Dossier: 
Hugo Beersmans en Pascal De Decker over een rechtvaardig woonbeleid

Na de klimaatzaak, nu de woonzaak?

© Louisiana Mees

Hugo Beersmans (L) en Pascal De Decker (R)

‘Ik heb moeite met de term ‘wooncrisis’, want het gaat over een structureel probleem’, vertelt woonexpert Pascal De Decker. ‘Voor mensen met een bestaansminimum kan de markt geen betaalbare, kwalitatieve woningen aanbieden. Dus moet de overheid het doen, en dat doet ze niet’. Hugo Beersmans, woordvoerder van de woonzaak, knikt instemmend. ‘Het gaat om een systeemfout.’

Om die systeemfout aan te klagen werd afgelopen maandag ‘de woonzaak’ aangekondigd. ‘De woonzaak is een beetje een kopie van de klimaatzaak’, vertelt Beersmans. ‘De klimaatzaak startte procedures om de overheid aan te zetten om meer te doen rond het klimaat. Wij willen dat de overheid meer doet rond de woonprobematiek.’ Onder andere ABVV, CAW, beweging.net en de Liga voor Mensenrechten schaarden zich achter het initiatief.

‘De ernstige woonnood in ons land verbetert al jarenlang niet. Globaal genomen gaat het eigenlijk meer achteruit dan vooruit’

‘De ernstige woonnood in ons land verbetert al jarenlang niet. Globaal genomen gaat het eigenlijk meer achteruit dan vooruit’, stelt Beersmans. Jarenlang was hij zelf administrateur-generaal bij Wonen Vlaanderen, onder ministers van wonen Marino Keulen (VLD) en Freya Vanden Bossche (sp.a). Intussen met pensioen roept hij de volgende regering op om een ambitieuzer woonbeleid voor te leggen. Als dat niet gebeurt, stappen de initiatiefnemers naar het Europees Comité voor Sociale Rechten bij de Raad van Europa. Dat Comité kan een niet-bindend oordeel vellen.

Pascal De Decker, hoofddocent architectuur aan de KULeuven en copromotor van het Steunpunt Wonen, is één van de 48 academici die het initiatief ondertekenden. Echt goed kennen Beersmans en De Decker elkaar niet, maar over het Vlaamse woonbeleid praten ze als jeugdvrienden die samen herinneringen ophalen. Bevlogen en strijdvaardig, maar met de kennis en nuance die jarenlange ervaring hen bijbracht. De oplossingen die ze aanreiken zijn nochtans eenvoudig. ‘Het warm water is al uitgevonden. Het is echt een kwestie van wíllen beslissen’, vertelt De Decker.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, mag je gratis naar al onze events en kan je in dialoog gaan met onze journalisten. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

‘Het zijn gouden tijden voor natrappers’, tweette Theo Francken over de aankondiging van de woonzaak. Maar de aankondiging is geen aanklacht van Homans’ woonbeleid, wel van decennialang falend beleid.

De Decker: Het woonbeleid was de naam ‘beleid’ al niet waardig voor N-VA aan de knoppen kwam te zitten. Vergeleken met haar voorgangers was Homans nog zo slecht niet. De woonzaak is zelfs geen oordeel over recente regeringen. Het is een oordeel over een langetermijnbeleid dat op een bepaald moment een verkeerd pad is ingeslagen en daar nooit meer is van afgeweken. Het gevolg is dat heel veel mensen in woonnood verkeren, vooral in de private huursector.

Beersmans: De woonuitgaven zijn in de private huursector met 15,8% gestegen sinds 2005, bij eigenaars met een hypotheeklast is dat maar de helft. Toch een groot verschil over een redelijk korte periode. Bovendien zijn de prijzen onderaan de huurmarkt relatief gezien het hoogst, omdat daar een enorme concurrentie heerst. Ongeveer een derde van alle huurders houdt na het betalen van hun huur te weinig over om menswaardig te leven. Dat zijn 170.000 gezinnen.

‘Ongeveer een derde van alle huurders houdt na het betalen van hun huur te weinig over om menswaardig te leven’

De Decker: Ook de kwaliteit is een groot probleem op de private huurmarkt. We zitten structureel met een heel slechte woningvoorraad, een harde kern die maar niet opgeknapt raakt. Onderzoeken uit de jaren zestig toonden aan dat er in Vlaanderen 300.000 structureel slechte en ongezonde woningen waren. Dat cijfer staat in ons geheugen gegrift. Vandaag blijkt uit nieuw onderzoek dat we nog altijd boven de 300.000 uitkomen. Je kan bijna zeggen dat die slechte woningen de facto sociale huisvesting zijn, omdat de officiële sociale huisvesting natuurlijk veel te klein is.

VRAAG: Waarom is de private huursector de achilleshiel van ons beleid?

Beersmans: Traditioneel heeft men in België vooral ingezet op eigendomsverwerving. De overheid mikt op zeventig procent eigenaars, dan heb je nog vijf à tien procent sociale woningbouw, en de rest interesseert hen eigenlijk niet. Ongeveer twintig procent van de gedomicilieerde huisvesting is private huur, maar slechts twee procent van de Vlaamse subsidies gaan daar naartoe. Dat verschil is ongelooflijk.

De Decker: ‘Eigendom lost het op, en voor de rest zien we wel’, dat is de politiek-maatschappelijke consensus. Vanaf die andere dertig procent niet-eigenaars ontstaan er problemen. De private huursector geeft dat ook toe: ‘Verhuren aan mensen met een laag inkomen, dat is niet voor ons.’ Private verhuurders willen een zeker rendement. En verhuren kan ook een last zijn hé, we moeten daar niet flauw over doen. Je moet de huur ophalen, paperassen invullen, soms heb je eens last met een huurder … Eigenlijk is sociale huisvesting hét instrument om die woonnood op te lossen, maar om redenen in het verleden heeft de overheid dat bij ons nooit gedaan.

Waren de socialisten historisch gezien niet de pleitbezorgers van sociale huisvesting? Zij waren de voorbije decennia toch ook vaak bevoegd voor wonen?

De Decker: Het is nooit zo zwart-wit katholieken versus socialisten geweest, het was veel genuanceerder. De christelijke partijen hebben altijd radicaal voor eigendom gekozen, maar de socialisten nooit volledig voor sociale huur. Ze waren er wel de grootste pleitbezorgers van, maar het was ook niet echt hun core business. ‘Eigendom is de hoofddoelstelling, sociale huisvesting is aanvullend’, zei de socialist Fernand Brunfaut eind jaren veertig in het parlement. Eigenlijk is de discussie toen afgesloten. Er is als het ware een woonpact gesloten, en sindsdien zijn er geen fundamentele debatten meer geweest over de richting van ons huisvestingsbeleid.

Beersmans: Homans investeerde zelfs meer in sociale huisvesting dan haar voorgangster Freya Vanden Bosssche, maar het blijft nog altijd veel te weinig. We hebben nu ongeveer 155.000 sociale woningen, waarvan er een pak leegstaan. Er staan 135.000 mensen op de wachtlijst, en daarbovenop zijn er nog eens meer dan 100.000 mensen die eigenlijk recht hebben op een sociale woning. We moeten daar dus écht in investeren. Maar dat zal jaren duren, daarom is het belangrijk om intussen ook de private huurmarkt te reguleren.

Waar moet de overheid de middelen halen voor al die extra investeringen in sociale huisvesting?

De Decker: Binnen de woonsector kan je eigenlijk de aanwezige middelen op een andere manier gebruiken. Als we nu de verkiezingsprogramma’s lezen, vragen heel wat partijen meer geld, maar er wordt gewoon veel te veel geld weggegooid. Als je de middelen die naar de woonbonus gaan heroriënteert, kan je binnen dit en tien jaar een serieuze sprong voorwaarts maken. En eigenlijk mag die woonbonus gewoon verdwijnen. Dat zal geen enkel effect hebben op het aandeel eigenaars in onze samenleving.

‘Eigenlijk mag die woonbonus gewoon verdwijnen. Dat zal geen enkel effect hebben op het aandeel eigenaars in onze samenleving’

Beersmans: Maar aan de woonbonus durft de politiek niet te raken, omdat de onterechte indruk blijft bestaan dat men dan iets afpakt van van de middenklasse. Niemand in de politiek durft zeggen dat de woonbonus eigenlijk een barslecht systeem is.

De Decker: De woonbonus afschaffen is géén geld afpakken, maar verkeerd gespendeerd geld anders gaan gebruiken. De woonbonus doet vastgoedprijzen stijgen. Mensen betalen dus eerst veel te veel voor hun huis en krijgen het daarna terug via dat fiscaal voordeel. Er is gewoon wetenschappelijke consensus dat de woonbonus een slechte subsidietechniek is. Het is zelfs geen kwestie van links versus rechts. Economische toptijdschriften hebben aangetoond dat fiscale ondersteuning van eigendomsbezit gewoon niet werkt. Het zorgt voor hogere vastgoedprijzen, maar niet voor meer eigenaars. Ondertussen groeit de kloof tussen wie wel en wie geen eigenaar is.

Beersmans: Bovendien rijzen de overheidskosten de pan uit, want elk jaar komt er een groter pakket bij. Vlaanderen kon niet anders dan de voorheen federale woonbonus in 2014 een stuk inperken, omdat het budgettair niet meer draagbaar was. Maar in 2018 ging er in Vlaanderen nog altijd €1,65 miljard naartoe.

Hoe komt het dan dat de politieke consensus over de woonbonus zo hardnekkig is? Spelen financiële lobby’s daar een belangrijke rol?

Beersmans: Ja.

De Decker: Waarschijnlijk. We kunnen dat niet weten, maar dat zal wel zo zijn. Eigenlijk subsidiëren we de banken met die woonbonus. Zij zijn de grote winnaars, want ze kunnen meer uitlenen. Het is gewoon een subsidiëringsbeleid dat losstaat van de realiteit.

Met fiscaliteit voer je geen huisvestingsbeleid. En toch zie je die tendens nu opnieuw in de verkiezingsprogramma’s. ‘De registratierechten moeten naar beneden’, is een van de voorstellen. Wel, verlaag de registratierechten en de huizenprijzen zullen wéér stijgen. Zo werkt het.

Recent lanceerde Bond Beter Leefmilieu het voorstel om de woonbonus te vervangen door een klimaatbonus. Dat voorstel krijgt bijval binnen heel wat partijen.

Beersmans: De klimaatbonus is absoluut geen goed idee. Die gaat opnieuw naar diegenen die hun woonlasten gerust kunnen dragen, namelijk de eigenaars. En ook een klimaatbonus zal de woningprijzen doen stijgen. Ja, voor het klimaat moet je investeren, maar waar? Op de plaats waar nu niet geïnvesteerd wordt: de sociale woningbouw.

Lies Corneillie en An Moerenhout van Groen kopten dan weer dat ons woonbeleid nood heeft aan meer verbeelding.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Beersmans: Als ze met verbeelding bedoelen dat we buiten de bestaande kaders moet denken, dan zeg ik ja. Maar vaak gaat het dan over kleinschalige initiatieven zoals Community Land Trusts, wooncoöperaties en cohousing. De overheid moet respect hebben voor die initiatieven, en soms zit de reglementering daar wel wat in de weg, maar meestal gaat het daarbij niet over een gebrek aan middelen. Het geld om die kleinschalige alternatieven uit te bouwen is er wel, omdat daar ook voldoende interesse voor is van mensen die niet in woonnood zitten.

‘Ja, voor het klimaat moet je investeren, maar waar? Op de plaats waar nu niet geïnvesteerd wordt: de sociale woningbouw.’

De Decker: Wat men in Vlaanderen altijd over het hoofd ziet, is de schaal waarover we spreken. Je hebt die 300.000 slechte woningen, en samen meer dan 240.000 mensen die recht hebben op een sociale woning en geen toegang krijgen. Die schaal wordt totaal genegeerd. Al die kleine nieuwe initiatieven zijn heel sympathiek, maar met Community Land Trusts en cohousing komen we er niet.

Als ik jullie zo bezig hoor komt de woonzaak er hoe dan ook, want elk politiek voorstel schiet ruimschoots tekort.

Beersmans: Ik vind het te vroeg om dat te zeggen. Het hangt af van welk perspectief men wil bieden. Dat is precies de oproep die we doen. Dit zijn de elementen waar je mee kunt spelen, gebruik ze. We zullen zien of er partijen zijn die hun nek durven uitsteken na 26 mei. 

Dit is een artikel van productiehuis Sonderland, met de steun van het Vlaams Journalistiek Fonds

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift