Ben Koks: ‘Landbouw is te belangrijk om aan de markt over te laten’

Wanneer je door de ogen van vogels naar ons boerenland kijkt

© Reuters / Vasily Fedosenko

‘Hoe kunnen we voedsel voor mensen verbouwen zonder de voedingsbronnen van insecten, knaagdieren, vogels te vernietigen?’

Wat als de landbouw verantwoordelijk werd voor het behoud van soorten? ‘Dan krijg je gezond voedsel en een levend landschap.’ De Nederlandse kiekendiefspecialist en ecoloog Ben Koks draait de visie op landbouw en natuurbescherming om in zijn boek Vogels wijzen ons de weg.

Nog maar net had Ben Koks twee tuinstoelen opengeklapt en de dop van de thermoskan met koffie geschroefd of daar hoorden we het. Beter gezegd: hij hoorde het en wees me erop. Het klonk als een misthoorn. Een tuba, zou later iemand zeggen. Het loeien van de wind in een flessenhals. ‘De roerdomp’, zei Koks, en met een brede glimlach schonk hij twee koppen koffie in. ‘Mijn eerste dit jaar.’

Het was mijn eerste ooit. Nooit eerder had ik dit wonderlijke geluid gehoord. ‘Wist je dat het een boerenlandvogel is die ’s nachts op muizen jaagt?’ Ik wist niets van de roerdomp, enkel dat hij zich schuilhoudt in rietkragen en zo opgaat in zijn omgeving dat hij wel gehoord maar amper gezien wordt. Het is een vogel die onze verbeelding prikkelt omdat hij aan onze blik ontsnapt.

Koks vertelt enthousiast over de roerdompen in Nederland. Hoe ze uitgerust werden met zenders en hoe zo ontdekt werd dat deze grote, wat stuntelige vogel bij valavond zijn schuilplaats in moerasland verlaat om naar rosse woelmuizen, aardmuizen en veldmuizen te scharrelen op de rand van natuur en landbouw.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

‘Toeval, denk je eerst’, legt Koks uit. ‘Maar dan volg je een tweede, een derde roerdomp en die doen allemaal hetzelfde. Dan volg je ze op hun jaarlijkse trek naar Afrika en dan zie je ze ook daar in de nabijheid van boerenland landen. Hoe gezonder het boerenland, hoe beter voor de biodiversiteit.’

Het is het uitgangspunt van het essay dat Koks schreef, Vogels wijzen ons de weg, een boek van knap honderd bladzijden. Daarin balt hij de kennis van dertig jaar nauwe observatie van akkervogels samen tot een visie op hoe we voedsel voor mensen kunnen verbouwen zonder de voedingsbronnen van insecten, knaagdieren, vogels te vernietigen.

Wat als we de ecologische grenzen van rode wormen, zweefvliegen, dagvlinders, grutto’s en grauwe kiekendieven als uitgangspunt nemen voor een nieuw ontwerp van ons landbouwsysteem, overal ter wereld?, vraagt hij zich af. Hoe zou ons landschap er dan uitzien?

Het is belangrijk, stelt Koks, om de link te leggen tussen de gezondheid van onze landbouw en de overlevingskansen van grauwe kiekendieven, leeuweriken en grauwe gorzen. Beide zijn kritiek. ‘Als je door de ogen van deze vogels naar ons boerenland kijkt, dan zie je enkel verschraling en woestijn. Het leven is uit de velden verdwenen.’ Verdreven, voegt hij er na een slok koffie aan toe. ‘Doodgespoten.’

Oranje velden

Die ochtend was ik vanuit het zuiden naar dit natte natuurgebied op de grens van België en Nederland gereden. Koks zakte af vanuit het noorden. Onderweg hadden we het allebei gezien. Enkel over de precieze kleur verschilden we van mening. De velden waar tot voor kort nog groenbemester groeide. Ik noemde ze oranje van de behandeling met glyfosaat, Koks vond ze geel. Het resultaat was hetzelfde: ze waren levenloos.

Je kan ze als anekdotiek wegzetten, als spijtige uitzonderingen, maar volgens Koks bewijzen ze de stelling die hij in zijn essay verdedigt: het huidige landbouwsysteem is de dood in de pot. Het botst tegen alle denkbare grenzen. Ecologisch en economisch is het een puinhoop. ‘Wat is glyfosaat anders dan luiheid door tijdsgebrek?’, dondert hij.

‘Waarom klooien met Europese soja? We hebben onze eigen eiwitgewassen. We moeten leren ze weer te telen.’

Overal waar hij komt, ziet hij het. Boeren die onder druk van de markt naar de gifspuit grijpen. Een paar weken geleden nog was hij in India, om de trekbewegingen van de grauwe kiekendieven vanuit Kazachstan en Rusland op te volgen. Hij ging naar de plekken waar de signalen van de vogels stilvielen. Daar lagen ze. Dood op de grond, op hun slaapplek.

‘De kiekendieven die in Rusland of Kazachstan nog redelijk veilig kunnen broeden, sterven in India. Dan kijk je om je heen naar het boerenlandschap en zie je de boeren met tonnen op hun rug over hun akkers hobbelen en hun eigen leefomgeving doodspuiten. Thuis trek je wat gegevens na en lees je dat India wereldwijd het land is met het hoogste gebruik van bestrijdingsmiddelen. Op dat punt zijn we aanbeland. Boeren maken zichzelf en het land ziek door de agrobusiness. Hoe gaan we verder? Hoe keren we dat om?’

Zijn ogen schieten omhoog en met zijn vinger wijst hij naar een zwarte stip boven de bosrand. ‘Een raaf! Zag je die al?’ Ik schud van nee. Zo gaat het praten met Koks in de openlucht.

Ik beeld me in dat zijn oren werken als een radar. Uit het fwietende, kwinkelerende en turelurende geluidsgordijn dat de vogels om ons heen weven, zondert hij het lied van iedere vogel apart af. Het geluid van ketsende stenen is de zwartkop. Op de tak van een boom, op een steenworp van onze voeten, hipt de tjiftjaf. En als we door het smalle raam van de kijkhut aan de vijver turen, zien we de plevieren rond elkaar trippelen.

‘Heerlijk, toch’, glundert Koks. ‘We hebben natuur nodig. Zonder zouden we helemaal gek worden. Dat heeft die hele coronacrisis wel aangetoond.’

Vogelakkers

‘Het is prima dat we robuuste natuurgebieden hebben, maar landbouw is van te grote betekenis voor de natuur om links te laten liggen. We dachten dat we landbouw en natuur van elkaar konden scheiden, maar wat doe je dan met de soorten die onze akkers nodig hebben? Zelfs de roerdomp, die door bureaucraten geacht wordt in natuurgebied te blijven, doet dat niet. Daarom is er geen ontkomen aan een verandering van de landbouw. Niet door te morrelen in de marge met hier en daar wat akkerranden, maar door percelen anders in te richten, door meer te variëren in teelten.’

Vogelakkers heeft hij ze genoemd. Velden die zo ingezaaid en beheerd worden dat ze voedsel voor de mens produceren en leefgebied voor akkervogels worden of blijven. Terwijl we van de kijkhut naar de grens tussen natuurgebied en grasland wandelen, trekt hij lijnen in de lucht en tekent hij een denkbeeldig teeltschema uit.

‘Zomergerst, wintertarwe. Het aandeel graan moet omhoog’, somt hij op. ‘Veel minder aardappelen. Zoals we die nu telen is dat een ramp op voorschrift. Het is roofbouw, met veel gif en zonder oog voor de bodem. Verder hebben we luzerne nodig, veldbonen, peultjes. Dan produceert Europa weer eigen eiwitten.’

‘We zijn te ver afgeweken van de natuurlijke principes waarop landbouw gebaseerd is.’

‘Er worden nu massa’s geld gepompt in miezerige pogingen om soja in Europa te telen. Mij ontgaat de logica ervan, tenzij het bedrijfsbelang dat erachter zit. Maar reis eens naar de Noord-Duitse kustvlakte, daar zie je de veldbonen in een mix van granen. Als ze zo hoog zijn,’ hij bukt zich en houdt zijn hand een tiental centimeter boven de grond, ‘zijn ze goed voor de leeuweriken. Zó hoog’ – hand op kniehoogte – ‘voor gele kwikstaarten. En zo’ – halverwege zijn dij reikt hij nu – ‘voor grasmussen. Het is een bloeiend gewas, dat missen we op onze velden, voor de insecten. Het is een vlinderbloemige die stikstof uit de lucht haalt en de bodem verbetert.’

Hij schudt zijn hoofd. ‘Waarom dan klooien met Europese soja? We hebben onze eigen eiwitgewassen. We moeten leren ze weer te telen.’

Je zou Koks nostalgie kunnen verwijten. In zijn essay heeft hij het over ambachtelijk boeren en verwijst hij naar de landbouwplannen van kloosters. Hij doet dit bewust om het gesprek op scherp te stellen, om hier en daar tegen een gevoelige scheen te schoppen, maar ook omdat hij uit ervaring spreekt. Hij kent ondertussen de landschappen die gonzen van leven. Het zijn de landschappen die we moeten koesteren of moeten herstellen. Het is terug naar vroeger met hedendaagse kennis.

© ID / Dieter Telemans

Ben Koks: ‘We dachten dat we landbouw en natuur van elkaar konden scheiden. Maar wat doe je dan met de soorten die onze akkers nodig hebben?’

‘Neem nu Senegal, Mali of Niger. Waar vind je daar de akkervogels die bij ons in de zomer broeden? Op plekken met mozaïeklandbouw. Wat zegt de FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, red.)? “Wij willen de Afrikaanse landbouw herstellen.” Prima, laat de boeren ginds dat in handen nemen, in plaats van grote bedrijven die ook daar alles weghalen met pindateelt voor Noord-Amerika, vleesvee voor China, maniok voor biobrandstoffen. Het is koloniaal gedrag 3.0, maar ten koste van de natuur, de mens en de landbouw. Dat is dramatisch. “We mogen niet terug naar vroeger”, hoor ik dan. Waarom niet?’

‘Laat ons luisteren naar de wijsheid van Afrikaanse boeren. En hoe arrogant is het te denken dat wij het beter weten, om hun kennis weg te zetten als slechte landbouw? Als je in staat bent om onder zulke klimatologische omstandigheden aan landbouw te doen, wel, daar kunnen de boeren hier nog wat van leren. Waarom zou de traditionele landbouw in Senegal slechter zijn dan de intensieve landbouw hier? Sterker nog: de meeste boeren in België zijn failliet.’

Waar de macht zit

Koks is een vogelman met een boerenhart. Sinds de zinderend hete augustusdag in 1990 waarop hij boven een luzerneveld in Groningen een grauwe kiekendief zag fladderen en vervolgens op de grond, verscholen tussen de plantenstengels, een nest met eieren vond, heeft Koks de samenwerking met boeren opgezocht en versterkt.

‘Als kind droomde ik ervan boer te worden. Na schooltijd liep ik naar de boerderij aan de overkant om te helpen melken, hooien, met de trekker te rijden. Als je iets wil vertellen over landbouwpraktijken, hoor je te begrijpen hoe die in elkaar zitten. Niet alleen op het veld, maar ook hogerop: waar de macht zit.’

De ambitie reikte dertig jaar geleden niet verder dan die ene kiekendief, een vogel die men ten dode had opgeschreven in Nederland, te beschermen. Maar hoe meer puzzelstukjes hij toevoegde aan zijn kennis, hoe groter zijn overtuiging werd dat het uitsterven van akkervogels pas kan keren als de landbouw als systeem daarvoor verantwoordelijkheid neemt. Met groene maatregelen niet als een surplus, als een kers op de taart, maar als fundament.

‘We zijn te ver afgeweken van de natuurlijke principes waarop landbouw gebaseerd is. We denken het op te lossen met chemie en met de meest waanzinnige machines. Ondertussen rijden boeren hun grond kapot. En als je vraagt: “Waar vind ik goede zomergerst voor een biertje dat we willen brouwen?”, dan blijkt dat amper nog iemand weet hoe je dat verbouwt. We voeren het in uit Rusland of Roemenië. Wat een waanzinnig systeem. Landbouw is gewoon te belangrijk om aan de markt over te laten.’

‘Je kan je oprecht de vraag stellen voor wie deze boerenorganisaties onderhandelen.’

Ook dat bracht de kiekendief met zich mee. Door de vogels van een zendertje te voorzien en ze letterlijk achterna te reizen, weefde Koks een web van boeren over de wereld. Van de schapenboer in het ruige hoogland van Marokko tot de boer met een mozaïek van teelten in Senegal. Hoe meer boerenland hij zag, hoe meer boeren hij sprak, hoe duidelijker de rode lijnen van een biodivers landbouwsysteem zich aftekenden. De vogels strijken neer in gebieden waar variatie in voedselaanbod en landschapselementen troef is. Bij boeren die niet de makkelijkste methode van spuiten kiezen, waardoor insecten overleven, en met de insecten de vogels.

‘Om het verschil te zien, hoef je geen duizenden kilometers te reizen. Het volstaat om in de Westhoek de grens tussen België en Frankrijk over te steken. Ineens hoor je grauwe gorzen zingen. In Vlaanderen zijn die nog amper te vinden. Dan kijk je naar het landschap en naar wat er op de velden groeit. In Frankrijk zijn dat vlas en verschillende graansoorten, ook luzerne. Er liggen nog zandwegen tussen de velden. Er zijn een bosrand, walletjes, permanent grasland. Het zijn oude patronen en het is een levend landschap. In Vlaanderen heb je een monocultuur van aardappelen zo ver het oog reikt en is er amper een vogel te zien. Dat moet je toch aan het denken zetten?’

Hij wil het de boeren niet verwijten, benadrukt hij. Zijn hart bloedt als hij de economische wurggreep ontleedt waarin de hedendaagse boer verkeert. Het is het cynisme van de belangengroepen dat hij aankaart en aanklaagt. ‘Hoe kom je door dat cynisme heen?’

Hij heeft het te vaak in de praktijk gezien om nog te geloven dat je het systeem kan keren samen met organisaties als de Boerenbond in Vlaanderen of de Land- en Tuinbouworganisatie in Nederland. ‘De lijnen tussen deze organisaties en de producenten van landbouwgif als BASF, Monsanto en Syngenta zijn veel te direct. Je kan je oprecht de vraag stellen voor wie deze boerenorganisaties onderhandelen. Voor de boeren of voor de agro-industrie? Want ook landbouweconomisch is dit systeem dood. Boeren hangen vast aan de bank en kunnen amper een kant op.’

De onderhandelingen over het huidige gemeenschappelijke landbouwbeleid (GLB) van de Europese Unie hebben Koks definitief van zijn naïviteit verlost. ‘We zaten er zo dichtbij, bij een daadwerkelijk groen landbouwbeleid. Mensen wilden het, ambtenaren leken mee te willen, de Europese Commissie stuurde met de Green Deal die kant op. Maar tien dagen voor het officiële besluit krijg je telefoon. “Er is iets aan de hand.” En dan zie je gebeuren hoe ze de groene maatregelen volledig uitkleden. Dat hadden ze natuurlijk allang bedacht.’ Wie hij met ‘ze’ bedoelt? ‘De lobbyisten van de agro-industrie.’

Cynisme en vrijheid

‘Van symboliek gesproken’, grijnst Koks. We staan op de grens van natuurgebied en permanent grasland. Oranjetipjes fladderen boven de pinksterbloemen, hommels zoemen rond de paarse dovenetels en een spuitmachine op hoge banden draait de weide op. Verheven boven de bloemenweide klapt de bestuurder de installatie open en benevelt hij het leven onder hem met een kruidendodend product. Alles wat bloeit, sterft af; enkel het gras groeit verder.

Koks wijst naar de paarse dovenetels die nu nog gonzen van de naar nectar zoekende insecten. ‘Morgen hangen ze slap, overmorgen kleuren ze bruin en zijn de insecten hun voedselbron kwijt. En waarom? Voor 0,5 procent meer opbrengst. Dit is landbouw geworden. De marges zijn zo smal dat we de tak waarop we zitten doorzagen. Hebben we dan geen verantwoordelijkheid tegenover de leeuwerik, de roodborsttapuit of de patrijs? Het is een van de redenen waarom weinig mensen in mijn wereld het meer dan twintig jaar volhouden. Stel: je bent vlinderspecialist. Je doet monitoring van soorten en dan zie je dit. Keer op keer. Geen wonder dat je op een dag breekt.’

En hij, breekt hij ooit? Bij de dood van een kiekendief? De kap van een laatste bosje op een akker? Hij snuift. ‘Dit essay schrijven was mijn Prozac-pil. Ik moest het eens vertellen, al die puzzelstukjes samenleggen. Omdat ik begaan ben met de boer en met het land. Nu ga ik ermee door tot ik erbij neerval.’

© ANP / Hollandse Hoogte/ Flip Franssen

Een bespoten landbouwveld (rechts) in Nederland. ‘We denken het op te lossen met chemie en met de meest waanzinnige machines. Maar ik wil het de boeren niet verwijten. Je moet ook hogerop kijken, naar waar de macht zit.

Bijna was het zover. Vier jaar geleden scheurde de grond onder de voeten van Koks open en tuurde hij in een onpeilbaar diepe afgrond. Zijn dochter werd gruwelijk vermoord in haar appartement. Zij, Sanne, was zijn vogelmaatje, velduilen vond ze altijd als eerste. Hij voedde haar alleen op toen haar moeder hen beiden verliet. Een ouder zou zijn kind niet mogen begraven. ‘Geen wonder dat je jezelf verliest op zo’n moment. We hadden nog zo veel plannen. We zouden naar Afrika reizen, de gekraagde roodstaart achterna, haar lievelingsvogel.

‘Hoe beuk je door cynisme heen? Dat antwoord heb ik nog niet gevonden.’

Het is er niet meer van gekomen. Maar dan doen die vogels toch iets wonderlijks.’ Ik kijk hem vragend aan. ‘Boven haar graf,’ vertelt hij, ‘is vorige week een gekraagde roodstaart thuisgekomen. Alsof hij speciaal voor haar is teruggekeerd, om over haar te waken. Nu draag ik Sanne hier mee’, hij legt zijn hand op zijn schouder. ‘Ze zit hier en fluistert in mijn oor: ga door, en wat je doet, doe je goed. Ik was het even kwijt, ja, maar Sanne geloofde oprecht in een mooiere wereld. Ze was immuun voor cynisme. Door haar geloof ben ik weer aardig in staat het leven aan te kunnen.’

‘Zal ik je eens iets vertellen?’ We zijn terug bij onze klapstoeltjes aanbeland, Koks pakt de picknick uit die hij meebracht, zijn ogen schitteren. ‘Het gaat over wat de kiekendief met de mens doet, hoe hij onze dromen prikkelt.’ Hij snijdt een stokbrood in twee en smeert er een dikke laag vegetarische spread op.

Ik ben proMO*

Met MO* zorgen wij voor écht nieuws over echte mensen in heel de wereld. Wil je ook ons unieke journalistieke project mogelijk maken? Word dan proMO*. Als proMO* word je lid van onze community, krijg je ons magazine en kan je gratis aan onze events deelnemen. Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Geweldig! Ik word proMO*

‘In Wit-Rusland ontmoette ik Dimitri, een van de oprichters van Birdlife. Een activistische kerel. Altijd als we elkaar zagen, werden we gevolgd door een wagen van de overheid. Toen we daar tien jaar geleden de eerste grauwe kiekendief zenderden, koos Dimitri haar naam. Het was een vrouwtje. “Volia”, zei hij. “De naam van je moeder?”, vroeg ik. Nee, zei Dimitri met tranen in de ogen. “Vrijheid in het Wit-Russisch. Omdat deze vogel kan, wat mij niet is toegelaten: grenzen oversteken, landen doorkruisen. Zij is de vrijheid die ik ontbeer.”’

We kauwen op onze stokbroden en luisteren naar het gezang van vogels dat ons omringt. ‘Dat is het mooie van die kiekendief. Ondertussen heeft Nederland het best opgevolgde boerenland. We weten waar de laatste kiekendieven zitten, waar de steppekiekendief voorkomt. Het levert enthousiaste en mooie verhalen op. Ook van boeren. Hoe ze vreugde beleven aan het zorgen voor die vogels. Dus ja, ik geloof echt dat vogels ons de weg wijzen. Mijn vraag is vooral: hoe beuk je door cynisme heen? Dat antwoord heb ik nog niet gevonden.’

Dit interview werd geschreven voor het zomernummer van MO*magazine. Voor slechts 32 euro kan je hier een jaarabonnement nemen! Je kan ook proMO* worden voor slechts 4 euro per maand. Je krijgt dan ook ons magazine toegestuurd en je steunt daarmee ons journalistiek project. Opgelet: Knack-abonnees ontvangen MO* automatisch bij hun pakket.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3148   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur