‘Het is aan ons Noord-Afrikanen om onze toekomst op te bouwen’

Europa preekt democratie, maar offert die in Tunesië op aan handelsbelangen

CGIAR (CC BY-NC-ND 2.0)

Volgens cijfers van de ETAP, de Tunesische Bond voor Landbouw en Visserij, gaan deze twee sectoren volledig verdwijnen en dat betekent op zijn beurt de verdwijning van bijna 250.000 landbouwers.

O p 25 december haalde Tunesië de internationale media toen een fotojournalist zichzelf in brand stak. In een videoboodschap zei de man dat hij op zijn eentje een revolutie wilde ontketenen. Hij bezweek aan zijn verwondingen. Verschillende steden in het binnenland bleven dagenlang in de greep van straatprotest. Op 17 januari, precies drie dagen na de achtste verjaardag van de revolutie, werd het land lamgelegd door een algemene staking waartoe de machtige vakbond UGTT had opgeroepen. Scholen en ziekenhuizen bleven dicht en in de internationale luchthaven van Tunis bleven de vliegtuigen aan de grond.

De economie doet het slecht in Tunesië, al een paar jaar. Kop van jut in de reusachtige betoging in de hoofdstad Tunis waar meer dan 670.000 mensen aan deelgenomen hebben, zijn de maatregelen die de regering van Youssef Chahed heeft doorgevoerd op aanbeveling van het Internationaal Monetair Fonds. Dat verklaart waarom er in de betoging leuzen gescandeerd werden tegen het IMF en de directrice daarvan Christine Lagarde.

Maar het is niet alleen het beleid van het IMF dat bij de Tunesiërs voor ongenoegen zorgt. Er is ook een toenemende kritiek op het zogenaamde Diepe en Brede Vrijhandelsakkoord met de Europese Unie.

De onderhandelingen over dit akkoord zijn in oktober 2015 officieel van start gegaan. Ze zitten in de finale fase en zouden tegen het einde van dit jaar uitmonden in de ondertekening van het akkoord. Dit akkoord is een voortzetting van het associatieverdrag van 1995. Tunesië is het eerste land ten zuiden van de Middellandse Zee dat een dergelijk akkoord ondertekende. Bedoeling is om op termijn een vrijhandelszone tussen de EU en Tunesië op te richten.

‘Dit akkoord wil van Tunesië en van heel Afrika een exclusieve markt maken voor Europese producten.’

In 2012 werd het Noord-Afrikaanse land gepromoveerd tot een “bevoorrechte” handelspartner van de Europese Unie. Nu de laatste fase in de onderhandelingen in het Diepe en Brede Vrijhandelsakkoord ingegaan is, groeit het verzet tegen het akkoord.

Mustapha Jouili, econoom en docent aan de universiteit van Carthago in Tunis die onderzoek heeft gedaan naar de impact van de globalisering op landbouwstructuren in Tunesië, is één van de felste tegenstanders van het akkoord. Samen met andere militanten uit het middenveld mobiliseert hij tegen de ondertekening ervan.

© Mustapha Jouili

Mustapha Jouili

Mustapha Jouili: Het vrijhandelsakkoord dat nu op tafel ligt, is een vervolg van het associatieverdrag van 1995. We moeten minstens de impact van dat akkoord op de Tunesische economie grondig evalueren vooraleer we naar een dieper en breder akkoord gaan. En die impact is negatief.

Door dit akkoord is bijna vijftig procent van de industriële privébedrijven failliet gegaan want ze konden niet op tegen de Europese concurrentie. En dat betekende het verlies van ongeveer 300.000 banen. Vooral de textielsector werd getroffen, maar ook de machinebouw en de elektrische industrie kregen klappen. Dat verlies ging gepaard met een toename van het tekort in de handelsbalans ten opzichte van de EU.

Welke gevolgen kan het Diepe en Brede Vrijhandelsakkoord op de Tunesische economie hebben?

Mustapha Jouili: Dit akkoord maakt via allerlei regelingen en voorwaarden, zoals de zogenaamde bescherming van het intellectuele en industriële eigendom en de aanpassing aan de Europese wetgeving, de weg vrij voor de Europese multinationals, die sterk bevoordeeld worden door protectionistische maatregelen, om greep te krijgen op de natuurlijke bronnen en op de voornaamste economische sectoren van het land. Dit akkoord wil van Tunesië en van heel Afrika een exclusieve markt maken voor Europese producten.

In de kritiek op het akkoord wordt er vaak naar de landbouw verwezen, waarom?

Mustapha Jouili: Dat klopt. Het hoofdstuk over landbouw voorziet een totale liberalisering van het handelsverkeer van landbouwproducten tussen Tunesië en de Europese Unie. Hier moeten we rekening houden met drie elementen: er is om te beginnen het verschil in productiviteit tussen de Europese landbouw en de Tunesische. Volgens cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) is de Europese landbouwproductiviteit 7 keer groter dan de Tunesische. Ten tweede is het niveau van de subsidies voor de Europese landbouw in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (het GLB) enorm hoog.

‘De impact van het akkoord op de kleine landbouwers die actief zijn in de graan- en vleesproductie zal enorm groot zijn.’

Ten derde – en dat is een groot probleem – heeft Europa een overschot in de graan- en vleesproducten en is constant op zoek naar nieuwe afzetmarkten. Al die elementen maken dat de impact van het akkoord op de kleine landbouwers die actief zijn in de graan- en vleesproductie enorm groot zal zijn.

Volgens cijfers van de ETAP, de Tunesische Bond voor Landbouw en Visserij, gaan deze twee sectoren volledig verdwijnen en dat betekent op zijn beurt de verdwijning van bijna 250.000 landbouwers.

Daartegenover staat dat Tunesische producten betere toegang krijgen tot de Europese markt.

Mustapha Jouili: Men zegt ons dat de totale liberalisering van de handel ons de mogelijkheid geeft om onze groenten en fruitsoorten te exporteren en zodoende de import te financieren. Maar dat zal niet gebeuren want de EU behoudt nog altijd haar protectionistische maatregelen. Dat doet ze via technisch-economische normen, via de productieschema’s, via de quota, via de opgelegde prijzen om de Europese markten binnen te komen.

Bovendien zullen we, als we willen produceren om naar de EU te exporteren, onze landbouw moeten oriënteren naar de productie van groenten en fruit. Dat zal de Tunesische landbouw herstructureren naar meer irrigatie, en we hebben in Tunesië bijna de limiet bereikt wat het gebruik van watervoorraden betreft. We gaan dus gebruik maken van een bron die zeldzamer wordt om aan de consumptienoden van de Europeanen te voldoen.

De EU is de belangrijkste handelspartner van Tunesië, maar Tunesië zelf is economisch niet zo belangrijk voor de EU.

Mustapha Jouili: Dat is de manipulatie die de EU doet. Men zegt ons dat Tunesië niet belangrijk is voor de economie van Europa en dat is waar. Maar het Diepe en Brede Vrijhandelsakkoord is niet alleen voor Tunesië bedoeld. De EU voert nu met een 20-tal landen in Afrika onderhandelingen. De EU mikt op heel Afrika, dat is een markt met meer dan één miljard mensen. Tegen 2050 zal dat aantal misschien stijgen naar 1,5 miljard. Dat is een immense markt.

‘Er is totaal geen evenwicht in de onderhandelingen. De vraag is: waarom voert de EU die niet op regionaal vlak?’

Er is totaal geen evenwicht in de onderhandelingen. Je hebt aan de ene kant de Europeanen met 28 landen en 500 miljoen inwoners en je hebt aan de andere kant Tunesië, een land met 10 miljoen inwoners. De vraag is: waarom voert de EU geen onderhandelingen op regionaal vlak? Waarom voert het geen onderhandelingen met de regio van de Maghreb bijvoorbeeld in plaats van met elk land apart te onderhandelen?

Is dit mogelijk? U weet ook dat er veel geschillen zijn tussen de landen van Noord-Afrika.

Mustapha Jouili: Dat is een kwestie van politieke wil. Het klopt dat er tegenstand is tegen het akkoord in Marokko, Algerije en Tunesië, maar er zijn ook mensen in die landen die het akkoord verdedigen. Het gaat om industriëlen die in feite geen echte industriëlen zijn, maar investeerders die in onderaanneming werken voor Europese multinationals, en die natuurlijk profijt halen uit allerlei voordelen die het akkoord biedt, zoals verminderde belastingen, winst uit de export en het inzetten van goedkope werkkrachten. Er zijn natuurlijk de grote detailhandelsketens die zich komen vestigen in Tunesië of in Marokko, of de lokale importeurs die er belang bij hebben dat de markt altijd open blijft.

In Marokko zijn de onderhandelingen geschorst, hoe is de situatie nu in Tunesië?

Mustapha Jouili: Alles gebeurt in totale discretie. Er wordt geen enkele informatie gegeven. Normaal gezien zou de regering een mandaat krijgen van het parlement om te onderhandelen, maar dat is nooit gebeurd. De eerste minister was blijkbaar in mei in Brussel en heeft zich politiek geëngageerd om het akkoord tegen het einde van 2019 te ondertekenen.

‘Persoonlijk geloof ik niet in het verhaal dat de Europese landen de democratie in andere landen willen steunen.’

Wat verwacht u nu?

Mustapha Jouili: Zowel voor de Europeanen als voor de Tunesiërs zijn er dit jaar verkiezingen. Voor Tunesië is dit zeker belangrijk en we gaan verder mobiliseren om het akkoord niet te ondertekenen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Acht jaar na de val van Ben Ali spreekt men nog altijd over de democratische transitie in Tunesië. Heeft Europa deze transitie gesteund?

Mustapha Jouili: Persoonlijk geloof ik niet in het verhaal dat de Europese landen de democratie in andere landen willen steunen. Ze hebben altijd dictatoriale regimes gesteund. Wat ze doen is hun belangen verdedigen. Ze wisselen alleen van petje. De ene keer noemen ze het nabuurschapbeleid, de andere keer is het partnerschap, dan weer Euro-mediteraans beleid en meer recent noemen ze dat steun aan de democratische transitie.

Welk soort akkoord met de EU zou beter zijn voor Tunesië?

Mustapha Jouili: Er is geen enkel akkoord dat in het belang kan zijn van Tunesië of van de andere Maghreb-landen. Het is aan ons Noord-Afrikanen om onze toekomst op te bouwen. We moeten niet op anderen wachten. Het meest voor de hand liggend is dat er handelsakkoorden afgesloten worden tussen de drie of vier landen van Noord-Afrika. Er is te veel complementariteit tussen die landen. Als dat gebeurt, hebben we Europa niet nodig. Pas dan kunnen we rechtvaardige akkoorden en reële partnerschappen afsluiten met gelijk welke regionale groepering.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift