Interview met de “ambassadeur in ballingschap” van Ambazonië

Marc Bareta: ‘Als vreedzaam protest niet meer werkt, schiet alleen gewapende opstand over’

(c) Arne Gillis

Marc Bareta, Gent, november 2018

Eenvoudig is het niet om Marc Bareta te strikken voor een interview. Alle contacten verlopen via een tussenpersoon; onze ontmoeting moet plaatsvinden op een openbare plek. De Kameroenese activist is duidelijk beducht voor de lange arm van Paul Biya, de man die op papier nog zijn president is. Niet voor lang meer als het van Bareta en zijn 117.000 volgers op Facebook afhangt. Vol vuur pleit hij daar voor de gewapende strijd tegen het regime van de Franstalige ‘president voor het leven’ Biya en voor de oprichting van een eigen staat: Ambazonië, dat overlapt met het Engelstalige gedeelte van Kameroen.

In dat deel van het land escaleerde een lokale kwestie voor meer inspraak in twee jaar tijd tot een vuile oorlog. Toen Engelstalige leraars en advocaten in 2017 op straat kwamen om een vermeende marginalisatie door het Franstalige regime aan te kaarten, smoorde de veiligheidsdiensten hun vreedzame protesten gewelddadig in de kiem. Het regeringsleger en de rebellen van de Ambazonia Defence Forces (ADF) bekampen elkaar sindsdien zonder enig uitzicht op een staakt-het-vuren.

De burgerbevolking is het grootste slachtoffer: het leger past de verboden tactiek van de verschroeide aarde toe op hun dorpen. Gewapende rebellen verplichten de lokale scholen om de deuren te sluiten. Volgens Human Rights Watch sloeg een kwart miljoen mensen op de vlucht voor het geweld.

De vermeende marginalisatie toont zich in de cijfers: de twee Engelstalige regio’s kregen in 2017 een gezamenlijk budget van 153 miljoen dollar toegekend. De Zuid-regio, waaruit president Biya afkomstig is, kreeg 225 miljoen dollar, ondanks het feit dat er veel minder mensen wonen.

Verschillende waarnemers noteren een toename van de vijandelijkheden sinds de herverkiezing van Paul Biya. Die vond plaats begin oktober, en ging gepaard met intimidatie en grootschalige fraude.

Bareta klinkt zoals zijn naam en reputatie doen vermoeden. Als geweerschoten knallen zijn woorden over een winkelstraat vlakbij het Gentse Zuid, waar we hebben afgesproken voor een exclusief interview.

Meneer Bareta, wie de sociale media wat volgt, weet dat u een bijna mythische status hebt in Engelstalig Kameroen en haar diaspora.

Marc Bareta: Ik beschouw mezelf in de eerste plaats als een activist. In de tweede plaats ben ik een burgerjournalist, als oprichter van Bareta News. Op dat mediaplatform delen we informatie over de situatie in Ambazonië, ons thuisland. Ik doe dat omdat ik vind dat de Kameroenese diaspora die informatie nodig heeft.

Ik verzet mij tegen het bezettingsregime van Kameroenees president Paul Biya. Daarbij ben ik een voorstander van de gewapende strijd.

Hoe positioneert u zichzelf in de ontluikende oorlog in Kameroen?

Marc Bareta: Ik strijd voor de onafhankelijkheid van de republiek Ambazonië. Dat wilt zeggen dat ik mij verzet tegen het bezettingsregime van de Kameroenese president Paul Biya. Daarbij ben ik een voorstander van de gewapende strijd. Zelf heb ik weliswaar geen lidkaart van een rebellenbeweging zoals de Ambazonia Defence Forces (ADF), maar ik steun alle gewapende groepen. Waarom? Omdat het een onvervreemdbaar recht is om jezelf te verdedigen. Ik heb in het verleden al dikwijls geld helpen inzamelen zodat de rebellen de strijd kunnen verderzetten.

Laten we even in de tijd terugkeren. Een vreedzame betoging van leraars en advocaten, twee jaar geleden. Vandaag worden er hele dorpen tegelijk afgebrand. Een betrekkelijk steile escalatiecurve.

Marc Bareta: Inderdaad. Maar vergis je niet. De woede werd opgebouwd in de loop der jaren. Toen wij opgroeiden, klaagden onze ouders de thema’s al aan die wij vandaag ook aanklagen. Dat het als Engelstalige bijna onmogelijk is om officieel werk te krijgen. Dat onze hele economie gericht is op Franstalig Kameroen. Dat de opbrengsten van de grondstoffen in onze bodem worden doorgesluisd naar Yaoundé. Wij zien daar niets van terug. Integendeel, het Engelstalige gedeelte van het land wordt bewust onderontwikkeld.

De roep naar federalisme of zelfs separatisme klonk niet altijd even luid. Ten tijde van onze ouders waren er maar een paar organisaties die zich daarvoor inzetten, zoals de SCNC. Dat waren vooral oude mannetjes – ze hadden weinig aanhang. Maar ze hadden gelijk, achteraf bekeken.

De steun begon toe te nemen vanaf de jaren negentig. Studenten aan de Universiteit van Buea organiseerden toen sporadisch betogingen. Biya heeft ze allemaal onderdrukt — mensen werden opgesloten en gefolterd. Toen de regering in 2016 Franstalige leraars naar de Engelstalig regio’s stuurde, was de maat voor velen vol. Onze kinderen verstonden de leraars niet. Er kwamen Franstalige rechters die Engelstaligen berechtten. Ze verstonden elkaar niet. Die rechters gebruikten dan ook nog eens een ander rechtssysteem (de Droit Civil, nvdr.) dan de Common Law die wij hier gebruiken.

‘Zo goed als alles mag dan al verfranst zijn, van ons onderwijs- en rechtssysteem blijf je af’, redeneerden de mensen. Zo begon de modale burger meer en meer betrokken te geraken bij de beweging – aanvankelijk nog vanuit een vraag naar federalisme. Met de introductie van sociale media resoneerde die eis zeer goed, ook bij de Kameroenese diaspora.

Welke logica hanteert de regering als ze Franstalige leraars en rechters naar Engelstalig gebied stuurt?

Marc Bareta: Het is de politiek van assimilatie, van inlijving. De bedoeling is om op lange termijn het hele land Franstalig te maken. In Engelstalig Kameroen zal je geen postkantoortje, geen kantoortje van een subgouverneur vinden, waar er Engels wordt gesproken. Soldaten, politieagenten, ambtenaren, iedereen met een officiële functie spreekt Frans. Als Engelstalige ben je een tweederangsburger, gedoemd om achter te blijven met de kruimels.

Op 22 januari 2017 stak de regering de lont in het kruitvat. De eis voor een federalisering vervelde naar een eis voor onafhankelijkheid.

Veel Engelstaligen halen 17 januari 2017 aan als ‘eerste orgelpunt van de woede’. Wat gebeurde er toen?

Marc Bareta: In een poging de protesten te onderdrukken, arresteerde de regering de kopstukken van het Consortium, de opvolger van het SCNC. Vele anderen gingen in ballingschap. Het internet werd gedurende drie maanden afgesloten in de hele Engelstalige regio.

Op die dag stak de regering de lont in het kruitvat. De eis voor een federalisering vervelde naar een eis voor onafhankelijkheid.

Momenteel zijn er veel gewapende groeperingen actief. De bekendste zijn ongetwijfeld de Ambazonia Defence Forces (ADF). Sinds wanneer hebben die gewapende groepen aanhang gekregen?

Marc Bareta: Er werden in het verleden vaak acties georganiseerd zoals ghost town: elke maandag sloten alle winkels en markten de deuren in de hele regio. Het openbare leven viel stil. Het was een manier om vreedzaam te protesteren. Een manier die niet werkte – zo bleek. Op 22 september 2017 werd opgeroepen tot een vreedzaam protest in heel Engelstalig Kameroen, om de vrijlating te eisen van onze gevangengenomen leiders. Er was geen machete of zelfs maar een stok te zien – alles was vreedzaam.

Tot het leger aanviel: verschillende demonstranten werden in koele bloede doodgeschoten. Er werden lichamen gevonden in verschillende steden. De gebeurtenissen van 22 september 2017 werden het sluitstuk van de woede. Mensen begonnen te geloven in de gewapende opstand. Het idee was dat we ons moesten beginnen verdedigen tegen de regeringstroepen. Ook ikzelf ben vanaf die dag de gewapende opstand beginnen verdedigen. De ADF bestonden al langer, maar is op die dag volwassen geworden.

Uit het rapport van Human Rights Watch

Vluchtelingen in Northwest Region, april 2018

Vanwaar die hevige reacties van de regering?

Marc Bareta: Het is een karaktereigenschap van het regime van Biya om geweld in te zetten om bepaalde zaken te regelen. Toen in de jaren negentig de belangrijkste oppositiepartij ontstond, de SDF, werden er ook mensen doodgeschoten.

Nu ook: onze eisen voor federalisme en later separatisme veroorzaken zoveel woede bij de regering, dat ze het als een regelrechte provocatie beschouwen. In hun ogen is extreem geweld daarvoor het gepaste antwoord.

In welke mate komen de bevelen om dorpen plat te branden van Biya zelf? Geeft de president die directe bevelen, of heeft hij zijn eigen leger niet in de hand?

Marc Bareta: Biya is al heel lang aan de macht, 36 jaar, en dat heeft hij vooral te danken aan het leger. Hij is heel voorzichtig om het leger niet voor de voeten te lopen, omdat hij weet dat hij zijn positie eraan te danken heeft. Daarom spendeert hij er ook zoveel geld aan – geen enkel departement krijgt meer geld dan het leger. Ik garandeer je: de dag dat hij de steun van het leger verliest, is het afgelopen met Biya.

Maar in welke mate Biya het directe bevel geeft om een specifiek dorp plat te branden, weet ik niet. Als opperbevelhebber van het leger is hij er in ieder geval verantwoordelijk voor. Hij weet dat dergelijke zware excessen plaatsvinden – hij heeft ze al één of twee keer omfloerst aangehaald in toespraken. Maar tegelijkertijd blijft hij ons terroristen noemen. Ik vermoed dat zijn orders vaag zijn. ‘Los het maar op’, dat soort van bevelen.

De blanke man heeft de staten gecreëerd. Niet voor het gemak van de mensen die het gebied bevolkten, maar voor zijn eigen gemak.

Waarom wordt er eigenlijk gevochten voor het behoud van het Engels, net zozeer als het Frans een koloniale taal?

Marc Bareta: Jammer genoeg zijn Afrikaanse staten en de talen die er gesproken worden het resultaat van kolonialisme. Dat is gewoon een feit. Het kolonialisme heeft vreselijke dingen teweeggebracht in Afrika. De blanke man heeft de staten gecreëerd. Niet voor het gemak van de mensen die het gebied bevolkten, maar voor zijn eigen gemak.

In Engelstalig Kameroen groeiden wij zo op in die Britse invloedssfeer: we hanteren de Common Law, we gebruiken het Angelsaksisch systeem van onderwijs. In Franstalig Kameroen zitten ze in de Franse invloedssfeer. Wij drinken thee, zij drinken koffie.

Dat zijn de feiten – we hebben het geaccepteerd als ons lot. Naast de lokale talen spreken wij Engels. Ambazonië zal de landsgrenzen hebben zoals die getekend zijn geweest door de kolonisator.

Maar vergis je niet, wij vechten niet voor een taal, maar voor onze identiteit. Wij voelen aan dat onze identiteit geabsorbeerd wordt door het Franstalige regime. Hier in België moeten jullie dat toch begrijpen? Het verschil is: in België is de talen- en identiteitskwestie goed geregeld. Als je van Gent bent en Nederlands spreekt, moet je zo goed als nooit naar Brussel om je persoonlijke zaken in het Frans te gaan regelen. Je kan les volgen in het Nederlands. Niemand zet een wapen tegen je hoofd omdat je Nederlands spreekt. Geen Belg die er dus om maalt. Maar als je in Engelstalig Bamenda woont, moet je voor alles naar de hoofdstad Yaoundé. Elk contact met de staat verloopt via Yaoundé, in het Frans. Als je geen Frans spreekt, ben je verloren. En sinds twee jaar branden ze onze dorpen plat en vermoorden er onze broers en zussen, alleen maar omdat we die onrechtvaardigheid aanklagen.

Maar vergeet ook niet dat de regering actief haar eigen milities opricht, om zo de gewapende strijd te compromitteren.

Er circuleren intussen veel berichten dat ADF-rebellen misbruik maken van de situatie om burgers te beroven.

Marc Bareta: Het klopt dat er sommige groepen zijn die er misbruik van maken. Maar vergeet niet dat we spreken over een oorlogszone. Waar geen wetten zijn, doet iedereen maar wat hij wil. Veel mensen hebben hun toevlucht gezocht tot afpersing en intimidatie. Als we lucht kregen van dergelijke wantoestanden, hebben we ze met Bareta News steeds aangeklaagd. Zo kunnen mensen op het terrein het ter plaatse onderzoeken en de schuldigen bestraffen.

Maar vergeet ook niet dat de regering actief haar eigen milities opricht, om zo de gewapende strijd te compromitteren. De strijd is succesvol, net omdat ze gedragen wordt door het volk. Die veer probeert de regering te breken, door valse rebellen te betalen om de bevolking lastig te vallen. De bedoeling ervan is dat de bevolking zich tegen de guerrilla keert.

Begin november werden er 79 schoolkinderen ontvoerd in een school vlakbij Bamenda. Op sociale media circuleren er geruchten dat die ontvoering een inside job van de regering zou zijn.

Marc Bareta: De nagel op de kop.

Zijn er bewijzen?

Marc Bareta: Ja. We hebben beeldmateriaal van die ontvoering bekeken. De ontvoerders spreken Frans! Achter de hoek van de betrokken school staat bovendien een legerbarak. Er werden geen schoten gelost. Hoe is dat mogelijk? Mochten het rebellen zijn geweest, was er geheid een vuurgevecht ontstaan. Bovendien hebben de rebellen de capaciteit niet om 79 schoolkinderen te ontvoeren. Daarvoor heb je grote camions nodig, en veel plaats.

Heb je trouwens gezien hoe snel het nieuws werd opgepikt, zelfs in de internationale media? Ik heb het zelfs hier in België op de radio gehoord! Het was een actieve poging van de regering-Biya om bepaalde zaken te framen.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

De volgende dag zou hij, op z’n vijfentachtigste, voor de zevende maal geïnaugureerd worden als president. Er waren amper buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders. En dan was er nog de dood van die Amerikaanse missionaris. Charles Wesco werd eind oktober doodgeschoten in een hinderlaag. Op sociale media gonsde het van de geruchten. Met die schoolkinderen had de regering een mooi afleidingsmanoeuvre om de aandacht ervan af te leiden. Knoeien met kinderlevens levert je geen sympathie op, dat besefte de regering heel goed. Zo wilden ze de parallel trekken met de door Boko Haram ontvoerde schoolkinderen in Chibok. Door die correlatie te maken, wilden ze de rebellen voor de internationale gemeenschap op hetzelfde niveau plaatsen als Boko Haram.

Het zijn zaken die de regering keer op keer probeert. De Minister voor Territoriale Administratie kaartte onlangs een filmpje aan waarin een Engelstalige separatist zogezegd menselijke beenderen aan het klaarmaken was om op te eten. In werkelijkheid werd dat filmpje opgenomen op een filmset in Nigeria. Waarschijnlijk wist hij dat effectief niet, maar hij heeft ook niet de moeite genomen om het te verifiëren. Laat staan om zijn fout nadien recht te zetten.

Uit het rapport van Human Rights Watch

Een dorp is verlaten na een overval door het leger. Northwest Region, april 2018.

Tegelijk verplichten de ADF-rebellen wel om de scholen in de Engelstalige regio gesloten te houden. ‘Don’t become our victim’, staat er op pamfletten waarop wordt aangeraden om niet naar school te gaan. Die pamfletten worden massaal verspreid in Engelstalig Kameroen.

Marc Bareta: ADF hanteert inderdaad een ‘no school policy’. Ze moeten gesloten blijven – daar is ADF-commandant Lucas Cho Ayaba zeer duidelijk over. Net omdat er tot nu toe geen enkele eis van de leraars werd ingewilligd, moeten ze gesloten blijven. Bovendien hanteren de ADF een ‘all or none’-logica. Ofwel krijgt iedereen kwaliteitsvol onderwijs, ofwel niemand.

Vergeet ook niet dat we opereren in een oorlogszone. Enkele weken geleden nog werden een leraar en een student dodelijk geraakt op de Universiteit van Bamenda. Het is simpelweg zeer gevaarlijk om naar school te gaan.

De rebellen sluiten de scholen, dat is een kwestie van veiligheid, maar ook van solidariteit.

Sommige kinderen gaan intussen al maandenlang niet meer naar school. Onderwijs lijkt me te belangrijk om zomaar af te schaffen.

Marc Bareta: Het is inderdaad zeer belangrijk. Iedereen heeft recht op onderwijs, maar het recht op leven gaat voor. Zonder leven kan je niet studeren.

Maar de situatie in Kameroen is momenteel zeer moeilijk. Kijk naar een land zoals Syrië. Zelfs daar wordt er in sommige gebieden onderwijs georganiseerd, maar alleen in gebieden die ofwel door de regering, ofwel door rebellen wordt gecontroleerd. Maar de situatie in Ambazonië is verschillend: er bestaan simpelweg geen gebieden die door één groep gecontroleerd worden. Gevechten vinden sporadisch plaats, maar kunnen letterlijk overal plaatsvinden. Mensen vluchten dus de jungle in, en dat betekent dat het zeer moeilijk is om onderwijs te organiseren. De rebellen sluiten de scholen, dat is een kwestie van veiligheid, maar ook van solidariteit.

Ik merk op dat een aantal belangrijke leiders van het verzet zich al jarenlang in het buitenland ophouden. U bevindt zich in België sinds 2012, Lucas Cho Ayaba stuurt zijn ADF-troepen aan vanuit een onbekende locatie ergens in Europa.

Marc Bareta: Dat klopt. Maar het doet er niet echt toe waar we ons bevinden. Ayaba vertrok al in de jaren negentig, na de protesten aan de Universiteit van Buea waar hij studeerde. Ik kwam als Masterstudent aan in België in 2012. Niemand die nu een belangrijke functie heeft, is de huidige situatie ontvlucht – we bevinden ons al jaren in het buitenland. De oorlog kwam ons letterlijk tegemoet. Wat ik denk is dat de leiders zouden terugkeren naar het moederland mochten er meer middelen zijn.

Het is de diaspora die deze oorlog financiert. Met het geld dat we inzamelen, worden vooral kogels gekocht.

De diaspora lijkt een cruciale rol te spelen in deze oorlog.

Marc Bareta: Inderdaad – het is de diaspora die deze oorlog financiert. We organiseren de steun voor ontheemden, voor vluchtelingen in Nigeria. En we sturen geld op zodat de rebellen zichzelf materieel kunnen uitrusten.

Waar komen de wapens vandaan?

Marc Bareta: De rebellen gebruiken voornamelijk jachtgeweren. Dat soort geweren wordt heel vaak gebruikt op het platteland en zijn te vinden bij veel Kameroenese huishoudens. Met het geld dat de diaspora opstuurt, worden vooral kogels gekocht. Af en toe worden er betere wapens buitgemaakt op het leger, zoals AK47’s. Maar zo’n tachtig procent van de gewapende rebellen beschikken over simpele jachtgeweren.

Zijn die wapens wel een partij voor het Kameroenese leger, dat door Amerikaanse en Israëlische troepen getraind wordt?

Marc Bareta: Je mag niet vergeten dat deze oorlog iedereen overvallen heeft. Het was Biya die de oorlog heeft verklaard – de mensen hadden geen andere keuze dan te gebruiken wat er beschikbaar was.

Waarom spreekt de internationale gemeenschap zich amper uit over dit conflict?

Marc Bareta: Belangen. Kameroen is een belangrijke bondgenoot van het westen. Het is Frankrijk dat Biya op zijn stoel houdt. In ruil geeft Biya alles wat de Fransen willen. Er is veel hypocrisie in deze wereld, economische belangen gaan voor mensenrechten. Kijk naar die Amerikaanse missionaris die werd doodgeschoten. Een witte, Amerikaanse staatsburger vindt een gewelddadige dood in een Afrikaans land. En Trump tweet er zelfs niet over? Beeld je eens in wat er gebeurd zou zijn, mocht die Amerikaan zijn omgekomen in Iran, of Noord-Korea? Het zou een internationaal schandaal zijn.

Maar de internationale gemeenschap wil Kameroen te vriend houden. Het is er op politiek vlak relatief stabiel in vergelijking met de buurlanden, de bodem barst van de grondstoffen, en de ligging is zeer strategisch in de Golf van Guinea.

Je schreef onlangs triomfantelijk op Facebook, op een bericht dat de dood van twee Kameroenese soldaten aankondigde: ‘another two mad dogs sent to hell’. Pook je de haat zo niet op tussen beide kampen?

Marc Bareta: Die terminologie behoort intussen tot de omgangstaal. Kijk, Biya noemt ons terroristen en honden. Mede door die taal kijkt het leger op die manier naar ons. Onze dorpen worden platgebrand, onze broers en zussen vermoord. Die soldaten gedragen zich niet anders dan als maffe honden. Het zijn zij die het geweld aanwakkeren door hun acties.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Je woont als sinds 2012 in België. Je moeder werd al in april 2018 gedurende enkele dagen opgesloten. Vrees je de lange arm van Biya?

Marc Bareta: Ik vrees dat de Kameroenese regering op een gegeven moment zou beginnen samenwerken met Frankrijk, en dat ze me hier in België komen ontvoeren. Ze kunnen me zo in een auto trekken wanneer ik hier in Gent over straat wandel. Daarom kom ik amper buiten en ga nauwelijks naar vergaderingen. Ik kook voor mezelf – ik zou vergiftigd kunnen worden. Ik ben zeer voorzichtig. Dat is waarom het voor jou zo lang duurde om tot bij mij te geraken.

Een daverende lach schalt over de intussen donkere winkelstraat.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur