Navi Pillay: 'Uitstel van gelijkheid resulteert in verspilde levens'

Zaterdaginterview

Nationale wetten moeten in overeenstemming zijn met internationale afspraken, zeker als het gaat over kwetsbare minderheden. Met dat principe in het achterhoofd roept voormalig VN-Hoog Commissaris voor Mensenrechten Pillay de Europese regeringen op hun eigen waarden, normen en instellingen niet los te laten.

  • CC UN Geneva (CC BY-NC-ND 2.0) 'Discriminatie van minderheden is een realiteit in heel veel landen van de wereld, op alle continenten. Dat is onaanvaardbaar en elke staat heeft de verplichting om daartegen op te treden.' CC UN Geneva (CC BY-NC-ND 2.0)
  • © Michelle Muus 'De overheid moet niet wachten tot er geweld plaatsvindt, maar moet alert genoeg zijn om tijdig te reageren.' © Michelle Muus

Navanathem Pillay wordt wereldwijd erkend als een gezaghebbende stem als het over mensenrechten gaat. Ze was dan ook gedurende zes jaar de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten. Daarvoor was ze rechter bij het Rwandatribunaal in Arusha, waar ze onder meer aan de basis lag van een uitspraak die verkrachting in bepaalde gevallen erkende als genocide, en acht jaar later werd ze gekozen tot een van de eerste rechters bij het Internationaal Strafhof in Den Haag.

‘Ik ben rechter geweest in een gebouw dat ik daarvoor niet eens mocht betreden’

Niet slecht, voor de dochter van een buschauffeur in Zuid-Afrika, toen Indiërs nog gescheiden moesten leven van blanken en zwarten. ‘Ik heb apartheid beleefd, maar ik heb haar ook beëindigd gezien. Ik ben rechter geweest in een gebouw dat ik daarvoor niet eens mocht betreden’, antwoordt Pillay op de vraag of ze de mensenrechten vooruit ziet gaan.

‘De Duitse regering heeft beslist én gecommuniceerd dat ze principes van het proces van Nurenberg erkent en wilt toepassen. Dat is historisch en het tekent de enorme vooruitgang die er sinds de tweede wereldoorlog gemaakt is op vlak van mensenrechten, verantwoording, respect voor de rechtsstaat en transparantie.’

Deze week kreeg Navi Pillay een eredoctoraat aan de Erasmusuniversiteit van Rotterdam. Naar aanleiding daarvan had MO* een gesprek met haar.

© Michelle Muus

‘De overheid moet niet wachten tot er geweld plaatsvindt, maar moet alert genoeg zijn om tijdig te reageren.’

‘Laat door de tijd geteste wetten en instellingen niet los’, zegt u in de toespraak die helemaal focuste op de behandeling van migranten en vluchtelingen in Europa. Heel wat Belgische en Europese politici pleitten het voorbije jaar net om de Conventie van Genève voor de bescherming van vluchtelingen te herzien of gewoon te verlaten, omdat ze niet meer aangepast zou zijn aan de realiteit van vandaag.

Navi Pillay: Ik zie niet meteen een reden om die Conventie aan te passen, laat staan om haar te schrappen. Het klopt dat de aanpak van asielzoekers die voorzien is in de Conventie eerder op individuele gevallen en doorlichting gericht is, en niet op de massale aantallen van vorig jaar. In principe moet voor elke asielzoeker nagegaan worden of hij of zij voldoet aan de  voorwaarden voor erkenning en bescherming die de Conventie voorziet. Wie daar niet onder kan vallen, zijn terroristen of mensen die veroordeeld zijn voor ernstige misdaden of geweld.

‘Ik zie niet meteen een reden om de Conventie van Genève aan te passen, laat staan om haar te schrappen’

Die procedure is “door de tijd getest” en landen hebben er enorm veel kennis en competentie over opgebouwd. Daar moet je zorgvuldig mee omgaan. Er is ook behoorlijk wat jurisprudentie gebeurd rond de Conventie waardoor die duidelijker geworden is en tegelijk evolueerde in de tijd.

Zo zijn er uitspraken die stellen dat meisjes die lijden onder Vrouwelijke Genitale Verminking en het trauma dat daarmee samenhangt, moeten kunnen rekenen op bescherming onder de Conventie van Genève. Andere principes uit de Conventie, zoals over gedwongen terugkeer, zijn opgenomen in Europese regelgeving en nationale wetten, en zijn daardoor de belichaming geworden van de normen en waarden van de bevolking.

Kan het dat de komst van grote aantallen vluchtelingen toch noopt tot een nieuwe aanpak en het herinterpreteren van de afspraken?

‘Je ziet voor je eigen ogen waarom en waarvan al die mensen op de vlucht zijn, je hoeft dat niet op individuele basis na te trekken.’

Navi Pillay: Er komen vandaag inderdaad grote vluchtelingenstromen vanuit landen als Irak, Syrië en Afghanistan toe in Europa, waardoor de individuele benadering voor die mensen niet meer werkt.

Maar dat is voor de Vluchtelingenorganisatie van de VN geen nieuwe situatie. We kennen dat van bijvoorbeeld Somalië, of vandaag van Burundi.

Op zulke momenten werken we met prima facie bewijs: je ziet voor je eigen ogen waarom en waarvan al die mensen op de vlucht zijn, je hoeft dat niet op individuele basis na te trekken.

Kortom: het bestaande raamwerk van internationale conventies en afspraken bestaat en moet volledig toegepast worden.

Een in de tijd beperkte beschermingsstatus en dus ook zonder permanente verblijfsvergunning voor een grote groep in plaats van erkenning van individuen, valt dat binnen de afspraken?

Navi Pillay: Dat kan in elk geval op korte termijn een humane behandeling zijn van een grote groep mensen in nood. Rechters die zich bezighouden met vluchtelingenrecht moeten overal ter wereld het juiste evenwicht zoeken tussen vasthouden aan de afspraken en aanpassen aan de omstandigheden. Toetssteen is natuurlijk de bescherming van mensen in kwetsbare situaties.

Als advocate hebt u uiteraard een heel leven geijverd voor wetten die mensenrechten moeten beschermen. Maar kan de wet tegelijk het recht op vrije meningsuiting en overtuiging garanderen én het recht om niet gediscrimineerd te worden, in een context van toenemende xenofobie en sektarisme?

Navi Pillay: De norm is de nationale wetgeving –in zoverre die in overeenstemming is met de internationale verdragen die daarover afgesloten en ondertekend werden. De Universel Verklaring van de Rechten van de Mens en de daarna gekomen conventies vormen het raamwerk.

‘De norm is de nationale wetgeving –in zoverre die in overeenstemming is met de internationale verdragen’

Die internationale referentie is van groot belang, dat hebben wij in Zuid-Afrika zeer goed ervaren. Ik ben opgegroeid onder de apartheidswetten, die discriminatie op grond van ras en etnische afkomst tot wet maakten.

Liefde tussen blank en gekleurd werd immoreel verklaard en buiten de wet gesteld. Dat soort wetten moet je dus niet volgen.

We moeten integendeel zorgen dat xenofobe aanvallen en aanslagen buiten de wet gesteld worden. De mensenrechtenwetten zijn zonder meer duidelijk: je kan geen mensen of groepen uitsluiten of discrimineren. Iedereen heeft gelijke rechten.

Gebruik van geweld kan niet onder de wet, dat is duidelijk. Maar kunnen xenofobe of discriminerende overtuigingen ook gecriminaliseerd worden?

Navi Pillay: De prioriteit is de bescherming van vrijheid van meningsuiting. Mensen en media moeten de vrijheid hebben om vrij van gedachten te wisselen en van mening te verschillen. Artikel 9 van de Conventie over Burgerlijke en Politieke Rechten stelt dat elke staat de verplichting heeft de vrijheid van meningsuiting te garanderen. Maar die vrijheid is niet absoluut.

‘De staat kan en moet de vrijheid van meningsuiting beperkten zodra die oproept tot geweld of geweld uitlokt’

Er zijn andere zaken die wel absoluut zijn, zoals het verbod op folteren. Dat is onder geen beding toegestaan, ook niet als je het wettelijk zo lijkt te regelen dat het uitzonderlijk is of enkel om informatie in te winnen.

De staat kan en moet de vrijheid van meningsuiting beperkten zodra die oproept tot geweld of geweld uitlokt. Ook hate speech wordt niet getolereerd onder de vrijheid van meningsuiting. Dat was een heel duidelijke uitspraak van het Rwanda Tribunaal waaraan ik meegewerkt heb. De eigenaars van het radiostation Mille Collines en van een krant werden schuldig bevonden aan genocide voor de haatpropaganda die ze verspreidden.

Er zijn dus wel degelijk momenten waarop een mening een misdaad wordt en dus verboden of beperkt moet worden.

De wettelijke afspraken daarrond zijn duidelijk. Bovendien zouden politici niet moeten kapitaliseren op de angsten van mensen.

Ook hier weer de vraag: kan of mag je politici verbieden om dat soort uitspraken te doen?

Navi Pillay: Neen, maar ze hebben wél een verantwoordelijkheid en daar moeten ze op gewezen worden. Hetzelfde geldt overigens voor media. Het punt is dat meningen altijd getoetst moeten worden aan feiten.

Er zijn Europese landen (waaronder België, nvdr) waarin het tegen de wet is om te ontkennen dat de holocaust heeft plaatsgevonden. In de VS oordeelde een rechter op een bepaald moment dat het niet toegestaan is om in je tuin een kruis in brand te steken, omdat dit zo zwaar beladen is door het gebruik van dat symbool door de blanke supremacisten in de periode van slavernij en segregatie. En in Zuid-Afrika werd hate speech tegen zwarten na het verdwijnen van de apartheid ook als een crimineel vergrijp geklasseerd.

CC UN Geneva (CC BY-NC-ND 2.0)

‘Discriminatie van minderheden is een realiteit in heel veel landen van de wereld, op alle continenten. Dat is onaanvaardbaar en elke staat heeft de verplichting om daartegen op te treden.’

Je hoort in Europa steeds vaker dat vrijheid van meningsuiting niet beperkt, maar beschermd moet worden –met name door beperkingen op te leggen aan de vrijheid van godsdienst, en met name aan de vrijheid van moslims om hun geloof te belijden en te beleven.

Navi Pillay: Het is uiteindelijk aan rechters om uit te maken of bepaalde uitspraken het internationaal recht en de nationale wetten schenden of niet. Discriminatie van minderheden is een realiteit in heel veel landen van de wereld, op alle continenten. Dat is onaanvaardbaar en elke staat heeft de verplichting om daartegen op te treden.

‘Uitsluiting leidt uiteindelijk altijd tot conflict en geweld’

Uitsluiting leidt trouwens uiteindelijk altijd tot conflict en geweld, kijk maar naar Syrië. Bovendien schendt discriminatie niet alleen de rechten van de minderheden, maar ook de ontwikkeling van de samenleving als geheel.

De overheid moet niet wachten tot er geweld plaatsvindt, maar moet alert genoeg zijn om tijdig te reageren. In Zuid-Afrika hebben we gezien hoe het gebruik van sommige denigrerende termen voor zwarten of kleurlingen kan volstaan om een rel te veroorzaken. Telkens zwarten geassocieerd worden met apen, bijvoorbeeld door bananen te gooien of apengeluiden te maken, wordt de menselijkheid van een individu en een hele groep ontkend.

Daarop moet je niet meteen reageren met juridische beperkingen, maar wel met vorming, informatie, opvoeding tot respect en wederzijdse waardigheid. Want overdreven beperkingen van vrije meningsuiting is een kenmerk van onvrije en autoritaire samenlevingen, waar het vaak al volstaat om te zeggen dat je democratie wilt, om veroordeeld en opgesloten te worden. Sommige regeringen zijn al bang van het woord verandering.

U bent heel helder over de verantwoordelijkheden van overheden.Maar hoe zit het met de verantwoordelijkheid van burgerlijke of religieuze leiders die discriminatie verdedigen, bijvoorbeeld op basis van traditie of van hun lezing van heilige teksten. Wat doe je met levensbeschouwingen die duidelijk stellen dat vrouwen tweederangs zijn en in elk geval niet dezelfde rechten kunnen hebben als mannen?

Navi Pillay: Alle vormen van discriminatie moeten veroordeeld worden. Er zijn inderdaad heel wat landen, bijvoorbeeld in het Midden-Oosten, waar op basis van religieuze of culturele argumenten de rechten van vrouwen niet gerespecteerd worden. Of de gelijke rechten voor alle mensen, ongeacht hun seksuele oriëntatie.

Maar al die landen hebben wél de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens ondertekend, en daarin is zonder meer sprake van gelijkheid. Overheden in die landen moeten dan ook voortdurend herinnerd worden aan de engagementen die ze zelf aangegaan zijn.

Toen ik Hoog Commissaris voor de Mensenrechten was, bezocht ik zeven landen in de Golf, waarbij ik gelijkheid voor vrouwen op de agenda zette. Het antwoord dat ik kreeg, was dat overheden heel omzichtig te werk moesten gaan omwille van de aanwezigheid van religieuze extremisten in de bevolking.

‘Vrouwen hebben ook maar één leven hier op aarde. Uitstel van gelijkheid voor hen resulteert dan ook in verspilde levens.’

Mijn reactie daarop is dan weer dat de vrouwen waarover we spreken ook maar één leven hebben hier op aarde. Uitstel van gelijkheid resulteert dan ook in verspilde levens.

Maar het klopt wel dat er extremisten zijn die op eigen houtje zouden handelen als de regering te ver of te snel zou gaan in het garanderen van de gelijkheid die al lang afgesproken en vastgelegd werd in het Universele Verklaring. Er moet dus op beide fronten gewerkt worden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur