‘In Darfur is niet alles altijd wat het lijkt’

Soedanees-Nederlandse activiste Mekka Abdelgabar: ‘De meeste Darfuri snakken naar vrede’

De Soedanese provincie Darfur wordt geplaagd door conflict en verkeert in een permanente humanitaire crisis. Mekka Abdelgabar is geboren in Darfur en is het kind van twee families die vier jaar lang oorlog met elkaar voerden – en toen de strijdbijl begroeven. Nu brengt zij er zelf vechtende partijen bijeen.

Terwijl de meeste Nederlanders zich opmaken voor een eenzame coronawinter zit de Soedanees-Nederlandse Mekka Abdelgabar (65) ergens anders met haar gedachten. Haar land van herkomst bevindt zich op een kruispunt, bijna twee jaar nadat burgerprotesten een einde maakten aan het dertigjarige bewind van dictator Omar al-Bashir.

© Leonard Fäustle

‘Het gaat op dit moment economisch erg slecht met Soedan’, vertelt ze op een bankje in een herfstig stadspark in Den Haag. ‘Na de hoopvolle gebeurtenissen van twee jaar geleden heerst er nu vooral onzekerheid.’ De zorgen van Abdelgabar zijn ongetwijfeld gegrond, als directeur van de Vrouwenorganisatie Nederland-Darfur (Vond) is ze actief betrokken bij de situatie in Soedan.

Dat de Soedanese bevolking in 2019 eensgezind een vuist maakte tegen het regime van al-Bashir, kwam voor vele buitenstaanders als een verrassing. Eensgezindheid is in Soedan al lange tijd niet vanzelfsprekend. Vooral in Darfur, het thuis van negen miljoen Soedanezen, is verdeeldheid eerder regel dan uitzondering.

De provincie Darfur ligt op de grens van Sub-Saharaans Afrika en de Arabische invloedssfeer. Hoewel de regio door de eeuwen heen steeds meer een smeltkroes is geworden, werden de tegenstellingen tussen de bevolkingsgroepen er onder het Britse koloniale bewind weer verscherpt. ‘Van de meer dan zestig grote etnische groepen’, zegt Abdelgabar, ‘ziet 37 procent zichzelf als Arabisch en 63 procent als Afrikaans.’

Afrikanen en Arabieren

Wie is Mekka Abdelgabar?

  • Geboren op 26 juni 1955, in Ghibaibiesh (Soedan).
  • Behaalde een masterdiploma bestuurskunde aan het International Institute of Social Studies (Den Haag) en deed een eerste fase van een promotieonderzoek in de bestuurskunde aan de Universiteit Twente.
  • Leverde diensten aan ambassades, was aan de slag als freelance tolk en werkte als consultant in de ontwikkelingssamenwerking.
  • Huidige functie: directeur van de Vrouwenorganisatie Nederland-Darfur (Vond).

De Arabische volken leiden eerder een nomadische levensstijl, terwijl de Afrikaanse volken doorgaans hun brood verdienen met landbouw. De spanningen bereikten in 2003 een kookpunt, toen rebellengroepen de Soedanese overheid ervan beschuldigden de niet-Arabische bewoners van Darfur te discrimineren. De burgeroorlog die toen uitbrak had vernietigende gevolgen voor de provincie, die sindsdien in een permanente humanitaire crisis verkeert.

Het probleem wordt in analyses van het conflict vaak neergelegd bij de rivaliteit tussen Arabieren en Afrikanen, maar volgens Abdelgabar ligt het ingewikkelder: ‘De bestaande spanningen tussen die groepen worden vooral door de overheid gebruikt om de bewoners van Darfur tegen elkaar op te zetten.’

Het is niet altijd direct zichtbaar aan een Darfuri of die Afrikaans of Arabisch is: zelf is Abdelgabar een zwarte vrouw, maar ze is etnisch gezien ook Arabisch. ‘Bovendien vinden veel conflicten juist bínnen de stamgroepen plaats.’

Gemengde achtergrond

Voor Mekka Abdelgabar, die in een klein dorpje in de buurt van de zuidwestelijke stad Nyala is geboren, komt dat zelfs heel dichtbij. ‘Mijn ouders behoorden tot twee verschillende Arabische groepen, die vier jaar lang met elkaar in de clinch lagen.’ Ten slotte werd de strijdbijl tussen haar families begraven. Haar afkomst zou bij haar toekomstige rol als vredestichter in Darfur zelfs in haar voordeel werken.

Die rol kreeg ze wel pas op latere leeftijd – en na enkele omzwervingen. In 1981 verhuisde ze naar Den Haag, vanwege de studie van haar man. Vier jaar later begon ze zelf aan een master in de bestuurskunde, aan het International Institute of Social Studies. ‘Ik was een van de eerste Soedanese Nederlanders’, zegt ze.

‘Als diaspora wilden we solidair zijn met de vrouwen in Soedan.’

De meesten van haar landgenoten arriveerden pas later in Nederland, vooral nadat in 2003 de vlam in de pan sloeg. Zelf besloten Abdelgabar en haar man in 2002 om terug te gaan naar Darfur. Omdat hun kinderen er niet konden aarden, duurde die passage maar anderhalf jaar. Desondanks maakte ze veel indruk: ‘Toen het conflict uitbrak, raakte ik geïnspireerd door de weerbaarheid van de vrouwen. Ik wilde wat terugdoen voor mijn land.’

Diaspora

Eenmaal terug in Nederland richtte ze in 2005 samen met haar zoon en twee Soedanees-Nederlandse vrouwen de organisatie Vond op. ‘Als diaspora wilden we solidair zijn met de vrouwen in Soedan.’

Een doel van de organisatie is het centraal stellen van de stem van Soedanese vrouwen zelf in gesprekken over de oorlog in Darfur, naar wie nog te weinig werd geluisterd. ‘Ik ergerde me aan de eenzijdige manier waarop er in Nederland naar de situatie werd gekeken’, vervolgt ze. In het publieke debat werd vooral de spanning tussen Afrikanen en Arabieren benadrukt. ‘De eerste activiteit die we organiseerden, was een symposium in Den Haag, over het vredesakkoord dat toentertijd net was gesloten.’ Daarvoor liet Vond twee Soedanese vrouwen overkomen, die de toehoorders een vollediger beeld konden geven.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In 2007 volgde er een vierdaagse workshop in de Soedanese hoofdstad Khartoum, die de echte kick-off vormde. Sindsdien is Vond uitgegroeid tot een vrouwenorganisatie van formaat, die ondersteuning biedt aan vrouwen en vrouwenorganisaties in heel Darfur. ‘We geven cursussen over de grondwet, maar ook over resolutie 1325.’

Resolutie 1325 is de befaamde ‘vrouwenresolutie’ van de VN-Veiligheidsraad en gaat onder andere over het betrekken van vrouwen bij vredesprocessen. ‘Ook in Darfur wordt dit soort zaken vooral gezien als mannenzaken.’

Abdelgabar leidt de stichting nu samen met vier andere bestuursleden. Als diaspora-organisatie maakt Vond goed gebruik van haar ingangen in Nederland. Toen de stichting werd opgericht, woonden er zo’n zevenduizend Soedanezen. ‘Maar het is een intern diverse groep, die daarom minder hecht is dan sommige andere migrantengroepen.’ Daarom richt Vond zich ook op de integratie van de Soedanese gemeenschap in Nederland, door bijvoorbeeld culturele avonden te organiseren.

Actieve rol voor vrouwen

Het hoofddoel van Vond is het helpen van Soedanese vrouwen om een actieve rol te spelen in het vredesproces en de wederopbouw van Darfur. Vanaf 2013 werden zestien vrouwelijke leiders uit de provincie en tien journalisten uit Khartoum opgeleid om het vredeswerk van vrouwen zichtbaarder te maken.

‘Zeker in het begin werd er nog veel te weinig naar de vrouwen in de regio geluisterd’, zegt Abdelgabar. ‘Terwijl de expertise en ervaringen van deze vrouwen onmisbaar zijn.’ Ze houden de samenleving daar draaiende. ‘Mannen zijn vaak van huis, omdat ze moeten meevechten in de oorlog of omdat ze naar het buitenland gaan om geld te verdienen voor hun gezin.’

Sinds de oprichting is Vond in de regio in sneltempo een aanjager voor vrede geworden. Rondom Abdelgabar en het kernteam van de zestien vrouwelijke leiders heeft de organisatie een groot netwerk opgebouwd van lokale vrouwenorganisaties, afkomstig uit verschillende etnische groepen en sociale klassen.

‘Zeker in het begin werd er nog veel te weinig naar de vrouwen in de regio geluisterd.’

Abdelgabar is de spin in dit strak geweven web van contacten en organisaties, en ze reist regelmatig op eigen initiatief door Darfur om te bemiddelen tussen groepen die in conflict zijn. ‘Juist omdat wij in de samenleving zo geworteld zijn, lukt het ons om op plaatsen te komen waar reguliere hulporganisaties geen toegang toe hebben.’

Vredesakkoord

Dat werd onder meer duidelijk in 2015, toen er een conflict oplaaide tussen de Afrikaanse Berti en de Arabische Zyadia, rondom de stad Mellit in Noord-Darfur. ‘De aanleiding was de moord op een sjeik van de Zyadia in de woestijn, door een Berti-man.’

De woedende Zyadia wisten door het volgen van het kamelenspoor het dorp van de dader te bereiken en eisten diens uitlevering. ‘De Berti weigerden’, vertelt Abdelgabar. ‘Toen besloten de Zyadia de hulp van andere Arabieren in te schakelen.’ De situatie escaleerde toen de versterkingen van de Janjaweed (door het Soedanese regime gesponsorde Arabische milities, ook bekend als de ‘duivels te paard’, red.) arriveerden.

De Arabische Janjaweed-milities, herkenbaar aan hun zwarte gezichtsbedekking, gingen hun boekje ver te buiten. ‘Ze richtten onder de Berti een slachting aan.’ Meer dan achtduizend mensen sloegen door het geweld op de vlucht.

Abdelgabar besloot samen met een delegatie wél naar de stad af te reizen, om de vrouwen in het gebied een hart onder de riem te steken en te onderzoeken of er een vredesakkoord mogelijk was. ‘We organiseerden drie workshops: twee in Mellit en één in de stad Kuma, voor elke groep afzonderlijk.’ Het initiatief vond snel plaats, slechts een week nadat de wegblokkades rondom Mellit waren opgeheven.

Meer dan achtduizend mensen sloegen door het geweld op de vlucht.

De delegatie van Vond wist de stad zelfs te bereiken voordat de regering en Unamid, de hybride vredesmissie van de VN en de AU die tot eind vorig jaar in Darfur opereerde, daarin slaagden. Het netwerk van Abdelgabar kwam goed van pas: ‘We werkten al samen met vrouwenorganisaties van beide groepen.’

Fijngevoelige aanpak

Van beide kanten hoorden ze compleet tegenovergestelde verhalen, legt Abdelgabar uit. Na lang doorvragen kregen ze op een zeker moment een beeld van wat er zich had afgespeeld, waarop een haast onmogelijke taak volgde: bemiddelen tussen twee groepen die enkele weken eerder elkaars bloed nog hadden vergoten. ‘Tijdens de gesprekken vroegen we hen tot welk compromis ze bereid waren en welke oplossing echt onacceptabel was.’

© Leonard Fäustle

Die gesprekken vereisten een fijngevoelige aanpak en daarbij helpt het dat Abdelgabar op de hoogte is van de culturele gebruiken. ‘Er is altijd een religieuze leider in ons team.’ Succes is bovendien niet gegarandeerd – zo ook in dit geval. ‘De pijn was nog te vers. Het lukte de groepen niet tot een bestand te komen.’

Ze liet zich daar niet door afschrikken en later in datzelfde jaar slaagde een andere verzoeningspoging wel. ‘De Afrikaanse Fallata en de Arabische Salamat hadden al twee keer eerder gevochten en het leek een derde keer te zullen gebeuren.’ Vond riep de strijders op niet meteen naar de wapens te grijpen en nodigde ze uit voor vredesworkshops in de hoofdstad Nyala. ‘Zelfs de krijgsheren besloten om te komen.’

Het initiatief maakte een hoop los bij de mannen, ‘die verbaasd waren te zien dat vrouwen hiertoe in staat waren’. Het gevolg was dat er een soort van vredescompetitie ontstond. ‘Mannen begonnen ook vredesbewegingen op te richten en de lokale overheid begon zich ermee te bemoeien.’ Uiteindelijk resulteerde de inzet van de vrouwen en de mannen een maand later in een vredesakkoord.

Hakamat

Het werk van Vond richt zich vooral op vrouwen, omdat die disproportioneel geraakt worden in het conflict en er te weinig naar hen geluisterd wordt. Maar vrouwen zijn volgens Abdelgabar niet alleen passieve slachtoffers. Dat blijkt als ze vertelt over de Hakamat, traditionele zangeressen die veel aanzien genieten in hun gemeenschap.

‘We hebben de vrouwen van twee vechtende groepen samen een vredeslied laten zingen.’

‘De Hakamat zingen op de radio vaak liederen waarin ze jongemannen aansporen om ten strijde te trekken: om wraak te nemen of de eer van hun etnische groep te verdedigen.’ De opzwepende liederen van de Hakamat kunnen soms de lont in het kruitvat steken. ‘Zelfs ik kan soms geraakt worden door hun emotionele oproepen’, zegt Abdelgabar.

In april 2016 werkte ze samen met Hakamat-zangeressen, om hun sociale invloed ten goede te gebruiken. ‘We hebben de vrouwen van de twee vechtende groepen samen een vredeslied laten zingen.’

Abdelgabars aanpak is niet alleen succesvol vanwege haar goed afgestemde culturele antenne, als Nederlandse biedt ze de Darfuri ook een nieuw perspectief. ‘Als ik met hen in gesprek ga, verwijs ik vaak naar Europa en de Tweede Wereldoorlog.’ Dat Europese landen na zo’n bloedige oorlog de samenwerking wilden opzoeken, biedt haar toehoorders hoop. ‘Ik leg uit dat zo’n oplossing ook bij ons in Darfur mogelijk is.’

Dat Abdelgabar zelf het kind van twee rivaliserende etnische groepen is, versterkt haar verhaal. ‘Ook de families van mijn ouders hebben hun conflict bijgelegd. Men ziet mij door mijn afkomst als een neutrale stem.’

Toekomst

Toch neemt Abdelgabar een groot risico door zich hard te maken voor vrede in Darfur. ‘In de regio is niet alles altijd wat het lijkt.’ Het conflict tussen de Berti en de Zyadia bleek een oorlog-bij-volmacht te zijn, tussen de gouverneur en een religieuze leider van de Janjaweed. ‘De Berti-man die de Zyadia-sjeik had gedood, was waarschijnlijk ingehuurd door de gouverneur.’

Revoluties ontstaan nooit van de ene op de andere dag, de zaadjes zijn al jaren van tevoren geplant.

Abdelgabar is ervan overtuigd dat de meeste mensen vrede willen in Darfur. ‘Het probleem is vooral dat sommige machtige mensen daar geen belang bij hebben.’ Achter het geweld gaat een schaduwwereld schuil: ‘Er wordt veel geld verdiend met de wapenhandel en politieke leiders gebruiken de polarisatie om hun eigen vetes te beslechten.’

Maar ze is niet bang dat haar iets overkomt. ‘De jongeren die in 2019 dictator al-Bashir verjoegen waren toch ook niet bang?’ De vastberadenheid van de Soedanese protestbeweging leidde tot lovende reacties in de buitenlandse media, maar revoluties ontstaan nooit van de ene op de andere dag, benadrukt Mekka Abdelgabar: de zaadjes zijn al jaren van tevoren geplant.

Daar heeft de 65-jarige vredesactivist een belangrijke bijdrage aan geleverd. ‘Veel van de jonge vrouwen die op hoog niveau actief waren bij de protesten, hebben eerder trainingen gevolgd van Vond.’

Abdelgabar ziet het als haar verantwoordelijkheid de nieuwe generatie klaar te stomen voor de transitie naar een volwaardige democratie. Het volgende initiatief van Vond zal daarom een project worden om jongeren daarbij te helpen: ‘Juist nu moeten we de handen uit de mouwen steken.’

Dit interview verscheen eerder bij Vice Versa.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3098   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift