Bangladesh worstelt nog met drop-outs

Bangladesh is er in de voorbije twintig jaar goed in geslaagd om meer kinderen op de schoolbanken te krijgen, maar drop-outs blijven een probleem. Gerichte programma’s moeten maken dat iedereen zijn lagere school afmaakt.

  • UN Photo/Kibae Park (CC by-nc-nd 2.0) Kinderen in een van de sloppenwijken van Dhakka UN Photo/Kibae Park (CC by-nc-nd 2.0)

Ongeveer een jaar geleden stopte de zevenjarige Afroza Khatun met school, omdat haar moeder niet langer kon toezien op haar huiswerk. Afroza’s vader stierf nog voor haar geboorte en haar moeder, Joshna, moest als dagarbeider werken om het gezin te onderhouden.

Een leerkracht van Enrich, het overheidsprogramma dat kinderen wil aanmoedigen om hun lagere school af te maken, had de verdwijning van Afroza op school opgemerkt en kwam in actie. Nu krijgt ze, samen met 29 andere leerlingen die met school waren gestopt, begeleiding bij haar huiswerk.

‘We helpen zulke kinderen met hun huiswerk. Tijdens informele lessen van twee uur leren we hen ook zingen, dansen, gedichten voordragen en werken we aan hun algemene kennis’, zegt Shireen, een van de tientallen leerkrachten die verantwoordelijk zijn voor het organiseren van zulke namiddaglessen in Ranihati.

Genderkloof

Khairul Bashar van de ngo Proyas Manabik Unnayan Society, die het Enrich-programma coördineert in Ranihati, zegt dat het moeilijk is om deze kinderen naar school te laten terugkeren. ‘Vanwege armoede kunnen ouders de extra last van helpen bij het huiswerk van hun kinderen niet opbrengen.’

‘Enrich is bedoeld voor sociale situaties waarin kinderen vaak moeten werken als aanvulling op het gezinsinkomen. Toen we ermee startten in 2010 in veertien dorpen in Ranihati was het percentage schoolverlaters meer dan 30 procent. In 2015 stopte er niemand, dat betekent 100 procent succes’, aldus Bashar.

Bangladesh heeft erg lovenswaardige vooruitgang geboekt door de genderkloof voor de lagere school te verkleinen.

Bangladesh heeft erg lovenswaardige vooruitgang geboekt door de genderkloof voor de lagere school te verkleinen. Vandaag worden iets meer meisjes dan jongens ingeschreven (98 procent versus 97 procent), en meer meisjes dan jongens werken hun lager onderwijs af.

Maar het is niet gemakkelijk geweest. Beleidsmakers moesten hun focus verleggen van gewoon gratis (lager) onderwijs naar specifieke interventies om armoede aan te aanpakken.

‘We merkten dat er meer inschrijvingen waren, maar dat het percentage drop-outs niet afnam. Daarop hebben we een aantal maatregelen genomen om arme ouders te overtuigen om hun kinderen naar school te sturen’, verklaart Mohammad Abu Hena Mostafa Kamal van het Directoraat voor Lager Onderwijs.

In 1993 bijvoorbeeld trad het Voedsel voor Educatie-programma in werking, om arme ouders die hun kinderen toch naar school stuurden te compenseren.

Tegelijk werden gemeenschapsscholen opgericht op plekken waar kinderen nog niet de mogelijkheid hadden om dicht bij huis les te volgen. ‘Ongeveer 80 procent van de lagere scholen die door de overheid worden gerund hebben nu ook kleuterklassen., zegt Kamal.

Ananda-scholen

Recenter is Reaching Out-of-School Children, een programma van de Wereldbank dat in 2004 werd uitgetekend. Het wil onder andere kinderen bereiken op het platteland die nooit naar school zijn geweest, grote aantallen drop-outs van voormalige lagere scholen, straatkinderen en kinderen van ontheemde gezinnen.

‘Toch blijven er nog veel drop-outs als gevolg van armoede’

Ook leercentra hebben een groot aandeel in het succes van lager onderwijs in Bangladesh. De zogenaamde Ananda Schools helpen arme ouders om de financiële last van onderwijs voor hun kinderen te verlichten. Ze verdelen gratis boeken, schoolmateriaal en uniformen. Deze scholen werden opgericht in regio’s met hoge armoedecijfers waar weinig kinderen zijn ingeschreven of hun lagere school afwerken.

‘Bangladesh heeft de voorbije twintig jaar opmerkelijke stappen gezet om kinderen op de schoolbanken te krijgen. Toch blijven er nog veel drop-outs als gevolg van armoede’, meent Rajashree Paralkar van de Wereldbank in Bangladesh.

Geen sanitair

Unicef, de belangrijkste partner voor Bangladesh bij het promoten van onderwijs voor kinderen, looft de vooruitgang maar is ook kritisch.

‘De grootste uitdaging is het opkrikken van de kennis die kinderen uiteindelijk opdoen. Ook het toezicht en de aansprakelijkheid van leerkrachten moet beter. In veel Bengaalse scholen is het aantal uren van contact tussen leraren en leerlingen drastisch verkleind, tot ongeveer de helft van de internationale norm’, stelt Edouard Beigbeder, vertegenwoordiger van Unicef in Bangladesh.

Daarnaast waarschuwen experts dat het geld voor onderwijs is teruggevallen van 14 procent van de begroting in 2000 tot 10,2 procent vandaag. Veel scholen hebben nog steeds geen degelijk sanitair en watervoorziening.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift