‘Oorlog, vlees eten en kapitalisme zijn een schrijnend gebrek aan verbeelding’

Matthieu Ricard, een boeddhist die meer van wetenschap dan van wierook houdt, gelooft dat de neoliberale logica via natuurlijke selectie vervangen zal worden door de coöperatieve logica. Nu de overheid minder dan ooit compassie opbrengt voor de kwetsbare burger, leek een gesprek met de auteur van “Altruïsme. De kracht van compassie” een dringende noodzaak.

  • Matthieu Ricard: 'Altruïsme gaat niet om de gloed van weldadigheid die om onze daden hangt, maar om het reële effect.'
  • © Gie Goris 'Rede en rationaliteit kunnen net zo goed gebruikt worden door een psychopaat als door een menslievend mens. Daarom is het zo belangrijk ook de stem van de zorgende mens toe te voegen aan de stem van de rationele mens.’ © Gie Goris
  • © Gie Goris 'Overmorgen vraagt iedereen zich af hoe het mogelijk was om een economie te baseren op louter individueel gewin.’ © Gie Goris
  • © Gie Goris 'De menselijke evolutie, die altijd de nuttige zaken selecteert en de schadelijke laat verdwijnen, zal het neoliberalisme wegzuiveren uit de menselijke beschaving.' © Gie Goris

Toen David Van Reybrouck vertelde dat Matthieu Ricard naar België kwam, was mijn eerste reactie: Matthieu Qui? Ik bleek een van de grootste Europese denkers uit het boeddhisme niet te kennen.

Een denker die bovendien op geen enkele manier zou beantwoorden aan de clichés: bij hem geen voortdurende citaten uit eeuwenoude en hermetische teksten, maar een uitgebreide kennis van wetenschappelijk onderzoek om zijn levensbeschouwelijke overtuigingen aan te toetsen. ‘Bovendien een gewone man in pak in plaats van een Europeaan gehuld in Aziatisch monniksgewaad.’

Alleen dat laatste bleek niet te kloppen toen ik Ricard uiteindelijk ontmoette, aan de Amsterdamse grachten. Waarom hij het belangrijk vindt om de steenrode en saffraangele gewaden te dragen, vergat ik te vragen. Maar eigenlijk is dat van even weinig belang als de vraag waarom ik voor de gelegenheid een zwart hemd droeg.

De verbeelding vraagt geen macht

Altruïsme, zegt Matthieu Ricard, is niet hetzelfde als empathie, solidariteit, broederlijkheid, bezorgdheid of wederkerigheid. ‘Als er verschillende woorden zijn om verwante begrippen te omschrijven, dan zijn daar goede redenen voor.’ Al te vaak wordt altruïsme verward met empathie, zegt Ricard, en dan nog vooral met het soort empathie dat hij omschrijft als affectieve resonantie: ik lijd omdat ik zie dat jij lijdt.

Matthieu Ricard: Altruïsme is vegetarisch

‘Elk jaar worden er ongeveer 60 miljard landdieren en een biljoen zeedieren geslacht. Dat zijn twee miljoen dieren per minuut. Zo groot is de morele kloof waarmee we te maken hebben. Want over menselijk leven wordt, althans in principe, niet onderhandeld en evenmin wordt het verhandeld. Dierlijk leven daarentegen lijkt geen inherente waarde en des te meer commerciële waarde te hebben. Nochtans is er in de evolutie nergens een kwantumsprong tussen mens en dier. En iedereen is het erover eens dat het onrechtvaardig is om onnodig lijden te veroorzaken bij voelende wezens.’

‘De rationaliteit vereist dat we andere wezens niet louter instrumenteel behandelen, maar als wezens met hun eigen finaliteit en bestaan. We weten ook dat veeteelt – met andere woorden: industriële vleesproductie – de op één na grootste oorzaak is van het broeikaseffect, na huisvesting, maar vóór vervoer. Bovendien worden gigantische hoeveelheden graan verspild aan de productie van vlees, terwijl honderden miljoenen mensen honger lijden. En daarbovenop toont de ene na de andere studie aan dat ook de gezondheid van mensen niet gediend wordt door vleesconsumptie. Regelmatig vleesverbruik leidt tot gemiddeld vijftig procent meer kans op vroegtijdig overlijden. Met andere woorden: iedereen verliest bij de huidige gang van zaken: de armen, de toekomstige generaties, en uiteraard de dieren zelf.’

‘Een rationeel antwoord op al deze vaststellingen zou minstens een radicale vermindering van vleesverbruik inhouden. Toch gebeurt dat niet. Gevraagd naar de reden daarvoor, antwoordt 75 procent van de mensen dat ze vlees blijven eten omdat ze ervan houden. Dat is niet rationeel en het is niet ethisch. Het kan om traditie, smaak of gastronomie gaan, maar zowel rede als compassie zal zeggen dat dit moet veranderen.’

‘Empathie levert heel belangrijke informatie en ze functioneert vaak als een knipperlicht dat ons waarschuwt dat iemand behoefte heeft aan hulp of steun. Maar mensen die zich voortdurend in die alarmfase van menselijke betrokkenheid bevinden, zullen snel “opbranden”. Zij putten zichzelf emotioneel uit, omdat hun gevoelswereld overgenomen wordt door het signaal dat anderen geven. Als het brandalarm dag en nacht afgaat in je huis, ga je er ook onderdoor.’

‘Als je mensen helpt met andere motieven dan alleen hun welzijn, dan blijkt je inzet na een tijd contraproductieve resultaten op te leveren.’

Echt altruïsme is volgens Ricard een mentale ingesteldheid, een motivatie en een intentie. ‘Het uitgangspunt is om ondubbelzinnig goed te doen voor iemand anders. Dat kan zijn door het welzijn van die ander te verhogen of door zijn lijden te verminderen of op te heffen – in dat geval zou je het ook compassie kunnen noemen.’

Ik werp tegen dat de klemtoon op de intentie wat makkelijk klinkt. Je kan immers veel goede bedoelingen hebben en dan vaststellen dat “de omstandigheden” je verhinderen daarnaar te handelen. Wat heeft de andere daar dan aan?

Ricard draait het argument om: ‘Als je mensen helpt om je eigen imago of welbevinden op te krikken, is de kans groot dat je er mee ophoudt zodra dat voor jou niet meer nodig is, of als het voor jou niet blijkt te werken. Of je doet zaken zonder goed te onderzoeken welke oorzaken het probleem heeft, of wat de ware noden zijn van de mensen die je wilt helpen. Met andere woorden: als je mensen helpt met andere motieven dan alleen hun welzijn, dan blijkt je inzet na een tijd andere, zeg maar: contraproductieve resultaten op te leveren.’

Het belang van de intentie is dus direct verbonden met de werkelijke impact van de altruïstische actie. Matthieu Ricard: ‘Sommige mensen komen pas in actie als ze persoonlijk te maken krijgen met lijden, wat er vaak toe leidt dat ze gefocust blijven op die ene persoon en daardoor het grotere verhaal, het hele beeld niet zien. Altruïsme gaat niet om de gloed van weldadigheid die om onze daden hangt, maar om het reële effect. Echt altruïsme zal zich eerder inzetten voor honderd kinderen in Zuid-Soedan die je nooit gezien hebt en die jou nooit zullen kennen dan voor die ene persoon waarmee je een persoonlijke band kan ontwikkelen – met alle gevaren voor onzuivere drijfveren die daarmee verbonden zijn.’

Als we vaststellen dat mensen niet makkelijk geven om anderen ver weg, dan heeft dat volgens Ricard vooral te maken met een gebrek aan verbeelding of een gebrek aan bereidheid om je in te leven in de gevoelens van een moeder met een doodziek kind als er geen ziekenhuis inde buurt is, of van een gezin dat maanden na een aardbeving nog steeds geen dak boven zijn hoofd heeft.

Ricard breidt dat verband tussen altruïsme en verbeelding uit naar dierenleed en oorlog. Hij citeert Kafka: ‘Oorlog is een monsterlijk gebrek aan verbeelding.’ Met andere woorden: als we de anderen zien als mensen zoals wijzelf, als vaders, kinderen, mensen met levensverhalen en dromen, met families en vrienden, dan verdwijnt de bereidheid hen te doden, want dan weten we dat hun dood evenveel verdriet en lijden zal veroorzaken als wanneer iemand uit onze eigen familie of kennissenkring vermoord wordt.

© Gie Goris

‘Rede en rationaliteit kunnen net zo goed gebruikt worden door een psychopaat als door een menslievend mens. Daarom is het zo belangrijk ook de stem van de zorgende mens toe te voegen aan de stem van de rationele mens.’

Geen emotionaliteit maar rationaliteit

Voor Ricard is altruïsme geen zaak van emotionaliteit, maar een rationele keuze. Of beter nog: een keuze die op effectiviteit gericht is. Want rationaliteit volstaat voor hem niet, al was het maar omdat ook de huidige economie zich op rationele argumenten baseert.

‘De rede is belangrijk’, zegt hij, ‘maar ze zal een egoïstisch individu er nooit van overtuigen op te komen voor de belangen van de armen als hij zelf niet arm is. De rede alleen zal hem er ook nooit toe aanzetten om het milieu te beschermen als dat niet overeenkomt met de drijfveer om zijn eigen belang te maximaliseren. Rede en rationaliteit kunnen net zo goed gebruikt worden door een psychopaat als door een menslievend mens. Daarom is het zo belangrijk ook de stem van de zorgende mens toe te voegen aan de stem van de rationele mens.’

Als ik vraag of hij de rationaliteit wil bevrijden van het eenzijdige gebruik dat het Westen ervan maakt, reageert Ricard dat hij ‘rationaliteit vooral ten dienste wil stellen van compassie, in plaats van ze te laten gebruiken door zelfzucht’. Altruïstische mensen zijn niet minder rationeel, voegt hij daar nog aan toe, ze hebben gewoon andere doelstellingen.

‘Wie bekommerd is om zijn welzijn moet soms bereid zijn harde noten te kraken. Dat geldt ook voor collectieve problemen zoals bij de klimaatverandering.’

Het hele 880 bladzijden dikke boek over altruïsme lang demonstreert Matthieu Ricard zijn gehechtheid aan wetenschappelijk onderzoek en bewijsvoering. Hetzelfde geldt voor zijn recentste werk, Waarom ik mijn vrienden niet opeet. Pleidooi voor dier, mens en aarde.

Als ik opmerk dat hij daardoor heel anders klinkt dan andere boeddhistische predikanten en leermeesters die ik ken, antwoordt hij meteen dat hij ook geen predikant is. Een monnik, ja, maar geen predikant.

‘Wetenschappers’, zegt hij, ‘hoeven geen geruststellende berichten te verspreiden. Dat iedereen ongelukkig wordt van het nieuws over de klimaatverandering, wil nog niet zeggen dat wetenschappers hun boodschap moeten aanpassen. Niemand gaat naar de tandarts omdat hij dat leuk vindt, maar omdat het noodzakelijk is om je gebit te sparen en om een heleboel leed in de toekomst te voorkomen. Wie bekommerd is om zijn welzijn moet soms bereid zijn harde noten te kraken. Dat geldt ook voor collectieve problemen zoals bij de klimaatverandering.’

De klimaatverandering is tegelijk een helder bewijs dat wetenschappelijke consensus en zelfs morele duidelijkheid niet volstaan. Om de noodzakelijke transitie te realiseren, is vooral een culturele omslag nodig. Ricard weet hoe moeilijk dat is, maar heeft redenen om optimistisch te zijn: ‘Als je weet dat er vandaag meer vegetariërs dan jagers zijn in Groot-Brittannië, terwijl de jacht twintig jaar geleden nog onaantastbaar cultureel erfgoed was en de jagers honderdmaal beter georganiseerd zijn dan vegetariërs, dan ben ik ervan overtuigd dat alle culturen in staat zijn tot verandering.’

‘Om culturele verandering te realiseren moet je niet wachten tot de meerderheid van een nieuw inzicht overtuigd is. De slavernij werd afgeschaft toen een meerderheid er misschien nog voor was, en sindsdien is het absoluut onmogelijk om te pleiten voor de terugkeer ervan. Als 10 à 15 procent van de bevolking overtuigd is van een helder en krachtig idee, dan kan de balans al omslaan. Vandaag worden in Europa homohaters als achterlijke bruten gezien, maar dat was tien jaar geleden nog heel anders.’

‘Ik ben ervan overtuigd dat hetzelfde ook zal gelden voor een idee als meevoelende economie. Vandaag kan je al niet meer hardop zeggen dat altruïsme geen plaats heeft in het economisch denken, maar overmorgen vraagt iedereen zich misschien af hoe het mogelijk was om een economie te baseren op louter individueel gewin.’

© Gie Goris

‘Overmorgen vraagt iedereen zich af hoe het mogelijk was om een economie te baseren op louter individueel gewin.’

Een opgeblazen gevoel van zelfwaarde

Matthieu Ricard is een uitgesproken tegenstander van de homo economicus, de theoretische mens uit de vroege kapitalistische theorieën die al zijn beslissingen neemt op basis van een rationele keuze voor zijn eigen voordeel. Die homo economicus heeft nooit bestaan, zegt hij, omdat mensen meer geneigd zijn tot solidariteit dan tot het eenzijdig zoeken van persoonlijk voordeel.

‘Het hyperindividualistische oppeppen van ons gevoel van eigenwaarde is schadelijk.’

Maar intussen leven we wel al decennia in een wereld die dat “economische” gedrag stimuleert en legitimeert. Misschien hebben mensen zich intussen wel degelijk eigen gemaakt dat ze zich naar die egocentrische normen moeten gedragen, omdat ze daardoor meer maatschappelijke waardering en hogere lonen en bonussen krijgen?

‘Dat is een duidelijk gevaar’, reageert Ricard.

‘Gelukkig hebben heel wat wetenschappers, onder wie ook Nobelprijswinnaars Economie, er intussen op gewezen dat dit egoïstische gedrag contraproductief is. Het hyperindividualistische oppeppen van ons gevoel van eigenwaarde is schadelijk. Toch is er in de opvoeding een hele tendens om dat te stimuleren: elk kind krijgt de boodschap dat het het beste is, ieder meisje is de prinses, elke jongen de kampioen.’

‘Onderzoek wijst nochtans uit dat die klemtoon op gevoel van eigenwaarde alleen resulteert in narcisme, in individuen die moeilijk functioneren in de ware wereld – het tegenovergestelde dus van succesvolle mensen. Er is niets mis met zelfvertrouwen, maar kunstmatig opgepompt gevoel van eigenwaarde is een heilloze zaak. Dat is voldoende aangetoond door mensen als Roy Baumeister en Jean Twenge, die boeken schreef zoals Generation Me en The Narcissism Epidemic.’

Samenwerking is vooruitgang

Ricard beseft dat het neoliberale gedachtengoed zwaar weegt in de wereld van vandaag. Tegelijk ziet hij een vloedgolf aan niet-gouvernementele organisaties ontstaan. Die bewegingen drijven niet op de maximalisering van het individuele belang, maar juist op het besef ‘dat de realisatie van ons mens-zijn noodzakelijk de vrijwillige inzet voor het welzijn van anderen inhoudt’.

Zijn persoonlijke hoop is dat de menselijke evolutie, die altijd de nuttige zaken selecteert en de schadelijke laat verdwijnen, het neoliberalisme zal wegzuiveren uit de menselijke beschaving. ‘Samenwerking is de enige manier vooruit, niet uitbuiting.’

Maar gaat de wereld wel die richting uit? Binnen de Europese Unie lijkt men eerder bezig met een inhaalbeweging tegenover het hyperliberale Amerika dan met het globaliseren van de welvaartsstaat. Ricard beseft dat er een probleem is, en niet alleen met het beleid. ‘Onderzoek laat zien dat het gebruik van woorden zoals “ik”, “mij” en “mezelf” in de media toeneemt, zelfs in de Scandinavische landen.’

Toch blijft hij geloven dat de echte toekomstrevolutie van het middenveld komt. ‘In de achttiende eeuw waren het niet de koningen of de aristocraten die de revolutie teweegbrachten, ook al waren ze machtig en dominant. Zij werden opzijgeschoven door de handelaars. Vandaag moeten handelaars en onmachtige politici plaats maken voor ngo’s, organisaties en bewegingen waarin mensen zich vrijwillig en onbezoldigd inzetten voor het welzijn van anderen.’

Hij verwijst naar wat er na de aardbeving in Nepal is gebeurd. Veel kleine organisaties leverden meer en snellere hulp dan de meeste regeringen. ‘Mijn organisatie bracht meer dan 3,5 miljoen euro bij elkaar. De Franse overheid gaf 1 miljoen euro. Dat is goed, maar het verbleekt bij wat mensen zelf doen.’

Vanuit zijn eigen effectieve altruïsme doet dat voorbeeld echter ook de vraag rijzen waarin welwillende mensen dan hun energie moeten steken: in het vervangen van een onmachtige overheid, of in het veranderen van de politieke macht, zodat die overheid haar rol (opnieuw) ten volle zou spelen?

‘Het is niet of-of’, zegt Ricard. ‘Als steeds meer mensen zich inzetten voor het milieu, dan zullen politieke partijen gedwongen worden daar meer aandacht aan te schenken. Met andere woorden: de groeiende beweging van het middenveld moet zich op een bepaald moment vertalen in duidelijk stemgedrag. Alleen past dat niet noodzakelijk in het klassieke links-rechtspatroon dat we zo graag hanteren in de politieke discussie. Ik engageer me voor dingen die klassiek heel links zijn, zoals internationale solidariteit, maar evenzeer voor harmonie in het gezin, wat klassiek een conservatief thema is. Het politieke spectrum moet op de schop, zoals ook de nationale gevoelens. Ik voel me Fransman, jazeker, maar ook wereldburger. En dat laatste weegt veel zwaarder dan het eerste.’

© Gie Goris

‘De menselijke evolutie, die altijd de nuttige zaken selecteert en de schadelijke laat verdwijnen, zal het neoliberalisme wegzuiveren uit de menselijke beschaving.’

De coöperatieve economie groeit snel

Het altruïsme van de eenentwintigste eeuw ziet Matthieu Ricard vooral gestalte krijgen in de groei van de coöperatieve beweging, in echte microkredieten, in crowdfunding… ‘De coöperatieve sector van de economie is vandaag al goed voor 7 procent van de wereldeconomie én ze is de snelst groeiende sector’, noteert hij enthousiast.

‘De wereld is geen parabel van het Kwade tegenover de Goede Engelen.’

Maar als hij succes met die instrumenten meet, dan zou het logisch zijn om de hele kapitalistische economie van de voorbije tweehonderd jaar als een enorm succes te zien – niet alleen omdat ze enorm veel rijkdom gecreëerd heeft, maar ook welzijn voor heel veel mensen.

Ricard: ‘Het succes waarover ik het heb, gaat niet over het maximaliseren van eigenbelang, maar over het versterken van het gemeenschappelijke belang. Het grootste succes van het kapitalisme is geweest dat het ongelijkheid vergroot heeft in de samenleving – als je dat al succes kan noemen.’

‘Toch wil ik er geen zwart-witverhaal van maken. De wereld is geen parabel van het Kwade tegenover de Goede Engelen. Op een bepaald moment kan het marktgedreven kapitalisme een beter antwoord geweest zijn op het probleem van armoede dan een inefficiënt, door een wurgende bureaucratie geleide staatseconomie. Maar daarna moet die zelfde markteconomie aangepast worden, zeker als ze door ongelijkheid zelf inefficiënt of contraproductief wordt in het bestrijden van armoede.

Het Chinese systeem is verschrikkelijk onderdrukkend, maar tegelijk kan je niet ontkennen dat het op het einde van de 20ste eeuw meer mensen uit de armoede gehaald heeft dan elk ander bestel. Het is zoals chemotherapie: een verwoestende ingreep die toch een helend effect kan hebben. Daarom: het gaat het er altijd weer om de werkelijkheid zoals je haar vindt te verbeteren voor iedereen.’

Altruïsme. De kracht van compassie door Matthieu Ricard is uitgegeven door Ten Have. 880 blzn. ISBN 978 90 259 0390 9
Waarom ik mijn vrienden niet opeet. Pleidooi voor dier, mens en aarde door Matthieu Ricard is uitgegeven door Ten Have. 350 blzn. ISBN 978 90 259 0463 0

Dit artikel werd geschreven voor het winternummer van MO*magazine. Voor slechts €20 kan u hier een jaarabonnement nemen!

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur