De uitdaging: een verouderend netwerk

De wereld van Wereldwinkels begint voortaan bij boer of coöperatie om de hoek

Oxfam Wereldwinkels

 

Oxfam-Wereldwinkels is in Vlaanderen een begrip. Met 225 verkooppunten en 8000 vrijwilligers is de beweging niet weg te denken uit steden en dorpen, of toch wel? OWW heeft moeilijke jaren achter de rug, bevestigt huidig directeur Luc Van Haute in gesprek met MO*.

Een nota van de beweging somt drie redenen voor de malaise op: ‘De komst van nieuwe spelers, het ontstaan van nieuwe ethische labels en initiatieven én de uitbreiding van het ‘mondiale’ assortiment in de klassieke retail, duwen de pioniers die onze wereldwinkels ooit waren in de verdediging. Ons netwerk van vrijwilligers veroudert en nieuwe en jonge(re) vrijwilligers betrekken blijkt moeilijk. De dalende verkoop in het eigen netwerk zet de budgetten van de cvba en de vzw onder druk.’

‘Ons netwerk van vrijwilligers veroudert en nieuwe en jonge(re) vrijwilligers betrekken blijkt moeilijk’

Daarbij moet wellicht ook beetje interne stuurloosheid gevoegd worden, zowel op het vlak van doelstellingen (ging het nu om meer omzet of om politieke veranderingen? Om aanwezigheid in de grootdistributie of om de zichtbaarheid van de eigen winkels?) als op het vlak van organisatorisch beleid.

Toch, zegt de nota, blijft OWW nodig, want ‘oneerlijke handelspraktijken blijven ook vandaag schering en inslag. Fenomenen zoals machtsconcentratie, importtarief-barrières en grootschalige belastingontwijking zorgen er nog steeds voor dat miljoenen kleinschalige producenten niet toekomt wat ze verdienen.’ Op de Algemene Vergadering van januari koos OWW daarom voor een grondig veranderingsproces, om opnieuw relevanter en krachtiger te worden. MO* sprak daarover met Luc Van Haute, die sinds mei vorig jaar directeur is. 

Oxfam Wereldwinkels

 

Oxfam Wereldwinkels boekte de voorbije jaren forse verliezen. Er moest dus iets gebeuren.

Luc Van Haute: Na een verlies in 2016 en 2017  zijn we  2018 gestart met een begroting met een klein positief resultaat. We doen het in vergelijking met enkele jaren geleden met tien medewerkers minder, al konden we de directe ontslagen gelukkig beperken tot drie. Ook de werkingsmiddelen zijn gesaneerd, alleen de middelen en de mensen voor de uitbouw van de beweging hebben we willen sparen. De regionale “bewegingscoaches” zijn cruciaal om de lokale groepen te versterken in de nieuw gekozen richting.

Het probleem was zeker ruimer dan boekhoudkundig. In de wereld van Noord-Zuidorganisaties was ook het beeld gegroeid van een dynamische beweging die haar weg en haar ambitie wat kwijtgespeeld was.

‘In het verleden zijn vernieuwingen en strategische plannen niet altijd doorgevoerd. It won’t happen this time.’

Luc Van Haute: We hebben een goed doordachte en omvatte strategie uitgetekend om die  uitdagingen aan te pakken, en die is goedgekeurd. Maar dat is het makkelijke deel. Nu moeten die plannen geïmplementeerd worden. In het verleden zijn vernieuwingen en strategische plannen niet altijd doorgevoerd. It won’t happen this time. We weten wat we willen, we zijn het daarover eens, en dat gaan we nu ook doen. En daarom moeten we ook zorgen voor een financieel gezonde organisatie, want anders houden we het niet vol.

Het inkomen van Oxfam Wereldwinkels bestaat enerzijds uit subsidies voor de beweging, anderzijds uit opbrengst van Oxfam Fair Trade (OFT), dat in toenemende mate die winst realiseert door de verkoop via grootdistributeurs zoals Colruyt en Delhaize, maar ook via exportactiviteiten naar gelijkaardige organisaties in het buitenland zoals chocolade voor een Australische partner of theedrankjes voor Zuid-Korea. 

Rond de 47 procent van onze omzet realiseren we in het eigen netwerk, iets meer dan de helft via die andere kanalen, die de dalende omzet in de Wereldwinkels compenseert. Alleen: de marges die we realiseren op de omzet in de Wereldwinkels zijn groter dan via de grootdistributie. Idem voor de export. Onze omzet daalt dus niet, maar groeit ook niet echt, terwijl de marges onder druk staan, terwijl ook de bewegingssubsidies dalen -dat is dus problematisch als de kosten stijgen.

Oxfam Wereldwinkels

 

De Wereldwinkels waren een voorhoede in de strijd voor een eerlijke wereldhandel en zetten fairtrade op de mentale kaart in België. Als er nu meer verkoop van fairtrade is via de grootdistributie, zelfs van jullie eigen OFT-producten, leidt dat dan tot een malaise binnen de beweging, of net tot grote trots over de verwezenlijkte doelstellingen?

‘De consumenten die fairtrade kopen in de grootwarenhuizen zijn niet noodzakelijk Wereldwinkelklanten die we kwijtspelen, maar mensen die vroeger wellicht de stap niet gezet zouden hebben’

Luc Van Haute: Het is inderdaad dankzij Oxfam dat het bewustzijn over eerlijke handel en het aanbod van faitradeproducten zo groot geworden is. We zijn dus inderdaad trots op onze pioniersrol, al zou je misschien kunnen zeggen dat we slachtoffer zijn van ons eigen succes.

Alhoewel, de consumenten die fairtrade kopen in de grootwarenhuizen zijn niet noodzakelijk Wereldwinkelklanten die we kwijtspelen, maar mensen die vroeger wellicht de stap niet gezet zouden hebben.

Bovendien is het onze taak om de lat hoog te blijven leggen. Voor ons eigen assortiment hanteren we strengere criteria dan veel “eerlijke” producten die je in de supermarkt vindt. Die rol van voortrekker op vlak van ethische en duurzame criteria willen we blijven spelen. 

Meer omzet is sowieso een goede zaak voor de producenten, en daar gaat het over. Misschien wordt Oxfam Wereldwinkels wel de eerste ngo die de beleden doelstelling van zichzelf overbodig te maken realiseert?

Luc Van Haute: Daarover hebben we inderdaad diep nagedacht. Moeten wij nog handel drijven? Moeten we ons eerder bezighouden met beleidsbeïnvloeding, actie, vorming? Uiteindelijk komen we toch tot de conclusie dat handel voor ons essentieel blijft. We vatten dat samen in de baseline Movement by market: handel is voor ons niet het doel, want we beseffen dat zelfs 20 miljoen verkochte fairtradeproducten de wereld niet zullen redden of veranderen.

Het grootste verschil kunnen we maken door bewustwording en het veranderen van machtsrelaties, met name in handel. Als we mee kunnen zorgen voor een ander Belgisch of Europees handelsbeleid, is het effect vele keren groter. Vandaar de vernieuwde klemtoon op het maken van beweging. We blijven zelf actief in de handel enerzijds om de beweging mee te financieren, maar ook om kennis op te doen over mechanismen en evoluties in die wereld, wat ons in staat moet stellen om sneller en accurater te reageren.

Oxfam Wereldwinkels

Groepsfoto op de Algemene Vergadering van OWW, januari 2018

‘Het grootste verschil kunnen we maken door bewustwording en het veranderen van machtsrelaties, met name in handel’

Hebt u die kennis niet stilaan in huis? Levert de eigen handelsactiviteit nog meerwaarde op na meer dan veertig jaar handelen in koffie?

Luc Van Haute: Ook die wereld staat niet stil. In Kivu worden onze partners ook door andere opkopers benaderd, wat hen ook uitdaagt om te blijven reflecteren op wat eerlijke handel is en wat de meerwaarde is van het werken binnen een specifieke fairtradeketen. Bovendien proberen we ook een fairtrademarkt te creëren voor nieuwe producten, zoals quinoa in 1992 of palmharten.

Maar daarnaast krijgt beleidsbeïnvloeding in combinatie met bewegingswerk meer nadruk. Daarvoor zullen we ook meer met andere organisaties samenwerken. Op de eerste plaats binnen de eigen “familie”: met Magasins du Monde, met Oxfam Solidariteit, met Oxfam International.

Een van de opvallende punten in de nieuwe strategie is dat lokale wereldwinkelgroepen meer ruimte krijgen om hun eigen aanbod in vullen.

Luc Van Haute: Het voedingsproductenaanbod uit het Zuiden blijft natuurlijk komen van onze eigen Oxfam Fair Trade, artisanaat zal geleverd worden door Magasins du Monde, maar er komt inderdaad meer ruimte voor solidaire en duurzame noordproducten, voor korteketenproducten. Dat opent ook nieuwe kansen voor lokale samenwerkingen met bijvoorbeeld Voedselteams, Boeren & Buren, …

De zuidproducenten moeten een veeleisend certificeringsproces doorlopen eer ze in aanmerking komen voor een plaatsje in de wereldwinkelrekken. En OWW heeft daarin altijd een strikte lijn bepleit, ook tegenover andere fairtrade-aanbieders. Welke criteria zullen er gehanteerd worden voor de lokale producten? Of komt er een globale versoepeling van de criteria?

Luc Van Haute: Op dit moment zijn er al dergelijke initiatieven, waarbij de lokale groepen zelf uitmaken wie voldoende binnen hetzelfde gedachtengoed opereert -sociale rechtvaardigheid, duurzame ontwikkeling- en dus in aanmerking komt voor samenwerking. We werken ook aan een kader voor die lokale samenwerkingen.

Voor het zelf aanbieden van concrete producten van hier hebben we nu al een kader met richtlijnen ontwikkeld, bijvoorbeeld: geen ggo’s, rechtvaardige arbeidsverhoudingen, wereldwinkels geven de voorkeur aan producten van coöperaties of organisaties van collectieve actie, maar ook producten van ondernemingen met sociale doelstellingen kunnen er een plaats vinden.

Oxfam Wereldwinkels

 

‘Voor noordproducten geldt: een ggo’s, rechtvaardige arbeidsverhoudingen, voorkeur aan producten van coöperaties’

Intussen is er geen probleem om de Wereldwinkel ook te laten functioneren als ophaalpunt voor Voedselteams, of als ontmoetingsplaats voor andere organisaties. We zouden namelijk graag opnieuw de plek worden waar mensen die een andere wereld willen elkaar kunnen vinden, zoals dat in de jaren van het verzet tegen atoomwapens het geval was.

Kan je tegelijk een trefpunt zijn voor activisten en mikken op een stimulerende winkelervaring, wat toch de gedachte achter het winkelconcept was dat jaren geleden uitgetekend en uitgerold werd?

Luc Van Haute: Ik denk het wel, ja. Je hoeft niet noodzakelijk een leegstaand fabrieksgebouw te kraken om andere activisten te ontmoeten. We hoeven zulke ruimtes ook niet per se alleen op te zetten, we willen ook uitbreken en aanwezig zijn bij initiatieven van anderen, niet opgesloten blijven in onze eigen winkels. In de grote steden denken we aan het situeren van een Wereldwinkel binnen een groter geheel, met daarnaast een Repaircafé bijvoorbeeld.

Is die strategie van nieuwe, lokale partnerschappen vooral een manier om de beweging te verjongen en aan te laten sluiten bij de transitiebeweging? Of is het een commerciële strategie, om meer mensen in de winkel te krijgen door een nieuw segment consumenten-activisten aan te boren?

Luc Van Haute: Wij willen uit het traditionele, enge Zuiddenken van de jaren 1980 breken, waarin een deel van de fairtradebeweging toch nog wat vast zat. Als die samenwerkingen ook commerciële voordelen bieden, is dat mooi meegenomen, maar rijk zullen we er niet van worden.

Hebben jullie overwogen om de Wereldwinkels-zoals-we-ze-kennen op te doeken en radicaal te vervangen door Transitiewinkels, want de initiatieven waarmee jullie meer willen samenwerken, situeren zich toch vooral in de transitiebeweging?

Luc Van Haute: Er zijn heel veel scenario’s bekeken, maar de optie om enkel “transitiemarkten” te worden was daar niet specifiek bij, neen.

Omdat jullie schrik hebben van de discussie over de voedselkilometers van de Chileense wijn, de Mexicaanse honing of de zeslandenmuësli?

‘Onze focus blijft in elk geval op het Zuiden, dat is duidelijk. Ook de klemtoon op bio en duurzame verpakkingen is een terrein waarin we willen groeien.’

Luc Van Haute: Onze focus blijft in elk geval op het Zuiden, dat is duidelijk. Ook de klemtoon op bio en duurzame verpakkingen is een terrein waarin we willen groeien. Geglobaliseerde handel is een feit. Wij vinden dat kleine Chileense wijnboeren die zich in een coöperatie hebben verenigd, daar ook de vruchten van mogen plukken en dat niet alle baten naar de grote conglomeraten moeten gaan.

Wat de voedselkilometers betreft: dat is een belangrijke vraag, maar het antwoord is niet altijd dat handel met het Zuiden afgezworen moet worden. Het is best mogelijk dat het aanvoeren van Chileense wijn in bulkschepen minder belastend is voor het milieu dan het vervoeren van gebottelde wijn uit Spanje.

Zou de beweging toch niet meer moeten investeren in het uitbouwen van markten voor faitradeproducten in het Zuiden zelf, zeker in groeilanden?

Luc Van Haute: Dat is een terechte opmerking. Niet zozeer omdat er dan geen internationale handel meer nodig is, maar vooral omdat er inderdaad steeds meer ruimte voor fairtradeproducten komt of zou moeten komen in die landen. Bij onze rijst –en theepartners in Laos zetten we bijvoorbeeld in op diversificatie met gewassen die ze op de lokale markt kwijt kunnen. En we helpen hen bij het vermarkten van hun producten op de Aziatische markt, door onder meer de deelname aan regionale beurzen te faciliteren. Het is een piste die we inderdaad nog meer kunnen bewandelen.

Daarvoor zou je opnieuw kunnen aanknopen bij Rikolto (Vredeseilanden), waarmee de Wereldwinkels een tijdlang intensief samenwerkten. Zij zijn in landen als Costa Rica en Indonesië actief bezig met de lokale fairtrade- of biomarkt.

Luc Van Haute: Die specifieke samenwerking staat nog niet op het programma, maar het is duidelijk dat we, naast het intensifiëren van de samenwerking met Oxfampartners, onze onmiddellijke partners ook in de Noord-Zuidbeweging vinden: 11.11.11, Broederlijk Delen of Rikolto. Met de nieuwe directieploeg zijn we in elk geval volop bezig om die banden opnieuw te activeren, na een paar jaar van wat verwaarlozing.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur