Hoe Europa “veilig” werd

Terreurexpert Beatrice de Graaf: ‘Veiligheid omvat respect voor mensenrechten én milieu’

© Xander Stockmans

 

Op 4 september stak een Afghaanse man twee toeristen neer in Amsterdam Centraal. Nederlanders eisten straffe maatregelen. Beatrice de Graaf, hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht, wist waarom ze samen met een team van acht mensen vijf jaar lang onderzoek had gedaan voor haar nieuwe boek Tegen de Terreur. Over Europese samenwerking tegen terreur na de nederlaag van Napoleon.

‘Mensen verwachten vaak dat de regering de kans op een aanslag helemaal uitsluit’, zegt De Graaf. ‘Precies dat idee, dat de staat ons tegen alles kan beschermen, is rond 1815 ontstaan. Na de nederlaag van Napoleon, dáár ligt de kiem van onze nationale veiligheidsstaat met zijn uitgebreide bevoegdheden rond terrorismebestrijding, toen is het begin gemaakt van de opbouw van onze hedendaagse architectuur van collectieve veiligheid.’

In 1815 richtten Rusland, Oostenrijk, Pruisen en Engeland de Geallieerde Raad op. Die werd verantwoordelijk voor de veiligheid van Frankrijk en Europa. Dit collectief veiligheidsbeheer was een soort voorloper van de Europese Unie, de NAVO of de VN-Veiligheidsraad. Er werden paspoorten ingevoerd, een geheime dienst opgericht, zwarte lijsten opgesteld. Dit bracht veiligheid, maar ook repressie.

Sinds 1815 stortte dit Europese collectieve veiligheidssysteem drie keer in en moest er op de puinhopen van oorlog een nieuw bondgenootschap worden opgetrokken. En het kan nog een vierde keer gebeuren. We kunnen de periode van het eerste collectieve Europese veiligheidssysteem dus maar beter goed bestuderen, om te weten welke lessen we daaruit kunnen trekken.

200 jaar later bevinden we ons opnieuw in een staat van collectieve paniek: angst voor terreur, terechte en overtrokken angst voor mondiale bedreigingen, aangewakkerd door een reeks aanslagen maar ook door de opkomst van populisme, en een crisis van Europese solidariteit rond de opvang van migranten en vluchtelingen.

‘Sinds de aanslagen in Parijs en Brussel zitten 28 verbindingsofficieren van de inlichtingendiensten van alle EU-lidstaten dagelijks samen rond de tafel.’

Door de verhoogde dreiging gingen onze inlichtingendiensten nochtans ook intensiever samenwerken.

De Graaf: Dat klopt. Politieke spanningen en polarisatie nemen toe, maar achter de schermen is de samenwerking op het gebied van de strijd tegen terrorisme inderdaad nog nooit zo goed geweest. Bij Europol, tussen de verschillende nationale politie- en veiligheidsdiensten.

Sinds de aanslagen in Parijs en Brussel zitten 28 verbindingsofficieren van de inlichtingendiensten van alle EU-lidstaten dagelijks samen rond de tafel. Ze delen dus doorlopend informatie om Europa veilig te houden.

Dat is positief?

De Graaf: Op zich zeker wel. Maar die uitdijende veiligheidsbureaucratie onttrekt zich ook vaak aan het publieke oog. Dat kan problematisch zijn als mensen ten onrechte geviseerd worden, of wanneer stelselmatig burgerrechten met voeten worden getreden. Neem bijvoorbeeld de zogeheten ‘zwarte lijsten’ met terrorismeverdachten. Je moet maar eens op een zo’n lijst terecht komen.

Het fenomeen van zulke lijsten is al in 1815 ontstaan om Franse revolutionairen op te sporen. Dat werkte tot op zekere hoogte, maar tegelijkertijd leidde de samenwerking ertoe dat individuen toegang tot het recht werd ontzegd. Ook vandaag bestaan zulke lijsten onder meer op het niveau van de VN-veiligheidsraad, die samenwerkt met Interpol. De bankenwereld krijgt informatie van die lijsten, zodat rekeningen geblokkeerd worden.

De ondertitel van je boek, Hoe Europa veilig werd na Napoleon, is dus niet per se positief bedoeld?

De Graaf: Neen, want perfecte veiligheid gaat altijd ten koste van iets anders. Of we dat wel moeten willen, is maar de vraag.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

Het is nu, na twee eeuwen, nog altijd een vicieuze cirkel: na een onveilige, revolutionaire periode hunkeren mensen naar stabiliteit en gaan ze steeds meer van de staat verlangen om ordeverstoorders te onderdrukken. Dus krijgt de overheid er meer bevoegdheden en middelen bij en staan burgers hun rechten af zonder er al te veel erg in te hebben.

Met die uitgebreide bevoegdheden kunnen overheden steeds autoritairder optreden tegen bepaalde bevolkingsgroepen, waardoor er verzet ontstaat en het juist weer onveiliger kan worden.

Momenten van crisis lijken dé momenten in de geschiedenis waarin waarden verschuiven.

De Graaf: In 1815 moest de gesel van de terreur, van de Franse Revolutie en de napoleontische oorlogen, getemd worden. De overheid kreeg de vrije hand om het geweldsmonopolie ook tegen onschuldige burgers in te zetten. Zo werd veiligheid voor een paar decennia een hoger goed dan rechten en vrijheden. De verworvenheden van de revolutie werden de kop ingedrukt.

‘Zo’n uitgebreid veiligheidsapparaat kan voor totaal andere waarden worden ingezet als waarvoor het was bedoeld. Daarom zijn afspraken rond mensenrechten cruciaal.’

Pas in de 20ste eeuw hebben we moeizaam, na twee wereldoorlogen, geleerd hoe belangrijk het evenwicht tussen veiligheid en vrijheid is. Met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd die balans ook stevig in de internationale betrekkingen en het internationale recht verankerd.

Misschien is het nog altijd niet doorgedrongen. Want het gebeurt opnieuw: veiligheid gaat soms weer voor recht, of beter nog, het recht zelf ‘verveiligt’. Uitzonderingsmaatregelen worden onderdeel van het gewone recht. Kijk naar de noodtoestand in Frankrijk, antiterrorismewetten in België.

Heeft een overheid er eenmaal bevoegdheden bij, worden ze zelden teruggegeven. Zo’n uitgebreid veiligheidsapparaat kan vervolgens voor totaal andere waarden worden ingezet als waarvoor het was bedoeld. Dat heet ‘function creep’. Dan worden maatregelen uit de sfeer van terrorismebestrijding ook tegen bijvoorbeeld minderheidsgroepen gebruikt.

Daarom zijn duidelijke afspraken rond basiswaarden, waar we ondanks de veiligheidsstaat niet van gaan afwijken, zo belangrijk. Veiligheid moeten we verankeren aan waarden als controle, inspraak, mensenrechten, burgerrechten.

© Xander Stockmans

 

Extreemrechts terrorisme

De revolutionaire terreur werd hard aangepakt vanaf 1815. De “witte” terreur van de ultraroyalisten tégen de revolutionairen werd zacht aangepakt. Dat doet denken aan de hedendaagse discussie dat extreemrechts terrorisme even hard aangepakt zou moeten worden als islamistisch terrorisme.

De Graaf: De ultraroyalisten probeerden er zelfs voor te zorgen dat de Franse regering van Lodewijk XVIII hen de vrije hand gaf in het ‘zuiveren’ van de regio die niet door de Geallieerden was bezet. Binnen de Geallieerde Raad werden verhitte discussies gevoerd of de bezetters moesten ingrijpen.

Wellington, de voorzitter van de Raad, stuurde een onderzoeksmissie naar het Franse gebied. Maar Metternich, en de leiders van de andere autoritaire landen Rusland en Pruisen, waren echt op het rechteroog blind: ze waren vergoelijkend tegenover de witte anti-revolutie terreur. Zij hadden niet door dat ze zo het zaad zaaiden voor een nóg verdergaande revolutie tegen autoritarisme: 1825 in Rusland, 1830 in Frankrijk, 1848 in Oostenrijk. Als je om veiligheid geeft, zo meende Wellington al, viseer je alle vormen van terrorisme als een bedreiging voor de openbarde orde.

‘We moeten extreemrechts terrorisme zeer goed in de gaten houden. Het zou kunnen dat er een golf tribaal terrorisme in de maak is die etnisch geweld niet schuwt.’

Ook vandaag zien sommige leiders niet dat extreemrechts terrorisme moslims alleen maar verder vervreemdt en opstandig maakt. Besteedt de nationale veiligheidsstaat daar wel genoeg aandacht aan?

De Graaf: Ja, maar dat kan beter. De tegenreactie tegen het jihadisme kan destructief zijn. Er zijn al verschillende geweldplegingen van extreemrechtse zijde geweest, ook van terroristische aard. Denk aan de NSU in Duitsland, de moordaanslag op Jo Cox in het Verenigd Koninkrijk, de aanslag tegen de moskee in Enschede.

En terwijl in Nederland een cel werd ontmanteld van zeven jihadisten, werd er in Duitsland een cel van soortgelijke omvang ontmanteld van rechts-extremistische terroristen die van plan waren om op 3 oktober een aanslag te plegen tegen politici: “Revolution Chemnitz”.

Organisaties als AfD en Pegida hitsen delen van de bevolking daar op tegen de regering, tegen het integratiebeleid en tegen mensen met een migratieachtergrond. De Duitse chef van de Binnenlandse Veiligheidsdienst moest opstappen, onder meer omdat hij met die dreiging niet goed omging.

Die fout moet niet nog eens worden gemaakt. Het zou kunnen dat er een nieuwe golf van terroristisch geweld in de maak is en dat zou wel eens tribaal terrorisme kunnen zijn – een vorm van terrorisme die etnisch geweld niet schuwt.

De nadruk op identiteit is zwaar toegenomen sinds de vluchtelingencrisis in 2015. De rechtse identitaire beweging kan gevaarlijk worden. In België hadden we een discussie over Schild&Vrienden. Hun leider werd gefotografeerd met wapens en plots deden we alsof die jongens een staatsgreep voorbereidden.

De Graaf: Links heeft net zo goed boter op hoofd. Het identitaire protest is een rechts protest. Maar denken in termen van identiteit, je vereenzelvigen met mensen die onderdrukt worden op basis van hun identiteit, dat emancipatie moet gebeuren op basis van die identiteit in plaats van neutraal burgerschap te bevorderen, draagt deels bij tot de polarisatie. In de VS is dat linkse, politiek correcte identiteitsdenken op veel plaatsen ook echt doorgeschoten.

Maar het klopt dat rechts populisme mensen fixeert op één risico-aspect van hun identiteit, bijvoorbeeld moslim-zijn, of links-zijn. Dan ontneem je jezelf de mogelijkheid om met diezelfde mensen een oplossing te zoeken. En als je mensen vervolgens op basis van die identiteiten op lijsten gaat zetten, dan wordt het helemaal gevaarlijk.

Afbraak van de rechtsstaat

De EU kan je zien als een poging tot collectief veiligheidsbeheer. De rechtsstaat en de scheiding der machten zijn een garantie op voorspelbaarheid en stabiliteit. Wat denk je van de reactie van de EU op de afbraak van de rechtsstaat in Hongarije en Polen?

De Graaf: De afbouw van rechterlijke controle, de evolutie van de liberale democratische rechtsstaat naar autoritaire neigingen, de opoffering van burgerrechten aan veiligheid als hoogste goed, het is niet nieuw. In 1815 sprak Metternich al over ‘de principiële ondeugdelijkheid van revolutionaire gedrochten als grondwetten’. Mensenrechten die te ver gaan, die obstakels zijn voor een effectief veiligheidsbeleid. Je hoort het beleidsmakers vandaag ook zeggen.

‘Ik hoor politici verzuchten dat, wat er in Hongarije en Polen gebeurt, bedreigender is voor het Europese project dan de Brexit.’

Maar evengoed hoor ik veel bewindslieden verzuchten dat wat er in Hongarije en Polen gebeurt, bedreigender is voor het Europese project dan de Brexit.

Het Nederlandse Europarlementslid Judith Sargentini is erin geslaagd om maatregelen te laten aannemen tegen Hongarije. Dit wordt dé grote vraag van de komende jaren: lukt het de EU om met eigen middelen de rechtsstaat te behouden?

Is dit belangrijk voor onze veiligheid?

De Graaf: Ja. In 1815 is geprobeerd om veiligheid enkel met macht te forceren, met gespierde bezettingsmachten en geheime diensten. Dat lukte uiteindelijk niet. De koppeling van macht aan waarden, aan controle op die macht, is cruciaal voor duurzame veiligheid op lange termijn.

Ook voor kandidaat-lidstaten legt de EU legt de nadruk op de rechtsstaat. De bedoeling is om die landen binnen te halen in onze waardengemeenschap en zo de regio rond de EU te stabiliseren. Zo is ook ons uitbreidingsbeleid een soort veiligheidsbeheer. De president van de Europese Commissie Juncker herhaalde onlangs opnieuw dat, als de EU de Balkan niet integreert, er dan opnieuw oorlog zal uitbreken.

De Graaf: Het zou kunnen dat de EU in haar pogingen om de regio té snel en te grootschalig veilig te maken, het juist onveiliger heeft gemaakt. Met de nieuwe lidstaten zijn ook andere ideeën en prioriteiten rond veiligheid binnengehaald, plus een zekere mate van grilligheid over de rechtsstaat. Ik was zelf een gematigde Europa-optimist, maar door mijn geschiedenisstudie ben ik iets pessimistischer geworden, of beter gezegd, behoudender. Doe het langzaam en organisch.

Onze eigen bevolkingen opvoeden tot Europese en democratische burgers is al moeilijk genoeg. Als het voor die burgers te snel gaat, moet je als politicus dan buigen? Soms wel. Merkel moest buigen voor protesten rond vluchtelingen. Moeten buigen, dat is ook democratie.

Je zal niet ongestraft over de hoofden van de Europeanen aan Europese politiek doen, als je niet in staat bent uit te leggen wat ze er zelf aan hebben. Ik denk dat er even een rem op de uitbreiding moet staan en de interne verdediging van verworvenheden voorop moet staan. Als je wil uitbreiden, moet je eerst intern de boel op orde hebben.

Je schrijft dat Europese hoogmoed al eerder tot radicaal verzet inspireerde. Vandaag komt dat radicaal verzet in de gedaante van rechts populisme dat de hele EU wil afbreken. Moeten we dan stoppen met uitbreiden?

De Graaf: Investeer in het behoud van de lidstaten waar het nu al moeilijk genoeg gaat, zoals Polen en Hongarije. Investeer in goede relaties met het Verenigd Koninkrijk, vooral als de Brexit een feit wordt. Investeer in samenwerking rond defensie en grensbewaking, als EU, maar ook binnen de NAVO.

Uitbreiding tast ook invloedssferen van anderen aan. Buiten de EU denken veel staten in termen van invloedssferen. Dat is heel negentiende-eeuws, maar het is onontkoombaar en daar moet de EU mee omgaan. Landen als Turkije of Rusland houden er volstrekt andere principes of belangenafwegingen op na. Je kan de hele wereld niet opnemen in onze waardengemeenschap. Dat willen ‘sterke mannen’ als Poetin of Erdogan ook helemaal niet.

© Xander Stockmans

 

Rusland en de NAVO

Rusland werd in 1815 gezien als deel van de Europese gemeenschap, vandaag als een externe bedreiging.

De Graaf: Poetin onthulde in 2014 een monument voor tsaar Alexander I. ‘We herinneren hiermee aan 200 jaar einde van de napoleontische oorlogen. De overwinning werd een wereldwijde triomf voor het vredebrengende Rusland’, zei Poetin.

Alexander I probeerde Europa één te maken. Hij was een zeer Europese vorst en zag zichzelf ook als vredesstichter. Hij kwam met zijn soldaten Frankrijk ‘bevrijden’, dwong de Franse koning een grondwet te aanvaarden en vertrok weer in het besef een heilige missie te hebben vervuld. Poetin beschouwt hem als een voorbeeld en is dus niet anti-Europees.

Poetins houding heeft te maken met een Russisch concept van eer, en het idee van wederzijds respect voor invloedssferen. Eer omvat ook de status die dat land in de ogen van anderen geniet. Het gaat Poetin om de erkenning van Rusland als mogendheid met invloed in Europa, aan de randen van Europa. Dat hij dat doet op een manier die Europa juist in het harnas jaagt, is schadelijk en tragisch.

‘Het gaat Poetin om de erkenning van Rusland als mogendheid met invloed in Europa. Dat hij dat doet op een manier die Europa juist in het harnas jaagt, is schadelijk en tragisch.’

Na elke oorlog kwam er een nieuw veiligheidssysteem. Na de Koude Oorlog niet. Hadden we in 1990 een nieuw mondiaal veiligheidsbeheer moeten uitwerken samen mét Rusland?

De Graaf: In 1815 werd verliezer Frankrijk niet uitgesloten. Wellington en tsaar Alexander I vonden dat Frankrijk groot en sterk moest blijven voor het geluk van Europa. Rusland had bij de gesprekken over de toekomst van NAVO en EU betrokken moeten worden, het kan niet worden weggedacht.

De voormalige secretaris generaal van de NAVO Jaap de Hoop Scheffer zei onlangs dat het misschien wel zijn grootse misser is geweest om Oekraïne en Georgië in 2008 het NAVO-lidmaatschap te beloven. Daarmee heeft de NAVO de spanning met Rusland voor een groot deel zelf ook aangewakkerd.

Na elke afbraak van het vorige veiligheidssysteem trachtte de nieuwe orde te leren van de fouten uit het verleden. Zo introduceerde de Amerikaanse president Wilson in 1918 het principe van zelfbeschikkingsrecht, om niet in de fout van 1815 te vervallen en over kleine landen heen te walsen. Na 1945 kwamen er de mensenrechten en de individuele waardigheid van de mens bij, in verklaringen en grondwetten.

Milieuveiligheid

Wat zou er nu nodig zijn voor een collectief veiligheidsbeheer anno 2018?

De Graaf: Al die aspecten beter met elkaar in evenwicht brengen. En wellicht moet er anno nu meer werk worden gemaakt van klimaatveiligheid, van solidariteit op dat vlak: waterbeheer, bescherming van de natuur tegen uitputting van grondstoffen.

‘Een nieuw collectief veiligheidsbeheer moet veiligheid, mensenrechten, én klimaatveiligheid beter met elkaar in evenwicht brengen.’

Op het vlak van klimaatopwarming hebben we al lang het punt van no return bereikt waar we allemaal dagelijks met open ogen omheen lopen. Misschien hebben we totaal verkeerde prioriteiten?

Ik kreeg onlangs een opmerking: ‘Jij, met je historisch besef, ziet niet dat terrorisme als een mugje op het aardoppervlak is. Zo miniem is die bedreiging vergeleken met de opwarming van het klimaat.’ Of vergeleken met de tech-giganten die op hallucinante schaal onze data opslaan. Zijn dat niet de grote dreigingen?

Dood van het multilateralisme?

Nooit meer oorlog: al drie keer op 130 jaar was dat het overheersende levensgevoel en toch kwam er weer oorlog. Zitten wij in een tijdsgewricht van opbouw of afbraak van collectief veiligheidsbeheer en multilateralisme? Zijn we daar de rubicon al overgestoken, het punt van no return?

De Graaf: Het is geen natuurwet dat het Europese collectieve veiligheidsbeheer altijd maar weer afgebroken wordt. Dat is niet onvermijdelijk. We moeten gewoon alert zijn en niet telkens opnieuw slaapwandelaars zijn, zoals Chris Clark waarschuwde. Europese bevolkingen zijn telkens de oorlog in gerold zonder bewust de totale afbraak te willen.

Maar ze waren meer bezig waren met opinies, demagogie voor eigen gebruik, overdreven patriottisme en chauvinisme. Ein frischer, fröhlicher Krieg, werd gezegd aan het begin van de Eerste Wereldoorlog. Vier jaar later waren er miljoenen doden.

De Amerikaanse president Donald Trump walste tijdens de Algemene Vergadering van de VN in New York wel heel frisch und fröhlich over multilateraal veiligheidsbeheer heen. ‘Ik verwerp de ideologie van globalisme en omarm de doctrine van patriottisme’, zei hij op het podium van de wereldwijde multilaterale wereldorde.

De Graaf: Deze president denkt banaal en op korte termijn. Hij vindt dat de VS te veel betalen voor het multilateralisme en er te weinig voor terugkrijgen. Hij ziet dat niet als een strategische lange termijn-investering, maar hij wil een snellere return on investment. Hij kijkt niet verder dan zijn neus lang is. En op historisch besef hebben we hem ook niet vaak kunnen betrappen.

© Xander Stockmans

 

Nepnieuws

In 1815 was een pleidooi voor gematigdheid deel van de creatie van een veiligheidscultuur. Om terreur en geweld te voorkomen, was terughoudendheid een deugd. Vergelding en wraakzucht werden in toom gehouden. Ook vandaag leven we in verwarrende tijden. Het lijkt er soms op dat driften aangewakkerd worden in plaats van ingetoomd. Slechts hier en daar zien we een pleidooi voor gematigdheid. Soms is er wraakzucht tegen moslims na IS, soms tegen vluchtelingen met geweldmisdrijven in bijvoorbeeld Duitsland, soms zelfs tegen “links” met de moord op Jo Cox. Dit zegt iets over de veiligheidsgemeenschap die we willen creëren. Er is vandaag ook veel nepnieuws dat de veiligheid en het vertrouwen in de overheid bewust ondermijnt. Bijvoorbeeld nepnieuws van de Russische zender RT over zogezegde verkrachtingen door vluchtelingen in Duitsland, en dat de overheid de daders niet zou bestraffen. De bedoeling is om tweedracht te zaaien, en de loyaliteit van Duitse burgers ten aanzien van hun overheid te doen afnemen.

Aan de andere kant is er het pleidooi om nepnieuws te bestraffen en technologiebedrijven te reguleren. Waar ligt een goed evenwicht tussen nepnieuws bestrijden en de persvrijheid?

De Graaf: Wat nu veel meer speelt dan in 1815 is de invloed van de publieke opinie die beleidsmakers veel directer binnenkrijgen via sociale media. De ministers en politiechefs waren in 1815 ook wel beducht voor geruchten in de samenleving: de grootmachten richtten toen ook een geheime dienst op die de fausses nouvelles (nvdr: samenzweringstheorieën verspreid door revolutionairen én ultraroyalisten om het vertrouwen in de overheid te ondermijnen) moest opsporen. Maar dat de politici zich dagelijks lieten leiden door wat op straat werd gezegd, dat niet.

Een acute bedreiging is nepnieuws alleen als het wordt ingezet als wapen, als het weaponized wordt.’

Een acute bedreiging is nepnieuws alleen als het wordt ingezet als wapen, als het weaponized wordt, door een vreemde mogendheid in een campagne om een samenleving te destabiliseren. In plaats van te investeren in websites om nepnieuws te debunken, verhoog de klassieke contra-inlichtingencapaciteit. Rust geheime diensten beter uit om te onderzoeken of er rond verkiezingscampagnes trollen bezig zijn om uitslagen te manipuleren.

Hoe zie je de toekomst?

De Graaf: Als ik zie dat de jonge generatie zich weer onzeker voelt over de toekomst, dat ze meer geconfronteerd worden met rampen in de wereld en economische stagnatie, dan zou het kunnen dat ze weer meer de kaart van de veiligheid gaan trekken.

Ik ben heel benieuwd hoe die nieuwe generatie in de toekomst zal blijven stemmen: op rechtse partijen die meer veiligheid propageren, of op linkse partijen die vrijheid en duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan. Je ziet stemmenwinst op beide flanken. Want ook groene en linkse partijen zijn in opmars. Zie de verkiezingen in Beieren.

Het belang van duurzaamheid en milieuinnovatie wint ook aan invloed. De integratie van veiligheid, vrijheid en respect voor het milieu, dat is de toekomst.

Tegen de Terreur. Hoe Europa veilig werd door Beatrice de Graaf is uitgegeven door de Uitgeverij Prometheus. 536 blzn. ISBN 978 9 0351 44583

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur