Vluchtelingen uit Venezuela, Afghanistan en Syrië getuigen over psychische problemen

‘Nooit had ik gedacht dat ik een vluchteling zou worden’

CC0

‘Luisteren naar het verhaal van de migrant kan ons dan weer meer empathie opbrengen voor de zoektocht van ons allen naar een thuis, een plek waar je je veilig, comfortabel en gerespecteerd voelt. Waar iedereen op het einde van de dag kan zeggen: ik hoor hier.’

Luisteren naar de verhalen van vluchtelingen, in hen geloven: het is geen abstract gegeven, maar een concrete leidraad voor alle mensen die vluchtelingen bijstaan in hun zoektocht naar een nieuwe toekomst. Want waar ze ook vandaan komen, de meeste vluchtelingen kampen met dezelfde psychische problemen. MO* had diepgaande gesprekken met drie vluchtelingen uit Syrië, Afghanistan en Venezuela, de landen die de top drie van nationaliteiten aanvoeren.

Luisteren naar de verhalen van vluchtelingen. Geloven in hun capaciteiten. Het klinkt ondertussen als een afgezaagd riedeltje, maar uit getuigenissen én praktijkvoorbeelden blijkt dat het nog altijd te weinig gebeurt. Dat ligt mee aan de basis van psychische problemen bij vluchtelingen en op die manier van hoge indirecte kosten voor de samenleving.

‘Het proces van thuishoren is een wederkerige oefening’, schrijft Sven Peeters, leerkracht bij het Centrum voor Volwassenenonderwijs Encora in de regio Antwerpen, in een reactie op een treffende column van de Eritrees-Ethiopische auteur Sulaiman Addonia in DS Weekblad.

‘Integratie is een proces dat nieuwkomer én Belgische burger moeten doorlopen.’

‘Addonia schrijft dat, als Europa naar de verhalen van zijn immigranten zou luisteren met dezelfde passie en aandacht die het aan zijn eigen verhalen geeft, het misschien de kracht zou vinden om iedereen op zijn grondgebied als gelijken te behandelen. Integratie is daarom een proces dat nieuwkomer én Belgische burger moeten doorlopen.’

‘In onze gesprekken met de Vlaamse minister van Samenleven Bart Somers over het nieuwe inburgeringsdecreet hebben we meermaals op die nagel geklopt. Als je nieuwkomers, bijvoorbeeld, verplicht vrijwilligerswerk laat doen – om de taal, cultuur en maatschappij te leren kennen – dan moet je als overheid ook de Belgische burgers aanzetten zich voor die nieuwkomers open te stellen.’

‘Om zo bereidwilligheid, openheid en mogelijkheid te creëren om een nieuwkomer betere kansen te geven om zijn nieuwe leven op te bouwen. Om zich sneller te kunnen thuis voelen.’

‘Luisteren naar het verhaal van de migrant kan ons dan weer meer empathie opbrengen voor de zoektocht van ons allen naar een thuis, een plek waar je je veilig, comfortabel en gerespecteerd voelt. Waar iedereen op het einde van de dag kan zeggen: ik hoor hier.’

MO* ging luisteren naar drie vluchtelingen uit Syrië, Afghanistan en Venezuela, de landen die de top drie van nationaliteiten aanvoeren.

Yamellis Josefina, Venezuela: ‘Hier viel mijn leven stil’

© Pieter Stockmans

Yamellis Josefina: ‘Nooit had ik gedacht dat ik een vluchteling zou worden. Je land verlaten, je eigen leven achterlaten, is zo moeilijk dat ik het niet kan uitleggen.’

Yamellis Josefina gaat ongemakkelijk zitten op een bankje in het Gentse Citadelpark. Als ze over haar oude leven begint te vertellen, stromen de tranen over haar wangen. ‘Nooit had ik gedacht dat ik een vluchteling zou worden. Je land verlaten, je eigen leven achterlaten, is zo moeilijk dat ik het niet kan uitleggen.’

Ze stopt me een papier in de handen, met deze woorden. Zorgvuldig bereidde ze een hele tekst voor, uit angst in een gesprek niet de diepte van haar gevoelens te kunnen uitdrukken.

‘In Venezuela was ik al twintig jaar lerares. Ik had een radioprogramma, coördineerde een recyclageproject voor jongeren, organiseerde gespreksavonden over boeken, noem maar op. Ik was een bezige bij. Hier viel mijn leven stil.’

Als een professionele wielrenner die opnieuw met wieltjes aan zijn achterwiel moet leren fietsen. Maar dan kwam de lockdown en was het alsof zelfs de wieltjes afbraken. Integratie is een moeizaam proces, maar plots was het niet eens een proces.

‘Ik heb geprobeerd. In de bibliotheek ging ik naar lezingen en probeerde ik mensen aan te spreken. Ik volgde schilderlessen. Maar door de lockdown viel alles weg. We verliezen die jaren van ons leven. Hoe kunnen we een taal leren en integreren zonder contact met mensen?’

Met een snotterneus vertelt Yamellis over haar droom van een normaal leven. Zich niet uitgesloten voelen, samen met Belgen Belgische maaltijden nuttigen, onze gedichten leren, onze muziek zingen. Worden wie ze was. In je eigen land en je vertrouwde omgeving leef je gewoon je leven. Als plots alles rondom anders wordt, word je je bewust van je anders zijn. Dan voel je dat je niet meer past in het plaatje.

Angst voor de toekomst

Vier jaar geleden vertrok Yamellis met haar echtgenoot en dertienjarige zoon uit Venezuela. ‘Twee keer kwam mijn echtgenoot in aanraking met gewapende mannen. Hij vreesde vermoord te worden. Op een dag waren we allebei op ons werk toen onze zoon me in paniek opbelde. “Mama, er staan gemaskerde mannen met moto’s buiten. Ze bonken op de deur.”’

‘Dat was voor ons de druppel. Ik wilde weg en liefst ver weg. Spanje? Dat vertrouwde mijn man niet. Hij zegt dat de Spaanse overheid goede relaties heeft met Venezuela. Onze angst zou overleven en ik wilde niet meer in angst leven.’

‘Tijdens onze eerste momenten in België voelde ik me beschermd. Maar daarna voelde ik een angst die ik tot dan toe nog nooit gevoeld had: angst voor de toekomst.’

Maar in België leerde Yamellis een nieuwe soort angst kennen: angst voor de toekomst. ‘Tijdens onze eerste momenten in het opvangcentrum, voelde ik me veilig en beschermd. Dat niemand ons nog zou vermoorden. Maar daarna voelde ik een angst die ik tot dan toe nog nooit gevoeld had.’

Het verdriet voelt ze het sterkst als ze aan haar zoon denkt. In haar brief toont ze een belangrijk zinnetje: ‘Een van de moeilijkste situaties is mijn zoon alleen zien, worstelen met school, steeds opnieuw proberen integreren, maar altijd gehecht aan zijn herinnering.’

Haar tranen stromen nu onophoudelijk. De jongen is inmiddels een puber van zeventien. Hij herinnert zich zijn oude leven, zijn vrienden, zijn familie. Het was een moeilijk jaar. Hij was niet geslaagd op school. Maar hoe moet een tiener een taal leren of geborgenheid vinden in een vriendengroep als hij geen enkele vriend of leerkracht mag zien door de lockdown?

‘Zijn hobby’s volleybal en cello stopten ook. Hij zit de hele tijd alleen thuis. Mijn hart breekt als ik hem zie. Nederlands leren ging heel traag. Hij worstelt ook met het cultuurverschil. In ons land zijn mensen opener, expressiever. Hij is heel sociaal. Maar hier klapte hij helemaal dicht.’

‘Het was niet zijn beslissing om te vertrekken. Hij moest ons volgen. Elke dag vraagt hij wanneer we terugkeren naar Venezuela. Hij wil zijn vrienden en oude leven terug. Zelfs als we ooit zouden terugkeren, zal niets nog hetzelfde zijn. Zijn leven van vroeger is weg.’

Tweede keer vrijheid verloren

De coronacrisis krijgt een speciale vermelding in Yamellis’ tekst. Opgesloten, weer teruggeworpen op het verleden, met weinig afleiding van de situatie in Venezuela, voelde het voor haar aan alsof ze de vrijheid een tweede keer verloor. Meer thuis, meer gekluisterd aan de schermen van smartphone en laptop, meer geconfronteerd met het nieuws van het thuisfront. En dat was een grote bron van stress.

‘Ik praat veel met mijn zussen en broer in Venezuela. Ze hebben veel problemen. Lange periodes hebben ze geen gas, geen elektriciteit. Ik zeg altijd dat alles goed gaat in België. Ik wil hun leven niet nog moeilijker maken door hen te belasten met mijn zorgen.’

‘Mijn man volgde dan weer het nieuws over Venezuela. Hij kon ’s nachts niet meer slapen. Twee uur per nacht en dan, ogen open. De huisarts zei dat hij het nieuws niet meer mocht volgen. Maar soms is het onvermijdelijk. Een stuk van ons is in Venezuela achtergebleven.’

‘Ik zeg altijd dat alles goed gaat in België. Ik wil hun leven niet nog moeilijker maken door hen te belasten met mijn zorgen.’

Op sommige momenten was deze gespletenheid haast onhoudbaar voor Yamellis. Twee jaar geleden overleden haar moeder en grootmoeder in Venezuela, terwijl zij in België was.

‘Ik ging er kapot van. Ik kon niks doen. Ik kon niet even de bus nemen naar mijn mama om te helpen.’

‘Het moeilijkste aan vluchteling zijn, is niet weten waar te gaan, wat te beslissen, geen plaats voor jezelf vinden. Ik wil leven, ik houd van het leven. Ik krijg hier een nieuwe kans, maar het is een proces van heel kleine stapjes.’

‘En ik ben al 38 jaar. Ik heb niet veel tijd meer. Hoe lang duurt het nog? Mijn sociaal assistent helpt me om werk te vinden als begeleider in de kinderopvang. Zij zeggen altijd dat ik geduld moet uitoefenen. De VDAB zegt dan weer dat ons Nederlands nog niet goed genoeg is. Mijn man doet vrijwilligerswerk. Hij deed al verschillende sollicitaties en interviews, maar altijd krijgt hij diezelfde reactie.’

Yamellis ging in op het aanbod van haar maatschappelijk assistent bij het OCMW om deel te nemen aan het programma Mind-Spring van het Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW) in Gent. Mind-Spring is een psychoeducatief groepsaanbod voor vluchtelingen. Het programma verhoogt de mentale weerbaarheid vanuit hun eigen kracht en helpt hen de toekomst aan te pakken.

‘Tijdens de gesprekken voelde ik dat vele anderen hetzelfde meemaken als ik. Mind-Spring gaf me de kans om alles van me af te gooien, om te vertellen wat ik voel. Daarna had ik minder stress.’

Abdulhalim Shirzai, Afghanistan: ‘Om in België een vrije vogel te zijn, heb je vleugels nodig’

© Pieter Stockmans

Abdulhalim Shirzai: ‘In de vakanties, toen mijn vrienden gingen feesten, was ik aan het studeren. Timmeren aan de toekomst.’

Abdulhalim Shirzai was vijftien toen hij zes jaar geleden in België aankwam. Voor veel van zijn landgenoten die als niet-begeleide minderjarige in ons land aankomen, is de weg hobbelig en moeizaam. Ze belanden vaak in uitzichtloze situaties.

Maar Abdulhalim studeert op dit moment bedrijfsmanagement aan de Arteveldehogeschool in Gent. Zijn droom is om als boekhouder te werken voor een groot bedrijf. Hij zal zich de periode in het kleine appartementje in een rijhuis aan de Oude Dokken te midden van de oude havenindustrie in Gent zeker herinneren.

Uitzichtloos is zijn situatie niet. Toch moest hij onderweg al heel wat obstakels overwinnen, niet in het minst de lage verwachtingen die onze samenleving doorgaans van jongeren als Abdulhalim koestert. Hij heeft daar zo zijn gedacht over: ‘Nieuwkomers zouden moeten aangemoedigd en gestimuleerd worden. Velen hebben wel degelijk veel kwaliteiten.’

Zijn tomeloze ambitie botste meer dan eens met die lage verwachtingen. Een mismatch tussen het beeld dat zij (of hun familie) van zichzelf hebben, en het beeld dat wij van hen hebben.

Vleugels

‘Toen ik pas aankwam in België, zat ik vol plannen. Maar de negativiteit van sommige leerkrachten zorgde ervoor dat mijn zelfvertrouwen afnam. In het Onthaalonderwijs voor anderstalige kinderen (OKAN) zei mijn leerkracht dat ik niet naar het algemeen secundair onderwijs (ASO) mocht. Ik zou het niet aankunnen, dachten ze, wegens mijn te lage kennis van de Nederlandse taal.’

‘Maar ik wil een hoge functie in de samenleving. En ik besef heel goed dat taal belangrijk is. Om in België een vrije vogel te zijn, heb je vleugels nodig. En die vleugels, dat is de taal.’

‘In de vakanties, toen mijn vrienden gingen feesten, was ik aan het studeren. Timmeren aan de toekomst.’

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

‘Mijn oudste broer heeft me aangemoedigd. In het middelbaar ging ik toch ASO volgen, in de studierichting economie talen. Ik studeerde af mét getuigschrift. Ik heb mezelf bewezen. In de vakanties, toen mijn vrienden gingen feesten, was ik aan het studeren. Timmeren aan de toekomst. Ik weet dat ik nu bepaalde zaken moet opofferen om het later beter te hebben. Als ik naar de leerkrachten had geluisterd in plaats van naar mezelf en mijn familie, zou ik nu niet op weg zijn naar mijn ambitie.’

Abdulhalim’s koppigheid en sterke wil brachten hem tot waar hij vandaag staat. Van die gebrekkige talenkennis is weinig te merken. Hij antwoordt, met West-Vlaamse tongval, in een haast perfect Nederlands en met een verbazingwekkend rijke woordenschat.

Het kostte wel opoffering en grote moeite. Meer dan eens strooide zijn vluchteling-zijn roet in het eten. ‘In het begin was ik hier alleen. Mijn beide ouders waren nog in Afghanistan. Het was erg moeilijk om voortdurend de beelden uit mijn land te zien, of te horen over de moeilijke situatie van mijn familie, en tegelijkertijd te focussen op mijn eigen toekomst in België. Mijn Facebookpagina heb ik verwijderd. Ik kon er niet meer tegen om in twee werelden te leven.’

‘In het leven van een vluchteling zijn er zoveel dingen die de integratie bemoeilijken. Als we aan het verleden denken, aan wat we onderweg meemaakten, gaan we gebukt onder negatieve emoties. Dan kunnen we onze doelen in België niet bereiken. Dan blijven we achter. Die achterstand zorgt voor nieuwe stress. Mensen verloren familieleden. Op die momenten willen zij in hun land zijn in plaats van hier. Ze zijn hier misschien wel veilig, maar hun donkere gedachten gaan niet weg.’

‘Uiteindelijk vluchtten mijn ouders ook naar België. Mijn vader was provinciegouverneur en parlementslid in Afghanistan. Stel je je even voor hoe hij zich voelde toen hij opnieuw als een kind op de schoolbanken moest zitten, in de Nederlandse les.’

Familie als kracht

‘Hij ontwikkelde hier veel psychische problemen. De dokter zei dat hij naar een psycholoog moest gaan. Hij is nu 67 jaar oud. Zelf wil hij graag werken, ondanks de pensioenleeftijd. Maar het is beter dat hij het nu rustig aan doet. Hij leest veel.’

‘Ik moest bij de psycholoog eens tolken voor mijn eigen vader. Normaal mag dat niet. Hij vertelde over wat hij meemaakte in de vorige oorlog, over hoe hij zijn vader verloor, toen ik nog niet geboren was. Dat wist ik allemaal niet. Hij vertelt nooit over zijn gevoelens.’

‘Nieuwkomers zouden moeten aangemoedigd worden. Maar we stuiten soms op de lage verwachtingen die deze samenleving van jongeren als ons koestert.’

‘Ik zag zijn tranen en begon ook te wenen. Mijn vader leeft in het verleden. De kritiek dat vluchtelingen profiteurs zijn, klopt niet. Ze willen werken, nuttig zijn. Maar er is zoveel dat hen tegenhoudt.’

Kan de samenleving meer rekening houden met wat vluchtelingen hebben meegemaakt? ‘Jazeker. Luister naar hun verhalen. Steun hen waar ze steun nodig hebben.’

‘Mijn moeder bijvoorbeeld, ze heeft suikerziekte. Ze mist haar familie in Afghanistan. Ze wordt helemaal opgeslorpt door gezondheidsproblemen en zorgen over de familie. Maar er wordt van haar verwacht dat ze Nederlandse les gaat volgen.’

‘Denken we echt dat zij op haar leeftijd nog goed Nederlands zal leren, met wat ze allemaal meemaakt? Tegen de tijd dat ze goed genoeg Nederlands zou spreken, is ze te oud. Er is weinig begrip voor de situatie van deze mensen. Het is beter om met hen te werken aan hun gezondheid en algemeen welbevinden in plaats van aan de taal. Een sfeer scheppen waarin hun stress wordt weg genomen. Een ongezond lichaam zorgt voor meer stress en dat bemoeilijkt al de rest.’

Toch was familie voor Abdulhalim een bron van kracht. Dat is niet voor alle jonge vluchtelingen het geval. ‘Ik ontmoette een jongen uit Syrië. Hij leerde sneller en beter Nederlands dan ik. Hij was zo intelligent. En toch ging hij niet verder studeren, omdat hij snel moest werken om geld naar zijn familie te kunnen sturen.’

‘Zo gaat het ook met veel Afghaanse vluchtelingen. Als iedereen in je familie voortdurend praat over werken en geld, en nooit over studeren, dan is er geen kenniscultuur. Dat is bijzonder spijtig, want veel van die jongeren hebben capaciteiten.’

‘Als de financiële situatie van je familie beter is, heb je een groot voordeel. Mijn familie had zelden financiële problemen. Er was geen druk om te gaan werken. Maar dat betekent niet dat het studeren bij mij makkelijk ging. Het is heel moeilijk om te studeren als je familie zich in een gevaarlijke situatie bevindt en jij zit veilig in boeken te lezen. Basisveiligheid is nodig om te bouwen aan een toekomst.’

Abdulhalim kijkt op de klok. Hij moet zich gaan voorbereiden op een presentatie over duurzaamheidsbeleid voor het vak management development.

Heveen Mohammad Ali, Syrië: ‘Wij vluchtelingen hebben ook onze eigen plannen en ambities’

CC0

Heveen Mohammad Ali (niet op de foto): ‘Wij vluchtelingen hebben ook onze plannen. Als ik daarin geblokkeerd zou worden, zou geen enkele psycholoog mij kunnen helpen.’

Heveen Mohammad Ali botste een paar keer met haar maatschappelijk assistent bij het OCMW. Vijf jaar later werkt ze zelf voor het OCMW, als toeleider. Ze vormt een culturele brug tussen cliënten en de maatschappelijk assistent. Dat gaat van vertalen en cliënten helpen bij allerlei administratie, tot toeleiden naar psychologische ondersteuning tijdens het integratietraject.

Dat ze deze job kan uitoefenen, heeft niet alleen te maken met haar profiel als vluchteling, maar komt ook doordat ze koppig haar eigen weg is gegaan. Dat was niet altijd de weg die het OCMW voor haar in gedachten had toen ze zelf nog cliënte was.

Vijf jaar geleden vluchtte Heveen van Syrië naar België. ‘De maatschappelijk assistent stelde dezelfde school voor waar ik al ging toen ik vóór mijn erkenning als vluchteling in het opvangcentrum verbleef. Dat wilde ik niet. Ik wilde het gevoel hebben dat ik vooruit ging. De weg naar school zou me altijd aan die akelige tijd in het opvangcentrum doen denken.’

‘Ik had gehoord over het Instituut voor Levende Talen van de KU Leuven. Dat sprak me meer aan. Ik legde mijn plan voor aan mijn maatschappelijk assistent, maar die vond het te moeilijk. De cursus was te duur, ik zou altijd de trein moeten betalen, en het niveau zou ook te hoog zijn.’

‘Ze vond dat ik naar een gewoon Centrum voor Volwassenenonderwijs (CVO) moest gaan. Ik begreep die bezorgdheden, maar wij vluchtelingen hebben ook onze eigen plannen en ambities. Wij proberen iets te doen dat zo dicht mogelijk aansluit bij de positie die we in ons land hadden. We willen niet voelen dat we naar beneden zijn gevallen.’

Kansen grijpen én krijgen

Heveen zette koppig door en nam elke ochtend om vijf uur de bus naar Leuven. Uiteindelijk studeerde ze af. ‘Als ik toen niet had doorgezet, had ik nooit een mooie job als toeleider bij het OCMW kunnen bemachtigen. Dan zat ik nu misschien in een depressie. Het gevoel niets meer te kunnen doen, je dromen en ambities nooit meer te kunnen waarmaken, verlamt je. Ik heb de kans gekregen en gegrepen om mezelf te bevestigen. Om voor mezelf te tonen dat ik het nog kan. Vluchtelingen hebben dat nodig.’

Heveen is vandaag de geknipte brugfiguur bij het OCMW. Ze begrijpt beide kanten die met elkaar in botsing komen wegens verschillende verwachtingen. ‘Vluchtelingen komen hier met een beeld in hun hoofd dat niet altijd overeenstemt met het traject dat het OCMW aanbiedt. Daarom is het fijn dat ze in Leuven mensen zoals ik aannemen. Interculturele bemiddelaars. Ik herken mezelf in sommige cliënten.’

‘Wij vluchtelingen hebben ook onze plannen. Als ik daarin geblokkeerd zou worden, zou geen enkele psycholoog mij kunnen helpen.’

‘De maatschappelijk assistent van het OCMW wil voor de vluchteling de lat niet té hoog leggen, want dan kunnen evengoed psychische problemen ontstaan. Maar tegelijkertijd wil de vluchteling zijn of haar oude positie opnieuw voelen en dus hoog genoeg mikken. Ik begrijp beide kanten. Wij moeten die kans aan hen geven, en goed het evenwicht in het oog houden.’

Soms ligt het gevoelig om aan vluchtelingen voor te stellen om naar de psycholoog te gaan. Heveen kan erover meespreken: ‘Ik was heel koppig. Als ik geblokkeerd zou worden in mijn plannen, dan zou geen enkele psycholoog mij kunnen helpen. Toen werd ik te veel opgeslorpt door de zoektocht naar het herstel van mijn positie, om te kunnen deelnemen aan een gesprek met een psycholoog.’

‘Als je geblokkeerd wordt, en je daardoor psychische problemen krijgt waarvoor ze een psycholoog voorstellen, dan sta je daar weigerachtig tegenover en wil je vooral eerst die blokkade wegnemen. Als je daarna nog psychische problemen hebt, is een gesprek met een psycholoog wel zinvol.’

‘Als het OCMW te vroeg voorstelt om psychologische bijstand te zoeken, kan de vluchteling nog bozer worden. Het kan de relatie met het OCMW kapot maken. Het moet op de juiste manier en op het juiste moment aangebracht worden door een vertrouwenspersoon in de eigen taal.’

Heveen kon veel van haar OCMW-cliënten doorverwijzen naar psychologische bijstand. ‘Het is beter als de toeleider of interculturele bemiddelaar uitlegt wat een psycholoog precies doet, in de taal van de vluchteling. Je moet ook weten wie voor je zit. Sommige laaggeletterde mensen uit bepaalde culturen denken dat een psycholoog hetzelfde is als een psychiater of een dokter.’

‘En als een van mijn cliënten naar een psycholoog gaat, probeer ik erbij te zijn als interculturele bemiddelaar. Dan voelt de cliënt dat zijn of haar cultuur aanwezig is in het gesprek. Dat is heel belangrijk voor een gevoel van gelijkwaardigheid.’

Heveen deelt ervaringen uit haar dagelijkse praktijk

‘Een man ontving een uitnodiging van de VDAB. Het boezemde hem angst in, de vrees dat hij gedwongen zou worden iets te doen dat tegen zijn eigen plan in zou gaan. Hij wilde studeren. Hij panikeerde en verviel in donkere gedachten. Hij dreigde ermee terug te keren naar Syrië. Die man zat nog midden in het trauma van verlies van zijn positie.’

‘Een man had veel moeite om zich te concentreren in de les Nederlands. Die leek te ver verwijderd van de zorgen in zijn hoofd, de problemen voor zijn familie in zijn land. Hij verviel in problematisch gedrag. Hij kocht een auto, maar had geen rijbewijs. En veroorzaakte vervolgens een ongeval. Zo belanden mensen soms in een negatieve spiraal.’

‘Een man vertelde me dat hij ziekenhuisdirecteur wilde worden. In Irak had hij nog niet eens een bachelorsdiploma. Hij was altijd boos over wat de maatschappelijk assistenten hem voorstelden. Hij raakte gefrustreerd over alles en iedereen. Het heeft de relatie met de maatschappelijk assistenten en de leerkrachten op school kapotgemaakt. Ik probeerde alles te bekijken vanuit zijn bril. Na diepgaande gesprekken begreep ik dat hij onder grote druk stond van zijn ouders in zijn thuisland. Zulke gesprekken kunnen helpen om de echte reden achter iemands gedrag of gevoelens te achterhalen. Pas dan kan een goede samenwerking in het integratietraject goed van start gaan.’

‘Ook lager opgeleide mensen verliezen hun positie. Velen hadden generaties lang zekerheid als zelfstandige en belanden dan plots in een afhankelijke en onzekere positie. Ze moeten iets vinden volgens de maatstaf van hun mogelijkheden in België, niet volgens de maatstaf van wie ze in hun land waren. Dat maakt het enorm moeilijk. Ze willen tonen aan hun familie én aan zichzelf dat ze hun positie en zelfrespect herwinnen. Ze willen bevestiging. Ik begrijp dat.’


Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3153   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur