John Malith Mabor: ‘Je kan geen voorwaarden stellen aan vrede’

In Zuid-Soedan doen lokale leiders wat nationale niet kunnen: vrede sluiten

Na de ondertekening van hun eigen vredesakkoord grapten de lokale chefs tegen elkaar: ‘Als onze politieke leiders niet weten hoe ze tot vrede moeten komen, dan moeten ze maar even roepen. We leggen het hen wel even uit.’

Het relaas van John Malith Mabor doet je afvragen waarom de weg naar vrede vaak zo hobbelig is. Hij deed op lokaal niveau wat politiek in zijn land haast onmogelijk is: hij bracht vrede tussen de Dinka en de Nuer, twee etnische groepen die in Zuid-Soedan al vijf jaar een verwoestende oorlog uitvechten.

Ⓒ Elien Spillebeen

John Malith Mabor is Dinka. Naar de stad van de Nuer gaan, beschouwde hij aanvankelijk als een zelfmoordoperatie

Zelfs met een universitair diploma rechten op zak was het voor John Malith Mabor niet vanzelfsprekend een job te vinden. In het door oorlog verscheurde Zuid-Soedan liggen die niet dik gezaaid. ‘Enkel ngo’s bieden wat werkgelegenheid. Ik was blij om voor South Sudan Action Network on Small Arms (SSANSA) aan de slag te kunnen. Samen met PAX (de Nederlandse afdeling van Pax Cristi, red.) lanceerden ze een project waarbij het veiligheidsgevoel van de lokale bevolking in kaart werd gebracht.’

Nooit had hij gedacht dat zijn job hem in het kamp van de vijand zou brengen. Volledig buiten de lijnen van zijn functieomschrijving werd hij op een dag vredesonderhandelaar. Het had allemaal slecht kunnen aflopen: ‘Ik stond op en zei dat ik Dinka was. Er ging een schokgolf door de zaal. De benen nemen was geen optie. Ik was helemaal alleen en er was geen vluchtroute.’ Maar vandaag deelt hij zijn verhaal met MO*.

Harde grens

‘Toen ons land in 2011 onafhankelijk werd, vierden we feest’, bevestigt Malith. ‘We dachten dat er nu een einde was gekomen aan het geweld’. De langst durende burgeroorlog van het Afrikaanse continent leek eindelijk een einde te kennen. Van 1955 tot 1972, en vervolgens van 1983 tot 2005, vocht het Sudan People’s Liberation Army (SPLA) tegen het regime in Khartoem. Twee burgeroorlogen hebben waarschijnlijk aan twee miljoen mensen het leven gekost.

‘Een machtsstrijd tussen twee mannen sleurde de hele bevolking mee in een nieuwe episode van geweld’

De onafhankelijkheid van Zuid-Soedan in 2011 had een derde burgeroorlog moeten vermijden. Maar twee jaar later zorgden spanningen tussen de twee dominante etnische groepen van de jonge republiek tot een nieuwe burgeroorlog.

‘President Salva Kiir behoort tot de Dinka, en zijn gewezen vicepresident Riek Machar is Nuer. Verdeeld over deze etnische lijnen beslisten gewapende groepen “hun man” te steunen’, vat Malith de burgeroorlog in Zuid-Soedan gebald samen. ‘Een machtsstrijd tussen twee mannen sleurde de hele bevolking mee in een nieuwe episode van geweld.’

Sinds 2013 vielen al meer dan 400.000 doden. Vier miljoen Zuid-Soedanezen zijn ontheemd. John Malith Mabor groeide op in Yirol, een stad waar de Dinka de grote meerderheid vormen. Het conflict trok een harde grens tussen Yirol en de nabijgelegen stad Payinjar, waar vooral Nuer wonen: ‘Payinjar is een bolwerk van de rebellen. Toen mijn Nederlandse collega van PAX me zei dat ik naar Payinjar moest, maakte ik hem duidelijk dat dit onmogelijk was. Als Dinka was dat zelfmoord.’

‘Mijn naam, mijn accent, ze verraden dat ik Dinka ben,' legt hij uit. ’Voor 2011 waren we helemaal geen vijanden. We voerden handel met elkaar, lieten onze kuddes in dezelfde gebieden grazen. Mensen uit Payinjar kenden me misschien van voor de oorlog en konden me aanwijzen als Dinka.’

Malith was voor SSANSA aangeworven om het project Human Security Survey te coördineren. ‘We bevragen de lokale bevolking over hun perceptie, bezorgdheden en ervaringen op vlak van veiligheid. Die resultaten sturen we naar Nederland, waar de data verwerkt worden. Vervolgens organiseren we een lokaal atelier, waar we die bevindingen voorleggen aan de autoriteiten, traditionele leiders en veiligheidsdiensten. Aan hen om vervolgens aan de bevolking uit te leggen wat ze met deze resultaten zullen doen.’ Op die manier wil PAX lokale conflicten zichtbaar maken en oplossingen mogelijk maken.

‘Uiteindelijk zei ik tegen mijn collega dat, als hij me echt naar Payinjar wilde sturen, hij toestemming moest vragen aan de lokale autoriteiten. Als ze me een officiële uitnodiging gaven én mijn veiligheid konden garanderen, dan pas zou ik gaan. Het duurde drie maanden om de lokale autoriteiten te overtuigen. Maar uiteindelijk keurden ze mijn komst goed.’

Gewapend met pen en papier

Malith stak de grens dan toch over: ‘Op de lokale commissaris na wist niemand in de zaal dat ik een Dinka was. We waren daar om de resultaten van de bevraging te bespreken.’ Zijn hart bonsde in zijn keel toen hij plots, midden in die bijeenkomst, het woord nam: ‘Ik stond op en zei dat ik Dinka was. Er ging een schokgolf door de zaal. Ik benadrukte dat ik met goede bedoelingen gekomen was. Dat ik op uitnodiging tot bij hen gekomen was en in vrede de resultaten wilde bespreken.’

‘De benen nemen was geen optie. Ik was helemaal alleen en er was geen vluchtroute. Ik moest sterk zijn’

‘Langs de grens die mijn land van dat van hen scheidt, waren de laatste jaren zoveel incidenten geweest. Hinderlagen langs de weg en op de Nijl, ook de kuddediefstallen liepen uit de hand. Dat ik zei dat ik niet enkel een Dinka ben, maar dan ook nog eens uit Yirol kom, dat deed de sfeer geen goed.’

‘De benen nemen was geen optie. Ik was helemaal alleen en er was geen vluchtroute. Ik moest sterk zijn.’ De helikopter die hem gebracht had, was al lang uit het zicht verdwenen. ‘Ik zei hen dat ik eigenlijk over vrede wilde spreken, tussen de twee gemeenschappen en niet enkel binnen de eigen gemeenschap.’ Dat laatste was nochtans de bedoeling van de bevraging en het aansluitende atelier.

De data-evaluatie moest wachten: ‘Vergeet maar even wat je wou projecteren, we hebben jou veel vragen te stellen’, zeiden ze tegen Malith. De toon van de vragen was aanvankelijk dreigend: ‘Waarom ben je naar hier gekomen? Denk je echt dat de commissaris jou zal kunnen beschermen?’

‘We zullen je niet doden’, stelden ze hem uiteindelijk gerust, ‘Maar op voorwaarde dat je onze grieven meeneemt.’ De sfeer sloeg om, toen iemand besliste hem als boodschapper in te schakelen: ‘Ik antwoordde dat ik enkel gewapend was met pen en papier. Ik beloofde dat ik alles letterlijk zou neerschrijven en dat ik, als ze me inderdaad zouden laten gaan, alles ongewijzigd zou overmaken aan de andere kant van de grens.’

Ⓒ Elien Spillebeen

‘Ik schreef zeventien grieven neer,’ vertelt John Malith Mabor. Daarmee keeerde hij terug naar zijn Dinkaland.

Zeventien grieven

‘Ik pende zeventien grieven neer. Allemaal waren het incidenten die tussen 2013 en 2017 plaatsvonden, waaronder de moord op studenten die via de Nijl naar de hoofdstad Juba wilden reizen.’ De hele dag nam Malith nota. ‘Ze vertelden ook dat hun commissaris eerder al een brief aan de commissaris van Yirol had geschreven, in de hoop de twee gemeenschappen te verzoenen.’ Dat niet de commissaris, maar wel een traditionele chef de brief had beantwoord, lag zwaar op de maag: ‘Ze hadden dit duidelijk als erg provocerend ervaren.’

‘Vredesopbouw doe je niet alleen in je eigen gemeenschap’

‘Bij mijn terugkeer legde ik mijn brief voor aan de lokale autoriteiten, de chefs en ouderlingen. Toen ik zei dat ik in Payinjar was geweest, verklaarden ze me gek: “Waarom ben je daar heen gegaan? Ben je suïcidaal?” Vredesopbouw doe je niet alleen in je eigen gemeenschap antwoordde ik.

‘Goed, nu ze me niet gedood hebben, geef ik u graag hun boodschap’, ging hij verder. Tot zijn verbazing werden de meeste feiten niet ontkend: ‘Ja, maar…’, klonk het vaak. Even ontstond er ophef over het feit dat de Nuer kennelijk niet begrepen waarom ze de feiten hadden gepleegd. ‘Ik was slechts een boodschapper’, benadrukte Malith. ‘En als boodschapper schreef ik nu hun antwoorden neer: ‘Ja. Die studenten werden door ons gedood. Wanneer de Nuer onze kuddes ’s nachts aanvallen, dan gaan wij bij daglicht op zoek naar hen’, zo verklaarden ze hun wraakactie. De Nuer uit Payinjar kunnen alleen via het water hun ingesloten gebied verlaten. ‘De studenten betaalden een prijs voor de daden van hun broeders.’

‘Die brief, ja die heb ik inderdaad ontvangen. Maar als commissaris ben ik aangesteld door de regering in Juba. Als ik persoonlijk de brief had beantwoord, zouden ze in Juba denken dat ik de kant kies van de rebellen’, verweerde de commissaris zich. Dat de man politiek benoemd was, verklaarde zijn terughoudendheid. ‘Daarom liet hij het over aan de chef, want die vertegenwoordigt niet de president, maar de gemeenschap. Het was niet uit slechte bedoelingen,’ begreep Malith, ‘eerder uit zelfbehoud.’

De historische oversteek

Met de antwoorden reisde hij terug. ‘Uit de antwoorden leidden ze af dat ik hun boodschap ongewijzigd had overgemaakt. Het vertrouwen was gesterkt’, merkte Malith. ‘Hoe gaan we nu verder?’, was dan de vraag.

‘De enige weg vooruit is verzoening’, had Malith daarop geantwoord. ‘Want ik hoor aan beide kanten hetzelfde: het conflict is niet goed voor ons. Waarom kunnen we niet gewoon samenkomen en verzoenen, als een gemeenschap?’

Hij begreep maar al te goed dat de overheid een toenadering niet zou aanvaarden. Het zou van de gemeenschap moeten komen.

‘Als zij dit aanvaarden, dan is dat het begin van vrede’

Tot zijn verbazing waren de reacties in Payinjar positief. Alleen vroegen ze zich af waar die ontmoeting, als die er kwam, zou plaatsvinden: ‘Wij kunnen niet naar Dinkaland, want we vertrouwen hen niet. En de Dinka zullen niet naar ons land komen, want ze vertrouwen ons niet.’

‘Als jullie mij hadden willen doden, dan had je dat kunnen doen. Maar ik kwam hier nu voor een tweede keer en jullie werden mijn vrienden.’ Malith hoopte dat hij als levend voorbeeld de Dinka zou kunnen overtuigen om als eerste de oversteek te wagen. ‘Als zij dit aanvaarden, dan is dat het begin van vrede’, droomde hij.

Twee maanden duurde het om een deel van de traditionele chefs te overtuigen. De commissaris zat politiek niet in de juiste positie om deel te nemen aan de verzoening, daar legde Malith zich bij neer. ‘In mei 2018 kon ik uiteindelijk de chefs naar Payinjar brengen.’

‘De families van de chefs waren er niet gerust in. Vijf dagen lang bleven ze zonder nieuws, want in Payinjar is geen mobiel netwerk.’ Ondertussen moest daar in Payinjar geschiedenis worden geschreven: ‘De bezoekers werden goed beveiligd’, daar had Malith persoonlijk op aangedrongen. ‘Je wist nooit dat iemand de boel wou verstoren en de leiders zou neerschieten. Dan was het allemaal mijn schuld geweest.’ Ook de families op het thuisfront hadden hem die verpletterende verantwoordelijkheid goed ingepeperd.

Tijdens de vijf dagen in Payinjar zag Malith de spanning elke dag wat afnemen. ‘Na enkele dagen kwamen families van gemengde huwelijken — want die heb je vaak in een grensgebied — vragen hoe het ging met hun familie aan de andere kant. Ze hadden sinds het conflict geen contact meer gehad. Die vragen en verhalen deden de sfeer omkeren.’

© John Malith Mabor

De lokale chefs van de Nuer en Dinka sloten in 2018 vrede

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Onvoorwaardelijke vrede

Na vijf dagen zetten de chefs hun handtekening onder het lokale vredesakkoord. ‘Na de ondertekening grapten ze: “Als onze politieke leiders niet weten hoe ze tot vrede moeten komen, dan moeten ze maar even roepen. We leggen het hen wel even uit.” Ze vonden elkaar in de overtuiging dat zij als gemeenschappen moesten samenleven en dat niet langer mocht afhangen van de nationale politiek.’

‘Het is nodig te aanvaarden dat wat we verloren zijn, voorgoed verloren is. Wat we nog hebben, dát moeten we nu beschermen’

De vrede tussen de twee steden haalde het nationale nieuws. ‘Niet iedereen was daar gelukkig mee’, merkte Malith. ‘Vertegenwoordigers van de regering vonden mijn actie roekeloos.’ Toch denkt hij dat het inspirerend werkte en een duidelijk signaal aan hun ruziënde leiders gaf: ‘Enkele maanden later tekenden Kiir en Machar een nieuw vredesakkoord’.

Hoewel de lokale gemeenschappen snakten naar vrede, waren niet alle burgers even blij met wat Malith beschrijft als een onvoorwaardelijke vrede: ‘Sommige Dinka zeiden dat er pas vrede kon zijn, wanneer de Nuer het gestolen vee compenseerden. Maar je kan geen voorwaarden stellen aan vrede. Als we zeggen dat we eerst koeien willen, zal er nooit vrede komen, dan zal de vernieling doorgaan’, diende Malith de critici van repliek: ‘Het is nodig te aanvaarden dat wat we verloren zijn, voorgoed verloren is. Wat we nog hebben, dát moeten we nu beschermen.’

‘De dag dat de ene partij denkt te hebben gewonnen, wil de andere wraak. En zo gaat het altijd maar door.’ Het lijkt simpele wiskunde, maar Malith gelooft oprecht dat Machar en Kiir wat kunnen leren van hun eigen bevolking. ‘Nationaal blijven de voorwaarden zich opstapelen. Die voorwaarden hypothekeren de vrede. Het was belangrijk om alle lokale chefs van die logica te overtuigen, want zij staan het dichtst bij de lokale bevolking. Zij moesten en hebben ook de weerstand weggenomen.’

Eerst vrede en dan de rest

Enkele maanden later, in september 2018, herhaalden de lokale leiders hun ontmoeting. ‘Dit keer reisden de leiders van Payinjar naar Yirol. Zo kon ook de bevolking aan de andere kant van de grens zien dat Nuer en Dinka opnieuw samenkwamen.’ Malith toont de foto van de ontmoeting in september. ‘De leiders zijn trots dat zij op enkele maanden tijd deden waar Machar en Kiir al vijf jaar over doen.’

‘De leiders zijn trots dat zij op enkele maanden tijd deden waar Machar en Kiir al vijf jaar over doen’

‘De grens is nu vrij van conflict’, knikt Malith. Hij hoopt hetzelfde proces in andere gebieden over te doen. ‘Het land is in slechte staat. Het eerste en belangrijkste dat we nu nodig hebben, is vrede. Alles begint daarmee. Wil je de wegen herstellen? Wil je de rechtstaat opbouwen? Dat kan je niet al vechtend doen. Eerst is er vrede en dan de rest.’

© UNMISS (CC BY-NC-ND 2.0)

President Salva Kiir (rechts) en zijn gewezen vice-president Riek Machar (links) ondertekenden in september 2018 een nieuw akkoord

Riek Machar en Salva Kiir ondertekenden in september vorig jaar een nieuw vredesakkoord. Het blijft afwachten of ze erin slagen een regering van nationale eenheid te vormen, zoals het akkoord voorschrijft. Hun eigen deadline om vanaf mei verenigd het land te besturen, haalden ze voorlopig niet.

Het verenigde middenveld zette in Juba een grote aftelklok naar de nieuwe deadline. Tegen 12 november moet de regering van nationale eenheid van start gaan.

’s Werelds jongste land begint dan hopelijk aan een rustiger hoofdstuk.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift