Weinig biologische chocolade uit Afrikaanse Goudkust

Zaterdaginterview

Ondanks een goede minimumprijs voor boeren, althans tijdens het afgelopen seizoen, kampt de Ivoriaanse cacao-sector met tal van problemen waaronder kinderarbeid, volatiele wereldprijzen en verouderde cacao-struiken. Mamadou Bamba is voorzitter van Ecookim, een coöperatie van koffie en cacaoboeren uit Ivoorkust. Tijdens zijn meerdaags bezoek aan partner Oxfam en aan chocoladeproducenten zoals het Belgische Belcolade, staat hij MO* te woord.

  • Nestlé (CC BY-NC-ND 2.0) Nestlé (CC BY-NC-ND 2.0)
  • © Oxfam Wereldwinkels Mamadou Bamba © Oxfam Wereldwinkels
  • © Oxfam Wereldwinkels Veel cacao-boeren hebben nooit chocolade geproefd © Oxfam Wereldwinkels
  • © Oxfam Wereldwinkels De cacao-bonen zijn allang verkocht nog voor de oogst begint © Oxfam Wereldwinkels
  • © Oxfam Wereldwinkels Ecookim verzamelt oogst van zijn leden en onderhandelt dan met aankopers © Oxfam Wereldwinkels

Cacao is een typisch product van de kolonisatie. In West-Afrika werden eertijds de lokale boeren aangemoedigd om gewassen voor de Europese markt te verbouwen. In 1914 was de zogenaamde “Goudkust” reeds uitgegroeid tot de grootste cacaoproducent ter wereld.

Vandaag is het onafhankelijke Ivoorkust, ooit een Franse kolonie, wereldwijd nog altijd de grootste producent van cacaobonen, goed voor 40 pct  van de wereldproductie. Cacao staat voor 10 pct van het Ivoriaanse bnp en is goed voor 40 pct van alle inkomsten die het land uit zijn export haalt.

Veel cacao-boeren uit het Zuiden hebben echter nooit chocolade geproefd. Het gros van de bonen wordt immers onverwerkt geëxporteerd en tot chocolade getransformeerd in het buitenland. De chocoladerepen die opnieuw geïmporteerd worden, zijn dan weer veel te duur voor de doorsnee consument in Afrika.

Toch schijnt Ivoorkust langzamerhand komaf te maken met die grondstoffenroof, zo typisch voor het gehele continent.

© Oxfam Wereldwinkels

Veel cacao-boeren hebben nooit chocolade geproefd

 

Mamadou Bamba: Onze regering heeft inderdaad beslist om tegen 2020 50 pct van alle cacaobonen in eigen land te verwerken tot half afgewerkte producten: cacao-boter, cacao-poeder en diesmeer. Zo kunnen we meerwaarde creëren in eigen land.

Wereldbank, hallo?

Mamadou Bamba is voorzitter van Ecookim, een koepel die 23 coöperaties van koffie en cacaoboeren uit Ivoorkust verenigt, en die tevens partner is van de ngo Oxfam Wereldwinkels. Bamba is ook verkozen tot voorzitter van UCOOPEXCI nouvelle, een koepelorganisatie die 41 export-coöperaties verenigt.

Mamadou Bamba: De omslag maken zal echter niet makkelijk zijn. Het volstaat immers niet om fabrieken te bouwen. Je moet ook nog specialisten opleiden, want een machine zonder de juiste human resources dient tot niets. En je moet kopers vinden. Onze regering heeft alvast het voortouw genomen en onze premier heeft binnenkort een overleg met de Wereldbank om steun te vragen voor ons transformatieproces.

© Oxfam Wereldwinkels

Mamadou Bamba

Ofschoon Ivoorkust volgens Bamba nu reeds 33 pct van zijn bonen verwerkt, gaat het gros nog altijd naar export. De winsten zijn vooral voor de tussenhandelaars die het zwarte goud vermarkten en voor de chocoladeproducenten die de lekkernij maken en aan de man brengen. Volgens Arne Schollaert van Oxfam is het de taak van de overheid, en niet de verantwoordelijkheid van de industrie zelf, om ervoor te zorgen dat de verhoudingen tussen kopers en verkopers gezond is.

Chocolade met banaan

Mamadou Bamba: Ik wil mij niet uitspreken over de relatie tussen onze coöperaties en de internationale bedrijven die onze bonen verwerken. Dit seizoen hebben wij 90 pct  van onze bonen uitgevoerd, dus je kan begrijpen dat we elkaar nodig hebben. Ik tracht op mijn manier de levenssituatie van de planteurs te verbeteren, onder meer door landbouwers te verenigen in coöperaties. Onze unie verenigt 23 coöperaties, goed voor 11.805 boeren. Met gemeenschappelijke middelen scholen bouwt Ecookim scholen. We doen aan omkadering, aan milieu-educatie en we geven natuurlijk vooral technische kennis door, zodat onze leden hun rendement per hectare kunnen verhogen. En wij onderhandelen met opkopers en tussenhandelaars.

Kinderarbeid mag, op één voorwaarde: ‘Kinderarbeid in de cacao-teelt is een groot probleem. Dat heeft de Ivoriaanse overheid trouwens zelf toegegeven. Al onze leden moeten een charter ondertekenen waarin staat dat er kinderen op de plantage mogen werken, op voorwaarde dat ze ook naar school gaan’ (Mamadou Bamba).

Vlak na ons gesprek krijgt Bamba er zo eentje aan de lijn. Een jonge Française die werkt voor Ecom, een wereldwijde speler in de aan- en verkoop van koffie, cacao en katoen, polst naar een order dat ze lang voor het afgelopen seizoen geplaatst had bij Ecookim. De cacao-bonen zijn bestemd voor de fabrieken van Dutch Cocoa, maar worden via Ecom opgekocht en doorverkocht.

Mamadou Bamba: De meeste van de naar schatting 800.000 tot 1 miljoen planteurs in Ivoorkust zijn kleinschalige landbouwers. Grote plantages van 100 hectare of meer zijn veeleer uitzondering dan regel. Een boer met 3 of 4 hectare grond kan met zijn opbrengst de markt niet op. Onze taak als coöperatie is de beste verkoopsprijs te onderhandelen met aankopers, maar wij doen natuurlijk veel meer. Zowat 46 pct van de cacaostruiken van onze leden zijn ouder dan 30 jaar. Die zouden vervangen moeten worden, maar wie oude planten uittrekt en nieuwe zaait, heeft minstens drie jaar geen opbrengst. Dus moeten zij kunnen lenen. Wij helpen de landbouwers ook de maanden te overbruggen, waarin niet verkocht kan worden. Want met enkele duizenden CFA kan je het geen twaalf maanden uitzingen. Er is nood aan diversificatie en betere planning. Onze leden telen bijvoorbeeld almaar vaker bananen, igname, maniok, naast cacao. Ook de overheid timmert aan die weg. Tegen 2020 wil Ivoorkust bijvoorbeeld opnieuw zelfvoorzienend zijn in rijst en zal er dus geen Aziatische rijst meer geïmporteerd moeten worden.

© Oxfam Wereldwinkels

Ecookim verzamelt oogst van zijn leden en onderhandelt dan met aankopers

Voor de grote cacao-crisis van de tachtiger jaren, werkte Ivoorkust met een Caisse de stabilisation et de soutien des prix des productions agricoles (CAISTAB) of “Fonds voor de stabilisatie en ondersteuning van de prijzen van agrarische producten”. Deze machtige staatsinstelling kocht koffie en cacao op van de boeren, aan van tevoren vastgestelde prijzen en verkocht de oogst dan aan het buitenland. Omdat de wereldmarktprijzen toen gunstig waren, hield de staat er meer dan een stuiver aan over. Zeker toen de wereldprijs ineenstortte, kostte het de overheidskas vooral geld, om de boeren een minimumprijs te garanderen.

Zwart goud

Weinig biologische chocolade uit Afrikaanse Goudkust: ‘Ivoriaanse boeren willen vooral een zeker rendement en wie omschakelt naar bio, mag gedurende drie jaar geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruiken. Dat is voor onze boeren meestal geen optie. Het klopt dat landen als Peru erin slagen om bijna alleen nog biologische cacao te telen. Alleen is hun productie historisch anders ontstaan en hun productie nagenoeg verwaarloosbaar in vergelijking met de jaarlijkse 1,8 miljoen ton cacao die Ivoorkust produceert’ (Mamadou Bamba)

Na de afschaffing en de liberalisering op vraag van Wereldbank en het Internationaal Muntfonds (IMF), kwam de op- en verkoop van koffie, cacao en andere cash crops in handen van private handelaars en ondernemingen. Vandaag bepaalt de markt de uiteindelijke prijs van de producten.

Mamadou Bamba: Het IMF had toen wel geopperd dat de cacao-boeren minstens 60 pct  moesten krijgen van de zogenaamde CIF-prijs (CIF staat voor Cost, Insurance & Freight, oftewel Kost, verzekering, vracht). Sinds de liberalisering schommelt die marktprijs weliswaar per cacao-seizoen en dus verschilt ook het part dat aan de telers betaald moet worden. Het afgelopen seizoen was de minimumprijs echter lang niet slecht, namelijk 1000 CFA/kg. Overigens wordt door de overheid streng toegezien op die bodemprijs. De regering stuurt gemotoriseerde ambtenaren uit, die aan de boeren telefoonnummers uitdelen, waarnaar zij kunnen bellen als er een opkoper of een pisteur hun bonen onder de  minimumprijs tracht aan te kopen. Gelijk staan er gendarmes klaar om die kopers in te rekenen.

Het is echter een publiek geheim dat door het geringe aantal spelers op de chocolademarkt de wereldprijs niet altijd in verhouding is met wat de boer krijgt voor zijn bonen. ‘Chocolade is een waanzinnige bron van inkomsten’, liet Arne Schollaert van Oxfam eerder in MO* optekenen, ‘maar de industrie onderbetaalt de boeren dermate dat zij niet meer willen of kunnen investeren in hun oogst.’

Oxfam noem dergelijke cacaoboeren zelfs schijnzelfstandigen, die in ruil voor verzekerde afzet zich de facto binden aan afnemers die te weinig betalen en die boeren, met een vingerknip, kunnen opzeggen.

© Oxfam Wereldwinkels

De cacao-bonen zijn allang verkocht nog voor de oogst begint

Mamadou Bamba: Cacao wordt inderdaad verkocht nog voor er geoogst wordt. Wat contractueel door ons afgesproken is met tussenhandelaars, moet worden nageleefd, wat er ook tijdens het seizoen gebeurt. En soms levert dat problemen op, zoals vorig jaar. Het tussenseizoen van 2015 was rampzalig, wellicht omdat de harmattan te lang aanhield.  De bonen waren doorgaans veel te klein. Onze telers hebben weliswaar nog de gegarandeerde 1000 CFA per kilo gekregen, maar ze hebben serieus moeten schiften om de beloofde aantallen met de juiste dikte te kunnen leveren. Als we die contracten niet honoreren, vallen de afnemers zonder bonen. En gaan ze in arbitrage.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3174   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur