Aids bestrijden is een moeilijk gesprek

Nieuws

Aids bestrijden is een moeilijk gesprek

11 juni 2011

Op de slotdag van de VN aidsconferentie in New York hebben de lidstaten van de Verenigde Naties een nieuwe verklaring aangenomen die de krijtlijnen uittekent voor de strijd tegen aids in de komende vijf jaar. De doelstellingen zijn ambitieus. Tegen 2015 wil de VN het aantal kinderen dat met de ziekte wordt geboren tot nul herleiden, 15 miljoen aids-patiënten wereldwijd behandelen en het aantal besmettingen via seksueel contact en druggebruik halveren. Duidelijke internationale doelstellingen, die nu wachten op een krachtdadige nationale implementatie.

De strijd tegen aids kunnen we winnen; dat was het motto van deze internationale top. ‘Er zijn positieve signalen aan de horizon, maar deze bijeenkomst heeft als boodschap dat we nu de aandacht niet mogen laten zakken,’ zegt Leo Kenny van UNAIDS. ‘De rapporten zeggen dan wel dat het aantal besmettingen daalt en er belangrijke nieuwe technologiën op komst zijn, maar de waarheid is dat er nog steeds een enorme groep mensen is die een behandeling nodig heeft maar ze niet kunnen krijgen. Dat is onaanvaardbaar.’

Nieuwe accenten, nieuwe uitdagingen

De 105-paragrafen tellende verklaring is deels een hertekening van het vorig international akkoord rond aids uit 2006, maar legt daarnaast enkele nieuwe belangrijke accenten. Vooraan op de agenda staat het terugschroeven van moeder-kind besmettingen, het verhogen van het aantal mensen in behandeling en aandacht voor de culturele en mensenrechten-dimensie van de aids-epidemie.

‘Op vlak van mensenrechten staan we nog in de beginfase,’ zegt Wim Van de Voorde, die de top volgde voor Sensoa. ‘We zijn er in geslaagd mensenrechten in het discours meer aandacht te geven en een pijler te maken in de strategieën van UNAIDS in de strijd tegen HIV. Maar dat moet nu vertaald en geïmplementeerd worden. Heel wat landen stellen zich daar echter heel terughoudend in op. ’

Preventie van nieuwe besmettingen wordt dan ook de meest uitdagende taak. Dat vraagt aandacht voor genderongelijkheid, voor discriminatie, voor ongelijke verdeling van rijkdom binnen de maatschappij. Preventie noodzaakt discussie over gevoelige themas als overspel, seksualiteit, druggebruik – kortom onderwerpen die in veel landen zelden openlijk worden besproken.

En ook financieel staat de internationale gemeenschap voor een grote uitdaging. Hoewel de VN-lidstaten in de verklaring beloofden tegen 2015 tussen 22 en 24 miljard dollar vrij te maken voor de strijd tegen aids in lage en middeninkomenslanden, daalden de financiële middelen voor HIV/AIDS sinds 2009 wereldwijd. ‘Donormoeheid is een gegeven,’ aldus Van de Voorde. ‘Hoe gaan we er financieel voor zorgen dat in 2015 vijftien miljoen HIV-patiënten in behandeling zijn? Gaan we dat doen op het dominante model van donorhulp, waarbij de gezondheid van heel wat mensen in lage inkomenslanden afhangt van beslissingen in London, Washington en Brussel? Of zoeken we naar innovatieve vormen van financiering?’

Een van de grootste uitdagingen uit onze geschiedenis

Aids is nog steeds de vierde grootste doodsoorzaak in lage inkomenslanden, de voornaamse doodsoorzaak onder jonge bevolkingsgroepen en de eerste doodsoorzaak bij vrouwen in een reproductieve leeftijd. Ondanks het dalend aantal infecties in verschillende Afrikaanse landen stijgt het aantal besmettingen in Centraal-Azië, Noord-Afrika, Oost-Europa en het Midden-Oosten. Met gemiddeld 1 op 20 homomannen besmet met het HIV, heerst ook in België onder bepaalde risicogroepen een geconcentreerde epidemie.

‘De VN-lidstaten hebben erkend dat HIV een van de grootste uitdagingen is uit onze geschiedenis,’ zei Joseph Deiss, Voorzitter van de VN-Algemene Vergadering, op de slotzitting van de top. ‘Maar de verklaring is sterk, de doelstellingen zijn tijdsgebonden en bieden een duidelijk en werkbaar stappenplan.’