Brussels dichter Taha Adnan: Arabische taal kan Belgische identiteit vertolken

Toen dichter Taha Adnan naar België kwam, was hij 26. ‘Ik was een afgewerkt product Made in Morocco, zegt hij. Ondertussen woont hij meer dan 20 jaar in Brussel. Hij schrijft poëzie, in het Arabisch. Ook de twee gedichten die hij naar aanleiding van de aanslagen in Brussel schreef. Een gesprek over taal, identiteit en Brussel.

  • Facebook Dichter Taha Adnan Facebook
  • Facebook Dichter Taha Adnan Facebook

Een uitgestelde brief

Mijn broer, mijn moordenaar,
ik ben jouw vijand niet
en jij bent niet de mijne.
Waarom reikte me je dan je hand
beladen met kwaadaardigheid?
Moest mijn bloed,
joúw bloed,
vloeien
opdat jij dan het grillige pad kon begaan
naar het paradijs der moordenaars?

Mijn broer,
als God wenste
het heelal te vernietigen
in een oogwenk,
zou Hij dan jouw hulp nodig hebben?
Hij die God is in de hemel,
en op de aarde,
zou Hij iemand zoals jou nodig hebben
om de ziel van een zondaar te nemen?
En de ziel van een onschuldige?
En de ziel van degene die het voornemen had,
maar die niet…

En de ziel van degene
wiens ziel bedorven is?
Heeft Hij jouw rancune nodig,
om hen, en jou erbij, te vernietigen,
in één enkel ogenblik?!
Denk eens goed na.
Wie maakte jou bezeten?
Wie heeft jouw hoofd
op hol doen slaan?
Wie,
oh mijn moordenaar,
heeft jou van het broer-zijn beroofd?
Wie heeft het beest gewekt
in jouw baldadige hart?
Wie heeft het vuur doen oplaaien
in jouw uitgedoofde ziel?

Mijn broer,
sinds Abel stierf
aan het begin van de schepping,
hebben onze offers ons in het verderf gestort.
En jij hebt mij in het verderf gestort.

Mijn broer,
mijn enige zonde
is een lot dat mij
op de drempel van de teloorgang bracht.
Mijn broer,
wiens zoon ben jij?
Zeg het mij,
in de naam van de hemel!
Uit welk klei ben jij geschapen?
Uit welk water?

Mijn broer,
die op mij gelijkt
in mijn schroom
in mijn onverschrokkenheid
in mijn kwetsbaarheid
in mijn lichtzinnigheid
in mijn zachtmoedigheid
in mijn opvliegendheid.
Heb jij, net als ik,
de lichtheid ervaren
van een hart dat diep in jou klopt?
Heb jij ooit de liefde ervaren?

Mijn broer,
wij zijn samen geboren,
hebben samen dezelfde moedermelk gezogen,
hebben samen gekropen,
hebben samen op deze vlaktes gegraasd,
hebben ons samen vermaakt,
hebben ons samen op het schip der dwaasheid ingescheept,
hebben samen gedroomd,
hebben samen ijdelheden
en illusies achterna gezeten,
en hebben samen nederlagen geleden.
Mijn broer,
waarom verloochen je me nu?
Wat heeft jou doen veranderen?
Waarom blijf je
– hoewel er zich geen openbaring aan jou heeft voorgedaan –
gevangene van je eigen verdorven waanbeelden?
Als een lichtzinnige nieuweling
zie je een paradijselijke nimf
naar jou komen,
fladderend als in de mythes,
waardoor de wolf in jou onversaagd wordt.
Mijn broer,
mijn wederhelft,
die niet meer is zoals hij voorheen was,
wie heeft gezegd dat het leven
hier
goddeloos is?

Durf je
mij in de ogen te kijken
op de dag des onheils?
Zeg het me.
Of zal je te laf zijn
om mijn dood
bij te wonen?
Mijn broer,
je bent te beklagen.
Jij stierf reeds voor mij,
en je handen zijn besmeurd
met mijn bloed.
Mijn bloed
dat je als jong kind
nog likte
om mijn wonde te verlichten.
Wat heb je toch?
Waarom zet je
de tanden van je verraad vast
om de navelstreng die ons verbindt
en onze bloedband door te bijten?

Mijn broer,
omhels me,
druk me tegen je hart van steen,
opdat je mijn hartslag zou horen
voordat je
– tussen twee slagen in –
vergenoegd weggeleid wordt
naar je bloederige einde.
Rusteloos
haast je je
om eerder dan mij te sterven.
Wie weet bereik je
in je illusie
een niet-bestaand paradijs.
Mijn broer, je hebt mijn lijk niet gezien.
Mijn lichaam is ontbonden
omdat je schrik hebt gekregen.
Je bent gestorven
en je hebt enkel deze pijn nagelaten.

Moet ik je nu,
nu je dood een feit is,
bezingen in een treurzang
of zou ik je beter hekelen?
Alsof metaforen
mij de weg wijzen
naar een duister beeld.

Alsof ik,
nog steeds levend,
nog altijd
een broer ben zoals ik was,
voordat je
de zondige gedachte omarmde.
Mijn broer, jij, mijn moordenaar,
wat een verloren leven,
wat een overhaast einde!

Brussel, augustus 2016
Uit het Arabisch vertaald door Lore Baeten

B allingschap, immigratie, diaspora. Het zijn termen die gemakkelijk hun weg vinden naar kunst en cultuur. Het is waarschijnlijk omdat immigratie en ballingschap diep in de ziel van de mens ingrijpen, dat ze tot uiting komen in verschillende kunstvormen en dat ze prachtige literatuur kunnen opleveren. De confrontatie met een nieuwe omgeving en de ontmoeting met een andere literatuur vormen alvast een vruchtbare bodem voor creativiteit in verschillende vormen.

In de Arabische literatuur is dat een genre apart. Wie dichters en auteurs van Mahjar (diaspora) zegt, weet meteen over wie het gaat. De Pen Liga in New York, opgericht in 1915 en hervormd in 1920 onder leiding van Gibran Khalil Gibran, heeft prachtige literatuur voortgebracht. Het gaat om een groep auteurs uit Libanon en Syrië die zich op het einde van de negentiende eeuw in Amerika gevestigd hadden en sinds 1911 heel nauw samenwerkten. Het was ook de bedoeling van de auteurs en de dichters van de Pen Liga om de Arabische literatuur te hervormen en nieuw leven in te blazen. En dat is hen ook goed gelukt.

Taha Adnan, een Brusselse dichter van Marokkaanse herkomst en lid van het Brusselse Dichterscollectief is nooit gestopt met in het Arabisch te schrijven. Zijn laatste gedichtenbundel Uw glimlach is mooier dan de nationale vlag, werd in 2016 gepubliceerd. De twee voorbije jaren heeft hij ook twee collectieve boeken gepubliceerd. Het eerste boek, Bruxelles la marocaine, is in Marokko in het Frans verschenen en het tweede boek Ceci n’est pas une valise werd in het Arabisch uitgegeven.

‘De vergelijking met de jaren twintig van de vorige eeuw en de auteurs van de diaspora kan niet gemaakt worden’, zegt Taha Adnan. ‘De verschillen zijn enorm, de situatie is nu totaal anders. De reis duurde toen heel lang en de ballingschap had een andere dimensie. Niet te vergelijken met het tijdperk van Facebook en WhatsApp’. En toch droomt de dichter van iets vergelijkbaars, zij het iets van het niveau van wat vanuit Parijs en London wordt geproduceerd.

U bent dichter, u hebt ook een toneelstuk geschreven maar waarom vindt u het belangrijk om twee collectieve boeken uit te geven?

Taha Adnan: Ik heb sinds het eerste collectieve boek Bruxelles la marocaine altijd zin gehad in een soort Arabische literatuur uit België of eerder in een Belgische literatuur in de Arabische taal. Er is hier geen traditie op dat vlak. De situatie in België is niet te vergelijken met die in Groot-Brittannië of Frankrijk, waar vanaf de jaren vijftig Arabischtalige auteurs gevestigd zijn.

In België vind je weinig mensen die in het Arabisch schrijven, maar het begint stilletjes aan te groeien. Het is dat proces dat ik door het tweede collectieve boek Ceci n’est pas une valise wilde stimuleren. Ik heb aan een zeventiental auteurs van diverse Arabische afkomst gevraagd om verhalen te vertellen en ik heb geprobeerd om niet te focussen op Brussel. Ik heb bijvoorbeeld aan één van de auteurs gevraagd om het over Brugge te hebben. Ik woon zelf in Brussel en heb ervoor gekozen om het over de Ardennen te hebben.

Waarom laat u Arabischtalige auteurs over België schrijven?

‘Het feit dat we onze belgitude hier beleven en dat we deze belgitude in onze creativiteit in onze eigen taal vertolken, kan niet anders dan een verrijking zijn’

Taha Adnan: Mij gaat het niet zozeer om de plaats, maar om de mens. Wij zijn aanwezig in dit land en er wordt over ons gesproken, in de media, door journalisten, door politici,… We moeten niet stemloos blijven. Via literatuur, creatie en kunst kunnen we zelf onze verhalen vertellen. Belangrijker dan de plaats is de verscheidenheid in de personages. In deze vertellingen vind je de arbeider en de werkloze, de migrant en de vluchteling, de student en de intellectueel, …

De verscheidenheid in het lot van de personages vertolkt de diversiteit in de Arabische aanwezigheid in België. Een andere doelstelling is deze auteurs de kans geven om zich in hun eigen taal te uiten. Vertalen kan later altijd.

U hebt ook ervoor gekozen om ze in het Arabisch te laten schrijven, waarom?

Taha Adnan: Het is een bewuste keuze. Ik geloof dat de taal waarmee je schrijft heel belangrijk is. Door te denken en te spreken in het Arabisch heb ik meer controle over mijn ideeën en mijn visies. En via vertellingen kan ik mijn ideeën met meer duidelijkheid overbrengen. Ik kan mijn zorgen en mijn problemen ook met meer diepgang en meer oprechtheid verwoorden en de nuances beter aanbrengen. Want taal is drager van een visie en een standpunt over de wereld.

Het feit dat we onze belgitude hier beleven en dat we deze belgitude in onze creativiteit in onze eigen taal vertolken, kan niet anders dan een verrijking zijn. Eerst voor de Arabische literatuur die we Arabische literatuur in de diaspora kunnen noemen, of zelfs Belgische literatuur in het Arabisch. Want een aantal auteurs zoals Hazem Kamaleddine en Allal Bourquia zijn hier al heel lang. Ik ook, ik woon al meer dan twintig jaar in Brussel en ben al 17 jaar Belg.

‘België en vooral Brussel zijn voor mensen zoals ik een onlosmakelijk onderdeel geworden van onze identiteit.’

België en vooral Brussel zijn voor mensen zoals ik een onlosmakelijk onderdeel geworden van onze identiteit. Zelfs wanneer we in het Arabisch schrijven, drukken we op één of andere manier onze belgitude uit en dragen wij bij tot het creëren van deze Belgische meervoudige identiteit die morgen of overmorgen misschien het bindmiddel zal zijn tussen Belgen uit verschillende sociale, culturele en taalkundige achtergronden.

Zelfs op wereldvlak zijn we op weg naar een soort wereldliteratuur waarin taal en plaats niet meer van belang zijn. De wereld van de literatuur is een wijde wereld die alle talen kan omvatten en alle gevoeligheden en alle culturele en intellectuele richtingen en overtuigingen kan bevatten.

Door deze verzameling in het Arabisch uit te geven, richt u zich in de eerste plaats tot de Arabische lezer.

Taha Adnan: Inderdaad, we willen de lezer in de Arabische wereld bereiken. Mensen horen Brussel en maken de link met de NAVO, met betogingen tegen Europa, met beslissingen van de NAVO of van de Europese instellingen. Door verhalen te laten vertellen, wil ik Brussel humaniseren, een idee geven over het dagelijkse leven van mensen.

Het boek is er ondertussen ook voor de Franstalige lezer en het was de Marokkaanse uitgever die beslist heeft om het boek in het Frans te vertalen. En ik ben er zeker van dat het in het Nederlands zal vertaald worden. Het gaat niet alleen over Brussel, maar ook over Wallonië en Vlaanderen.

Hoe beschrijft u uw relatie tot Brussel?

Taha Adnan: Ik ben op de eerste plaats Marokkaan. Toen ik naar België kwam, was ik 26 jaar. Ik was een afgewerkt product; Made in Morocco, zeg ik altijd. Dus ik kwam met mijn schrijftaal, met mijn ideeën over de wereld, mijn visies,… Alles was al grotendeels gevormd. Want 26 jaar zijn, is niet 15 jaar zijn en is niet 10. Tegelijkertijd heb ik bijna de helft van mijn leven in deze stad doorgebracht en ik heb een speciale band met Brussel. Ik zie mezelf meer als Brusselaar dan Belg.

Waarom?

‘Brussel gaf me niet het gevoel dat ik een vreemdeling was’

Taha Adnan: Het belang van de plaats. Ik hou van Brussel, ik ben verliefd op Brussel. Het is een stad met een menselijke dimensie die bij iemand als ik past. Toen ik aankwam – en ik ben niet met het vliegtuig gekomen, maar via Spanje en Frankrijk doorgereisd –heeft Brussel me meteen omarmd. Ze heeft me met de Franse taal ontvangen. Dat ik niet accentloos Frans sprak, was ook geen probleem. Ik vond ook een grote Marokkaanse gemeenschap. Ik kon zo mijn munt en mijn brood om de hoek gaan halen.

Brussel gaf me niet het gevoel dat ik een vreemdeling was, maar gaf me een gevoel van vertrouwen. En dat gevoel werd versterkt, jaar na jaar. Deze stad die niet honderd procent Franstalig is maar ook Nederlandstalig en in de Europese wijk Engelstalig, geeft je als nieuwkomer de ruimte om aan haar te wennen en je eigen oriëntatiepunten te creëren. Er is geen dominantie van een taal, zelfs niet van het Frans. En dat is het verschil met een stad als Parijs, Berlijn of Amsterdam.

U hebt twee gedichten in verband met de aanslagen van Brussel geschreven. Hoe was uw reactie toen?

Taha Adnan: Ik heb geluk dat ik schrijf. Er was om te beginnen de schok en je vroeg je meteen af of de daders Arabieren waren. De schok werd groter wanneer je te weten kwam dat ze van Marokkaanse afkomst waren. En de schok werd een drama toen ik ontdekte dat een collega van mij, Olivier, aan wie ik het boek Ceci n’est pas une valise heb voorgedragen, in de aanslag van Maalbeek omkwam. Olivier kwam op hetzelfde moment naar het werk als ik en nam dezelfde metro als ik. Die dag was ik iets vroeger vertrokken. Het was zo dichtbij geworden. Het ging niet meer om de anderen, om anoniemen die ik niet ken.

‘Voor het eerst was ik ervan overtuigd dat veroordeling niet alleen een ethische noodzaak was maar een noodzaak zonder meer.’

Ik ben niet iemand die telkens als er een aanslag wordt gepleegd meteen gaat veroordelen. Ik heb altijd een houding gehad van ‘ik ben niet verplicht om dat te doen’. Waarom zou ik het doen? Wat heb ik daarmee te maken? Maar in dat geval was de situatie anders. Voor het eerst was ik ervan overtuigd dat veroordeling niet alleen een ethische noodzaak was maar een noodzaak zonder meer.

Ik moest “nee” zeggen, maar dat is uiteraard niet genoeg. Afstand nemen of zeggen dat het niets met de islam te maken heeft, en in dat soort discours gaan wilde ik niet. Het moest gaan over de kern van het probleem. We moeten vragen stellen. Waar ligt het probleem? Hoe zijn we hier beland? Hoe komt het dat onze jongeren zo ver geraakt zijn? Hoe komt het dat jongeren die hier geboren en getogen zijn niet meer in dit land geloven? Waarom zijn ze veranderd? Ze waren gisteren nog in discotheken en nu zijn ze monsters geworden.

Het zijn vragen die we moeten stellen op verschillende niveaus. Van op het hoge algemene politieke niveau waar er een band is met een oorlog of een onrechtvaardig beleid ten opzichte van het Midden-Oosten, over de invloed die er is op de Arabische gemeenschappen in de migratie in Europa, en over het gevoel van onrecht dat veel mensen ervaren, tot de uitsluitingsmechanismen die uitgeoefend worden op mensen met een migratie-achtergrond.

We stellen deze vragen, maar met veel nuances. Want tegelijkertijd worden deze uitsluitingsmechanismen ook uitgeoefend op mensen uit Azië, Zuid-Amerika en uit sub-Saharaans Afrika. Ik wil hiermee zeggen dat we door deze vragen te stellen niet proberen excuses te zoeken of proberen wat er gebeurde te legitimeren. Maar we proberen het te begrijpen.

Een onbevangen vraag aan een IS-strijder

God,
de Barmhartige, de Erbarmer,
de Heerser, de Heilige Bron van vrede,
de Beschermer en Beheerder van het Geloof,
de Machtige, de Onweerstaanbare,
de Grootmoedige,
de Schepper die Zijn schepsels vormgeeft

Hij is God
Heer van de Semieten en Hamieten
en van alle nakomelingen van Jafet

Hij schiep de Soemeriërs en de Kanaänieten,
de Arameeërs, de Hebreeën
en de oude Farao’s,
de Vandalen en de Byzantijnen,
de Arabieren en de Perzen,
de Turken en de Koerden,
de Imazighen en de volkeren van de Sahel

Hij schiep de Maya’s,
de Inca’s en de Azteken

Hij schiep de Magi,
de Hindoes en de Boeddhisten,
de Sikhs en de Heidenen,
de Joden en de Christenen,
de Atheïsten 
Hij schiep de Agnosten,
de Chaldeeërs en de Assyriërs,
de Sabiërs Mandaeërs
Hij schiep de Sjiieten en de Ismaëlieten,
de Druzen en de Alawieten
en Hij schiep de Yezidi’s

Hij schiep de Walen en de Vlamingen,
de Fransen en de Nederlanders,
de Duitsers, de Spanjaarden en de Italianen,
de Amerikanen en de Britten,
de Russen en de Polen,
de Hongaren, de Roma en de Mongolen
Hij schiep de Congolezen en de Angolezen,
de Noord-Koreanen en de Zuid-Koreanen,
de Indiërs en de Chinezen
Hij schiep de Latijns-Amerikanen,
de Australiërs en de Nieuw-Zeelanders
en Hij schiep de Scandinaviërs 

Uit klei heeft Hij hen geschapen
als een extract
uit onbeduidend vocht
Vervolgens verfijnde Hij hen
en vervolmaakte Hij hun vormen

Uit Zijn Geest blies Hij hen leven in
Hij schonk hen verstand en hart,
leerde hen namen en talen,
en deelde hen op in stammen en volkeren

God, Heer der Werelden,
Wiens barmhartigheid allesomvattend is,
heeft Hij al dezen geschapen
enkel en alleen 
om hen te kwellen?

Brussel, 17 april 2016

Laten we de verantwoordelijkheid vastleggen, van iedereen. Laten we de verantwoordelijkheid van het individu, van het gezin, van de groep en van de maatschappij als geheel onder de loep nemen. Laten we kijken naar onze Belgische overheid, maar ook naar Marokko. Laten we kijken naar de religieuze omkadering van de jongeren, naar de mensen die vanuit Marokko naar hier gestuurd worden om die religieuze omkadering te geven. Laten we kijken naar hun vorming, laten we nakijken of ze de taal van de jeugd beheersen.

Hoe kijkt u nu naar de situatie?

‘Ik wil niet dat de Arabische taal blijft in verband gebracht worden met agressiviteit en aanslagen’

Taha Adnan: Wat ik zie, is niet hoopgevend. Het is eerder onheilspellend. Er is een terugplooiing bij de enen én de anderen. Er zijn mensen die van deze situatie gebruik maken. Als je kijkt naar Trump, krijg je angst.

Wanneer je ziet dat Brexit vooral op het thema van migratie is gebaseerd, krijg je angst. Islamofobie wordt niet alleen zichtbaar, maar legitiem. Het doet de tongen loskomen. Zelfs diegenen die het vroeger niet accepteerden, accepteren het nu want gebaseerd op “feiten”.

En de oplossing of oplossingen?

Taha Adnan: Als er simpele en gemakkelijke oplossingen waren, dan waren ze al lang gekozen en waren de problemen al lang opgelost. Om te beginnen is er de veiligheidsoplossing. Ze was nodig en noodzakelijk en wij zijn daar vragende partij voor. Maar dat is niet voldoende. Ik denk dat opvoeding en cultuur een invalshoek kunnen zijn, een deur tot een oplossing, een sleutel, of één van de sleutels om de toekomst te maken.

Laten we elkaar begrijpen. Laten we naar elkaar luisteren. Ik wil niet dat de Arabische taal in verband blijft gebracht worden met agressiviteit en aanslagen. Ik zou willen dat de Arabische taal ook als de taal van de kritiek wordt gezien en van het kritische gedachtengoed. Arabisch is ook een taal van creatie, een taal van literatuur en schoonheid. Arabisch is ook drager van waarden als schoonheid en vooruitgang. We willen dat dat ook gezien wordt.

Hoe kan dat gezien worden?

Taha Adnan: Waarom wordt Arabisch, zoals Spaans of gelijk welke andere taal, niet op school onderwezen? Ik, zoals veel mensen, heb altijd dit idee gehad maar we durfden dit vroeger zelfs niet verdedigen. Ik heb Belgische vrienden die zich gespecialiseerd hebben in de Arabische taal, maar die geen werk vinden. Toch is er vraag naar Arabische taallessen. Waarom kunnen ze geen les geven aan kinderen van Marokkaanse afkomst en aan wie daarin geïnteresseerd is? Arabisch is een gebruikte taal in Brussel.

Denkt u dat dit mogelijk is?

Taha Adnan: Waarom niet? Een aantal Vlaamse bibliotheken in Brussel hebben me gevraagd om samen met hen een aantal werken in het Arabisch te selecteren. En dat vind ik fantastisch.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2745   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur