Muurschilderingen ROA veroveren de wereld

Straatkunstenaar ROA: ‘In de grootsteden van het antropoceen verliezen dieren opnieuw territorium’

Het hoeft niet altijd een rottende banaan voor 120 miljoen dollar te zijn als het over hedendaagse kunst gaat. Dat bewijst de Gentse straatkunstenaar die als ROA door het leven gaat. Hij maakt indrukwekkende ‘muurschilderijen’ van dieren, in steden over de hele wereld.

ROA blijft liever anoniem, maar MO* kon toch enkele vragen stellen en publiceert hierbij meteen een selectie indrukwekkende beelden uit zijn pas verschenen boek ROA: Codex .

ROA: Codex toont werk in heel uiteenlopende grootsteden in Noord en Zuid. Wat is het belang van van die geografische spreiding van het werk? En levert die diversiteit aan locaties ook bijzondere inzichten of ervaringen op, die u helpen om zelf op een nieuwe manier naar uw werk te kijken?

ROA: Absoluut. Kunst is een universele taal, en de mens is universeel nieuwsgierig. De kunstenaar-nomade, om de modieuze term te gebruiken, geeft die tendens weer. Er gaat een maalstorm van ideeën doorheen het hoofd betreffende de wereld waarin we leven, waardoor men als kunstenaar beïnvloed wordt en daarop reageert.

Door mijn werk over verschillende continenten uit te voeren, ontstaat er een samenspel met de locaties. Meer specifiek beeld ik dieren af die plaatsgebonden zijn. Dus als ik in Australië een onderzoek verricht naar de lokale diersoorten, is dit weinig vergelijkbaar met de diersoorten op andere continenten.

Bovendien schilder ik in de publieke ruimte en ontstaat er een soort van duet tussen de omgeving en het werk. De buurt, de cultuur en de architectuur van het gegeven gebouw zijn allen factoren waardoor de muurschilderij vormt krijgt.

In de toelichting lees ik dat de werken telkens een lokaal bedreigde of uitgestorven soort verbeelden. Waar, wanneer en waarom is dat idee ontstaan?

ROA: Het is een misvatting dat ik telkens bedreigde diersoorten of uitgestorven diersoorten schilder. Dat blijkt ook uit het boek. Mijn werk bestaat vooral uit de meest voorkomende verstedelijkte dieren zoals knaagdieren en stadsvogels. Of gedomesticeerde dieren die ter consumptie voor de mens rondom ons worden gekweekt.

Ik ben me weliswaar bewust van de extinctieproblematiek. Ik heb bijvoorbeeld in Afrika enkele keren een schubdier (of pangolin) geschilderd, omdat het dier bijna ongekend en dus onbemind aan het uitsterven is. Maar dat zijn eerder uitzonderingen. Het gebeurt vaak dat de meest voorkomende dieren die ons omringen de minste appreciatie bij de mens uitlokken. Zo vragen Australiërs me geregeld: ‘Why a ‘roo’? (kangoeroe) Of in Europa: ‘Waarom een konijn?’

© ROA

De thematiek in uw werken roept een ecologische bezorgdheid op. Hoe verhoudt die zich voor u tot de grootstedelijke context? Zijn er naast het creëren van het werk initiatieven om deze inhoudelijke positie uit te diepen en perspectief te geven?

Een “nieuw tijdperk”: het antropoceen?

Wetenschappers discussiëren al jaren over de vraag of de aarde een nieuw tijdperk is ingegaan: het antropoceen, als opvolger voor het holoceen. Dat laatste is het geologische tijdperk dat begon na de laatste belangrijke ijstijd, 11.700 jaar geleden. Het antropoceen zou dan staan voor het tijdperk waarin de menselijke soort de massale uitsterving van planten- en diersoorten veroorzaakte, oceanen vervuilde en de atmosfeer veranderde.

ROA: Het is pas recent mensen dat mensen het werk als ecologisch beschouwen. De opwarming van de oceanen, klimaatverandering, de menselijke impact op het broeikaseffect… Het antropoceen als tijdperk is een oud begrip, maar valt niet meer te ontkennen en treft globaal iedereen. Dat besef is erg laat gekomen, maar gelukkig ontstaat er een mentaliteitsverandering.

In de kunstgeschiedenis werden wel vaker dieren afgebeeld. Van grotschilderijen, mythologische taferelen en middeleeuwse fabeldieren tot animaliers of de stillevens van 18de-eeuwse Chardin, waarin dode patrijzen, konijnen enzovoort meticuleus geschilderd zijn. Het is geen nieuw gegeven dat schilders dieren schilderen; maar vandaag verschuift de symboliek en de betekenis van de thematiek omwille van de realiteit.

De grootsteden raken meer en meer overbevolkt. De wereldbevolking zou verdubbelen in de komende decennia. Dus in die grootstedelijke context verliezen dieren nogmaals territorium, hoewel bepaalde soorten nieuwe wijzen vinden om te overleven via de menselijke consumptie; en dan op hun beurt beschouwd worden door de mens als een pest. In feite draait het steeds uit op de acties van de mensheid die haar omgeving bepaalt.

De kunstenaar zoekt interactie tussen zijn werk en de omgeving. Maar zet je ook actief in op interactie met de buurtbewoners, de gebruikers van de ruimte?

ROA: Schilderen in de openbare ruimte brengt sowieso interactie teweeg. Gemiddeld heb ik drie tot vijf dagen ter plaatse nodig om er een grote muur te schilderen, en elke dag is anders. De buurt ziet elke stap. Er ontstaan altijd dialogen met buurtbewoners, en meestal zijn die spontane ontmoetingen heel positief.

© ROA
© ROA

De verhalen zijn talrijk en sterk afhankelijk van waar je schildert: in hartje New York City of in een dorp in het binnenland van Gambia. In New York, waar de rat race gaande is, hebben mensen minder tijd of aandacht voor iemand die een muur schildert. Er is overal eye candy en bedrijvigheid. Toch smeed je er gemakkelijk banden met de mensen die letterlijk op straat wonen en met de lokale buurtbewoners, die je water brengen als het heet is.

Toevalligheden spelen altijd een cruciale rol tijdens die interacties. Maar ik schilderde ook geregeld in kleine dorpen in Afrika, Azië of Brazilië, waar mensen in groep bij mij aan de muur komen zitten thee drinken, eten maken enzovoort.

Natuurlijk heeft dit ook met schaal te maken; in de grootsteden werk ik vaak op een hoogtewerker, terwijl ik in de kleinere gehuchten misschien slechts een ladder meeheb en dus fysiek dicht bij alle passanten blijf.

In minder begoede plaatsen komen mensen me vaak vragen om hun huis te beschilderen, en achteraf verzamelen de kinderen of de ouderen er om gezellig te keuvelen en beschouwen ze het als hun schilderij in hun ‘buiten’- leefruimte. In grote steden refereert men soms naar die muren als een landmark.

Er is altijd interactie tijdens het proces. Maar van zodra ik de muren achter me laat, leiden ze hun eigen leven en gaat die interactie verder zonder mij. Tegelijk zijn de werken op de muren efemeer en kunnen ze de volgende dag verdwijnen door overschilderd te worden, door er iets tegenaan te bouwen, door afbraak of door de tand des tijds.

Kunst heeft ook altijd een economische dimensie. Wie financiert uw werk, en op welke manier onderhandelt de kunstenaar over zijn autonomie? Is het werk daarna te koop of wordt er een financiële waarde aan gegeven? Hoe zit de “artistieke economie” in dit project in elkaar?

ROA: Kunst heeft niet noodzakelijk een economische dimensie in mijn opinie, want kunst kan ook bestaan zonder dat een ander haar erkent of financiële waarde aan toekent. Maar als er van buitenaf erkenning komt, volgen inderdaad die zaken, waar kunstenaars niet altijd controle op kunnen uitoefenen.

© ROA
© ROA

In de beginjaren van ROA schilderde ik vooral in leegstaande fabrieken, die meestal achteraf werden afgebroken om er nieuwe bouwprojecten te realiseren, maar vandaag verneem ik dat er een fabriek is die men renoveerde en dat mijn oud werk er werd geconserveerd en als commercieel middel wordt ingezet voor de verkoop…

Een groot deel van mijn muren werden onbetaald uitgevoerd, pas veel later waren er organisaties die me uitnodigden en me soms een commissie betaalden via fondsen die ze verwierven via de plaatselijke besturen.

Bij grote muren zijn er sowieso materiaalkosten die worden vergoed door de organisatie. Maar muren blijven onderhevig aan de omgeving dus de financiële waarde is relatief. Als kunstenaar werk ik al jaren met galerijen die me de kans boden exposities te maken; meestal zijn het een soort van totaalinstallaties die tot stand komen in de weken voor de opening, op de plek waar ik uitgenodigd ben. Op die plaats zoek ik afgdankt materiaal op en bouw ik wandinstallaties; eigen composities waarop ik schilder. Het zijn de galerijen die dan de verkoop regelen en bepalen.

ROA Codex van ROA, is uitgegeven door Lannoo. 352 blz., ISBN 978 9 401 46167 2

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur