‘Mensen tegenhouden in Niger of op zee lost honger en armoede nog niet op’

Interview

Coherent landbouw- en ontwikkelingsbeleid noodzakelijk voor veilige, ordelijke en reguliere migratie

‘Mensen tegenhouden in Niger of op zee lost honger en armoede nog niet op’

‘Mensen tegenhouden in Niger of op zee lost honger en armoede nog niet op’
‘Mensen tegenhouden in Niger of op zee lost honger en armoede nog niet op’

Fien Lakiere

15 juli 2019

Vandaag stelt de VN haar jaarlijkse rapport ‘The State of Food Security and Nutrition in the World’ voor, over honger en voedselonzekerheid in de wereld. Dat honger niet alleen een lokaal maar ook een globaal belangrijk probleem is, bleek uit een eerder rapport van de FAO. Die concludeerde dat voedselonzekerheid migratie sterk beïnvloedt.

USAID Agency Int Dev - Flickr (CC BY-NC 2.0)

Droogte door klimaatverandering heeft grote gevolgen op landbouw en migratie

USAID Agency Int Dev — Flickr (CC BY-NC 2.0)

Vandaag stelt de VN haar jaarlijkse rapport over ‘The State of Food Security and Nutrition in the World’ voor, een samenwerking tussen FAO, IFAD, UNICEF, WFP en WHO. Daarin kaderen deze organisaties het aantal mensen dat leeft in (chronische) honger en voor het eerst ook het aantal mensen in matige of ernstige voedselonzekerheid.

Dat honger niet alleen een lokaal probleem, maar ook globaal van belang is, bleek uit een eerder rapport van de FAO. Die concludeerde in oktober vorig jaar al dat voedselonzekerheid migratie sterk beïnvloedt. ‘Het is makkelijk om bussen tegen te houden in Niger en boten in de Middellandse Zee, maar dit zal niet helpen om mensen uit armoede en honger te halen’, zei Rodrigo De Lapuerta van het FAO daarover tijdens een FRDO-middagseminarie rond migratie en voedselzekerheid.

Na dat seminarie ging MO* in gesprek met Andrea Cattaneo, redacteur van het FAO-rapport en Caritas International-medewerker Tom Devriendt over die belangrijke link en wat dit betekent voor migratie- en ontwikkelingsbeleid.

Migratie en landbouw

De meeste mensen migreren niet internationaal, maar intern binnen eigen land

Het FAO-rapport ‘The State of Food and Agriculture’ zoomt in op migratie, agricultuur en rurale ontwikkeling. Andrea Cattaneo, een van de redacteurs van het rapport, wijst op de wisselwerking tussen interne en internationale migratie en de cruciale rol die rurale gebieden hierin spelen, als voornaamste bevindingen in dat rapport. De meeste mensen migreren niet internationaal, maar intern binnen eigen land. Rurale migratie van, naar en binnen plattelandsregio’s maakt daar een groot deel van uit.

Landbouw heeft vanzelfsprekend een directe impact op migratie: mensen zien soms geen andere optie dan te migreren om te ontsnappen aan honger. Anderzijds is er ook een indirecte impact: families gebruiken migratie als strategie om voedselonzekerheid door afhankelijkheid van landbouw tegen te gaan. Een familielid gaat dan bijvoorbeeld in een andere regio of buiten de landbouwsector werken, zodat er toch een inkomen is als de oogst tegenvalt.

Cattaneo wijst erop dat in het debat vaak vergeten wordt dat migratie nuttig en nodig kan zijn, zeker voor de landbouwsector. Toch is de impact van migratie op landbouw niet altijd positief. Bij grote crisissen veroorzaken migranten extra druk op de voedselvoorziening van landelijke regio’s. Elk land heeft zo volgens het FAO een specifieke aanpak nodig, met voldoende aandacht voor de landbouwsector.

Migratie als overlevingsstrategie

Investeren in landbouw en technieken om de gevolgen van klimaatverandering te beperken, kan ook migratie beperken. Philip Alston, VN-rapporteur voor extreme armoede en mensenrechten, wees er eind juni in een rapport op dat klimaatverandering het meeste effect zal hebben op mensen in armoede.

Zelfs als we de huidige klimaatdoelstellingen halen, zal dit leiden tot miljoenen mensen extra in armoede

Zelfs als we de huidige klimaatdoelstellingen halen, zal dit nog leiden tot miljoenen mensen extra in armoede. Voedselonzekerheid, inkomensverlies en extreme temperaturen zullen ervoor zorgen dat meer mensen de keuze zullen moeten maken tussen honger en migratie.

In El Salvador, Guatemala en Honduras is de link tussen landbouw, voedselzekerheid, migratie én klimaat nu al duidelijk. Het verdwijnen van landbouwgrond en de impact van klimaatverandering, zoals langdurige droogte, op de oogst zorgt voor voedselschaarste en een onstabiele economische situatie. Getroffen inwoners proberen de VS te bereiken of migreren binnen de eigen regio.

Regionale migratie is volgens Tom Devriendt van Caritas International ook belangrijk in de Sahel, in landen als Niger, Burkina Faso of Senegal. Daar is traditionele circulaire migratie al jaren een bewuste coping strategie tegen voedselonzekerheid. ‘Dit is een vorm van migratie die er altijd al is geweest en ingebakken zit in veel regionale samenlevingen. Het is goed georganiseerd, mensen gaan niet zomaar vertrekken zonder netwerk. De bijdrage van die regionale migratie moet worden erkend en ondersteund.’

Mensen migreren er volgens de seizoenen, om de periode tussen twee oogsten te overbruggen. Ze gaan tijdelijk werken in een andere regio of in buurlanden, waar er vraag is naar seizoensarbeid. Zo blijft er meer voedsel over voor de thuisblijvers en is er een extra inkomen om de familie te onderhouden.

‘Het EU-beleid is gericht op het aanpakken van irreguliere migratie, in plaats van de grondoorzaken van armoede en voedselonzekerheid’

‘Vandaag wordt die circulaire migratie onder dezelfde noemer geplaatst als irreguliere internationale migratie en gecriminaliseerd. Het EU-beleid is gericht op het aanpakken van irreguliere migratie, in plaats van de grondoorzaken van armoede en voedselonzekerheid. De impact van dit beleid is niet alleen aan de grenzen van Europa voelbaar, maar ook in de Sahel. Het hele systeem komt zo onder druk te staan en traditionele circulaire migratie als coping strategie wordt hen ontzegd.’ Cattaneo vult aan: ‘Nochtans kunnen regionale economische hubs zoals Nigeria, Zuid-Afrika en Maleisië mensen dichter bij huis kansen bieden.’

Ontwikkelingshulp tegen migratie

Volgens Tom Devriendt mag de EU in haar migratiebeleid daarom de eigen kortetermijnbelangen niet meer voorop stellen. ‘Toekomstige betrekkingen mogen niet verengd worden tot discussies rond grondoorzaken van migratie, maar moeten gaan over de diepere oorzaken van armoede, conflict en ongelijkheid. Nu worden middelen vóór ontwikkeling ook ingezet tégen migratie, terwijl migratie zelf een positief effect heeft op ontwikkelingsprocessen in zowel herkomst-, transit- als aankomstlanden. Dit moet meegenomen worden in het beleid, om ervoor te zorgen dat iedereen — ongeacht de migratiestatus — toegang heeft tot een waardig bestaan. Zonder daarbij migratie in het algemeen te gaan romantiseren.’

Ontwikkeling is geen remedie voor migratie: migratie neemt doorgaans toe naarmate landen zich ontwikkelen

‘De impact van ontwikkeling op migratie is veel complexer en context-specifiek, in tegenstelling tot hoe de discussie gevoerd wordt op Europees en nationaal niveau. Ontwikkeling is geen remedie voor migratie: onderzoek toont aan dat migratie doorgaans toeneemt in plaats van afneemt naarmate landen zich gaan ontwikkelen, want migreren kost geld.’

De allerarmsten hebben dus niet genoeg middelen om te migreren, maar dit kan veranderen dankzij ontwikkeling. Mensen kunnen dan beter rondkomen, maar zijn vaak niet tevreden met de status die ze hebben in vergelijking met anderen. Ontwikkeling kan er ook voor zorgen dat de ongelijkheid vergroot, wat een extra stimulans is om te migreren. Migratie neemt meestal pas af wanneer een land in de categorie van middelinkomenslanden terechtkomt.

Hoe moet het dan wel?

Coherentie in het beleid en het principe van ‘doing no harm’ zijn aandachtspunten voor zowel Caritas International als de FAO. Die pleit er vooral voor om meer beleid te voeren op basis van cijfers en ideologie achterwege te laten.

Devriendt: ‘Als ontwikkelingssamenwerking een effect wil hebben op migratie, dan moet het de motivaties voor migratie op een zeer lokaal of zelfs individueel niveau aanpakken. Zo’n aanpak vermindert natuurlijk op de lange termijn de efficiëntie van zowel het ontwikkelings- als migratiebeleid, omdat het geen rekening houdt met de bredere ontwikkelingsbehoeften van een regio. Investeringsnoden verschillen tussen landen, regio’s, sociale groepen of verschillende leden van die sociale groepen.’

Help them at home’ zal niet alles oplossen, zoals in het nieuws vaak wordt beweerd

Cattaneo: ‘Er is een territoriale aanpak nodig, waardoor mensen geneigd raken om het in hun eigen streek opnieuw te proberen. Daarbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen verschillende stadia van ontwikkeling waarin landen of regio’s zich bevinden. Zo’n aanpak is niet eenduidig: ‘Help them at home’ zal niet alles oplossen, zoals in het nieuws vaak wordt beweerd.’

Devriendt: ‘Een grote allesomvattende migratiestrategie zal niet volstaan, ook al is dit door beleidsmakers gemakkelijker te verkopen aan hun achterban. Doordat alle soorten migratie gelijkgesteld worden, versterkt dit de simplistische visie dat alle migratie vanuit Afrika intercontinentaal is. Nochtans zijn mensen in eerste instantie niet geïnteresseerd om hun leven te wagen op een gammel bootje tussen Libië en Italië. Hun voorkeur gaat uit naar rurale migratie van een paar maanden of jaren om daarna terug te keren.’

Meer dan een miljard mensen in ontwikkelingslanden zijn intern gemigreerd en bij 80 procent procent van die migratie is een landelijk gebied betrokken. Het FAO-rapport stelt daarom dat toekomstig beleid rond migratie, landbouw en ontwikkeling coherent moet zijn om veilige, ordelijke en reguliere migratie te verzekeren. Migratie zou volgens hen een keuze moeten zijn, geen noodzaak.