'Zet een prijs op CO2 om ontwikkeling te financieren'

We weten dat er iets moet veranderen om het klimaat te redden. Met het VN-klimaatpanel slaagden we er niet in die consensus te vertalen naar een breed publiek. De meest recente pauselijke encycliek slaagt daar wel in. Dat stelt Ottmar Edenhofer, mede-voorzitter van het VN-klimaatpanel en professor aan het gerenommeerde Potsdam Instituut voor Klimaatwetenschappen.

  • © Ottmar Edenhofer 'Wat essentieel is, is een mechanisme om een prijs te zetten op CO2, om zo sneller koolstofarme technologie tot ontwikkeling te brengen en om steenkoolgebruik te bestraffen.' © Ottmar Edenhofer
  • © Max Rossi 'Deze encycliek schuift klimaatverandering, armoede en ongelijkheid naar voor als de cruciale ethische uitdagingen van de 21ste eeuw.' © Max Rossi
  • Quinn Dombrowski (CC BY-SA 2.0) De desinvesteringsbeweging laat van zich horen in Berkeley, Californië. Quinn Dombrowski (CC BY-SA 2.0)

De magische datum van Parijs komt in het verschiet. Dan moet er een akkoord op tafel liggen. Is er vooruitgang geboekt sinds Kopenhagen?

Ottmar Edenhofer: Zeker. Er is vandaag een duidelijk besef dat er een gemeenschappelijk probleem is dat gezamenlijk moet opgelost worden. We zijn veel beter voorbereid, we hebben meer ervaring met nieuwe technologie en hernieuwbare energie.

Maar tegelijk speelt iets anders. Over heel de wereld zien we vandaag een onmiskenbare heropleving van steenkool. Tal van landen in Afrika bouwen momenteel grote steenkoolcentrales; hetzelfde zien we in een aantal kleinere Aziatische landen. De emissies stijgen omwille van die afhankelijkheid van steenkool.

Over heel de wereld zien we vandaag een onmiskenbare heropleving van steenkool.

Wanneer Afrika vandaag een infrastructuur opbouwt die in hoofdzaak gebaseerd is op steenkool en Azië ook, dan zie ik niet hoe we dit business as usual scenario kunnen doorbreken. We bevinden ons nu echt op een tweesprong: ofwel stimuleren we de evolutie naar een koolstofarme economie, ofwel stimuleren we een economische groei gebaseerd op stijgende emissies. De levensduur van die energiecentrales is dertig jaar of meer. 

Is het dan nog realistisch om te spreken over die 2°C?

Ottmar Edenhofer: Die doelstelling houdt een zeer grote inspanning in. Het gaat over 1000 gigaton CO2 die nog uitgestoten mag worden, zoals duidelijk is gesteld in het vorige rapport van het VN-klimaatpanel. Als we doorgaan zoals we bezig zijn, is die limiet over veertig of vijftig jaar bereikt. Dan is het hele koolstofbudget opgebruikt. We hebben negatieve emissies nodig, we hebben koolstofopslag (CCS of carbon capture and storage) nodig.

Het is dus een zeer ambitieuze doelstelling. Maar het niet effectief om al te zeer de nadruk te leggen op die lange termijn doelstelling maar wel op de maatregelen die nu meteen genomen moeten worden. Want ondanks de inspanningen die landen nu al doen om de emissies naar beneden te halen, en ondanks de economische crisis, hebben we de afgelopen periode toch een stijging van de emissies gezien. Precies omwille van die toename van het steenkoolgebruik.

2°C is een cruciale doelstelling, maar we hebben nu op de korte termijn een effectieve doelstelling nodig. Een koolstofprijs is absoluut noodzakelijk hiervoor. Want anders gaan we weer rebound effects hebben: winsten boeken op de korte termijn, die op de lange termijn terug verloren gaan.

Quinn Dombrowski (CC BY-SA 2.0)
De desinvesteringsbeweging laat van zich horen in Berkeley, Californië.
Quinn Dombrowski (CC BY-SA 2.0)

Wat is het belang van de desinvesteringsbeweging om die doelstelling te bereiken?

Ottmar Edenhofer: De beweging is een sterk symbool. Ze kan zeer effectief zijn indien de kerken, de pensioenfondsen, de universiteiten… stappen zetten in die richting. Maar ze moeten niet alleen zeggen ‘we zullen inspanningen doen om te desinvesteren’. Ze moeten er ook mee voor zorgen dat hun land een koolstofprijs ontwikkelt. Dat heeft een onmiddellijke impact op de investeerders en hoe die zich gedragen. Zij kunnen lobbyen met de investeerders en de pensioenfondsen voor een koolstofprijs.

Ondanks de inspanningen die landen nu al doen om de emissies naar beneden te halen, en ondanks de economische crisis, hebben we de afgelopen periode toch een stijging van de emissies gezien.

Ethisch investeren moet er uiteindelijk toe leiden dat je investeert in initiatieven voor een wereld die je ook echt graag gestalte wil zien krijgen.

De koolstofprijs moet echt op de agenda komen van de institutionele investeerders en op de agenda van de hele desinvesteringsbeweging. Anders ben ik bang dat het enkel bij een symbolische daad blijft. Een handvol spelers desinvesteren, waardoor de prijzen van die aandelen dalen, en dat creëert dan weer een stimulans voor anderen om die goedkope aandelen te kopen. Dat kan worden voorkomen als er een prijs wordt gezet op CO2.

In de vorige klimaatconferentie in Lima gaapte er een immense kloof tussen de ontwikkelingslanden en de ontwikkelde landen. De ‘gedeelde maar verschillende verantwoordelijkheid” lijkt onoplosbaar in de praktijk. 

Ottmar Edenhofer: Het klopt dat er in de VN-onderhandelingen een debat gaande is over rechtvaardigheid en ongelijkheid. Maar er zijn wel zaken gebeurd om aan het probleem tegemoet te komen. We hebben inmiddels een Groen Klimaatfonds waar geld in begint te komen; er is een vorm van verzekeringssysteem dat kan gebruikt worden als transfer van financiële middelen met name om ontwikkelingslanden te ondersteunen bij verschillende vormen van ontwikkeling. Zonder de overdracht van financiële middelen zullen we niet erg succesvol zijn in de onderhandelingen.

Wat essentieel is, is een mechanisme om een prijs te zetten op CO2, om zo sneller koolstofarme technologie tot ontwikkeling te brengen en om steenkoolgebruik te bestraffen. We hebben die inkomsten ook nodig om de duurzame ontwikkelingsdoelen en de transitie naar een lage koolstofeconomie te financieren.

Die elementen moeten nog beter uitgewerkt worden en dat gaat niet opgelost zijn tegen de conferentie van Parijs. Er moet nog een lange weg afgelegd worden.

© Max Rossi
‘Deze encycliek schuift klimaatverandering, armoede en ongelijkheid naar voor als de cruciale ethische uitdagingen van de 21ste eeuw.’
© Max Rossi

Nog al wat stemmen stellen dat we in Parijs best tevreden mogen zijn met een Coalitie van de ‘Willing’. We hoeven niet noodzakelijk een ambitieus bindend akkoord te hebben.

Ottmar Edenhofer: We hebben alle twee nodig. Bijvoorbeeld de overeenkomst tussen China en de VS is een heel goede zaak en zo zullen er nog wel bilaterale of zelfs multilaterale afspraken komen. Maar het UNFCCC (de VN-Klimaatconventie) moet meer gezien worden als een platform waar landen met elkaar hun nationaal klimaatbeleid en hun ervaringen kunnen bespreken en daar ook legitimiteit voor krijgen, de efficiëntie verbeteren en samenwerking creëren. Soms moet je naar uitwegen zoeken buiten de UNFCCC maar al die andere initiatieven vervangen het UNFCCC niet. Het engagement van een aantal landen voor het Groene Klimaatfonds is ook een belangrijk signaal. We hebben dus alle twee nodig.

Wat is de betekenis van deze encycliek voor de aanpak van het klimaatprobleem? 

Ottmar Edenhofer: Deze encycliek schuift klimaatverandering, armoede en ongelijkheid naar voor als de cruciale ethische uitdagingen van de 21ste eeuw. Daarom kan deze encycliek ook niet gereduceerd worden tot een milieu- of klimaatencycliek. Klimaatverandering is een van de grootste crisissen die onze tijd treffen. En men is het er nu over eens dat klimaatwijziging wordt veroorzaakt door het verbranden van steenkool, olie en gas, en door ontbossing.

Klimaatwijziging treft vooral de armen en het versterkt de ongelijkheid in onze globale samenleving. Als een van de belangrijkste consequenties van klimaatwijziging op de armen, wijst paus Franciscus op het gebrek aan drinkbaar water, het verlies van biodiversiteit, het instorten van samenlevingen, de vluchtelingenstromen die op gang komen en het versterken van de ongelijkheid. 

Het afzwakken van klimaatverandering is cruciaal in deze context, om hen die het meest kwetsbaar zijn voor de impact te beschermen. Het armoedeprobleem en het klimaatprobleem moeten tesamen worden aangepakt. Als we falen in het ene, falen we ook in het andere.

Sommige analisten stellen dat de ontwikkeling van nog meer fossiele brandstoffen nodig is om uit de armoede te geraken.

Sommige analisten willen die twee problemen tegenover elkaar stellen, klimaat tegen armoede. Ze stellen dat de ontwikkeling van nog meer fossiele brandstoffen nodig is om uit de armoede te geraken, en dat het probleem van klimaatwijziging op de tweede plaats komt. Er zijn uiteraard andere belangrijke problemen, maar als klimaatverandering niet wordt aangepakt, dan bestaat het risico dat alle vooruitgang die er gemaakt is op vlak van economische groei, teniet wordt gedaan. En als het probleem van armoede niet wordt aangepakt, is het bijna onmogelijk om armere landen te overtuigen om technologieën aan te nemen voor een groenere economie. Dan gaan ze bij die fossiele blijven.

Er is nog een ander belangrijk element, dat volgens mij het meest revolutionaire punt is van de encycliek. De encycliek verwijst naar de atmosfeer als een gemeenschappelijk goed van de mensheid, een gemeenschappelijk goed van iedereen en voor iedereen (paragraaf 23). 

Het is voor het eerst in de geschiedenis van de sociale leer van de kerk dat die visie zo wordt uitgedrukt, van de atmosfeer, de oceanen, de bossen, en gedeeltelijk ook land, te zien als global commons. Het gebruik van deze commons is een fundamenteel mensenrecht. De verdeling van het gebruik wordt toegekend op basis van het principe van rechtvaardigheid. Dat gaat in tegen de praktijk van een aantal landen die het principe hanteren van ‘macht geeft recht’.

Concreet betekent dit dat het verbranden van steenkool, olie en gas moet beantwoorden aan die notie van respect voor ieders recht op gebruik van de atmosfeer. Het resterende koolstofbudget moet dus eerlijk verdeeld worden, rekening houdend ook met de toekomstige generaties. 

Wat zijn de economische consequenties hiervan? Dat 70 procent van de bruikbare steenkool op de wereld, 30 procent van het gas, en 30 procent van de olie in de grond moet blijven, gesteld dat er CCS kan gebruikt worden. Als dat niet beschikbaar is of niet aanvaardbaar is, dan moet 90 procent van de steenkool en twee derde van alle olie en gas onder de grond blijven.

Dit is een fundamentele oproep om het business as usual scenario te verlaten. De encycliek is heel duidelijk: het ontkennen van klimaatverandering is geen kwestie van wetenschappelijke waarheid; het is een indringende poging van private belangengroepen tegen dit recht van allen op het gebruik van de commons.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Latijns-Amerika & ecologie
    Alma De Walsche schrijft over ecologische thema’s, van klimaat- en energiebeleid, over landbouw- en voedsel tot transitie-initiatieven en baanbrekers. Ze volgt al enkele decennia Latijns-Amerika, met een speciale focus op de Andeslanden.