Wanneer poëzie een daad van verzet is

Zaterdaginterview

De Iraakse dichter Adnan Adil publiceerde zijn eerste bundel midden jaren negentig onder een pseudoniem. In 2002 verliet hij zijn land, twee jaar later belandde hij in Brussel waar hij nog altijd woont. Tot eind november is hij te gast in de Pen-flat in Antwerpen. MO* sprak met de dichter over schrijverschap en poëzie, over radicalisering en de verantwoordelijkheid van de intellectueel.

Adnan Adil is afkomstig uit de stad Kirkuk. De multiculturele stad bij uitstek van multicultureel Irak. Dat heeft zijn invloed gehad op de manier waarop hij naar de wereld kijkt.

De vanzelfsprekendheid van het verschil is altijd een onderdeel van zijn leven geweest. Geen wonder dat hij in een stad als Brussel gemakkelijk kan aarden.

Adnan Adil zoekt zijn inspiratie niet verder weg dan zijn dagelijks leven. Hij schrijft over wat hij ziet en wat hij meemaakt. ‘Mijn poëzie draait rond twee elementen’, zegt hij. ‘De mens en de wereld waarin hij leeft’. Voor Adnan Adil staat de mens ongewapend in het leven. ‘Een mens is ongewapend tegen de dood en het kwaad’, zegt hij. ‘Poëzie helpt om het leven dragelijk te maken’.

Maar is er plaats voor poëzie in onze huidige wereld?

Adnan Adil: Tegenwoordig zijn onderdrukking en geweld alom tegenwoordig. Oorlogen en revoluties zijn een dagelijkse realiteit geworden. Wij gebruiken woorden als oorlog of aanslag met dezelfde vanzelfsprekendheid waarmee we termen als beker of tafel gebruiken. We staan niet meer stil bij hun betekenis. Poëzie probeert zich te verdedigen tegen al dat geweld. Poëzie is het moeilijkste literaire genre dat er is want het richt zich tot het gevoel en niet tot het verstand. Poëzie is ook moeilijk te lezen. Maar wanneer het aanslaat, waanneer het de dichter lukt om gevoelens bij de lezer los te maken dan heeft hij iets bereikt en in dat opzicht is poëzie schrijven een vorm van verzet. Het verzet is de moed hebben om door te gaan, om elke dag op te staan en te blijven voortdoen, om het leven te accepteren maar tegelijkertijd om het betere na te streven.

U hebt uw eerste bundel Slechts één vierkante meter onder een pseudoniem uitgebracht. Is uw poëzie zo revolutionair?

Adnan Adil: Onder het regime van Saddam Hoessein hoefde je niet revolutionair te zijn om in de gevangenis te belanden of om te verdwijnen. Het was een daad van verzet om te schrijven als dat het regime niet rechtstreeks diende.

U woont ondertussen al meer dan tien jaar in België, welke evolutie heeft uw poëzie doorgemaakt?

Adnan Adil: Men zegt dat ballingschap meer aanwezig is in mijn teksten die ik in Irak heb geschreven. Blijkbaar voelde Ik me toen meer vreemdeling dan nu. Als buitenstaander kijk je op een andere manier naar je land. Je kijkt van boven af, met meer afstand. Wanneer je er woont zijn er details die je ontvluchten.

Wat betekent vaderland voor u? Hoe kijkt u daar naar?

‘De aanwezigheid van de andere helpt je om je eigen cultuur in vraag te stellen.’

Adnan Adil: Tegenwoordig kun je in een paar uren tijd naar je land van herkomst gaan. Maar wat is dat, je land? Ik heb geen identiteit. Ik weiger dat woord. Ik ben mens en ben humanist. Dat is altijd zo geweest. Dat komt ook door de cultuur waarin ik ben opgegroeid. Ik heb altijd met het verschil meegeleefd. En dat helpt om open te staan voor de andere. Je leert van de andere ook. Je hoeft niet op hem te lijken.

Het gaat niet om wiens cultuur goed is en wiens cultuur slecht is. Maar de aanwezigheid van de andere helpt je om je eigen cultuur in vraag te stellen. Er is niets dat vast staat. Alles verandert naargelang de tijd en de omstandigheid. Daarom is het belangrijk en is het nodig om voortdurend dingen in twijfel te trekken.

Is poëzie schrijven pijnlijk, hoe verloopt dat bij u?

Adnan Adil: Het schrijven van poëzie is vermoeiend maar ik verplicht me niet tot schrijven. Ik laat mezelf gaan en ik schrijf met een bepaalde vloeiendheid. Ik leef niet om te schrijven. Ik leef om te leven en schrijven is noodzakelijk om te leven. Het leven stopt niet als ik niet schrijf. Langs de andere kant, ik voel vermoeidheid als ik niet schrijf. Komen al mijn gevoelens naar buiten, dan kom ik tot rust.

In Irak hebt u filosofie gestudeerd en nu studeert u Moderne Oosterse Talen en Literatuur aan de ULB, waarom?

Adnan Adil: Ik spreek Turks, Koerdisch, Turkmeens, een beetje Farsi en Arabisch natuurlijk. Ik ken de literatuur van het Oosten vrij goed. We hebben indertijd les gehad over oriëntalisme. Maar nu ben ik nieuwsgierig naar de nieuwe oriëntalisten. Ik wil weten hoe het Westen het Oosten bestudeert. Ik wil me verrijken met de blik van de jonge oriëntalisten op ons. In de Arabische landen hebben we meer toegang tot de Westerse cultuur dan westerse mensen toegang hebben tot onze cultuur. Voor de westerse mensen blijft het op één of andere manier moeilijk om de situatie in het Oosten te begrijpen. Ook wanneer ze het Oosten bezoeken beperken ze zich tot de façade van de cultuur, tot het zichtbare, tot zaken als eten en folklore. Ze houden zich alleen met de oppervlakte bezig en dringen niet door tot het echte leven van de mensen daar.

Heeft de aanwezigheid van migranten en vluchtelingen uit andere contreien bijgedragen tot toenadering tussen beide kanten, tot meer begrip?

Adnan Adil: Nadat het religieuze radicalisme de kop heeft opgestoken is er een splitsing ontstaan tussen de twee culturen. Er is meer afstand gekomen en de kloof is dieper geworden. De Arabisch-islamitische cultuur staat ook niet open voor andere culturen. Er zijn nog veel taboes en dat maakt communicatie moeilijk.

Is de Arabische intellectueel aanwezig genoeg, speelt hij een rol in de verhouding tussen het Oosten en het Westen?

Adnan Adil: Er zijn in het Westen heel wat Arabische intellectuelen aanwezig maar het grootste probleem is de taal. Als intellectueel heb je een brug nodig om aan te komen en je boodschap over te brengen. Je bouwt jaren aan die brug. Maar als je in een ander land belandt, heb je weer een andere brug nodig. Je moet een nieuwe taal leren en je eigen maken. En dat is niet zo eenvoudig, zeker niet voor een dichter.

U zegt dat de Arabisch-islamitische cultuur extremistisch is geworden. Hoe is het zover kunnen komen en wiens verantwoordelijkheid is dit?

Adnan Adil: Er werden omstandigheden gecreëerd om het radicalisme naar boven te laten komen. De persoon die geradicaliseerd is, is zelf een slachtoffer. De persoon proberen te deradicaliseren, hem proberen te overtuigen, is niet de oplossing. Het probleem ligt dieper. Zelfs de predikanten zijn slachtoffer van een gedachtengoed dat al lang bestaat. Er zijn begrippen in de Islamitische cultuur die catastrofaal zijn. Ze worden nu opnieuw naar boven gehaald.

De oplossing ligt niet in de opvoeding van individuen, de oplossing ligt in het herbekijken van de geschiedenis en in het bevragen van het culturele patrimonium in zijn geheel. Spijtig genoeg ontbreekt het in de Arabische wereld aan durf om het patrimonium in vraag te stellen.

Wie is er verantwoordelijk voor het in vraag stellen van het patrimonium? De dichter?

© Adnan Adil

‘Niet bang zijn om gedood te worden, dat is ook vrijheid.’

Adnan Adil: Het is de verantwoordelijkheid van de intellectuelen, van de instellingen, van academici. Het is niet gemakkelijk en het heeft tijd nodig. Maar ik zie mezelf niet in deze rol. Ik ben een dichter en geen academicus. Ik probeer te schrijven, te creëren. Ik spreek de gevoelens aan. Ik kan observeren, ik kan een mening hebben maar ik zie het niet als mijn taak om veranderingen teweeg te brengen. Zeker niet rechtstreeks.

Wat vindt u aangenaam aan België?

Adnan Adil: De vrijheid. Dit is iets moois.

Welke soort vrijheid?

Adnan Adil: Het feit dat ik op straat kan slapen en niemand me komt vragen waarom ik daar slaap. Ik hoef me niet te verantwoorden, tegenover niemand. Lopen op straat, ‘s nachts bijvoorbeeld, is ook iets moois. Niet bang zijn om gedood te worden, dat is ook vrijheid. We hebben een moeilijk leven gehad in Irak. We hadden geen veiligheid. Ik heb onder een pseudoniem gepubliceerd. Door dit te doen besloot ik eigenlijk om dood te gaan. Het is een soort zelfmoord. Als je de straat op gaat kom je misschien niet meer terug. Dat was zwaar.

Door het embargo van de jaren negentig was er een tekort aan alles. Kinderen stierven omdat er geen medicijnen waren. Er was veel armoede en er kwamen geen boeken binnen. In mijn boekhandel kopieerden we kritische boeken en we verdeelden ze onder elkaar. Dat was genoeg om je de hele dag je zorgen te maken. We voelden dat we dit moesten doen, ondanks de angst. We zouden spijt hebben als we dit niet zouden gedaan hebben. Dat was onze overtuiging.

Wat heeft u verrast in België?

Adnan Adil: Toen ik stiekem Irak verliet heb ik een tijdlang in Turkije gewoond. Ik ben daarna naar Europa gekomen. Ik was op zoek naar een plek om er te wonen. Een Engelstalig gebied was vanzelfsprekend maar moeilijk bereikbaar. Frankrijk trok me ook aan vanwege de Franse literatuur. Maar het was toen moeilijk om daar asiel te krijgen. In Brussel heb ik de Franse cultuur gevonden en het multiculturele dat ik in mijn stad Kirkuk had. Ik heb er snel een thuisgevoel gekregen. En het eerste wat ik deed was op zoek gaan naar plaatsen die ik via boeken kende. Onze kennis over de Europese cultuur is in de Arabische wereld vooral een theoretische kennis. Ik wilde mijn theoretische kennis in het echte leven zien. Ik ben op zoek gegaan naar plaatsen waarover ik in Irak in romans had gelezen.

Ik wist bijvoorbeeld dat de Franse dichter Rimbaud een tijdlang in Brussel heeft gewoond. Ik ben op zoek gegaan naar het huis waar hij verbleef, naar de cafés waar hij met zijn vriend Verlaine vertoefde. Het was een intens gevoel. Maar naarmate je iets dat je alleen in je verbeelding kende met je eigen ogen ziet, valt het sacrale eraf. Uiteindelijk is Rimbaud een gewoon mens geweest. Hij was hier en is nu weg. Hetzelfde met Karl Marx. Ik wist dat hij een deel van Het Kapitaal in een gebouw aan de Grande Place heeft geschreven. Ik ben dat ook gaan opzoeken. En dat heb ik ook op andere plaatsen in Europa gedaan.

De Arabische literatuur heeft een sterke traditie in poëzie. Hoe heeft de Europese poëzie uw gedichten beïnvloed?

Adnan Adil: De Arabische cultuur is doordrongen door de Westerse cultuur. We waren constant in contact met de Europese literatuur. Voor mijn generatie is er zeker een mengelmoes tussen de twee culturen. De Engelse poëzie bijvoorbeeld heeft de dagelijkse woorden in de poëzie binnengebracht. De Franse heeft meer belangstelling voor de schoonheid van de taal. Zoals het geval is bij andere Irakese dichters, probeer ik de twee elementen in het gedicht in te brengen. Ik ben eigenlijk vooral beïnvloed geweest door de Franse en de Zuid-Amerikaanse poëzie.

Hoe kijkt u naar de toekomst van de poëzie? Zijn er nog mensen die daarin geïnteresseerd zijn?

‘Laten we eerlijk zijn, Poëzie is voor een elite. Er zijn niet veel lezers, zeker niet in de Arabische wereld.’

Adnan Adil: Laten we eerlijk zijn, Poëzie is voor een elite. Er zijn niet veel lezers, zeker niet in de Arabische wereld. Publiceren is ook niet eenvoudig. Uitgevers kunnen er niets aan verdienen. Ze willen ook geen risico’s nemen door gedichtenbundels te publiceren. Mijn tweede bundel Een lichaam bemest met verwachting hebben mijn vrienden in Irak op eigen kosten in Syrië laten publiceren. Maar dat heeft geen enkele invloed op mijn schrijven. Ik schrijf niet om beroemd te worden. Ik schrijf vooral voor mezelf en voor mijn talrijke vrienden, en ik publiceer op websites en in kranten.

U houdt niet van het woord identiteit en vaderland is een begrip dat flou is geworden, toch blijft u gehecht aan Irak.

Adnan Adil: Ik hou van Irak. Ik hou van mijn kindertijd en van mijn vrienden daar. Ik hou van de berg en van de rivier. Ik heb mijn mooiste dagen in Irak beleefd. Wat daar nu aan het gebeuren is, is dramatisch. Irak heeft geen staat meer. Het zijn daar dieven, bendes die gelinkt zijn aan de één of andere mondiale of regionale kracht die daar de plak zwaait. Een mensenleven is in Irak nu waardeloos. Een mens kan om de futielste reden vermoord worden. Irak is ziek en zal genezen. Zo is het altijd geweest. Dat is de geschiedenis. Naties staan op en ebben weg om opnieuw op te staan. Irak heeft dat meermaals meegemaakt. Er zijn nu jongeren die iets willen opbouwen. Ooit komt het goed met Irak.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift