Ondanks veroordeling van Belgische staat en Fedasil staan er nog steeds mensen op straat

Blijvende opvangcrisis in asielbeleid, ‘terwijl het effectief over mensen gaat’

© Bert Blondeel

Het vrijwilligersteam van Vluchtelingenwerk Vlaanderen staat elke ochtend aan de poort van het Klein Kasteeltje om asielzoekers te informeren over de asielprocedure.

De Belgische staat en Fedasil werden in januari 2022 nog veroordeeld voor de slechte opvang van asielzoekers. Desondanks staan er nog steeds geregeld mensen op straat die recht hebben op opvang. Mensenrechtenorganisaties trekken nu opnieuw naar de rechtbank. Onze MO*stagiair die zelf deel uitmaakt van het vrijwilligersteam van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, sprak erover met Thomas Willekens. Als beleidsmedewerker bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen volgt hij de gevolgen van de opvangcrisis op de voet.

Op 19 januari 2022 veroordeelde de Brusselse rechtbank van eerste aanleg zowel de Belgische staat als het federaal agentschap voor de opvang van asielzoekers, Fedasil. Beide kregen dwangsommen opgelegd wanneer asielzoekers aan het Klein Kasteeltje geen toegang krijgen tot de aanvraag om internationale bescherming en tot opvang. De gerechtelijke uitspraak kwam er nadat in november tien mensenrechtenorganisaties klacht neerlegden.

Al maandenlang woedt een opvangcrisis aan het Klein Kasteeltje. Er is niet genoeg plek om alle mensen op te vangen die zich aanmelden voor een asielaanvraag. Gezinnen met kinderen en vrouwen krijgen voorrang, waardoor alleenstaande mannen vaak op straat blijven staan. Ook bij vriestemperaturen.

Vluchtelingenwerk Vlaanderen is één van de organisaties die mee klacht indienden. De organisatie heeft een vrijwilligersteam dat elke ochtend aan de poort van het Klein Kasteeltje staat om asielzoekers te informeren over hun rechten.

Hoeveel mensen er dagelijks op straat blijven staan wordt al maanden bijgehouden door Thomas Willekens die beleidsmedewerker is bij Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Via Twitter laat hij elke dag weten hoeveel mensen er (geen) opvang kregen.

©Thomas Willekens

Thomas Willekens

Teller staat op 201

Nog geen week na de veroordeling stonden alweer tientallen asielzoekers op straat, betreurt Thomas Willekens. Op 4 februari sloot hij zijn Twitterweek af met wat hij een trieste statistiek noemde: sinds de veroordeling op 19 januari bleven opnieuw 130 alleenstaande mannen op straat staan.

Op 15 februari liep de teller op naar 201 mensen. ‘Daarvan registreerden 126 personen zich voor de wachtlijst’, zegt Willekens. ’56 hiervan ontvingen een uitnodiging voor een opvangplaats. Maar het is onduidelijk of ze daarmee ook daadwerkelijk al in de opvang zitten. Concreet betekent het ook dat 75% van die groep nog in de kou blijft staan.’

Nochtans moet Fedasil vandaag al een forse boete van 5000 euro betalen per dag dat één persoon geen opvangplaats krijgt. Ook de Belgische staat krijgt dezelfde dwangsom opgelegd per dag dat minstens één persoon geen asielaanvraag kan indienen.

Het oordeel van de rechtbank luidde dat België en Fedasil de rechten van de asielzoekers niet respecteerden. Zo konden eind vorig jaar mensen wekenlang geen verzoek tot internationale bescherming indienen en kregen ze, hartje winter, geen opvangplaats .

Door de veroordeling en de forse geldboetes was er even hoop dat de opvangcrisis zou eindigen. Maar dat bleek niet het geval. ‘Wat mij triest maakt is dat er opnieuw mensenrechten worden geschonden, en dat nog geen twee weken na de veroordeling’, vertelt een teleurgestelde Thomas Willekens.

‘Wat mij triest maakt is dat er opnieuw mensenrechten worden geschonden.’

Het is jammer dat de regering gemaakte beloftes niet waarmaakt, gaat hij verder. ‘De beleidsnota van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Sammy Mahdi en het regeerakkoord benadrukken dat België het internationaal mensenrechtenkader zal respecteren. Dat zijn mooie woorden die weinig betekenen als het verschil met de praktijk groot is.’

© Bert Blondeel

Sinds de veroordeling op 19 januari bleven opnieuw 130 alleenstaande mannen op straat staan.

De 201 personen die de afgelopen weken geen opvang kregen, kwamen door een nieuwe voorrangsregel van 24 januari op een wachtlijst terecht. Die regel stelt dat alleenstaande mannen die al elders asiel aangevraagd hebben pas als laatste in aanmerking komen voor een opvangplaats. Toch heeft ook elke persoon die al in een andere Europese lidstaat asiel aanvroeg, recht op opvang.

Het vrijwilligersteam van Vluchtelingenwerk Vlaanderen brengt mensen in de wachtrij in contact met advocaten. Zo kunnen ze in beroep gaan en hopelijk toch een opvangplaats afdwingen, legt Willekens verder uit.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Beleid van willekeur

Het is niet de eerste keer dat België extra voorrangsregels hanteert om opvangplaatsen aan te wijzen of te bepalen wie wanneer asiel mag aanvragen. Het vrijwilligersteam van Vluchtelingenwerk Vlaanderen stelde eind vorig jaar nog het gebruik van dergelijke regels vast.

Volgens Vluchtelingenwerk Vlaanderen hanteren de bevoegde instanties willekeurige regels om mensen al dan niet voorrang te geven. Zo maakte de Dienst Vreemdelingenzaken, bevoegd voor de eerste registratie van mensen die internationale bescherming willen aanvragen, plots het onderscheid tussen alleenstaande mannen met een visueel kwetsbaar profiel en alle andere alleenstaande mannen, vertelt Willekens.

Visueel kwetsbaar wil bijvoorbeeld zeggen: iemand met een gebroken arm of een man van oudere leeftijd. Op een andere dag moesten minderjarigen boven de 16 jaar plots een bewijs van minderjarigheid aantonen om opvang bij Fedasil te krijgen.

‘Het lijkt erop dat onze instanties telkens willekeurige onderverdelingen maken in de groep van asielzoekers’, zegt Willekens. ‘Maar België is wel degelijk verplicht om zowel het Europees als het nationaal rechtskader te volgen.’

© Bert Blondeel

De 130 mannen die de afgelopen weken geen opvang kregen kwamen door een nieuwe voorrangsregel van 24 januari op een wachtlijst terecht.

Noodopvang met dwangsommen

De tien organisaties stappen opnieuw naar de rechter. ‘We hebben geen andere keuze’, klinkt het. De organisaties eisen nu een verhoging van de dwangsommen. ‘5.000 euro per dag dat het opvangbeleid niet werd nageleefd, had helaas niet het gewenste afschrikkend effect waardoor we ons genoodzaakt zien om 20.000 euro te eisen.’

Met het geld willen de betrokken organisaties zelf noodopvang inrichten voor asielzoekers die de Belgische staat in de kou laat staan. Het gaat over tijdelijke noodopvang, benadrukt Willekens. En die noodopvang staat niet gelijk aan de kwaliteit van opvang in een opvangcentrum. ‘In een opvangcentrum krijgen asielzoekers in principe ook begeleiding. Dat kunnen wij niet garanderen.’

‘Het is een punt van discussie: gaan wij een taak uitvoeren die in principe tot het takenpakket van de overheid behoort?

Het middenveld dat opvang organiseert in de plaats van een overheid die daartoe wettelijk verplicht is: is dat niet de omgekeerde wereld? ‘Dat klopt’, zegt Willekens. ‘Het is een discussiepunt tussen onze organisaties. Gaan we een taak uitvoeren die in principe tot het takenpakket van de overheid behoort? Je kan dan als middenveldorganisatie kiezen: die noodopvang niet organiseren, of tonen hoe het wel kan en moet, want het gaat hier in de eerste plaats om mensen.’

Ook kritiek binnen Fedasil zelf

Ook bij Fedasil zelf, dat de opvang moet organiseren, klinkt kritiek op de gang van zaken. Het Klein Kasteeltje maakt deel uit van Fedasil. De directie daar vraagt al langer om meer opvangplaatsen en meer personeel.

In oktober 2021 staakten werknemers van het Klein Kasteeltje meerdere keren om de kritieke situatie aan te kaarten. Het opvangcentrum is verouderd, luidde het, en het personeel werkt er in slechte omstandigheden met te weinig opvangplaatsen.

‘Medewerkers van Fedasil zijn in de eerste plaats aangeworven als sociale hulpverleners. En plots voeren ze een beleid uit dat ervoor zorgt dat mensen op straat staan’, aldus Willekens. ‘We werken goed samen met Fedasil. De voorbije maanden kon Vluchtelingenwerk Vlaanderen er samen met de werknemers van het Klein Kasteeltje voor zorgen dat minderjarige asielzoekers die op straat stonden toch een plek kregen.’

Jojobeleid doet draagvlak afbrokkelen

De opvangcrisis kwam er door verschillende redenen, zegt Willekens. ‘Er zijn zaken waar de staatssecretaris bitter weinig aan kon doen.’ Zo zorgden de overstromingen in Wallonië vorige zomer dat een duizendtal opvangplaatsen voor asielzoekers omgetoverd werden voor de opvang van slachtoffers van de overstromingen.

Ook de coronapandemie deed het aantal opvangplaatsen dalen: opvangcentra moesten plaatsen vrij houden voor mensen die in isolatie moesten. Ook de evacuatiemissie uit Afghanistan zette het aantal opvangplaatsen tijdelijk onder druk.

Maar, benadrukt Willekens, ook de politieke wil om alternatieve opvang te voorzien ontbrak. ‘Met Vluchtelingenwerk Vlaanderen pleitten we in oktober en november om noodopvang te voorzien in hotels. Dat dit geen ideale oplossing is, weten we ook, want er is bijvoorbeeld geen begeleiding in die hotelopvang. Maar er werd doelbewust gekozen om niets te doen. ’

‘De overheid bouwt de opvangcapaciteit telkens weer af als het aantal asielzoekers daalt. Dan heb je een te lage capaciteit zodra dat aantal weer stijgt.’

Tot slot is houdt ook het jojobeleid van de overheid de opvangcrisis in stand, zegt Willekens. ‘België bouwt het opvangnetwerk telkens af zodra het aantal asielzoekers in ons land daalt. Je moet buffercapaciteit overhouden om opvang te garanderen zodra het aantal asielzoekers weer toeneemt.’

‘Op momenten dat het aantal opvangvragen stijgt, moet België weer snel op zoek gaan naar opvangcentra. Het afgelopen jaar waren maar weinig lokale besturen bereid om een centrum te openen. Zeker wanneer het gaat om grote collectieve opvangcentra, stoot dat op verzet van lokale besturen.’

Kleinschalige opvang

Vluchtelingenwerk Vlaanderen pleit al langer voor kleinschalige opvang, zoals lokale opvanginitiatieven (LOI’s). Het gaat hierbij eerder om individuele opvang, waarbij asielaanvragers terechtkunnen in een individuele woning, en er een betere garantie is op privacy en rust.

‘Volgens een studie van het Rekenhof in 2017 zouden kleinere opvanginitiatieven zelfs goedkoper zijn’, zegt Willekens. ‘Kleinschalige opvang legt ook minder druk op een gemeente. Dergelijke kleine opvanginitiatieven spreiden over verschillende gemeenten zou iedereen ten goede komen.’

Mentale impact

De impact van dakloosheid op mensen is enorm. Zo zag ik tijdens mijn vrijwilligerswerk een man die uit frustratie zijn polsen begon door te snijden. Ik zag hoe een andere man zijn documenten verscheurde en weggooide in de vuilbak. Ik hoorde zijn woorden dat hij naar het Verenigd Koninkrijk zou vertrekken of zelfmoord zou plegen.

Wie zonder opvang blijft, is op zichzelf aangewezen, krijgt niet de begeleiding die in een opvangcentrum is verzekerd. ‘Wie op straat staat, krijgt wel een briefje mee met de datum van een eerste interview. Maar mensen weten amper wat die datum wil zeggen, wat dat interview inhoudt en waar ze moeten zijn’, zegt Willekens. ‘Dat staat wel in een document dat ze meekrijgen, maar dat is alleen in het Nederlands of het Frans opgesteld. Als je de taal niet spreekt of zelfs niet kan lezen, sta je daar met dat document.’

Wanneer iemand zijn of haar eerste interview mist kan dat grote gevolgen hebben. Willekens: ‘je dossier kan afgesloten worden, omdat de overheid kan oordelen dat je er afstand van doet.’

Geen noodopvang

Wie geen opvang krijgt, kan zich overdag verwarmen in het dagcentrum van het Rode Kruis, nabij het Noordstation van Brussel. Maar ’s nachts is geen noodopvang beschikbaar. De daklozencentra in Brussel zitten al maanden overvol, een jaarlijks weerkerend probleem tijdens de winter.

‘Samusocial heeft geen plaats voor ons’, getuigden asielzoekers aan het vrijwilligersteam van Vluchtelingenwerk Vlaanderen. ‘We slapen al voor de derde nacht op straat. Gisteren vonden we een park, maar daar schopte de politie ons uit. We lagen de hele nacht wakker. We zijn uitgeput en hebben gewoon rust nodig.’

‘Asielzoekers hebben mentale rust nodig om zo goed mogelijk hun verhaal te kunnen doen tijdens het eerste interview in hun asielprocedure, zegt Willekens. ‘Er wordt veel belang gehecht aan de geloofwaardigheid, de opbouw en chronologie van het asielrelaas. Maar wie op straat slaapt, zit in overlevingsmodus en is misschien niet goed in staat om aan die verwachtingen te voldoen.’

‘We verliezen te vaak uit het oog dat het hier effectief over mensen gaat’, reageert Willekens. ‘Elke persoon die op de vlucht is heeft een eigen verhaal en vlucht van reële problemen. De realiteit is altijd veel complexer en genuanceerder dan dat we vaak denken.’

© Bert Blondeel

Thomas Willekens (Vluchtelingenwerk Vlaanderen): ‘Dit zijn kwetsbare mensen die soms drie weken op straat sliepen, in vrieskou, regen en sneeuw. Dat vergeet je niet zomaar.’

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3195   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift