5 bijzondere eredoctoraten voor ontwikkelingssamenwerking

Vlaamse universiteiten: ‘Alleen door samenwerking globale uitdagingen succesvol aanpakken’

Dat universiteiten eredoctoraten uitreiken, is geen nieuws. De aankondiging van de vijf Vlaamse universiteiten om, tijdens een gezamenlijke plechtigheid op 15 mei, elk een eredoctoraat uit te reiken ‘aan een persoon die zich verdienstelijk heeft gemaakt binnen het domein van de universitaire ontwikkelingssamenwerking’, was dat wel.

Het idee voor die eredoctoraten is ontstaan binnen VLIR-UOS, het interuniversitair platform waarbinnen het Vlaams hoger onderwijs al sinds 1998 samenwerkt in het kader van universitaire ontwikkelingssamenwerking. Kristien Verbrugghen, directeur van VLIR-UOS, zegt: ‘Met deze gezamenlijke activiteit maken de vijf universiteiten een duidelijk statement over hun maatschappelijk engagement in het kader van ontwikkelingssamenwerking.’ Herman Van Goethem, rector van de Universiteit Antwerpen en voorzitter van de VLIR, voegt daar aan toe: ‘We reiken deze eredoctoraten uit met de vijf Vlaamse universiteiten samen, om duidelijk te maken dat samenwerking de beste manier is om alle mogelijke expertise te bundelen. Alleen zo kunnen we succesvol globale uitdagingen zoals armoede, migratie, klimaatverandering en wereldwijde conflicten aanpakken.’

De 5 eredoctores

UHasselt kiest voor de Braziliaanse experte in de biometrie, Clarice Garcia Borges Demétrio.

Het eredoctoraat van de VUB gaat naar José Ramón Saborido Loidi uit Cuba. De professor was jarenlang rector van de Universidad Central de Las Villas (UCLV) en is momenteel minister van hoger onderwijs.

De UGent reikt een eredoctoraat uit aan Leymah Roberta Gbowee uit Liberia. Zij kreeg in 2011 de Nobelprijs voor de Vrede en is ambassadeur voor de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties.

Nteranya Sanginga (DR Congo) wordt de nieuwe eredoctor van de KU Leuven. Als directeur-generaal van het International Institute for Tropical Agriculture (IITA) zet hij zich in voor de kleine Afrikaanse boeren.

UAntwerpen plaatst Jean-Jacques Muyembe Tamfun, ook uit DR Congo, in de schijnwerpers. In 1977 was hij betrokken bij het onderzoek naar de eerste uitbraak van ebola. Veertig jaar later is hij een autoriteit op het vlak van besmettelijke ziekten.

MO* vroeg Paul Janssen, ere-vicerector van de Universiteit Hasselt en voorzitter van VLIR-UOS, of die extra eredoctoraten er moesten komen omdat de universiteiten uit eigen beweging te weinig interesse hebben voor academische toppers uit het Zuiden. Of was dit voor VLIR-UOS vooral een manier om de universitaire ontwikkelingssamenwerking beter op de kaart te zetten?

Paul Janssen: De universiteiten hebben de twintigste verjaardag van VLIR-UOS aangegrepen om – via het uitreiken van deze vijf eredoctoraten – de specifieke wetenschappelijke én maatschappelijke rol van de universiteiten in de verf te zetten in het licht van de grote globale uitdagingen. Dit is voorlopig een eenmalig initiatief. We willen hiermee illustreren dat er binnen de wetenschappelijke portfolio van de Vlaamse universiteiten een waaier aan onderzoekslijnen en onderwijsactiviteiten zitten die ontwikkelingsrelevant zijn én actueel in het licht van de grote globale uitdagingen. De internationale samenwerking rond die thema’s willen we in de verf zetten.

Je ziet de grote mondiale uitdagingen terugkomen in de expertisevelden van de eredoctores: vrede, veiligheid en gendergelijkheid (Leymah Roberta Gbowee), tropische landbouw (Nteranya Sanginga), biomedisch onderzoek (Jean-Jacques Muyembe Tamfun, die betrokken was bij het onderzoek naar de eerste uitbraak van ebola), biometrie (Clarice Garcia Borges Demétrio, een autoriteit in het opzetten van experimentele proeven in de landbouw) en hoger onderwijsbeleid (José Ramón Saborido Loidi, voormalig rector en nu Cubaans minister van Hoger Onderwijs).

‘Er is geen thematische of geen geografische rode draad, tenzij het pleidooi voor aandacht voor de urgente globale uitdagingen en hoe hiermee dient te worden omgegaan’

Deze waaier aan thema’s geeft een mooi beeld van de wetenschappelijke diversiteit van de VLIR-UOS-projecten die de Vlaamse universiteiten samen met de partneruniversiteiten uit negentien landen in het Zuiden uitvoeren. Het belang van ontwikkelingssamenwerking wordt in toenemende mate erkend binnen de Vlaams academische wereld. Het oppikken van de SDG’s door de Vlaamse universiteiten is hier niet vreemd aan.

Prioritair willen de rectoren aandacht vragen voor de globale uitdagingen en de rol hierin van de kennisinstellingen wereldwijd en van de Vlaamse universiteiten in het bijzonder. Ook het feit dat onze Vlaamse universiteiten al jaren hierop inzetten, via internationale solidaire partnerschappen, willen we belichten.

Zoals wel vaker bij eredoctoraten, is ook deze groep van vijf mensen erg divers. Is er door VLIR-UOS gekozen, of door de universiteiten? Is er gewerkt met één set van criteria of was elke universiteit daarin vrij?

Paul Janssen: Door VLIR-UOS werden volgende criteria voor de kandidaten uitgewerkt: een verdienstelijk persoon, bij voorkeur een academicus (uit het Zuiden), actief binnen universitaire ontwikkelingssamenwerking, binnen of buiten VLIR-UOS-context, die wetenschappelijk en/of beleidsmatig werk met een belangrijke ontwikkelingsimpact (heeft) verricht. De interpretatie van deze criteria kwam aan elke universiteit toe.

Iedere universiteit heeft op basis van de hierboven vermelde criteria een shortlist van drie kandidaten bezorgd aan VLIR-UOS. Op basis van de shortlists van de 5 universiteiten werd een finale selectie gemaakt van vijf genomineerden. De selectie is zo gemaakt dat de regionale spreiding van onze activiteiten getoond wordt (DR Congo en Cuba – twee VLIR-UOS toplanden – zijn aanwezig in de selectie) waarbij een aantal typische thema’s als voorbeelden naar voor komen en waarbij we het genderevenwicht hebben bewaakt.

Als je de selectie bekijkt vanuit het standpunt van universitaire samenwerking voor ontwikkeling, wat is dan de rode draad of de gemeenschappelijke basis van deze vijf eredoctoraten? En: is dat nodig, zo’n rode draad?

Paul Janssen: Er is geen thematische of geen geografische rode draad, tenzij het pleidooi voor aandacht voor de urgente globale uitdagingen en hoe hiermee dient te worden omgegaan. De bedoeling was om aan te geven dat de Vlaamse universiteiten hun globale verantwoordelijkheid opnemen door hun wetenschappelijke expertise breed in te zetten op ontwikkelingsrelevante thema’s. We willen onderlijnen dat onze universiteiten – waar mogelijk en zeker voor de grote projecten – dat doen door de aanwezige universitaire expertise in Vlaanderen samen te brengen in interuniversitaire teams. De uitdagingen zijn immers zo groot – denk aan het klimaatdebat, waar de Vlaamse rectoren ook met één stem spreken — dat alle mogelijke expertise best maximaal wordt gebundeld, samenwerking eerder dan competitie dus. Vandaar, voor het eerst, dit interuniversitair evenement.

Zijn de duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) gehanteerd als een kader om tot deze selectie te komen?

Paul Janssen: “Kwaliteitsvol onderwijs, gebouwd op kwaliteitsvol onderzoek”, “Onderzoek, innovatie en infrastructuur” en “Partnerschap om doelstellingen te bereiken” zijn de duurzaamheidsdoelstellingen die fundamenteel zijn voor VLIR-UOS.

VLIR-UOS zet in op het verbeteren van de levensomstandigheden van mensen — improve livelihoods, zoals we dat omschrijven — door, samen met onze Zuidpartners, te werken aan vraagstukken rond voedselverbetering, waterbeheer, energievoorziening, rurale en stedelijke ontwikkeling, … In de praktijk heeft elk VLIR-UOS-project een duidelijke link met één of meerdere duurzaamheidsdoelstellingen. SDG’s zijn dus altijd aanwezig bij het uittekenen van VLIR-UOS-beleid en het toekennen van concrete projecten, maar voor de selectie van de eredoctoraten werd niet per se vertrokken vanuit de SDG’s.

‘De uitdagingen vragen vaak om een lokale aanpak vanuit een globale visie, waardoor het draagvlak in Vlaanderen om bij te dragen aan oplossingen voor mondiale problemen is toegenomen’

De grote meerwaarde van de SDG’s, in vergelijking met de MDG’s (millenniumdoelstellingen, 2000-2015), is dat de uitdagingen niet langer geïsoleerd worden voorgesteld als “problemen in en van ontwikkelingslanden” alleen, maar nu geformuleerd zijn als een gedeelde verantwoordelijkheid van alle landen. De uitdagingen vragen vaak om een lokale aanpak vanuit een globale visie, waardoor het draagvlak in Vlaanderen om bij te dragen aan oplossingen voor mondiale problemen is toegenomen. Met het initiatief van de eredoctoraten willen we extra aandacht vragen voor het gegeven dat problemen wereldwijd gedeeld zijn, en oplossingen internationaal moeten worden bedacht, met het hiermee samenhangend pleidooi voor internationale samenwerking, maar zeker ook samenwerking binnen Vlaanderen en België.

Is de datum voor het uitreiken van deze eredoctoraten (15 mei) van belang?

Paul Janssen: Daar zit geen echte symboliek achter, neen. Het bleek het eerste moment dat er voor alle vijf rectoren ruimte was om de eredoctoraten uit te reiken, dat is alles.

Momenteel wordt voor elk van de vijf eredoctores een concreet weekprogramma voorbereid. Het is alleszins de bedoeling dat sommigen een master class geven op één of meerdere Vlaamse campussen (Muyembe, Gbowee, Sanginga). Demétrio geeft een master class en een reeks lezingen over design of agricultural experiments. Met Saborido zullen zeker een aantal gesprekken gevoerd worden over de huidige en toekomstige VLIR-UOS-samenwerking met Cuba. Met sommige van de eredoctores wordt ook wetenschappelijk samengewerkt. Voor meer concrete informatie per universiteit: zie de website van VLIR-UOS.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur