Rajendra Singh: ‘Water beslist over oorlog en vrede’

Baanbreker

MO* sprak met Rajendra Singh, de waterman van India, die vele prijzen ontving  voor zijn decennialange strijd voor een beter beheer van het water in Rajasthan, de droogste deelstaat van India. Cruciaal is dat dit gebeurt vanuit de lokale gemeenschappen. Ook wij kunnen daarvan leren, vindt Singh.

  • © Dieter Telemans Rajendra won de Stockholm Water Prize, beter bekend als de Nobelprijs voor water, in 2015. © Dieter Telemans
  • © Joksie Biesemans Rajendra, Minni en Elina op de Belmundo waterwandeldag in Gent. (19 maart 2016) © Joksie Biesemans
  • © The Flow Partnership Een johad (dam) in India. © The Flow Partnership
  • © Dieter Telemans Eén derde van de dorpen in India beschikt niet over drinkbaar water. © Dieter Telemans
  • © Dieter Telemans Water wordt van ver aangevoerd met tankers of vrouwen halen water met kruiken op hun hoofd. © Dieter Telemans

Singh was in België, en dan vooral in het Gentse, om te vertellen over zijn werk, om de Belgische situatie te leren kennen en om ‘water walks’ en ‘water talks’ te doen. Een gesprek over water in de Gentse Vooruit werd bijgewoond door een kleine vijfhonderd mensen.

De water walk trok heel wat minder volk, maar past in een breed project dat mensen wereldwijd moet wijzen op het belang van goed waterbeheer: als we het water niet goed beheren, leidt dat tot migraties en oorlog, meent Singh.

We beginnen ons gesprek in India waar de dorpen en de landbouw erg afhankelijk zijn van het water dat ze oppompen uit de ondergrond.

Hoe erg is het waterprobleem in India?

Rajendra Singh: Heel erg. Na de onafhankelijkheid van mijn land, in 1947, werd het droger en nam het aantal overstromingen toe. Er werd veel geld gespendeerd aan waterbeheer maar ik weet niet waar dat water en dat geld naartoe zijn gegaan. In 1947 zat er nog water in de ondergrond. Toen was er niet genoeg voedsel, maar wel genoeg water. In 2016 is meer dan 72 procent van de ondergrondse waterbronnen overbelast omdat er meer wordt uitgehaald dan de natuur kan aanvullen. Er zijn 265 000 dorpen (van de meer dan 600 000) zonder drinkbaar water in India. In 1947 waren er 233 dorpen zonder waterbron.

Hoe komen die dorpen dan aan water?

Rajendra Singh: Water wordt van ver aangevoerd met tankers of vrouwen halen water met kruiken op hun hoofd.

Is het niet onvermijdelijk dat er meer water nodig is wanneer de bevolking zo toeneemt?

Rajendra Singh: Neen, hoewel we meer voedsel en groenten nodig hebben, is daar niet veel extra water voor nodig. Door het water dat er is efficiënt te gebruiken en door de ontwikkeling en voedselwinning goed te plannen, blijft dat beperkt.

Wat is een goeie planning?

Rajendra Singh: Een planning die rekening houdt met de geologische en culturele diversiteit. Die realiseer je met ‘community driven decentralized water management’ ofwel gedecentraliseerd waterbeheer door de gemeenschappen. Centraal daarin staat de lokale opvang van het water. Op die manier kon de huidige crisis vermeden worden. Als je beleid door de overheid en de grote bedrijven gestuurd wordt, word je geconfronteerd met een morele crisis.

Corrupte overheid verhindert goed waterbeleid

Is het werk van de overheid altijd slecht? In Rajasthan zag ik waterprojecten van het grote tewerkstellingsproject voor de armen NREGA (National Rural Employment Guarantee Act). Zij bouwden kleine dammen.

Rajendra Singh: NREGA is een goed project voor India omdat het voordelig is voor de armsten onder de armen omdat het hen betaald werk geeft. Het probleem met veel NREGA-projecten is de corruptie. De regen kwam en overspoelde de dammen volledig omdat ze niet stevig genoeg gebouwd waren. Ze hadden niet de juiste samenstelling en dat kwam door de corrupte overheid. De overheid heeft uiteraard wel de kennis en de ingenieurs maar de corruptie zorgde ervoor dat het project faalde.

NREGA kan niet alles doen. We hebben discipline en bewustzijn nodig binnen de gemeenschap. Toen ik mijn werk begon, creëerden we een parlement zodat dat parlement regels  en een regelgeving kon maken en de oogstpatronen afstemmen op de regenpatronen. Ik maakte meer dan 11 600 ‘waterbodies’ in 9 districten van Rajasthan zonder de steun van de overheid of welk bedrijf dan ook.

Die ‘waterbodies’ creëer je om een gemeenschap de capaciteit te geven om het water goed te beheren? Dat leerproces komt op gang door het ontwikkelen van die waterorganen of waterbesturen?

Rajendra Singh: Ja, correct!

Zijn er dan geen goede voorbeelden van projecten geleid door de overheid? Normaal kan de overheid toch een rol spelen bij ontwikkelingsprojecten.

Rajendra Singh: Als de democratie niet gesteund wordt door de gemeenschap en de bevolking, is je democratie het tegenovergestelde van een democratie. De corrupte plannen worden gemaakt door de aannemers, de bedrijven en de multinationals en de overheid laat zich daarin meeslepen.

In China zien we dat de overheid een grote rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van infrastructuur.

Rajendra Singh: Het Chinese model creëert rampen. De ontwikkeling daar zorgt voor volksverhuizingen en vernieling. Dat is geen goed ontwikkelingsmodel. Het model dat wij al 32 jaar toepassen, zorgt er voor dat mensen niet moeten verhuizen en dat er niets vernield wordt. We gebruiken de lokale en inheemse kennis en het traditionele systeem dat aanwezig is. En toch creëren we waterbronnen. Dus dit is een voorbeeld voor ontwikkeling en het zorgt bovendien voor ‘Climatic Change Adaptation’.

Bekijk hier hoe het werk van Singh in Rajasthan de omgeving veranderd heeft.

Climatic Change Adaptation

Wat bedoelt u daarmee?

Rajendra Singh: Met onze aanpak komt het water in de bodem waardoor die vruchtbaar wordt en er planten op groeien. De temperatuur zal dalen en wolken zullen komen en zorgen voor een microklimaat. Macro- en microwolkenvorming zorgen ervoor dat er meer groenten kunnen groeien. Dat werpt een dam op tegen ongunstige klimaatverandering. Dit proces van aanpassing aan de klimaatverandering komt pas op gang na 30 jaar. Aangezien ik al 32 jaar werk in Rajasthan kunnen we daar de impact al waarnemen.

U zegt dus dat dit model niet enkel lokaal voordelen biedt maar ook globaal?

‘Een actieve gemeenschap laat geen corruptie toe.’

Minni Jain, (directeur van de Britse ngo the Flow Partnership) : Heeft u al gehoord van de kleine watercyclus op lokaal niveau? Het model van Rajendra beïnvloedt de kleine watercyclus en dat heeft natuurlijk impact op het globale plaatje. Een bepaalde regio krijgt hierdoor voldoende regenval en kampt daardoor niet meer met watertekort en dat heeft een impact op het klimaat wereldwijd. Het model laat mensen toe om in de regio te blijven en zich aan te passen aan eventuele klimaatveranderingen.

Als dit zo’n gunstig model is, waarom wordt het niet opgepikt door de Indiase overheid?

Rajendra Singh: Omdat in dit model corruptie niet mogelijk is. Een actieve gemeenschap laat geen corruptie toe. Er lopen meer dan 377 zaken tegen mij omdat ik mijn job uitvoer. Ik heb de kracht om te vechten tegen de overheid maar de gewone burgers niet.

U zegt dus dat de overheid een goed werkend model blokkeert omdat er geen mogelijkheden tot corruptie zijn. Wat betekent dat?

Rajendra Singh: Dat betekent dat het de Indische bevolking ontbreekt aan vooruitzichten en zelfvertrouwen. Ze hebben geen vertrouwen in de overheid en het democratisch systeem. Het beleid is in handen van aannemers en bedrijven en niet in handen van de gemeenschap zelf. Dat vormt een grote uitdaging voor het Indiase volk. Er komen migratiestromen op gang door de watertekorten. Wanneer mensen gedwongen worden om te migreren is hun karakter zeer gewelddadig.

Een gebrek aan goed waterbeheer bedreigt dus de politieke stabiliteit?

Rajendra Singh: Correct.

© Dieter Telemans

Eén derde van de dorpen in India beschikt niet over drinkbaar water.

The Indian Way

Kunnen wij Belgen iets van de Indische aanpak leren?

Rajendra Singh: Ik heb het gevoel dat de gemeenschap niet genoeg betrokken wordt bij waterprojecten. We bezochten het Sigma Plan in de Kalkense Meersen. Er worden gecontroleerde overstromingsgebieden geïnstalleerd. We werden niet rondgeleid door mensen uit de gemeenschap maar door een gids. Wanneer je mijn projecten bezoekt, zal je geen gidsen ontmoeten. Enkel de lokale bevolking zal uitleg geven aan de toeristen.

De bevolking heeft hier in België wel meer vertrouwen in het doen en laten van de overheid. Men gelooft dat de staat goede dingen kan teweegbrengen, soms in samenwerking met ngo’s.

Elina Bennetsen (doctoranda aan de Gentse faculteit bio-ingenieurswetenschappen): Toch was er in Kalken een conflict met de inwoners omdat er een overstromingsgebied komt dat grenst aan hun tuinen. Overstromingen vormen misschien de grootste dreiging in België op het moment. Het is belangrijk dat wij ook hier leren om de gemeenschap meteen aan boord te krijgen bij nieuwe plannen.

Minni Jain: De projecten die ik organiseer in het Verenigd Koninkrijk zijn ook gefundeerd op een goede samenwerking met de gemeenschap. Daar zijn gigantisch veel overstromingen. Mijn interesse werd gewekt door een redelijk klein project waarbij iedereen betrokken was: de gemeenschap, de lokale autoriteiten, de centrale overheid, de landeigenaars en de boeren. Samen stelden ze een plan op dat lijkt op het plan van Rajendra. Dorpen die tot vijf keer in twee jaar overstroomden, overstromen nu niet meer. Het is een traag proces. Rajendra heeft er 32 jaar over gedaan. Het is moeilijk om in een ontwikkeld land de gemeenschap zo ver te krijgen dat ze energie stoppen in onze projecten maar het is mogelijk.

Waarom is betrokkenheid van de gemeenschap een meerwaarde?

Minni Jain: Omdat onderling gesprek tot verandering kan leiden. Het is onmogelijk om een gemeenschap vanaf dag één mee te krijgen. Een gemeenschap echt laten begrijpen wat je doet en hen daarbij betrekken, duurt lang. Het werkt nooit als het enkel van bovenaf gestuurd wordt. De bevolking zelf moet deelnemen aan het beslissingsproces en alles moet hun goedkeuring hebben om goed te kunnen werken. De menselijke natuur is overal dezelfde en dus is samenwerking met lokale mensen overal belangrijk.

Rajendra Singh: België is een land gebaseerd op ingenieurs en technologieën en die doen het goed. Maar technologie biedt geen duurzame oplossing. Duurzaamheid kan enkel ontstaan wanneer ingenieurs worden ingezet om de gemeenschap te dienen. Technologische oplossingen zijn tijdelijk, maar oplossingen aangereikt door de gemeenschap zijn duurzaam omdat de gemeenschap zich de oplossing toe-eigent.

Maar hebben gemeenschappen wel voldoende kennis? De meeste mensen in onze dorpen en steden weten niet veel af van waterbeheer.

Rajendra Singh: Ingenieurs en technocraten hebben de kennis maar als ze niet overleggen met de gemeenschap zullen hun oplossingen nooit slagen.

Elina Bennetsen: We kunnen misschien verwijzen naar de sluis op de Schelde bij Heusden die ook heel erg omstreden is. Daar is dus wel een technische oplossing maar de mensen maken zich die niet eigen. Wanneer er dan iets mis loopt zullen ze de schuld bij de overheid leggen.

Kunnen wij leren van de Indische oplossingen?

Minni Jain: Natuurlijk. We kunnen van mekaar leren. De mensen in India hebben weinig wetenschappelijke kennis, maar wel gedrevenheid. In het westen zijn we dan weer sterker op wetenschappelijk vlak en dat wordt ook opgepikt in India. Het is dus een leerproces aan twee kanten.

Rajendra Singh: Een ongeletterde bevolking heeft wel kennis van het water. Ze hebben hun kennis in hoofd, hand en hart (Head, hand and heart) maar niet in de mond. Dat is het huidige probleem. De universiteiten leren de studenten niet de echte inheemse kennis. Ze leren enkel over maximale opbrengst en oogst. Ze leren hen niets over de natuur zelf, maar enkel hoe ze de natuur maximaal kunnen gebruiken.

Zegt u dan dat de universiteiten teveel naar de korte termijn kijken?

Rajendra Singh: Ja.

© Dieter Telemans

Water wordt van ver aangevoerd met tankers of vrouwen halen water met kruiken op hun hoofd.

Is de toekomst bio?

Sommigen zeggen dat biologische landbouw nooit voedsel kan produceren voor zeven miljard mensen.

Minni Jain: Er bestaat wel een gulden middenweg

Rajendra Singh: Een gemechaniseerde en technologische landbouwindustrie kan onze wereld niet voeden en maakt de wereld ziek. Biologische landbouw en biologisch leven zijn de boodschap voor wie een gezonde planeet wil.

Maar de mechanisering heeft het werk toch enorm verlicht? Vroeger had je een halve volksstam nodig om het graan te oogsten.

Rajendra Singh: Ja, in India doen we het nog steeds zo.

‘Denken dat je kunt doen wat je wilt met het land, maakt de aarde ziek.’

Nu kan één man met een machine op één dag verschillende tonnen voedsel produceren. Is dat dan geen goede zaak?

Minni Jain: Ik zal je vertellen waar de connectie verloren ging. Vroeger had een boer een paard en een ploeg voor hem, zo had hij zicht op het veld. Nu zit hij op een tractor en ziet hij het veld achter zich niet meer. Hij is het contact met de aarde kwijt en dan kan hij doen wat hij wil. Denken dat je kunt doen wat je wilt met het land, maakt de aarde ziek. We moeten terug een connectie krijgen met de aarde. We moeten nadenken welke plaats we technologie geven zodat de aarde niet meer ziek wordt. Er zijn al veel goede voorbeelden en die lijn moeten we doortrekken. We moeten terug leren begrijpen wat het is om als gemeenschap van de aarde te leven.

Rajendra Singh: We zien nu teveel hebzuchtige ontwikkeling. We creëren rampen van droogte en overstromingen – de twee zijden van eenzelfde medaille. Als we terug traag en organisch gaan werken, kunnen we beide problemen aanpakken. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3081   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift