‘Opsluiting van asielzoekers is een groot, maar onderbelicht probleem’

Een organisatie die de voorbije weken vrij stil bleef in het asieldebat, was het Belgisch Comité voor Hulp aan Vluchtelingen (BCHV). Nochtans hebben weinig organisaties zoveel expertise over de vluchtelingenkwestie als het BCHV. In een interview laat Ruben Wissing nu toch zijn licht schijnen op het Belgische en Europese asielbeleid. Hij benoemt knelpunten en uitdagingen, maar komt ook met een geruststellende boodschap: ‘Deze toestroom is perfect beheersbaar.’

  • © Laszlo Balogh Hongaarse agenten arresteren vluchtelingen aan het treinstation van Bicske, 3 september 2015. © Laszlo Balogh

‘De staatssecretaris wil ten alle koste vermijden dat er deze winter asielzoekers op straat belanden.’

Ruben Wissing werkt als jurist bij het BCHV-CBAR, de Belgische partner van het Hoog Commissariaat voor Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR). Wissing is een West-Vlaamse spraakwaterval die zich weigert over te geven aan doemdenken.

Hij geeft toe dat er nog veel struikelblokken in het Belgische en Europese asielbeleid moeten opgeruimd worden, maar ziet ook mogelijkheden in de “crisis” om tot veranderingen te komen. ‘Veel problemen die nog niet zo lang geleden onbespreekbaar leken, worden dat nu plots wel’. En ook: ‘Deze toestroom aan asielzoekers is perfect beheersbaar.’

Ik vroeg hem naar een stand van zaken en waar we ons in de nabije toekomst aan kunnen verwachten.

Door de toenemende instroom van asielzoekers moest men halsoverkop opvangplaatsen bijcreëren. Vandaag slaagt men er in om alle geregistreerde asielzoekers een opvangplaats aan te bieden. Maar bestaat de kans dat we binnenkort toch met een opvangcrisis geconfronteerd worden?

Ruben Wissing: Er zijn nu 30.000 extra plaatsen waar Fedasil over kan beschikken, waarvan er al 21.000 operationeel zijn. Dat zijn er 5000 meer dan in juli. De staatssecretaris wil ten alle koste vermijden dat er deze winter asielzoekers op straat belanden. Maar het is een gevecht tegen de klok. Als de toestroom op dit niveau verder gaat, dan kunnen we op een gegeven moment toch in de situatie belanden dat er niet tijdig nieuwe plaatsen bijgecreëerd kunnen worden.

De bevoegde instanties zijn zich ook duidelijk aan het concentreren op de uitstroom in de centra. Mensen waarover op basis van de Dublin-verordening beslist werd dat een andere Europese lidstaat verantwoordelijk is, hebben normaal gezien nog recht op opvang totdat ze overgeplaatst worden. Maar die mensen is men nu uit de centra aan het zetten.

Via een gerechtelijke procedure kunnen ze opnieuw opvang eisen, maar men rekent erop dat velen onder hen dat niet zullen doen. Ook worden er meer asielzoekers die op een Dublinbeslissing wachten in detentiecentra opgesloten om plaatsen vrij te maken in de reguliere opvang.

De Syriërs vormen samen met de Irakezen de grootste groep nieuwkomers. Het erkenningspercentage voor de Syriërs ligt erg hoog. Is het mogelijk en wenselijk om Syrische vluchtelingen een apart statuut toe te kennen?

Ruben Wissing: Op Europees niveau bestaat er een richtlijn die toelaat om een bepaalde groep een tijdelijke beschermingsstatus te geven. Het zou een oplossing bieden voor de Syriërs die zich momenteel in Europese landen bevinden waar ze geen perspectief hebben. Het is ook een manier om de druk op je administratie te verlagen.

‘De individuele situatie van iemand die uit Irak of Afghanistan komt, kan problematischer zijn dan die van een willekeurige Syriër.’

Langs de andere kant wordt het nemen van een beslissing ten gronde zo verschoven naar de toekomst. De Syriërs krijgen dan een tijdelijk statuut, dat minder zekerheid biedt dan een vluchtelingenstatuut. Voor de Syriërs in België -die vlot erkend worden- zou de invoering van een tijdelijk statuut een verslechtering van hun situatie zijn.

Bovendien installeer je zo een ongelijke behandeling op basis van nationaliteit. De individuele situatie van iemand die uit Irak of Afghanistan komt, kan problematischer zijn dan die van een willekeurige Syriër.

De Dublin-verordening is de voorbije weken zwaar onder vuur komen te liggen. Wat is juist het probleem met die verordening?

Ruben Wissing: “Dublin” is eigenlijk altijd een onwerkbare reglementering gebleken. De verordening is gebouwd op twee fundamenten: het vertrouwensbeginsel en het solidariteitsbeginsel.  

Het vertrouwensbeginsel betekent dat lidstaten er mogen op vertrouwen dat andere lidstaten ook de Europese reglementering in de praktijk brengen. Maar we zien dat zowat elk land zijn eigen weg gaat. In het ene land heb je een veel grotere kans om beschermd te worden dan in het andere. Het erkenningspercentage van asielzoekers ligt in België bijvoorbeeld hoger dan 60 procent op dit moment, terwijl dat in Hongarije 10 procent bedraagt.

‘Lidstaten die er het minst voor uitgerust zijn, moeten het grootste deel van de problemen opvangen.’

Ook het solidariteitsbeginsel wordt met de voeten getreden. In theorie is het de bedoeling dat de asielproblematiek niet op één of enkele lidstaten afgeschoven wordt, maar in de praktijk gebeurt het tegenovergestelde. Lidstaten die er het minst voor uitgerust zijn, moeten het grootste deel van de problemen opvangen. Kijk naar de crisis die Italië beleefde toen er vorig jaar verschillende boten zonken in Lampedusa. De andere Europese landen bleven naar Italië wijzen als verantwoordelijke om die buitengrens te beschermen en alle asielzoekers die er binnenkwamen op te nemen.

Griekenland is een ander voorbeeld dat het solidariteitsbeginsel niet nageleefd wordt. Een fatsoenlijk asielsysteem is er quasi onbestaande en hun inspanningen moeten dringend opgevoerd worden. Maar het land heeft momenteel ook te kampen met andere serieuze problemen. De EU-lidstaten mogen zich niet verschuilen achter de Dublin-reglementering om het probleem in landen als Griekenland niet gezamenlijk aan te pakken.

Nu wachten lidstaten vaak op een veroordeling van het Europees Hof van de Rechten van de Mens voordat ze “Dublin” loslaten. België is bijvoorbeeld mensen blijven terugsturen naar Griekenland tot het hiervoor in 2011 door het Hof veroordeeld werd.

De bedoeling van “Dublin” was om “asylum-shopping” (het fenomeen waarbij mensen van de ene lidstaat naar de andere trekken op zoek naar de meest soepele asielprocedure) tegen te gaan. Maar de bedoeling was ook om op een efficiënte en snelle manier tot een beoordeling ten gronde te komen bij een asielaanvraag. In de praktijk zien we dat “Dublin” heel vaak leidt tot een situatie waarbij mensen jaren aan een stuk geen gegronde beoordeling van hun asielaanvraag krijgen.

Denkt u dat een eengemaakte Europese asielprocedure een oplossing kan bieden?

Ruben Wissing: Als ik zie hoe moeizaam de discussie verloopt over het verdelen van 120.000 asielzoekers over de lidstaten, dan denk ik niet dat men snel tot een eengemaakte procedure zal komen. De huidige discussie gaat immers over asielzoekers. Dan kan men als land nog soeverein een beslissing nemen over het al dan niet toekennen van een vluchtelingenstatuut en bij een weigering eventueel overgaan tot deportatie naar het herkomstland. 

Bij een eengemaakt systeem zou men op bepaalde plaatsen in Europa “hotspots” moeten creëren waar mensen een asielaanvraag kunnen indienen. Als iemand op één van die hotspots erkend wordt, dan moeten de lidstaten verplicht die mensen opnemen. Ik zie dat niet snel gebeuren.

Tijdens het wachten op een beslissing in hun procedure worden asielzoekers ook vaak gedurende een lange tijd vastgehouden. Is die langdurige detentie in vele Europese landen een probleem?

Ruben Wissing: Detentie is in mijn ogen over het algemeen één van de meest onderbelichte problemen in het asielsysteem. Het gaat over asielzoekers. Mensen die om bescherming vragen in Europa en vaak een erg zware tocht hebben ondernomen om hier te geraken. Deze mensen worden dan bij aankomst vaak gedurende een lange periode vastgehouden zonder dat er een beslissing wordt genomen over hun aanvraag.

‘In België gebeurt de detentie nog binnen een wettelijk kader dat min of meer gerespecteerd wordt. In landen als Griekenland en Hongarije is de situatie veel problematischer.’

Er is ook een ernstig probleem van juridische bijstand voor mensen die vastzitten en een gebrek aan rechterlijke controle en transparantie qua cijfermateriaal en beleid inzake detentie.

Mensen die in België op de luchthaven asiel aanvragen worden systematisch vastgehouden aan de grens. Vorige week heeft Nils Muižnieks -de commissaris van de mensenrechten van de Raad van Europa- een bezoek gebracht aan België. Na afloop van zijn bezoek werd er een persbericht verspreid en de systematische vasthouding van asielzoekers is één van de punten die hij aanklaagt.

In België gebeurt die detentie nog binnen een wettelijk kader dat min of meer gerespecteerd wordt. In landen als Griekenland en Hongarije is de situatie veel problematischer. Minderjarigen en moeders met kleine kinderen worden er vastgehouden voor heel lange termijnen. In Groot-Brittanië gebeurt dat ook. Heel veel asielzoekers zitten daar in langdurige detentie.

Malta is ook een probleemland. Net als naar Griekenland worden er geen asielzoekers meer teruggestuurd naar Malta. De systematische en langdurige detentie is daarvoor de hoofdreden.

Ik kan me inbeelden dat die landen zelf niet zo rouwig zijn dat er geen asielzoekers meer naar hen teruggestuurd worden. Is er geen andere manier om vanuit Europa dergelijke praktijken te sanctioneren?

Ruben Wissing: De Europese Commissie kan een inbreukprocedure beginnen tegen een land dat de Europese reglementering niet omzet of toepast. Tot twee jaar geleden werd dat in een materie als asiel en migratie niet gedaan. Maar op 23 september heeft de Europese Commissie een hele lijst bekend gemaakt van 40 inbreukprocedures die opgestart zijn tegen lidstaten.

Ook is de discussie gaande of er bepaalde subsidies afgepakt kunnen worden van landen die zich misdragen in de behandeling van asielzoekers. Maar daar bestaat geen juridische procedure voor. Dat is een politieke beslissing die in het kader van de Europese Raad genomen moet worden.

Denkt u dat de Europese landen deze instroom kunnen blijven opvangen?

Ruben Wissing: Ja, dit is echt niet onbeheersbaar. Er is een grote toevloed van asielzoekers, maar we kunnen dat absorberen. Als je er echter voor kiest om je beleid af te stemmen op de angsten die de toestroom oproepen bij burgers, dan toon je geen bereidheid om dat te beheersen. Geef de mensen de boodschap dat we dat aankunnen.

Er zijn grotere vluchtelingenstromen geweest in de geschiedenis. Je moet niet eens zover teruggaan. De Balkancrisis was groter. Kijk maar naar de asielcijfers in 2000. Toen waren er 40.000 asielaanvragen per jaar in ons land. Ik denk dat we dit jaar niet aan dat cijfer gaan geraken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift