scholen krijgen, tot op de klasvloer en tot in de lerarenopleidingen. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat alle, of zo veel mogelijk leerlingen, succesvol kunnen leren? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat zo weinig mogelijk talent wordt verspild?

Goede vraag. Hoe blijven zo veel mogelijk leerlingen aan boord?

Kris Van den Branden: Eigenlijk zou ons onderwijs zo moeten functioneren dat de zin om te leren bij leerlingen aangewakkerd wordt. Lessen moeten gaan over zinvolle onderwerpen en leerlingen moeten voldoende succeservaringen opdoen. Ik kijk er graag naar vanuit een energie-perspectief: net zoals een kind dat leert fietsen, leer je sleutelcompetenties maar aan door ze te blijven oefenen. Op een fiets stappen, vallen, weer rechtstaan en opnieuw beginnen vraagt energie, maar als het lukt levert het ook de energie op om verder te leren. Denk aan een gamer die erin slaagt om een level van een spelletje helemaal uit te spelen. Eerst is hij trots, maar al snel komt er ook de “drive” om door te gaan naar het volgende level. Die magische kick van het leren: die moet scholen stimuleren.

Daarnaast is het belangrijk dat leerlingen het nut van de lessen die ze volgen inzien. ‘Geef ons zinvolle leerstof, dingen die we echt nodig hebben,’ was de oproep die bleek uit een enquête van de Vlaamse Scholierenkoepel. Als leerkracht brengt het op om die vraag echt te stellen aan je leerlingen, om het debat erover aan te gaan. En een leerkracht mag ook best uitleggen waarom bepaalde leerstof wél relevant is.

Hoe verhoudt “duurzaam onderwijs” zich tot methode-onderwijs?

‘In duurzaam onderwijs is er oog voor de brede ontwikkeling van leerlingen en ook uitgesproken aandacht voor hun welbevinden. Dat blijft een gemis in ons reguliere onderwijs.’

Kris Van den Branden: Wanneer ik lezingen geef, krijg ik vaak te horen dat ik toch niets nieuws vertel, ‘want die dingen gebeuren vandaag al in Freinetscholen.’ Er zijn inderdaad verschillende principes van duurzaam onderwijs die in de 20ste eeuw vooral werden toegepast in methodescholen, zoals “actief leren” of het koppelen van theorie en praktijk aan elkaar. Wetenschappelijk onderzoek bewees het nut daarvan. In duurzaam onderwijs is er oog voor de brede ontwikkeling van leerlingen en ook uitgesproken aandacht voor hun welbevinden. Dat blijft een gemis in ons reguliere onderwijs.

Het regulier onderwijs heeft ook de neiging om leerlingen een probleem op één, geijkte manier te laten oplossen, en alleen op die manier. Maar dat kan creativiteit fnuiken. Duurzaam onderwijs, waarin verbeelding en creativiteit centraal staat, doet dat niet.

Maar ik wil benadrukken dat er niet één aanpak is die voor alle leerlingen even goed werkt. Onderwijs moet je plooien naar de leerlingengroep die voor je staat. Alles hangt daarvan af: de manier waarop je die leerlingen het best aanspreekt, aan welke leerstof ze het meeste nood hebben. Belangrijk is dat elke school blijft reflecteren over wat werkt en niet bij de eigen leerlingen, en op basis daarvan hun aanpak bijsturen en hun expertise vergroten. Eén model volgen zou beperkend werken.

© Isabelle Vanhoutte

 

Recent kwam in het nieuws dat leerkrachten secundair onderwijs tijdens het schooljaar gemiddeld 48 uur werken, inclusief schoolvakanties is dat 41 uur per week. 20 à 22 uur daarvan geven ze les. De rest van de tijd is nodig voor voorbereidingen en administratie, die brengen ze vooral thuis door. In heel wat landen volgen leerkrachten een 38-urenweek die ze vooral op hun werkplek doorbrengen. Wat denk je van dat model?

Kris Van den Branden: Ik wil daaraan toevoegen dat volgens het TALIS-onderzoek Vlaamse leraren bij de meest geïsoleerde leerkrachten van Europa horen. Voor heel wat leerkrachten speelt het lesgeven zich vooral af achter de gesloten ramen en deuren van de eigen klas. Er zijn velen die daar uitstekend lesgeven, maar als die kennis en lespraktijk dat eilandje niet verlaat, kan dat de kwaliteit van het onderwijs in de school schaden. Leerkrachten kunnen heel veel van en met elkaar leren.

‘De manier waarop leraren als team samenwerken, heeft volgens studies enorme impact op de prestaties die leerlingen kunnen neerzetten.’

De primaire taak van leerkrachten is niet om leerstof aan te brengen en “te zien”, de échte taak is om ervoor te zorgen dat leerlingen die leerstof ook begrepen hebben en ermee aan de slag kunnen. En daarin is teamwerk cruciaal. De manier waarop leraren als team samenwerken, heeft volgens studies enorme impact op de prestaties die leerlingen kunnen neerzetten. We moeten onze leraren inzetten in teams, en de expertise die nodig is binnen een school, verdelen en delen over de teamleden.

Hoe ziet de ideale werkweek voor leerkrachten eruit?

‘In een interessante lesweek is een leerkracht verschillende lesuren met leerlingen aan de slag op een gevarieerde manier. Dus met verschillende werkvormen, zoals doceren, experimenteren, begeleid zelfstandig werken. Heel wat uren gaan ook naar projecten samen met andere leerkrachten, vakoverschrijdende projecten.

In die ideale werkweek is er ook tijd voorzien voor leerkrachten om structureel te overleggen met collega’s, om die vakoverschrijdende projecten uit te werken. Een uur of drie per week voor gezamenlijk overleg zou goed zijn. Daarnaast worden er enkele uren uitgetrokken voor deskundigheidsbevordering van de leerkracht: wie veel met anderstaligen werkt, moet zich anders bijscholen dan leerkrachten die beter aan de slag willen met leerlingen met dyslexie, bijvoorbeeld, of zorgtaken opnemen.
Ook scholen onderling kunnen waardevolle expertise uitwisselen. Laatst was er in de media ophef over onze lagere schoolkinderen — ze zouden slechter kunnen begrijpend lezen dan tien jaar geleden — dus zette een scholengemeenschap in West-Vlaanderen alle leerkrachten van het vierde leerjaar bij elkaar en liet hen ervaringen uitwisselen over begrijpend lezen. Daar steek je als leerkracht enorm veel van op.

Als leerkrachten meer tijd op school zouden doorbrengen, zou de mogelijkheid om samen aan projecten te werken waarschijnlijk veel groter zijn, waardoor de kwaliteit van het onderwijs erop vooruitgaat. Maar tussen droom en werkelijkheid staan praktische bezwaren: niet elke school heeft voldoende werk- en overlegplekken. De infrastructuur is daar vandaag niet op voorzien.

Tenslotte, als je zou kunnen wegen op het beleid, waar zou je op inzetten?

‘Mijn hart bloedt wanneer ik de creatieve, enthousiaste studenten die uit de lerarenopleiding stromen, na zes maanden of een jaar zie afhaken.’

Kris Van den Branden: De kwaliteit van een onderwijssysteem kan nooit hoger zijn dan de kwaliteit van zijn leerkrachten. Werk maken van dat langbeloofde loopbaanpact voor leerkrachten lijkt me prioritair. Vooral de aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten is een must: de hoge werklast, de tocht van interim naar interim, het gebrek aan begeleiding en de rigiditeit van het systeem maken het voor de startende leerkracht moeilijker. Mijn hart bloedt wanneer ik de creatieve, enthousiaste studenten die uit de lerarenopleiding stromen, na zes maanden of een jaar zie afhaken. Er is nood aan veel meer omkadering.

Die nood aan omkadering is er trouwens ook bij het M-decreet, dat er kwam met het doel van een inclusiever onderwijs. Een goed en nodig idee, waar eigenlijk niemand tegen is. Maar het decreet is niet doordacht genoeg ingevoerd: de nodige omkadering voor leraren ontbreekt. Leerkrachten, die vaak al overbevraagd zijn, moeten het er maar bij nemen. Hoog tijd voor een toets die nagaat bij elke beleidsmaatregel, of ze de draagkracht van leerkrachten niet overschrijdt.

Want als er één idee is over onderwijs dat door wetenschappelijk onderzoek wordt bevestigd, is dat leerkrachten het cruciale verschil maken in de schoolloopbaan — en de toekomstkansen — van onze leerlingen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Journaliste, tentoonstellingsmaker en leerkracht

    Isabelle Vanhoutte (º1987) is freelance journaliste en geeft sinds 2016 verslag over bottom-up-initiatieven rond duurzaamheid en circulaire economie.