Dossier: 
#BeterNaCorona over hoe het leven centraal moet staan in economie

‘We hebben een economie van de zorg nodig. Zorg voor mens en planeet’

(c) Arne Focketyn

De coronacrisis, maar ook de klimaatcrisis, zijn crisissen van het leven. Om daar uit te breken, hebben we een levensondersteunende economie nodig, menen Jonas Van der Slycken en Benedikte Zitouni. ‘Het is mogelijk groei los te laten en in te zetten op welzijn, sociale rechtvaardigheid en ecologische duurzaamheid.’

De #BeterNaCorona-sessies:

Apache en MO* zetten een serie dubbelgesprekken op over cruciale thema’s voor een betere wereld na corona. Videomaker Arne Focketyn en kunstenhuis De Roma zetten hun schouders er mee onder.

Dit gesprek over welzijn, sociale rechtvaardigheid en ecologische duurzaamheid is de tweede aflevering van deze serie.

Jonas Van der Slycken is economisch wetenschapper en richt zich in zijn onderzoek op degrowth, een economie die niet langer groei maar het leven als uitgangspunt neemt.

Benedikte Zitouni is sociologe, ze woonde in India, in de VS, is verbonden aan de Brusselse Université Saint-Louis en specialiseerde zich in ecofeminisme, een denkstroming die verschillende vormen van onderdrukking met elkaar verbindt. Seksisme, racisme, ecologische degradatie, klimaatcrisis, biodiversiteitscrisis, volgens het ecofeminisme hebben ze eenzelfde oorzaak: kolonialisme, kapitalisme en patriarchaat. ‘Noem het het ideaalbeeld van de rationale man – man, niet mens – die de natuur naar zijn hand zet.’

In de Verenigde Staten benadrukten zowel Black Lives Matter als verschillende milieuorganisaties dat de strijd voor ‘climate justice’, een strijd is voor ‘racial justice’. Wat is het verband tussen beiden?

Zitouni: ‘In de jaren zeventig maakte het ecofeminisme die nieuwe diagnose, en met die diagnose legden ze een nieuwe eis op tafel. Ze maakten een analyse van het economisch systeem, een economie die gebaseerd is op de exploitatie van zowel natuur als mens. Het is een denken dat stamt uit de vroegmoderne tijd. De rationele man die de natuur beheerst. De mensheid die in die vroegmoderne periode bedacht is, is heel duidelijk bedacht met een rassenverschil en een hiërarchie.

‘De mensheid die in de vroegmoderne periode bedacht is, is heel duidelijk bedacht met een rassenverschil en een hiërarchie.’

De mensheid was niet iedereen. Vrouwen telden niet mee, ze waren niet even rationeel, ze werden gezien als te emotioneel. De slavenhandel zorgde ervoor dat ook Afro-Amerikanen buiten de definitie van ‘echte mens’ vielen. Alle inheemse volkeren hebben daaronder geleden. Als ik daar als ecofeministe naar kijk, dan zie ik ook die geschiedenis. Seksisme, racisme, extractivisme, ze hebben eenzelfde oorsprong in dat vroegmoderne denken. En dus is de strijd tegen al die vormen van onderdrukking met elkaar verbonden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Je kunt moeilijk ontkennen dat de vooruitgang ons ver gebracht heeft? Een pandemie zoals deze was in de vroegmoderne tijd veel dodelijker geweest.

Zitouni: Het is een vooruitgang van een bepaalde mensheid, niet voor alle mensen.

Om ervoor te zorgen dat die vooruitgang voor iedereen is, hebben we economische groei nodig. Dat is de analyse die meestal gemaakt wordt. We hebben groei nodig om welzijn te creëren.

Van der Slycken: Het is belangrijker die economie te herdenken, robuuster te maken tegenover schokken die eraan komen. Zoals nu. Een pandemie, of een volgende financiële crisis. Het is mogelijk groei los te laten en in te zetten op welzijn, sociale rechtvaardigheid en ecologische duurzaamheid. Met die drie andere doelen kan je een levensondersteunende economie uitbouwen, een economie waar zorg centraal staat, voor mens en planeet.

Politici en economen vertellen vaak dat meer groei en dus meer consumptie noodzakelijk en beter is. Maar we worden daar niet noodzakelijk gelukkiger van. Men zegt dan dat we die groei nodig hebben om onze gezondheidszorg en ons onderwijs te financieren. Belangrijker is om te kijken naar onze prioriteiten. Welke middelen hebben we en hoe verdelen we die beter? Op die manier kan je maximaal inzetten op onderwijs, gezondheidszorg, natuurherstel en natuurbehoud.

Maar we moeten niet alleen nadenken over hoe we de spelregels hervormen, om de economie meer ten dienste te stellen van mens en planeet, maar ook over hoe we met geld omgaan en hoe we geld creëren.

Nu zijn het de centrale banken die geld printen en heel veel geld met een bazooka op de financiële markten schieten. Dat is weinig democratisch. We zouden daarover moeten debatteren.

‘We moeten de ECB democratiseren. We kunnen beslissen om geld rechtstreeks te geven aan zorgmedewerkers.’

Hoe creëren we geld? Want wat gebeurt er nu? De Europese Centrale Bank pompt geld in de markt en dat vloeit naar Louis Vuitton, een producent van luxeproducten, naar de autosector, naar fossiele brandstoffen. Het is absurd. We houden de oude, fossiele industrie in stand. We moeten die ECB democratiseren. We kunnen bijvoorbeeld beslissen om dat geld rechtstreeks te geven aan zorgmedewerkers. Het zou ook mogelijk zijn om mensen geld te geven op hun bankrekening. Ze hebben beslist om 100 miljard euro in het financiële systeem te pompen, als de ECB aan elke inwoner van de eurozone een gelijk bedrag zou geven, dan zou iedereen 2500 euro ontvangen.

(c) Arne Focketyn

Jullie hebben een open brief geschreven over het belang van degrowth waarin jullie vijf principes naar voor schuiven. Het eerste is: we moeten het leven opnieuw centraal stellen. Doen we dat dan niet?

Zitouni: Voor mij is er een groot verschil tussen welzijn en levensondersteunende economie. Wat is welzijn? Betekent het dat iedereen zijn villa en zijn auto moet hebben? Of willen we een levensondersteunende economie? Dat betekent voor feministen dat je investeert in alle zorgsectoren, in alle instellingen die instaan voor de gezondheid, de ontwikkeling van wat misschien wel ons grootste kapitaal is, onze creativiteit, onze lichamelijk ontwikkeling, onze cultuur.

‘Pas als je levensondersteunend zegt, heb je het pas over zorg voor elkaar.’

Maar levensondersteunend betekent ook de biotopen, de rivieren, de lucht. Welzijn kan van alles zijn. Het kan de behoefte zijn het vliegtuig te nemen naar de andere kant van de wereld. Maar als je levensondersteunend zegt, begin je pas na te denken. Dan heb je het over zorg voor elkaar. Dan heb je het over niet langer toelaten dat mensen op straat moeten wachten op voedselbedeling. Dan heb je het over 2500 euro voor burgers en niet voor de financiële economie waarvan je je afvraagt of die wel levensondersteunend is.

Van der Slycken: Als je leven centraal stelt, en een levensondersteunende economie van kapitaal belang maakt, dan zeg je ook iets over hoe het gesteld is met onze huidige economie. We zitten in een ecologische en klimaatcrisis. Er worden biotopen vernietigd, mensen worden van hun land verdreven omdat het land nodig is voor grondstoffen of om soja te telen. Er is de zesde massaextinctie, waarbij een miljoen soorten dreigen te verdwijnen.

Als het slecht gaat met ecosystemen, als we steeds dieper doordringen in ecosystemen, vergroot de kans dat ziektes op mensen overspringen, het is echt wel belangrijk om voldoende rekening te houden met het ecosysteem in de economie.

In het klassieke economische model is het een externe factor, het zijn externe kosten.

Van der Slycken: Het maakt geen deel uit van de analyse, maar de kosten zijn er wel degelijk.

Binnen het domein van de ecologische economie, spreken we niet over externe kosten, maar over het doorschuiven van kosten. We doen dat met het klimaat. We schuiven de kosten door naar de volgende generatie. Naar andere diersoorten. Of naar het Globale Zuiden.

Pleiten voor een economie die niet langer groeit, is natuurlijk makkelijker in een samenleving die al welvaart kent. Mag het Globale Zuiden niet meer groeien?

(c) Arne Focketyn

Van der Slycken: Dat is een kritiek of een bedenking die vaak terugkomt. Ontgroei is toegespitst op industrielanden, om daar de groeidominantie te doorprikken en te contesteren en op een democratische manier de inkrimping van consumptie en productie te bepleiten om welzijn, rechtvaardigheid en ecologisch duurzaamheid als nieuwe economische prioriteiten te hebben.

Op die manier maak je meer ruimte vrij voor het Globale Zuiden om grondstoffen te beheren. Je dringt hen ook geen groeimodel op, maar laat hen toe eigen alternatieven van ontwikkeling te ontplooien. Ik denk aan Buen Vivir in Latijns-Amerika, Ubuntu in Afrika of Swaraj in India.

‘Het minste dat we kunnen doen is een alliantie aangaan met ecologische militanten die vermoord en vervolgd worden.’

Zitouni: Wat bedoel je met landen die groei nodig hebben. Wie zegt dat? De mensen in die landen zelf? Onlangs is er een atlas verschenen, uitgegeven door de Universiteit van Luik. L’Atlas de l’Antropocène. Op de laatste bladzijde kan je lezen waar ecologische militanten het het moeilijkste hebben, waar ze vermoord en vervolgd worden. Dat is in Latijns-Amerika en in de Filippijnen. Ze willen hun eigen levensondersteunende economie uitbouwen.

Het minste wat wij kunnen doen is een alliantie aangaan met hen, luisteren naar hen, hen steunen in hun strijd. Het zijn vaak inheemse volkeren die hun territorium proberen beschermen tegen multinationals en staatsinstellingen. Ik denk dat we veel te snel zeggen: mensen willen economische groei. Is dat zo? Ze willen gezondheidszorg, onderwijs, sanitair, elektriciteit. Hoe kan die dat creëren? Dat is een andere vraag.

Nieuw-Zeeland, IJsland en Schotland – toevallig of niet landen en regio’s met vrouwelijke leiders  — hebben zich verenigd in de Wellbeing Economy Governments (WEGo). Niet groei, maar welzijn is hun maatstaf. Werkt het alternatief? En is het een manier om het hier ook op de agenda te zetten?

Van der Slycken: Het zijn inspirerende landen of regio’s die aantonen dat het anders kan. Nieuw-Zeeland heeft in plaats van een begroting die vaak dient om productiviteit en groei te stimuleren, een welzijnsbudget ontwikkeld, waarbij het maatschappelijk welzijn centraal staat. Ze kijken ook naar sociale indicatoren, die meten ze om in te zetten op kinderwelzijn, op gezondheid, gezonde voeding, kwaliteitsvolle huisvesting. Ook familiaal en seksueel geweld staat er hoog op de prioriteitenlijst. Sinds kort onderzoeken ze de vierdagenwerkweek als manier om het werk te herverdelen. Het is een hoopvolle en enthousiasmerende trend die we in West-Europa ook kunnen implementeren.

‘Dit is het moment om de juiste beslissingen te nemen om de risico’s op zware klimaatverandering zo veel mogelijk te verminderen.’

Op Europees niveau biedt de Green Deal mogelijkheden om met de economische relance de klimaatomslag te vertragen. Het is het moment om de juiste beslissingen te nemen en de emissies drastisch te reduceren om de risico’s op zware klimaatverandering zo veel mogelijk te verminderen. Zo’n welzijnsconcept kan het eerste aanknopingspunt zijn om de prioriteiten om te schakelen.

Zitouni: Het is even cruciaal om te benoemen waar we staan. Dat was de grote vernieuwing van het ecofeminisme. Toen feminsten zijn beginnen nadenken over die levensvernietigende economie, zagen ze: hier is iets grondigs mis. Een van de slogans toen was: ‘Wij willen geen deel zijn van uw kankerverwekkende taart.’ We zetten ons af tegenover de andere feministen die het glazen plafond willen doorbreken. In welke jobs wil je dat? In welke systemen? Als het is om een deel te hebben aan een economie gebaseerd op exploitatie van mens en natuur, dan willen we dat niet. Daarover moeten we het hebben. Over die exploitatie. Waarbij sommingen meer betalen dan anderen, hier en in het Globale Zuiden.

Zien jullie openingen om het na corona beter te maken?

Van der Slycken: Als je ziet dat overheden er alles aan doen om luchtvaartmaatschappijen te redden, dan niet nee. Dat is niet het pad. Maar je hebt de Europese Commissie die duidelijk kiest voor de Green Deal, en die ook rechtvaardig wil maken.

Is dat voldoende of genoeg? Nee. Bewegingen en middenveld zijn belangrijk om ervoor te strijden dat het voldoende ambitieus is. Maar de coronacrisis heeft ook getoond hoe burgers tal van initatieven opzetten, hoe mensen zich organiseren omdat er geen hulp is. Er beweegt van alles, maar er is nog veel werk aan de winkel.

Zitouni: Ik heb wel het gevoel, en dat is een vorm van hoop, dat gewoon verdergaan zoals we bezig waren niet makkelijk aanvaard zal worden.

(c) Arne Focketyn

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's