Laura Zúñiga Cáceres: ‘Het herschrijven van de grondwet is de uitweg uit de politieke crisis in Honduras’

Op donderdag 21 september was Laura Zuniga Cáceres te gast bij de Buren van de Abdij in Gent. MO* medewerkster Louise Hantson ging na afloop in gesprek met de activiste over de moord op haar moeder Bertha Cáceres, de risico’s van milieu-activisme in Honduras en de toekomst van het land.

Zodra Laura Zuniga Cáceres op het podium stapt, vloeit er een stille, eerbiedige sfeer door de zaal. De jonge vrouw van 25 die voor vroedvrouw studeert in Argentinië, straalt een enorme motivatie, hoop en strijdlust uit die de aanwezigen inneemt. En zo is ook haar discours.

‘Ik ben ervan overtuigd dat er een nieuwe en betere toekomst voor Honduras in het vooruitzicht ligt’, vertelt ze MO* journalist John Vandaele tijdens het gesprek. Zijzelf is zeker ook volop bezig met naar zo’n toekomst te werken en verzekert ons dat verzet loont en voortgezet hoort te worden.

De moeder van Laura is de intussen internationaal befaamde Bertha Cáceres, een Hondurese milieu-activiste die zich verzette tegen het waterkrachtproject Agua Zarca op de Gualcarquerivier en tegen nog andere 49 concessies in het Lenca grondgebied. Berta Cáceres werd in Maart 2016 vermoord na een jaar lang dreigbrieven ontvangen te hebben.

‘Om een inzicht te krijgen in de strijd van mijn moeder, is het belangrijk de impact van de staatsgreep te begrijpen’

Toch ging Bertha Cáceres’ activisme verder dan het beschermen van haar eigen volk en grondgebied. Tijdens haar studentenjaren was ze mede-oprichtster van COPINH, een burgerlijk initiatief van inheemse volkeren van Honduras die voor de bescherming van minderheden over het hele land ijvert.

‘Die vereniging brengt heel wat gemeenschappen samen’, vertelt Laura, ‘COPINH heeft een vertegenwoordiging in vijf van de acht departementen van Honduras en er zijn zo’n 200 gemeenschappen lid van de beweging.’

‘Om een inzicht te krijgen in de strijd van mijn moeder samen met COPINH’, zo begint Laura het gesprek meteen, ‘is het belangrijk de geschiedenis van het land te schetsen. En dan vooral de staatsgreep van 2009, die heeft alles te maken met onze strijd en ook met haar dood.’

Een culminatie van repressie en onderdrukking kwam tot uiting in de staatsgreep van 2009. Toen werd president Manuel Zelaya verbannen nadat hij het voorstel deed om een vrijblijvend referendum te organiseren om de Hondurese constitutie te veranderen.

Het leger drong ‘s nachts binnen in het huis van Zalaya en zette hem op het vliegtuig richting Costa Rica. Roberto Micheletti kwam nadien het presidentspostje te bekleden en het leger won enorm aan macht in het kleine centraal-Amerikaanse land. ‘Zeker is’, vertelt Laura MO*, ‘dat die machtswissel heel wat in beweging heeft gebracht in Honduras.’

Een staatsgreep, 280 concessies

Je bent nog steeds betrokken bij de strijd van je moeder. Kan je uitleggen waar die strijd over gaat?

Laura Zuniga Cáceres: Om de strijd van mijn moeder te begrijpen is het heel belangrijk om terug te gaan naar de staatsgreep van 2009. Vanaf dat moment zagen wij een enorme toename in de militarisering van de samenleving, waar het leger toen al zeer aanwezig was. Vervolgens werden er binnen die staatsgreep een aantal wetten gestemd om de volksbewegingen te temmen en te criminaliseren.

Daarbovenop werden er ook een hele hoop concessies gegeven die voor de machtswisseling onmogelijk waren. Die concessies staan toe dat allerlei mijnbouw- en andere bedrijven natuurlijke rijkdommen vrij kunnen exploiteren zonder dat ze enige reglementering moeten respecteren.

‘Mensen die zich verzetten tegen deze megaprojecten werden direct terroristen genoemd.’

Het was ook in die periode dat een concessie gegeven wordt over de Rio Gualcarque, de rivier in ons woongebied. Het Hondurese bedrijf Desarrollos Energéticos Sociedad Anónimo (DESA S.A.) dat door Finland, Nederland en de Wereldbank gefinancierd werd, kreeg toen de toestemming om op de rivier een waterkrachtcentrale te bouwen.

Zo zijn bijna alle rivieren in het Lenca gebied waar wij wonen in concessie gegeven aan buitenlandse bedrijven om er elektriciteit op te produceren.

De bevolking verzet zich, mede dankzij de organisatie van COPINH. Vanaf het moment dat er protest losbrak, werden troepen gestationeerd om de bevolking uit het sindsdien geprivatiseerde terrein te houden. De staatsgreep maakte die directe militarisering mogelijk.

Wanneer ze merkten dat die zware repressie niet hielp en dat het verzet bleef stijgen, kwamen de machtshebbers met een tweede tactiek, namelijk het personaliseren van het verzet door mijn moeder en de bevolking te stigmatiseren. Mensen die zich verzetten tegen deze megaprojecten werden bestempeld als terroristen.

Wat houdt zo’n concessie precies in?

Laura Zuniga Cáceres: Een concessie krijgen, wil zeggen dat bedrijven de toelating krijgen om op gronden te doen wat ze maar willen, dat ze daar dammen en mijnen mogen bouwen zonder dat er daar milieuwetgevingen aan te pas komen. De staat geeft bedrijven toestemming om voor een bepaalde tijd, dat kan 30 jaar zijn, een gebied te exploiteren zoals het hen belieft.

‘De staat geeft bedrijven toestemming om voor een bepaalde tijd, dat kan 30 jaar zijn, een gebied te exploiteren zoals het hen beliefd.’

Dit is het geval voor allerhande exploitaties. Sinds de staatsgreep zijn er bijvoorbeeld al 280 concessies voor mijnen gegeven en op het moment zijn er nog 500 in behandeling.

En wordt de bevolking geraadpleegd vooraleer er zo’n concessies gegeven worden?

Laura Zuniga Cáceres: Nee, en dat heeft weer alles te maken met de staatsgreep. Toen zijn er wetten gestemd die de regering toeliet om concessies toe te kennen zonder dat er daar raadpleging voor nodig was.

In bepaalde streken van Peru is meer dan de helft van de gronden op die manier in bezit van buitenlandse bedrijven, hoe zit dat in Honduras?

Laura Zuniga Cáceres: In Honduras was dat in 2011 zo’n 30 procent, ondertussen is al 50 procent van het Hondurese grondgebied op die manier in het bezit van bedrijven.

Trekt de lokale bevolking enig voordeel uit die exploitaties?

Laura Zuniga Cáceres: Wel, op korte termijn creëren deze industrieën jobs, maar dit is altijd van zeer korte duur. Bovendien is dit meestal niet eens het geval, omdat de werkkrachten van buitenaf gehaald worden. Deze industrieën duwen mensen weg van hun woon- en werkplaatsen en de gebieden worden vernietigd en ongelofelijk vervuild.

‘Reeds 50 procent van het Hondurese grondgebied is op die manier in het bezit van bedrijven’

Ik probeer toch nog het positieve te zoeken. Die dam op waterkracht, die elektriciteit genereert, waar gaat die stroom naartoe, is die voor de plaatselijke bevolking?

Laura Zuniga Cáceres: Nee, want alle energie die geproduceerd wordt heeft twee doeleinden. In de eerste plaats wordt die energie gebruikt om de mijnexploitatie, die heel energie-intensief is, van stroom te vooorzien. Ten tweede is er een plan om een hoogspanningscorridor door heel centraal America te laten lopen tot in Californië, om op die manier elektriciteit te kunnen verkopen aan de Verenigde Staten.

Risico’s van het vak

Dus gronden die al eeuwenlang eigendom zijn van het Lenca volk worden zonder overleg geprivatiseerd om er elektriciteit op te produceren. De bevolking verzet zich, maar wordt meteen zwaar onderdrukt.

Laura Zuniga Cáceres: Inderdaad, daarenboven hanteert de overheid ook juridische repressie door het ontwerpen van allerlei wetten die door een onwettig parlement gestemd zijn. Daardoor kunnen ze iedereen die zich verzet als terrorist benoemen en gevangenhouden.

Vaak wordt er een persoon uitgekozen en als schuldige verklaard, meestal gaat het om de leiders van de verzetsbewegingen, en in dit geval was dat de leider van COPINH, mijn moeder. Op die manier wordt iedereen die in het verzet zit, geïntimideerd.

Hoe uitte die druk en die verdachtmaking zich dan concreet?

Laura Zuniga Cáceres: Men is begonnen met de raad bestuur van COPINH geld aan te bieden om de strijd te staken. Toen dat niet lukte, heeft men mijn moeder een tijd gevangengezet voor het schenden en bezetten van privéterreinen. Toen daarna het verzet bleef groeien, is men begonnen met dreigbrieven te sturen. Ze bedreigden haar, maar ook ons, haar kinderen. En ten slotte is een huurmoordenaar ons huis binnengedrongen en heeft haar ’s nachts op haar bed doodgeschoten.

Het vergt heel wat moed, wetende dat er al eerder milieu-activisten in de regio vermoord zijn, om daartegen op te komen. Hoe ging je moeder om met die bedreigingen?

Laura Zuniga Cáceres: Ik denk dat ze er heel erg bang voor was, maar dat ze voelde dat ze op dat moment het schip niet kon verlaten, en dat ze het risico erbij nam. Ze heeft er dan wel alles aan gedaan om tegelijkertijd ons en de anderen sympatisanten van COPINH te beschermen.

‘We denken niet enkel aan onze individuele veiligheid, maar zien onszelf vooral in functie van collectief belang.’

Ik denk ik dat haar moed te maken heeft met de collectieve manier van denken die wij binnen de strijd hebben.

We denken dus niet enkel aan onze individuele veiligheid, maar we zien onszelf vooral in functie van collectief belang. Zo’n mentaliteit is te vinden in veel Latijns-Amerikaanse verzetsbewegingen van vroeger en nu.

Heeft ze het soms met jullie over die gevaren gehad?

Laura Zuniga Cáceres: Mijn moeder was militante van jongs af aan, en wij zijn dan ook opgegroeid wetende dat er risico’s waren en dat haar werk gevaarlijk was. We wisten dat er politieke moorden plaatsvonden. Daarbij, hoe raar het ook mag klinken, als je van kindsbeen af bedreigingen kent, dan begint dat te wennen, dan wordt ook dat een deel van het leven.

Ik denk dat je ook moet zien dat ik van COPINH ook er vooral veel aan gehad heb. Ik ben opgegroeid met de communautaire radio, we deden muurschilderingen met de verzetsgroep en we bereidden betogingen voor. Dus eigenlijk is het niet zo dat dat gevoel van angst dagelijks overheerste. En alhoewel het altijd op de achtergrond speelde, haalden wij vooral heel veel moed en liefde uit COPINH en de kameraden.

Hoop voor Honduras

De FMO, de Nederlandse financieringsmaatschappij voor ontwikkeling, heeft de bewuste waterkrachtcentrale bekostigd. Is er in Nederland al actie gevoerd over deze kwestie?

Laura Zuniga Cáceres: De FMO wordt, als ik me niet vergis, voor 51 procent door de staat gefinancierd. En dat maakt het nog schrijnender, want het is dus niet alleen de bank die medeplichtig is aan de moord op activisten, maar ook de Nederlandse staat.

Er is al veel druk gezet op het FMO door groepen in Nederland en andere landen opdat de staat zich terug zou trekken uit het project. Twee maanden geleden, uiteindelijk, na meer dan een jaar en met nog twee moorden meer, hebben de FMO en ook het Finse FinnFund zich teruggetrokken. De enige bank die zich nog niet heeft teruggetrokken is de Centraal Amerikaanse bank voor economische integratie.

Wij zijn daarom ook enorm trots, want het toont aan dat ons verzet loont. Het is de tweede keer dat de Lenca gemeenschap van de Rio Blanco samen met COPINH overwinning behaalt over een van de machtigste kapitaalgroepen in de wereld.

De concessie is er wel nog steeds, maar we hebben toch al belangrijke overwinningen geboekt. Dat een aantal banken zich terugtrekken uit het waterkrachtproject en zich deels hebben moeten plooien in deze strijd geeft ons hoop.

Betekent dit dan dat de moord op je moeder uitgeklaard is?

Laura Zuniga Cáceres: Er zijn, dankzij de druk die wij samen met de internationale gemeenschap hebben uitgeoefend, acht personen opgepakt. Dit zijn mensen die inderdaad betrokken zijn geweest bij de fysieke moord van mijn moeder, maar hun opdrachtgevers blijven op vrije voet.

Er zijn bewijzen dat de laatste bedreigingen naar mijn mama toe, voordat ze effectief is vermoord, vanuit DESA vertrokken zijn. Men heeft dan aangedrongen om de raad van beheer van het bedrijf te ondervragen, maar dat is nog niet gebeurd.

Zie je een weg vooruit in de sociale strijd, is er volgens jou een betere toekomst voor Honduras?

Laura Zuniga Cáceres: Wij waren tijdens de kolonisatieperiode een van de landen die zich het sterkst verzet heeft tegen de invasie van de Spanjaarden. Die strijdvaardigheid zit vandaag nog altijd diep in ons, wij zijn geen passieve slachtoffers.

‘Die strijdvaardigheid zit vandaag nog altijd diep in ons, wij zijn geen passieve slachtoffers.’

Dus binnen COPINH en ook andere organisaties van de bevolking van Honduras wordt er heel veel aan democratische oefening gedaan.

Zo zijn we in 2008 begonnen met volksraden te organiseren, hierbij komen mensen van over heel Honduras samen om na te denken over welke soort grondwet we nodig achten voor ons Honduras.

De bedoeling was om tijdens de daaropvolgende verkiezingen een volksraadpleging te organiseren waarbij de bevolking zou kunnen stemmen of ze wel of niet akkoord was met het opzetten van een nieuwe grondwetgevende vergadering in Honduras. Toen de staatsgreep plaatsvond, werd dit echter allemaal stopgezet.

Toch zijn we nog steeds hoopvol en we blijven het herschrijven van een nieuwe grondwet zien als de uitweg uit de politieke en economische crisis in Honduras. We zullen hiervoor dan ook blijven ijveren. Wij geloven in een nationale grondwet die multicultureel is en die de volksmacht vertegenwoordigt. Wij vrouwen denken daarboven op ook nog dat die grondwet feministisch geïnspireerd moet zijn.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift