Meer mijnbouw zorgt niet voor minder armoede

De niet aflatende vraag naar grondstoffen heeft in Latijns-Amerika de afgelopen twee decennia een zoveelste aderlating op gang gebracht. Opmerkelijk is dat zogenaamd linkse regeringen zich evengoed storten op de ontginningsrage als de rechtse formaties. ‘Om de armoede te bestrijden’, heet het. Maar is ontginning van natuurlijke rijkdommen de beste manier om armoede te bestrijden? Broederlijk Delen werpt deze vraag op in hun campagne die vorige woensdag van start ging. MO* vroeg het aan Eduardo Gudynas, gerenommeerd onderzoeker bij de denktank CLAES (Centro Latino-Americano de Ecología Social) in Montevideo, Uruguay.

  • Eduardo Gudynas: 'De huidige regeringen zitten helemaal vast in een ontwikkelingsstrategie gebaseerd op natuurlijke rijkdommen.'

In Latijns-Amerika spreekt men vandaag niet zozeer over ontginningen maar wel over “extractivisme”. Wat is het verschil?

Eduardo Gudynas: Het gaat echt over het ontginnen van natuurlijke rijkdommen op grote schaal, specifiek gericht op de globale markt. Door de hoge vraag naar mineralen, grondstoffen en landbouwproducten is dit in Latijns-Amerika een economisch succes geworden.

Deze nieuwe cyclus van economische expansie in de 21ste eeuw heeft natuurlijk ook alles te maken met de bereidheid van die regeringen om de rol op te nemen van het bevoorraden van die globale markt.

Het opmerkelijke is dat ook in landen waar linkse regeringen aan de macht zijn, zoals Ecuador of Bolivia, die weg gevolgd wordt, net zoals in landen met meer conservatieve regeringen zoals Peru en Colombia.

Eduardo Gudynas: Dat klopt. Traditioneel beschouwde links dit soort van enclave-economieën, gericht op export van grondstoffen, als een teken van achterlijkheid. Links stelde altijd de commerciële ondergeschiktheid aan de internationale markt in vraag. Vandaag benadrukken ook de linkse regeringen die relatie met de globale markt, ze zoeken die zelfs op.

Wat is het verschil in het beleid omtrent die ontginningstrategie?    

Eduardo Gudynas: In de zogenaamd linkse regeringen die het voorbije decennium aan de macht zijn gekomen, is er een grotere rol weggelegd voor de staat. Traditioneel gezien waren de ontginningsactiviteiten steeds in handen van transnationale bedrijven. De staat beschermde op de eerste plaats de belangen van de investeerder en verzekerde het functioneren van die bedrijven, in ruil voor de conventionele royalties. In Bolivia of Ecuador vandaag speelt de staat een grotere rol, heeft meer gewicht in onderhandelingen en om beslissingen te nemen. De royalties zijn hoger en een deel van de opbrengsten wordt geïnvesteerd in sociale programma’s en dat maakt een groot verschil.

Men hanteert dan ook altijd het discours dat die ontginningen nodig zijn om de sociale programma’s overeind te kunnen houden. Er wordt een rechtstreekse link gelegd tussen ontginning en de strijd tegen armoede. Dat is een groot verschil met het beheer in het verleden.

Martin St-Amant (CC by-sa.0)

‘Brazilië is het land geworden met de grootste export van mijnbouwproducten, meer dan de Andeslanden samen.’

Men hanteert  het discours dat die ontginningen nodig zijn om de sociale programma’s overeind te kunnen houden.

In hoeverre zijn de relaties met de transnationale bedrijven wezenlijk veranderd?

Eduardo Gudynas: De maatregel die Evo Morales bijvoorbeeld nam bij zijn aantreden was geen nationalisering van iets wat geprivatiseerd was. Olie en gas waren ook onder de vorige regeringen eigendom van de staat. Morales heeft wel de contracten met de bedrijven veranderd. In plaats van concessies voor ontginning uit te reiken aan bedrijven, blijft de controle over dat gebied in handen van de staat, en sluit men contracten af met verschillende buitenlandse bedrijven voor specifieke dienstverlening. Het is een vorm van uitbesteding waarbij de staat de controle behoudt.

Maar de situatie verschilt van land tot land. In Bolivia, Ecuador en Venezuela heeft de staat een sterkere controle uitgebouwd over de olie-ontginningen maar niet over de mijnbouw. Argentinië heeft een grotere controle op de agro-industrie door hogere belastingen op de export te heffen, maar niet over de mijnbouw. Brazilië en Uruguay, ook eerder linkse regeringen, hebben geen enkele van hun sectoren genationaliseerd.

In hoeverre zijn de relaties van afhankelijkheid daarin echt veranderd? Dat hangt er van af hoe je die afhankelijkheid invult. Een van de belangrijkste kenmerken van het “extractivisme” is dat je je petroleum of mineralen verkoopt  op de globale markt. Hoe sociaal of progressief je ook bent als regering, je kan niet anders dan de regels van die markt aanvaarden als je wil verkopen. En dat is een van de grote problemen van deze regeringen, die uiteindelijk wel de regels van de globalisering hebben aanvaard. In eigen land wordt die strategie dan gekoppeld aan een discours van sociale politiek.

U noemt het “een discours”. Er staat toch ook wezenlijk een sociaal beleid tegenover?

Eduardo Gudynas: In Bolivia is er een duidelijke link in concrete projecten. Daar heb je een “directe belasting op de ontginning van olie en gas”, de Impuesto Directo a los Hidrocarburos (IDH). Maar in andere landen gaan de opbrengsten direct naar de staatskas.

Het aandeel van sociale projecten in de totale begroting is erg klein in verhouding tot het bnp. Over enkele weken verschijnt ons boek waarin we precies onderzocht hebben welk percentage van de totale begroting er naar de speficieke sociale projecten gaat. Bovendien hebben ook landen als Peru, Colombia of Mexico zulke sociale programma’s opgezet. Het aandeel van de totale begroting dat naar programma’s voor armoedebestrijding gaat, is gemiddeld niet groter dan 0,40 procent van het BNP, zo’n 2 procent van het totale pakket voor sociale uitgaven. Alleen in Ecuador is het meer dan 1 procent.

Aandeel totale begroting besteed aan armoedebestrijding, 2009. Gasto en programas de transferencias condicionadas en porcentaje del PBI. Países seleccionados, hacia el año 2009, basado en Cecchini y Martínez, 2011.

Waar gaan die meerinkomsten dan wel naartoe?

Eduardo Gudynas: De staat, die onder deze regeringen heel sterk is uitgebouwd, slokt heel veel geld op. Er is in die landen nog steeds een groot probleem van het inefficiënt aanwenden van publieke middelen. De uitgaven voor een al te logge bureaucratie zijn zeer hoog en voor een groot deel overbodig. Een goed argument tegen het betoog dat dit geld uit de grondstoffen zo nodig is, is de geldverslindende administratie.

Een goed argument tegen het betoog dat dit geld uit de grondstoffen zo nodig is, is de geldverslindende administratie.

Waar ziet u alternatieve pistes behalve het ontginnen van natuurlijke rijkdommen om iets aan de armoede te doen?

Eduardo Gudynas Dat is precies wat wij met ons onderzoek willen nagaan. Landen als Bolivia of Ecuador hebben belangrijke hervormingen doorgevoerd en hebben wel degelijk alternatieve bronnen van inkomsten. Er zijn inkomsten uit belastingen en de economie is gediversifieerd.

Het is ook belangrijk een analyse te maken van de uitgaven van de staat en te zien hoe de handelsbalans is samengesteld. Hoeveel vaten olie en tonnen mineralen moet ik uitvoeren in een land als Bolivia, Ecuador of Peru om een auto uit China te kunnen invoeren? Dat is een niet-duurzame en onhoudbare handelsstructuur. Waarom kunnen we in de Andes geen eigen auto’s fabriceren, die uiteindelijk minder energie incorporeren?

Wij hebben grondstoffen waarvan de overgrote meerderheid wordt ontgonnen voor export. Tegelijk blijven er schrijnende situaties bestaan. In Bolivia en Paraguay bijvoorbeeld is nog steeds een groot deel van de bevolking ondervoed, terwijl die landen landbouwproducten uitvoeren. De strategie die wij voorstellen is: laat ons die landbouwproducten op de eerste plaats gebruiken om het hongerprobleem in ons continent op te lossen vooraleer we leveranciers worden voor de globale markt.

De regering Morales heeft dat probleem dus niet opgelost? Ook Brazilië niet, met de sociale programma’s die Lula invoerde?

Onder Lula heeft Brazilië een proces van des-industrialisering ingezet.

Eduardo Gudynas: In tegendeel. De regering van Lula en Brazilië op dit ogenblik heeft het grootste subsidiesysteem van Latijns-Amerika, zelfs één van de grootste van de wereld en dat gaan dan over subsidies aan de agro-industrie, niet aan de kleine boer. Velen kijken naar Brazilië als een na te volgen model als een land uit het Zuiden dat zich ontwikkelt. Maar het beeld dat men daarvan heeft opgehangen is vertekend, onder meer door media zoals The Economist.

Onder de regering Lula is de export van grondstoffen en landbouwproducten gestegen en is het aandeel van de industrie gedaald. Onder Lula heeft het land een proces van des-industrialisering ingezet. Brazilië is het land geworden met de grootste export van mijnbouwproducten, meer dan de Andeslanden samen. Er heeft zich echt een re-primerisering voorgedaan. (terugkeer naar een economie van de primaire sector). Intussen worden de controles op milieuovertredingen steeds lakser, de boswet is hervormd. Milieubewegingen zijn van mening dat het milieubeleid onder Dilma Rousseff het slechtste is sinds de terugkeer naar de democratie.  

Mujica, president van Uruguay en een idool voor links in Europa, was als minister van landbouw de grote promotor van de introductie en verspreiding van ggo’s op het platteland in Uruguay. En nu hij president is, introduceert hij hier de mega-mijnbouw. Maar als je Mujica vergelijkt met Rajoy in Spanje, dan heb ik wel veel liever Mujica.

© Sarah Vandoorne

De Cerro Rio mijn in Bolivia.

Pleit u voor een stop voor de ontginningen?

Eduardo Gudynas: Wij zijn niet tegen de internationale handel in natuurlijke rijkdommen. We willen ook helemaal niet stellen dat al die grondstoffen in de grond moeten blijven. Wel willen we de vraag opwerpen: waarom gaan we al die grondstoffen op zo’n grote schaal ontginnen? Voor ons is de eerste prioriteit voor de ontginning van natuurlijke rijkdommen dat dit zou gebeuren om aan de noden van Latijns-Amerika te voldoen. Eerste prioriteit is dus de regionale markt, niet de hele wereld. Als we naar de behoeften aan olie en gas en mineralen alleen voor Zuid-Amerika kijken, dan zijn die klein, vergeleken met wat we uitvoeren. Die keuze zou al heel wat minder druk zetten op de natuur en op de lokale gemeenschappen. En de grondstofvoorraden zouden veel langer meegaan.

Rafael Correa zou dan ook beter zijn bureaucratie hervormen, in plaats van geld te gaan lenen in China en zich in de schulden te werken om de sociale programma’s overeind te houden?

Eduardo Gudynas: Een conclusie die zich hier de jongste maanden steeds meer opdringt in het publieke debat over dit thema, is dat de strategie van deze zogenaamd linkse regeringen -om ontwikkeling te willen brengen door je in te werken in de globale markt met de ontginning van natuurlijke rijkdommen- niet langer als “links” kan bestempeld worden. De term die hiervoor opgang maakt is “progressisme”. Deze regeringen zijn niet neoliberaal, niet conservatief, maar ook niet links.

Een kenmerk van de progressieve regeringen is dat ze armoede enkel als een economisch gegeven begrijpen. In hun ogen kan armoede opgelost worden met een verhoging van het salaris en met maandelijkse steunpakketten. Maar in het concept van de traditionele sociale bewegingen houdt rechtvaardigheid en strijd tegen de armoede veel meer in dan enkel de economische dimensie. Het heeft ook te maken met rechten, met toegang tot huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg, met erkenning. En deze niet-economische dimensies verdwijnen onder het progressisme uit het oog. Het progressisme hanteert een idee van gerechtigheid dat heel erg gereduceerd is en enkel nog focust op economische herverdeling.

Een kenmerk van de regeringen van het “progressisme” is dat ze armoede enkel als een economisch gegeven begrijpen.

Het ideaal is dan toegang verlenen tot de shoppingmalls, zoals je ze overal ziet verrijzen van Brazilië over Peru tot Ecuador.

Eduardo Gudynas: Inderdaad, dat is wat veel mensen zich dan ook voorstellen bij “welzijn”: kunnen deel uitmaken van de consumptiemaatschappij. De achterliggende visie op ontwikkeling is een erg gereduceerde visie, herleid tot inkomen en consumptie. En democratie wordt herleid tot het electorale proces van om de vier jaar uw stem uit te brengen. Verder wordt je geacht te zwijgen.

Een aantal fundamentele problemen blijven intussen onopgelost. De belangrijkste onopgeloste problemen zijn het geweld in de steden van Latijns-Amerika, de complete verwaarlozing van het middelbaar onderwijs en de manier waarop er omgegaan wordt met de inheemsen en het milieu.

Deze regeringen zijn ook zeer intolerant ten aanzien van kritiek op hun beleid. Protesten worden gecriminaliseerd. Hoe verklaart u dat?  

Eduardo Gudynas: Deze ontwikkelingsstrategie, gebaseerd op extractivisme, gaat haast overal gepaard met een sterke sociale en ecologische impact en met ernstige schending van de mensenrechten. Lokale gemeenschappen protesteren daartegen, en de enige manier voor de regering om hierop te reageren -als ze haar strategie niet wil herzien- is ofwel het manipuleren ofwel het monddood maken van de lokale gemeenschappen.

Het zijn democratieën geworden met een zeer sterk controlerend karakter, die heel sterk afhangen van de figuur van de president en waar de rechten van de burgers ernstig aan banden worden gelegd. Als daar over enkele jaren een rechtse regering aan de macht komt, heeft die alle manoeuvreerruimte want het democratische gehalte in de samenleving is heel erg verzwakt.

Friedrich-Ebert-Stiftung Ecuador FES-ILDIS (CC BY-NC 2.0)

‘In Zuid-Amerika groeit momenteel het inzicht dat een ontginningsbeleid van een links-progressieve regering even nefast is als een ontginning in handen van privébelangen.’

Wat ziet u op dit moment als de belangrijkste opdracht van de civiele samenleving, gezien deze context?

Eduardo Gudynas: De civiele samenleving heeft een fundamentele taak te vervullen. In al deze landen van Zuid-Amerika groeit momenteel het inzicht dat “links” en “progressief” niet hetzelfde zijn en dat een ontginningsbeleid van een links-progressieve regering even nefast is als een ontginning in handen van privébelangen. De regeringen van Brazilië, Uruguay en Argentinië eind de jaren negentig- begin 2000 waren ook zeer grote voorstander van het radicaliseren van de democratie, door volksraadplegingen over van alles en nog wat, participatieve budgetten, kortom een heel actieve democratie. Maar eenmaal aan de macht, werd dit allemaal weer ingekrompen. Hier in Uruguay is er een burgerbeweging tegen de mega-mijnbouw maar de eerste om zich te verzetten tegen een referendum hierover is president Mujica, die een openlijke verdediger is van dit project. In Ecuador gebeurde hetzelfde met Yasuní.

Intussen debatteren we hier in de landen van Zuid-Amerika over “wat is ontwikkeling”, niet in de betekenis van hoeveel moet het minimumloon bedragen of toegang tot huisvesting. Het gaat veel fundamenteler over hoe zie ik dat concept en wat is ontwikkeling? Dit debat sluit aan bij het zoeken naar “het goede leven”. De invulling daarvan ligt voorbij de klassieke concepten van modern of westers en is essentieel verbonden aan de bijdrage van de inheemse volkeren aan deze nieuwe invulling.

Dat is een weg van lange adem. Wat baart u op dit moment, op de korte termijn, het meeste zorgen?

Nu de grondstofprijzen dalen, wil men nog intenser gaan ontginnen om de inkomsten op hetzelfde niveau te houden.

Eduardo Gudynas: De huidige regeringen zitten helemaal vast in deze ontwikkelingsstrategie gebaseerd op natuurlijke rijkdommen. Wat me daarbij het meeste zorgen baart, is dat nu de grondstofprijzen dalen, het antwoord is om nog intenser te gaan ontginnen om de inkomsten op hetzelfde niveau te houden.

De druk neemt toe, de sociale en milieu-impact wordt groter, nog grotere risico’s voor schendingen van mensenrechten. De lokale gemeenschappen van boeren en inheemsen zijn hier de eerste slachtoffers van. Het gaat hierbij trouwens niet alleen om een fysieke druk en dreiging dat het mijnbedrijf jouw grond komt inpikken. Het gaat ook om een strijd om de ideeën, om de visie van mensen, om het geloof in dit ontwikkelingsmodel.

Wat we vandaag meemaken is een nieuwe fase, een poging om het laatste deeltje dat nog gevrijwaard bleef, ook te koloniseren, vooral dan de wereld van de inheemsen en hun niet-mercantiele visie op het bestaan, een ideeënwereld die niet ingepalmd is door de markt, door het vooruitgangsdenken. Het is een strijd om de ziel en het geloof van mensen, vooral in de inheemse gemeenschappen. En dat leidt steeds meer tot een nieuw soort spanningen in de wereld van de inheemsen. Je ziet inheemse leiders die het extractivisme steunen; dit gaat niet om politieke postjes of benoemingen, maar het is een dispuut tussen verschillende wereldbeelden, tussen verschillende manieren om een  invulling te geven aan wat kwaliteit van leven is. Overal zien we vandaag hoe dit “progressisme” de rechten van de inheemsen schendt en overal zien we hoe er conflicten ontstaan in die gemeenschappen omwille van het spanningsveld tussen die twee ontwikkelingsparadigma’s.

Vandaag maken we een volgende fase van kolonisering mee, een strijd om de ziel en het geloof van de mensen.

En wat is de boodschap voor ons, in het Westen?  

Eduardo Gudynas: Wij zijn natuurlijk gevormd in deze westerse concepten, het is heel moeilijk om afstand te doen van wat we begrijpen als “moderniteit”. We kunnen dat ook alleen maar met de hulp van de inheemsen, maar nog maar heel weinigen van hen leven buiten die moderniteit. We moeten elkaar in dit proces bij de hand nemen en samen de weg gaan. Wij willen daar met ons Centrum aan werken om die weg voor Latijns-Amerika te banen.

Broederlijk delen vraagt zich af of het ontginnen van natuurlijke rijkdommen de beste manier is om armoede te bestrijden. Deze vraag is een onderdeel van hun campagne “Marco is een boer en wil dat blijven” die vorige woensdag van start ging.

Op donderdag 5 maart vindt in de Zebrastraat in Gent een Mondiaal Café plaats over de grondstoffenproblematiek. Meer info vind je hier. Inschrijven kan via info@mo.be.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.