Toenemend geweld, maar ook uitzicht op vrede in Afghanistan?

Afghanistan: vredesonderhandelingen zijn onmogelijk, tot ze plaatsvinden

© Ibraheem al Omari / Reuters

Op zaterdag 12 september zijn rechtstreekse vredesgesprekken tussen de Afghaanse regering en de Taliban begonnen, ondanks toenemend oorlogsgeweld. Waarover moeten de onderhandelingen gaan? Wie zit er aan tafel? En kunnen Stanekzai en Stanekzai, de gelijknamige onderhandelaars aan verschillende kanten van de tafel, de doorbraak forceren?

‘Zij zijn Afghanen en wij zijn Afghanen. Wij kennen elkaar.’ Daarmee verklaarde Masoom Stanekzai zijn blijvende inzet voor vredesgesprekken met de Taliban – ondanks drie zelfmoordaanslagen tegen hem. ‘Voor mij telt de toekomst van het land, van de kinderen, hun vaders en moeders, onze gezamenlijke toekomst. Als ik daarvoor iets kan betekenen, dan kan ik die mogelijkheid niet afwijzen. Zelfs als kost ze mij het leven.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Toen ik hem in 2015 sprak, was hij voorzitter van de Hoge Vredesraad. Zijn voorganger in die functie had een zelfmoordaanslag vier jaar daarvoor niet overleefd. Masoom Stanekzai werd daarna even minister van Defensie, maar die benoeming raakte nooit bevestigd door het parlement.

Vandaag is hij in Doha, als hoofdonderhandelaar van een 21-koppig onderhandelingsteam dat voor het eerst rechtstreekse onderhandelingen voert met de Taliban.

Elke delegatie heeft een Stanekzai aan het hoofd. Maakt dat een verschil?

Tegenover de regeringsonderhandelaars zitten evenveel Talibanonderhandelaars. De nummer twee van dat team is Sher Muhammad Abbas Stanekzai. De stelling ‘wij kennen elkaar’ is hier redelijk letterlijk te nemen. Masoom en Muhammad zaten al in 2015 tegnover elkaar in Doha, maar zelfs indien ze elkaar nooit ontmoet hadden, zouden ze toch heel precies weten wie de andere is.

Beiden behoren tot de Pasjtoense Stanekzai-clan uit de provincie Logar, dus kruisen hun voorouderlijke lijnen elkaar en delen ze erecodes en culturele waarden die belangrijker zijn dan het politieke kamp waarin ze op dit moment zitten. Ten minste, dat is de geldende overtuiging over de Pasjtoense cultuur.

De twee Stanekzais zullen de toon zetten in Doha – Taliban hoofdonderhandelaar Abdul Hakim woonde de openingszitting niet bij – maar of hun gedeelde afkomst ook echt impact zal hebben op de vredesonderhandelingen is weinig waarschijnlijk.

CC Gie Goris (CC BY NC 2.0)

Doha, september 2020

Het is straks (op 7 oktober, om precies te zijn) 19 jaar geleden dat de Amerikaans-Britse troepen de aanval inzetten op het Talibanregime in Afghanistan. Enkele maanden later (in december 2001, om precies te zijn) werd een nieuwe regering geïnstalleerd en een nieuwe grondwet geïntroduceerd, waardoor een einde kwam aan het kortstondige en allesbehalve succesvolle emiraat van de Taliban (1996-2001).

Maar de snelle en verpletterende overwinning van de VS, het VK, de Noordelijke Alliantie en een rist andere krijgsheren en milities leverde geen stevig en rechtvaardig bestuur op, waardoor de Taliban konden terugkeren als een verzetsbeweging tegen de steeds groter wordende westerse aanwezigheid en invloed in Afghanistan. Al die jaren bleven de Taliban weigeren om rechtstreeks te onderhandelen met de regering in Kaboel, die steevast weggezet werd als “marionet van het Westen”.

De Taliban beginnen te onderhandelen met de helft van de buit al binnen: terugtrekking Amerikaanse troepen en de vrijlating van 5000 krijgsgevangenen.

De onderhandelingen die het voorbije weekend van start gingen in Doha zijn maar mogelijk geworden omdat er voorafgaand een akkoord gesloten werd tussen de Taliban en de regering van de Verenigde Staten. Bij die onderhandelingen was Kaboel niet betrokken, ook al hebben de gemaakte afspraken grote impact op de huidige onderhandelingspositie van de Afghaanse regering. De regering Trump beloofde onder andere de volledige terugtrekking van Amerikaanse troepen tegen mei 2021 én de vrijlating van 5000 Taliban-krijgsgevangenen. Dat laatste was zeer tegen de zin van president Ashraf Ghani, wat geleid heeft tot herhaald uitstel en dus een serieus vertraagde start van de onderhandelingen.

42 onderhandelaars, en veel meer belangen

Opvallende vaststelling één: de Talibandelegatie bevat veel meer zwaargewichten dan de regeringsdelegatie. Dat kan betekenen dat de Taliban geloofwaardige onderhandelingen wil voeren en eventuele voorstellen ook met voldoende autoriteit aan de eigen basis wil voorleggen.

De regeringsdelegatie bevat weinig echte zwaargewichten, al is de lijst zonen en verwanten van historische leiders wel groot. Het Afghanistan Analysts Network (AAN) rekende uit dat de delegatie opgebouwd werd met acht Pasjtoenen, zes Tadzieken, twee Oezbeken, vier Hazaras en één Ismaeli. Er zitten vertegenwoordigers bij van de regering Ghani, van het concurrerende machtsblok onder Abdullah Abdullah, én van enkele gewapende groepen die de voorbije jaren al een overeenkomst sloten met de regering.

Een van die fracties, de Hezb-e-Islami van Hekhmatyar kondigde een tijd geleden aan dat ze ook zelf bilaterale onderhandelingen organiseert met de Taliban. De verdeeldheid in het regeringskamp is trouwens de grote kwetsbare plek in het hele – nog echt op te starten – proces.

Naast het officiële onderhandelingsteam is er in Kaboel ook nog de Hoge Raad voor Nationale Verzoening, geleid door Abdullah Abdullah. Binnen die Raad zijn opnieuw alle elkaar wantrouwende partijen van het politieke landschap van Afghanistan verzameld. Maar dat betekent niet dat die HCNR op echte macht of invloed kan rekenen. Binnen de regering zijn er daarnaast immers ook nog een ministerie voor Vrede en een Speciaal Gezant voor Vredeszaken.

De verdeeldheid in het regeringskamp is de grote kwetsbare plek.

Vaststelling twee: na drie dagen vergaderen lijkt er nog niet eens een agenda of een procedure te zijn afgesproken. Het beloven, met andere woorden, lange en moeilijke onderhandelingen te worden. Intussen gaat het oorlogsgeweld onverminderd verder, met in de eerste helft van 2020 meer slachtoffers dan in dezelfde periode in 2019. Opvallend daarbij: de Amerikaanse troepen zijn bijna afwezig in die statistieken, de Taliban blijven verantwoordelijk voor zo’n 60 procent van de incidenten, het aandeel van het Afghaanse leger is sterk toegenomen.

In een AAN rapport wordt onderzoeker Ashley Jackson geciteerd, die zegt dat het aantal Taliban-controleposten op de wegen het voorbije half jaar verviervoudigd is. ‘Je vraagt je daarom af,’ zegt Jackson, ‘of dit bedoeld is om meer gewicht in de schaal te kunnen gooien tijdens de onderhandelingen, dan wel of het al voorbereidingen zijn voor het moment waarop de onderhandelingen spaaklopen’.

De agenda

Vrede is het doel, maar wat die inhoudt en hoe die eruit moet zien, daarover bestaan veel meer dan twee tegenoverstelde visies.

Eerste prioriteit voor de regeringsonderhandelaars, is een staakt-het-vuren. Vanuit de bevolking is dat zeker ook een verwachting, dat er een einde komt aan de dood, de vernieling, en alle economische en menselijke ellende die daaruit volgen. De Taliban zijn altijd zeer wantrouwig geweest tegen de vraag voor het neerleggen van de wapens, ook al is het tijdelijk en voorwaardelijk. Hun onderhandelingspositie is immers afhankelijk van hun militaire positie. Toch denken de meeste analisten dat ze vandaag niet volledig afkerig staan tegenover de idee.

Economisch herstel staat voorlopig niet bovenaan de agenda van de onderhandelingen. Wat betekent dat?

Punt twee op de prioriteitenlijst (of één voor de Taliban) is de staat: blijft het een constitutionele (islamitische) republiek, of keert Afghanistan terug naar het emiraat van de Taliban, waarbij theologen en islamitische rechter zwaarder wegen dan een democratisch verkozen parlement en regering? Voor Kaboel is het behoud van de rechtsstaat niet onderhandelbaar, voor de Taliban is de primauteit van de sjaria (zoals zij die begrijpen en willen vormgeven) niet onderhandelbaar. Niemand ziet op dit moment hoe een compromis eruit kan zien dat beide strijdende partijen met opgeheven hoofd kunnen verdedigen. Al is de kloof tussen de corrupte islamitische republiek met onvervulde beloften voor mensen- en vrouwenrechten en het Taliban-emiraat wellicht kleiner dan iedereen zou wensen.

Punt drie op de agenda zou eigenlijk economisch herstel moeten zijn. De verarming van het platteland en de verpaupering van de steden is na meer dan vier decennia oorlog, opstand, burgeroorlog en internationale inmenging ondraaglijk geworden. Het feit dat de economie voorlopig niet op de lijstjes voorkomt, kan twee zaken betekenen: ofwel wijst het op veronderstelde overlapping in de standpunten, ofwel op het feit dat de leidende politieke kringen van zowel overheid als opstand zelf weinig getroffen worden door de economische neergang.

Vrede in godsnaam

‘We mogen niet opnieuw de vergissing begaan om de kans tot nationale samenwerking te verspelen en mekaar te bevechten tot de dood.’

‘Er is een Afghaans gezegde dat zegt: zorg dat je niet tweemaal door dezelfde slang gebeten wordt.’ Met dat beeld verwees Masoom Stanekzai in 2015 naar de nachtmerrie van elke Afghaan of waarnemer: de herhaling van de verwoestende burgeroorlog in de jaren negentig na de terugtrekking van de Sovjet-Unie en de val van de regering Najibullah. ‘De bezetters trekken zich terug, we mogen niet opnieuw de vergissing begaan om die kans tot nationale samenwerking te verspelen en mekaar te bevechten tot de dood. Het is de interne chaos die toen de buurlanden aangezet heeft om tussen te komen.’

‘Trouwens,’ concludeert Masoom Stanekzai, ‘het is tegen alle regels van de islam om te blijven vechten en doden als er een logische en rationele weg naar een oplossing bestaat’. Hij verwees daarmee naar een mogelijkheid om gemene grond te vinden in het gedeelde geloof. Het is een mogelijkheid die door democratische activisten argwanend onthaald wordt, maar die bij de Afghaanse bevolking wellicht aanslaat. Zeker als die het einde van het geweld zou kunnen opleveren. Want wie weet is dat het begin van vrede.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur