Achim Steiner: 'De wereld is te lang gegijzeld door de financiële markten'

Gie Goris sprak in Addis Abeba met de directeur van de VN-milieuorganisatie over geld en duurzame ontwikkeling. ‘Als we het menen dat we een groene economie willen, dan moeten we ook nadenken over regelgeving voor de financiële sector.’

  • CAFOD Photo Library (CC BY-NC-ND 2.0) Kenia produceert nu al 51 procent van zijn elektriciteit op hernieuwbare manier. CAFOD Photo Library (CC BY-NC-ND 2.0)
  • © Gie Goris 'Bedrijven moeten op dezelfde lijn gebracht worden als andere spelers die aan een duurzame toekomst willen werken.' © Gie Goris
  • Thomas Hawk (CC BY-NC 2.0) Market Street, deel van het financiële district van San Francisco. Thomas Hawk (CC BY-NC 2.0)
  • Linh Do (CC BY 2.0) Het UNEP-hoofdkantoor in Nairobi, Kenia. Linh Do (CC BY 2.0)
  • Yogesh Mhatre (CC BY 2.0) 'We kunnen niet blijven geloven dat het Noorden aan een soort liefdadigheid doet door klimaatinspanningen elders mee te financieren.' Yogesh Mhatre (CC BY 2.0)

UNEP (United Nations Environment Programme) heeft zijn hoofdkantoor in Nairobi, maar ter gelegenheid van de derde VN-Conferentie over Financiering voor Ontwikkeling zakte algemeen directeur Achim Steiner af naar de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba. Op dinsdagochtend ontbeet hij op de Belgische ambassade, samen met minister van Ontwikkelingssamenwerking De Croo.

Aangezien deze conferentie de eerste was in een serie van drie, waarin telkens duurzame ontwikkeling centraal staat (met in september de lancering van de SDGs in New York en in december de Klimaattop in Parijs), wilden we Steiner graag spreken over het belang van financiering voor een echt duurzame toekomst.

De conferentie over het financieren van ontwikkeling legt heel sterk de nadruk op het feit dat ontwikkelingshulp niet langer de enige of belangrijkste financieringsstroom is die naar het Zuiden gaat. Veel aandacht gaat naar het versterken van de eigen inkomsten van staten, naar de remittances die migranten naar de familie thuis sturen, en naar de toegenomen rol van privékapitaal. Wat is er nodig opdat privékapitaal niet alleen economische groei produceert, maar echt bijdraagt tot inclusieve, duurzame ontwikkeling?

Onze economieën zijn grotendeels gebaseerd op investeringen en activiteiten die in privéhanden zijn.

Achim Steiner: Wat er nu gebeurt, is in feite het gebruiken van een breedhoeklens, terwijl we vroeger met een telelens inzoomden op ontwikkelingshulp. Het belang van privékapitaal in de economische ontwikkeling is niet nieuw, het wordt vandaag alleen ook in beeld gebracht bij de discussies over ontwikkeling. In de meeste landen is het overheidsbudget slechts goed voor 15 tot 25 procent van de nationale economie. Onze economieën zijn dus grotendeels gebaseerd op investeringen en activiteiten die in privéhanden zijn.

Niets nieuws onder de zon, dus?

Achim Steiner: Toch wel. Het gesprek over ontwikkeling binnen de Verenigde Naties is altijd gedomineerd door wat de staten, de leden van de VN, verwachtten en dat had een heel duidelijk Noord-Zuidkarakter.

Vandaag zijn er heel duidelijk grenzen aan wat de Noordelijke staten kunnen of willen doen. Dit terwijl de officiële bijdragen sowieso al marginaler geworden zijn in vergelijking met de groeiende economieën, en meer bepaald met de inbreng van buitenlands en binnenlands privékapitaal, in het Zuiden.

Dat betekent niet dat ontwikkelingsgeld overbodig geworden is, want het is niet zomaar inwisselbaar met privékapitaal. Zo heeft het Noorden publieke middelen beloofd om in het Zuiden bij te dragen tot armoedebestrijding, en het Zuiden rekent ook op die middelen. Alleen voel je op de conferentie in Addis Abeba en in de tekst die hier goedgekeurd wordt dat de traditionele verhouding tussen Noord en Zuid kantelt.

Als privékapitaal de motor is van ontwikkeling, is die ontwikkeling dan ook sociaal en ecologisch?

Achim Steiner: Niet per se. De Verenigde Naties hebben daarom de voorbije jaren zwaar gehamerd op het belang van een transitie- naar een groene economie, en we voeren nu een studie naar de voorwaarden die noodzakelijk zijn om te komen tot een financieel systeem dat de wereld weerspiegelt die we wensen, in plaats van de wereld die op een dood spoor zit.

Als we het menen dat we een groene economie willen, moeten we immers ook nadenken over regelgeving voor de financiële sector.

Financiële markten slagen er door hun kortetermijndenken en opportunisme duidelijk niet in de langetermijnvisie op te brengen die we nodig hebben als het over ontwikkeling gaat. Tegelijk zijn overheden niet in staat om zonder de financiële wereld genoeg middelen bij elkaar te brengen om te investeren in die ontwikkeling.

Waarom lukt dat niet?

Achim Steiner: Eén voorbeeld uit de vele: de G7 stelt terecht dat de mondiale economie versneld moet functioneren met véél minder uitstoot van CO2.

De wereld is te lang gegijzeld door de financiële markten.

Dat vraagt enorme investeringen in energievoorziening, vervoer, industrie, huisvesting… en dus moeten we ervoor zorgen dat financiële markten en privékapitaal deel worden van de oplossing. Want anders kom je terecht in een situatie waarin overheden in één richting investeren terwijl twee derde van de economie in de andere richting blijft marcheren.

Bedrijven moeten op dezelfde lijn gebracht worden als andere spelers die aan een duurzame toekomst willen werken. De wereld is te lang gegijzeld door de financiële wereld, het wordt tijd dat duurzaamheid deel gaat uitmaken van het dna van de financiële markten. Met de juiste regelgeving kunnen we ervoor zorgen dat privékapitaal een partner wordt in plaats van een struikelblok.

Thomas Hawk (CC BY-NC 2.0)
Market Street, deel van het financiële district van San Francisco.
Thomas Hawk (CC BY-NC 2.0)

Geeft u eens een concreet voorbeeld?

Achim Steiner: Zo lang overheden doorgaan met het subsidiëren van fossiele brandstoffen, moeten ze niet verbaasd zijn als investeerders met hun geld nog altijd naar die fossiele bedrijven gaan. Als een overheid ervoor zorgt dat goed geïsoleerde huizen fiscaal aantrekkelijk zijn, dan wordt het interessant om daarin te investeren. Een overheid die geen actie onderneemt op dat vlak, moedigt dit soort klimaatinvesteringen de facto af. We hebben slimme regels nodig om ervoor te zorgen dat kapitaal een positieve kracht voor ontwikkeling wordt.

Is het Zuiden een “goede leerling” op dat vlak?

Achim Steiner: Er gebeuren zeker boeiende zaken. Kenia lanceerde zes jaar geleden een groen energiebeleid en produceert nu al 51 procent van zijn elektriciteit op hernieuwbare manier. Vorige week zette de Keniaanse president de grootste windenergiesite van heel Afrika, met een capaciteit van 350 MW, op de kaart.

In 2014 werd voor 270 miljard dollar geïnvesteerd in hernieuwbare energie.

Ook Ghana, Marokko, Mauritanië en Zuid-Afrika zijn goed bezig op het vlak van hernieuwbare energie. In Zuid-Afrika maakte het groene energiebeleid van de regering het voor investeerders interessant om geld te pompen in zonne- en windenergie, wat al meer dan 14 miljard dollar aan privé-investeringen opleverde.

Over heel de wereld werd in 2014 voor 270 miljard dollar geïnvesteerd in hernieuwbare energie en bijna de helft van alle nieuwe elektriciteitsproductie was hernieuwbaar vorig jaar -en bijna de helft daarvan bevond zich in ontwikkelingslanden of opkomende landen.

Dat alles bewijst dat de omslag naar een duurzame economie geen loutere kwestie is van politieke verklaringen of technologische innovatie, maar wel van een coherent overheidsbeleid dat van hernieuwbare productie een aantrekkelijke en winstgevende optie maakt.

© Gie Goris
‘Bedrijven moeten op dezelfde lijn gebracht worden als andere spelers die aan een duurzame toekomst willen werken.’
© Gie Goris

Zullen stimulerende maatregelen volstaan om bijvoorbeeld de mijnbouw en andere grondstoffenbedrijven duurzaam te maken?

Achim Steiner: Het economisch gedrag van de extractieve sector is het resultaat van drie- tot vierhonderd jaar beleid. Dat kan je niet van de ene op de andere dag veranderen. De basis van onze ontwikkeling is altijd geweest dat er geen prijs betaald moet worden voor het gebruik van minerale of andere natuurlijke rijkdommen. Dat leidt tot uitputting van de bronnen natuurlijk.

Tijdens de eerste industriële revolutie zorgden de koloniale rijken dat bedrijven van de ene plek naar de andere konden verhuizen als een mijn uitgeput was. Vandaag leven we in een volle wereld en is er bij wijze van spreken geen nieuwe grens meer, geen alternatieve plek waar de overvloed nog wel aanwezig is. Daarom moeten we evolueren naar een circulaire economie.

Aluminium, ijzer en staal worden vandaag al voor 60 à 70 procent gerecycleerd, maar voor zeldzame mineralen bedraagt nog maar nauwelijks 2 procent. Dat kan alleen verbeterd worden als de toestellen waarin deze metalen voorkomen, ontworpen worden voor recyclage.

Linh Do (CC BY 2.0)
Het UNEP-hoofdkantoor in Nairobi, Kenia.
Linh Do (CC BY 2.0)

U pleit voor een systeem waarin niet enkel grondstoffen maar ook andere natuurlijke rijkdommen zoals water een economische waarde krijgen, opdat ze duurzamer gebruikt zouden worden.

Achim Steiner: De gratispolitiek van de voorbije eeuwen heeft onder andere geresulteerd in de vernietiging van de helft van de wetlands in de wereld en in overbevissing van de oceanen. We kunnen de aarde niet beschermen door stukken af te bakenen als reservaten, we hebben een mondiaal systeem nodig dat economische waarde geeft aan alles wat de natuur of de aarde ons geeft.

Stimuleert u op die manier niet net de economisering van alles op aarde, zelfs van de plekken of zaken die nu misschien nog met rust gelaten worden?

Op het moment dat we onze economie koolstofarm moeten maken, trekken bedrijven én overheden naar de poolgebieden.

Achim Steiner: Ik heb niet de indruk dat er nog veel ongemoeid gelaten wordt. Op het moment dat we onze economie koolstofarm moeten maken, zie je zowel bedrijven als overheden naar de poolgebieden trekken om de laatste vindplaatsen van fossiele energie toch maar aan te boren.

Ik ben het wel helemaal eens met het argument dat je de waarde van de natuur niet kan beperken tot de prijs die je er op kan kleven.

Het gaat er niet om te reduceren, maar net om er een waarde aan toe te voegen. Dat lijkt me essentieel in een wereld die net draait op financiële waarde en ik geloof dat het we zo het gedrag van de economie fundamenteel kunnen bijsturen.

Het gedrag van het kapitalisme, bedoelt u?

Achim Steiner: Dat is een interessante vraag, maar ik ben niet zo zeker dat het antwoord ja moet zijn. De natuur is de vorige eeuw op grotendeels dezelfde manier geëxploiteerd en vernietigd door kapitalistische als socialistische economieën. Anderzijds zie ik dat het marktgerichte staatssocialisme van China er vandaag in slaagt de grootste investeringen in hernieuwbare energie te realiseren, de snelste introductie van uitstootregulering voor voertuigen, de meest diepgaande heroriëntatie van kapitaalmarkten in de richting van groene financiering…

Het is niet zo belangrijk om de milieuschade aan het ene of het andere economische systeem toe te schrijven. Belangrijker is te weten hoe mensen ertoe kunnen komen om de connectie tussen een gezonde economie en een gezond leven te maken – een connectie die overheden en economieën de voorbije decennia gemist hebben.

In Addis Abeba is deze week gesproken over de financiering van ontwikkeling. In december vergadert de wereld in Parijs over een klimaatakkoord, en ook daar zal de vraag gesteld worden of er genoeg middelen zijn om de klimaatverandering aan te pakken of te beperken. Hoe ziet u de relatie tussen die twee financieringsvragen?

Ontwikkelingsfinanciering heeft zijn wortels diep in het koloniale bestuur van de landen in het Zuiden.

Achim Steiner: In de ware wereld, buiten deze congresmuren, is elke euro een euro, of die nu uitgegeven of ontvangen werd voor klimaatfinanciering of ontwikkelingsfinanciering. Uiteindelijk leven mensen niet in twee parallelle werelden, maar op één planeet met één klimaat. Vaak is een klimaatinvestering, bijvoorbeeld in hernieuwbare energie, ook een ontwikkelingsinvestering die het welzijn en de economische kansen van mensen verhoogt.

De reden waarom het toch om twee verschillende financieringsvragen en -circuits gaat, is historisch en inhoudelijk. Ontwikkelingsfinanciering heeft zijn wortels diep in het koloniale bestuur van de landen in het Zuiden, terwijl klimaatfinanciering een antwoord vormt op een acute crisis die veroorzaakt wordt door een economisch model waaruit de geïndustrialiseerde landen de voorbije 150 jaar groot profijt gehaald hebben, terwijl ze de koolstofruimte opgebruikten. Daarom wordt van de rijke landen verwacht dat ze meebetalen aan de energietransitie die de ontwikkelingslanden op korte termijn moeten realiseren.

Yogesh Mhatre (CC BY 2.0)
‘We kunnen niet blijven geloven dat het Noorden aan een soort liefdadigheid doet door klimaatinspanningen elders mee te financieren.’
Yogesh Mhatre (CC BY 2.0)

Stel dat de gewesten in België ooit toch een akkoord vinden over hun bijdragen aan het Groene Klimaatfonds, telt dat dan als officiële ontwikkelingshulp, of niet?

Achim Steiner: Als het niet gaat over bijkomende middelen, dan zou het in elk geval een schending zijn van de overeenkomst die tussen Noord en Zuid gesloten werd dat mee te tellen. Ontwikkelingsgeld is grotendeels een tastbare vorm van solidariteit, terwijl klimaatgeld ook rechtstreeks met ons eigen overleven te maken heeft. Investeren in klimaatactie is niet gewoon het aanpassingsbeleid van iemand anders betalen, het gaat ook altijd over onze eigen toekomst.

In Afrika zijn er op dit moment 600 miljoen mensen zonder toegang tot elektriciteit. Dat moet en zal aangepakt worden, maar we kunnen kiezen of we toekijken of mee investeren. We kunnen dit laten gebeuren op de manier waarop wij dat gedaan hebben – op basis van eenvoudig toegankelijke en goedkope fossiele brandstof – of we kunnen mee investeren in een schonere, meer hernieuwbare energievoorziening voor Afrika tegen 2050, wanneer er wellicht 2 miljard Afrikanen zijn. Mee investeren is in dit geval ook ervoor zorgen dat een massale uitstoot van C02 vermeden wordt.

Het is overigens niet zo dat alleen de rijke landen geld op tafel leggen om de klimaatverandering tegen te gaan. Ontwikkelingslanden hebben al enorme sommen uitgegeven om zich aan te passen of om de schade te herstellen. Dat deel van het verhaal moet dringend beter verteld worden in het Noorden, anders blijven we geloven dat het Noorden aan een soort liefdadigheid doet door klimaatinspanningen elders mee te financieren.

In september lanceren de Verenigde Naties in New York de SDGs, de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Daardoor wordt het denkkader van duurzame ontwikkeling – People, Planet & Profit of Prosperity, zoals de OESO recent schreef – de centrale sokkel voor ontwikkelingsstrategieën. De vraag is echter of het sociale en ecologische denken daardoor meer ingang vindt in de economische planning, dan wel of de winstlogica aan belang wint binnen strategieën voor ontwikkeling en ecologische vernieuwing. Is de introductie van het PPP-paradigma een veldslag die gewonnen werd in een oorlog die we dreigen te verliezen?

Achim Steiner: Dat is een zeer terechte vraag. Zeker als het over privékapitaal gaat, aangezien dat niet gericht is op publiek welzijn. Het opportunisme van kapitaal kan makkelijk ontaarden in roofzucht, tenzij de overheid het verplicht om zich anders te gedragen door de juiste regulering op te leggen. De waarde van PPP wordt met andere woorden bepaald door de regels en kaders die overheden geven aan privékapitaal en zakelijke belangen.

De overheid kan en moet de verantwoordelijkheid nemen om richting geven aan het functioneren van onze economie.

Ik zie dit niet als een scherpe tegenstelling of een heldere keuze tussen de markt of de overheid als redders van de mensheid. Het is juist het goede evenwicht tussen de verschillende krachten in de samenleving dat ons vooruithelpt, de combinatie van goed gerichte regulering met transparante markten waardoor maatschappelijk bepaalde keuzes voor duurzaamheid en menselijk welzijn gerealiseerd kunnen worden.

We hebben daar ervaring mee: het verdwijnen van asbest, tabaktaksen, de introductie van nieuwe autobanden… De overheid kan en moet de verantwoordelijkheid nemen om richting geven aan het functioneren van onze economie, zij moet bepalen onder welke voorwaarden winst legitiem is en onder welke voorwaarden het niet kan.

Een ander voorbeeld: de hele wereld gaat gebukt onder werkloosheid en meer bepaald jeugdwerkloosheid, en toch blijven we meer belastingen heffen op arbeid dan op vervuiling of het gebruik van grondstoffen in onze productie of consumptie. Er is, met andere woorden, nog veel werk aan de winkel.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift