Zes kopstukken bogen zich over de vraag: waar gaat België in de wereld naartoe?

‘Op vlak van mensenrechten en milieu kijkt België nog veel te veel de kat uit de boom’

© 11.11.11/Mies Cosemans

Zes kopstukken bogen zich over de vraag: waar gaat België in de wereld naartoe?

In het kopstukkendebat van 11.11.11. gingen Meyrem Almaci (Groen), Assita Kanko (N-VA), Dirk Van der Maelen (sp.a), Alicja Gescinska (Open VLD), Marc Botenga (PVDA) en Sabine de Bethune (CD&V) met elkaar in gesprek over de globale gevolgen ons nationaal beleid.

Helaas kreeg 11.11.11. in de loop van de dag te horen dat zowel John Crombez (sp.a), Gwendolyn Rutten (Open VLD), Wouter Beke (CD&V) als Peter Mertens (PVDA) er niet bij konden zijn en een vervanger stuurden. Misschien beter zo, want politici die tijd vrijmaken voor debatten georganiseerd door het middenveld zijn misschien wel de partijvoorzitters van morgen. Hoofdredacteur Gie Goris leidde het debat in goede banen aan de hand van zes pittige stellingen over globale thema’s.

STELLING 1: De klimaatuitdagingen van armste landen zijn in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van rijke landen zoals België

Sabine de Bethune zegt meteen wat haar partij, de CD&V, hiervan vindt. ‘Inderdaad, België draagt een verantwoordelijkheid om de klimaatuitdagingen van de armste landen te ondersteunen. De vraag is hoe we die verantwoordelijkheid kunnen invullen. De eerste stap is een sterk klimaatbeleid in eigen land en dat zal grote budgettaire inspanningen vragen. We moeten beginnen met vegen voor onze eigen deur.’

‘Als je onze uitstoot als industriestaat bij elkaar optelt, kom je aan het dubbele van wat de 48 armste landen tot nu toe hebben uitgestoten’

Ook Dirk Van der Maelen (sp.a) gaat akkoord. ‘België is een van de oudste industriestaten ter wereld. Als je onze uitstoot van al die decennia bij elkaar optelt, kom je aan het dubbele van wat de 48 armste landen tot nu toe hebben uitgestoten. Vanuit die historische schuld moeten we meer bijdragen, dat principe is trouwens verankerd in de conferentie van Rio in 1992. Jammer genoeg doen we vandaag het tegenovergestelde, we komen onze internationale verplichtingen niet na. We hebben nochtans de economische capaciteit om meer bij te dragen aan de internationale klimaatfinanciering.’

Alicja Gescinska staat als onafhankelijke kandidate op de Europese lijst van de Open VLD. Ze vindt dat rijke landen ethisch verplicht zijn om hun verantwoordelijkheid op te nemen. ‘Wie in staat is om meer bij te dragen, moet meer bijdragen’, benadrukt ze. ‘Kunnen staat gelijk aan moeten. Er moet meer geïnvesteerd worden in onderzoek om na te gaan welke landen en sectoren het zwaarst getroffen zullen worden door klimaatverandering. Net daar moet de internationale gemeenschap ingrijpen.’

‘Investeren in dat onderzoek is niet meer nodig’, betwist Meyrem Almaci, ’we weten al lang dat de minst ontwikkelde landen het kwetsbaarst zijn voor de gevolgen van de opwarming van de aarde. De Belgische klimaatinspanning is in vergelijking met onze buurlanden bijzonder laag en moet dus naar omhoog. België trekt nu jaarlijks vijftig miljoen euro uit, een peulenschil naast de 300 miljoen euro die onze noorderburen vrijmaken. Daarom wil Groen het nationale klimaatbudget op zijn minst vervijfvoudigen. De Belgische ecologische voetafdruk is nog steeds een van de tien grootste ter wereld. Naast een historische schuld, hebben we ook duidelijk een actuele verantwoordelijkheid om meer inspanningen te leveren. Besparen op het klimaat kan niet meer, klimaatfinanciering moet serieus genomen worden.’

‘Driehonderd bedrijven zijn in ons land verantwoordelijk voor veertig procent van de totale uitstoot’

Marc Botenga zoomt verder in op de ecologische voetafdruk van België. ‘Driehonderd bedrijven zijn in ons land verantwoordelijk voor veertig procent van de totale uitstoot. Het voornaamste probleem zit dus bij de grote multinationale ondernemingen, niet bij de burgers. De PVDA vindt dat de grote bedrijven in het algemeen meer inspanningen moeten leveren en ook vanuit hun expertise en kennis op technologisch vlak meer kunnen bijdragen. Technologische innovatie zal een bepalende rol spelen in de strijd tegen de opwarming van de aarde. We moeten die technologie vrij beschikbaar maken voor ontwikkelingslanden om bijvoorbeeld duurzame landbouw te faciliteren. Dat is concrete solidariteit. Het slaat helemaal nergens op om patenten te leggen op technologische vernieuwing die de planeet ten goede komt.’

Voor de N-VA is het klimaat een globaal probleem dat een globale aanpak vereist. ‘Bedrijfswagens afpakken is geen oplossing,’ zegt Assita Kanko, ‘daar ga je de mensen in Mali geen stap mee vooruit helpen.’

STELLING 2: Naast de conventie van Genève is er een apart statuut nodig dat bescherming biedt aan mensen op de vlucht voor het klimaat

Binnen afzienbare periode gaan er verschillende regio’s compleet onleefbaar worden, denkt Botenga. ‘Als we in België al temperaturen zullen halen van tegen de 50 °C, stel je dan eens voor wat de opwarming van de aarde in Centraal-Afrika teweeg zal brengen.’ De PVDA pleit voor meer menselijkheid in het klimaatbeleid. ‘Een apart statuut voor klimaatvluchtelingen is dringend nodig.’

‘We kunnen toch niet niet iedereen naar hier halen, wie zal er beslissen wie klimaatvluchteling is en wie niet?’

Kanko (N-VA) is het daar niet mee eens. ‘Klimaatmigratie is geen oplossing voor het probleem. We kunnen toch niet niet iedereen naar hier halen, wie zal er beslissen wie klimaatvluchteling is en wie niet? Er is nood aan een Europees migratiebeleid om de mensensmokkelaars definitief buitenspel te zetten, alleen initiatief nemen heeft weinig zin. Wat we wel kunnen doen, is stoppen met doemdenken. Innovatie en technologie kunnen oplossingen bieden op termijn, we moeten daarin blijven geloven. Die vooruitgang moeten we exporteren om jobs te creëren en mensen een toekomstperspectief te bieden.’

Almaci en Van der Maelen vinden wel dat een apart statuut voor klimaatvluchtelingen noodzakelijk is en dat de conventie van Genève moet worden aangevuld. ‘Het VN-migratiepact gaf al een belangrijke aanzet richting een nieuw statuut voor klimaatvluchtelingen’, stipt Van der Maelen aan. ‘De vraag is hoe breed of nauw je dat statuut maakt, daar is uniforme internationale consensus over nodig.’

‘Ik huiver van het idee om aan de Conventie van Genève te raken’, zegt de Bethune, ‘zeker met het huidige internationale discours over vluchtelingen en migranten. We riskeren de doos van Pandora te openen. Dat neemt niet weg dat er dringend nood is aan een internationaal antwoord op de problematiek van klimaatvluchtelingen.’

© 11.11.11/Mies Cosemans

Hoofdredacteur Gie Goris leidde het debat in goede banen.

STELLING 3: Ontwikkelingssamenwerking met publieke middelen (de 0,7 procent) moeten we achterwege durven laten

Ontwikkelingssamenwerking met publieke middelen is absoluut nodig, de privé kan dat alleen niet aan, vindt Almaci. ‘Private investeerders worden afgeschrikt door de risico’s die investeren in ontwikkelingslanden met zich meebrengt. De overheid kan die vrees deels wegwerken door zelf het initiatief te nemen en eerst een voordeliger investeringsklimaat te creëren. Door gericht te investeren, met het oog op de Sustainable Development Goals (SDG’s), kunnen we het goede voorbeeld geven en aantonen dat investeren in ontwikkelingssamenwerking loont; dan pas zal de privé volgen.’

‘Het is triest dat we die 0,7 procent niet halen, want onderzoek toont aan dat er net nood is aan meer ontwikkelingshulp’

‘Het is triest dat we die 0,7 procent niet halen, ‘betreurt Gescinska (Open VLD), ‘want onderzoek toont aan dat er net nood is aan meer ontwikkelingshulp. ik vind dat de publieke budgetten voor ontwikkelingshulp de hoogte in moeten. Daarbij moeten we meer inzetten op een capabilities approach zodat we hulp op maat kunnen bieden.’

Dirk Van der Maelen: ‘Bovenstaande stelling lijkt me een van de laatste stuiptrekkingen van het neoliberalisme… Alles valt of staat bij een sterke overheid. Elk land heeft nood aan onderwijs, gezondheidszorg, fiscaliteit, infrastructuur en herverdeling; ontwikkelingshulp komt pas tot zijn recht als de publieke voorzieningen voldoende zijn uitgewerkt. Daar moet onze 0,7 procent in de eerste plaats naartoe gaan.’

Botenga van de PVDA wijst er op dat die 0,7 procent de laatste jaren is gedaald en dat een deel van dat geslonken ontwikkelingsbudget werd verschoven naar klimaat en vluchtelingen. ‘Dat kan natuurlijk niet, ontwikkelingshulp blijft noodzakelijk!’ Maar enkel ontwikkelingshulp is niet voldoende, verduidelijkt hij. ‘Jaarlijks vloeit er ongeveer vijftig miljard dollar uit Afrika weg richting het Westen, dat is meer dan wat er aan ontwikkelingshulp binnenkomt. Zonder een rechtvaardige, globale fiscaliteit zal de structurele plundering van het Afrikaanse continent blijven duren. Een internationaal belastingregime is de sleutel voor een duurzame ontwikkeling op onze planeet.’

STELLING 4: Gezien de corruptie en mensenrechtenschendingen van de Congolese overheid kunnen we de ontwikkelingssamenwerking met de Democratische Republiek Congo best stopzetten

Ondanks de teleurstellende afloop van de eerste democratische verkiezingen in de Democratische Republiek Congo, zijn er toch een aantal positieve signalen, vindt de Bethune. ‘Tshisekedi heeft al de politiek gevangenen vrijgelaten en geeft aan dat er ruimte is voor verdere dialoog over democratie en mensenrechten. Dat neemt niet weg dat we voorwaarden moeten stellen aan de ontwikkelingssamenwerking. Concreet kan dat door vooral met ngo’s samen te werken in plaats van met de Congolese overheid.’

‘Ontwikkelingssamenwerking met Congo zetten we best verder door samen te werken met ngo’s in plaats van de Congolese overheid’

Ontwikkelingshulp is van onontbeerlijk belang voor de Congolese bevolking, benadrukt Botenga. ‘We kunnen die niet zomaar stopzetten, want daarmee straffen we de burgers. We moeten in dialoog gaan met de Congolese regering zodat het land en de bevolking zelf kunnen bepalen wat ze met de ontwikkelingshulp doen. Het depolitiseren van ontwikkelingshulp gaat niet, dat is idealistisch.’ Opnieuw maakt hij de link naar fiscaliteit. ‘België moet bijdragen aan een structuur waardoor de multinationals die werkzaam zijn in Congo, eerlijk hun belastingen betalen.’

‘Jobcreatie is de sleutel in het hele ontwikkelingsvraagstuk,’ meent Kanko, ‘daarom moeten we vooral de private sector in Congo ondersteunen.’

STELLING 5: België en de EU moeten onmiddellijk de steun aan de Libische kustwacht stopzetten tot de mensenrechtensituatie er verbetert

Gescinska gaat hier helemaal niet mee akkoord. ‘Geld weghalen lost niets op, het zal de situatie alleen maar verergeren. Daar zijn zowel de VN als organisaties ter plekke het over eens. Vooraleer we de steun aan Libië stopzetten, moeten we begrijpen hoe de uiterst complexe situatie in elkaar zit. Libië is slechts een kleine schakel in een heel uitgebreid, internationaal smokkelnetwerk. We kunnen de Libische bevolking niet zomaar in de steek laten.’

‘Maar het moet wel gezegd worden, het akkoord met Libië heeft effect gehad; het aantal doden op de Middellandse Zee is gedaald’

Van der Maelen ligt ethisch in de knoop met deze stelling. ‘Als ik afga op het internationaal recht en op mijn principes, dan vind ik dat we de steun aan de Libische kustwacht onmiddellijk moeten stopzetten. De horrorpraktijken in de detentiekampen zijn verschrikkelijk. Maar het moet wel gezegd worden, het akkoord met Libië heeft effect gehad, het aantal doden op de Middellandse Zee is gedaald. Mijn vrees is dat als we de samenwerking met Libië stoppen, we daar een zware prijs voor zullen betalen. Het zal mensensmokkelaars ertoe drijven om opnieuw massaal mensen op gammele bootjes de volle zee op te sturen, met alle gevolgen van dien. Italië neemt geen vluchtelingen meer op en de Dublin onderhandelingen zijn mislukt. Ik stel voor dat we nog één jaar monitoren, vaststellen en dat we dan de balans opmaken en kijken of we Libië blijven steunen of niet.’

Botenga verstaat niet waarom zijn collega’s de steun aan Libië willen blijven verderzetten. ‘Er gebeuren de meest afschuwelijke dingen in die detentiecentra, er worden mensen dood gefolterd in de kampen aan de kust of doorverkocht als slaaf. We kunnen die samenwerking toch niet laten duren! Of mensen verdrinken in de Middellandse Zee of creperen in het midden van de Sahara maakt toch geen verschil? Dit is een typisch voorbeeld van het externaliseren van de Europese buitengrenzen. Vluchtelingen buiten houden, wat niet weet, niet deert. Push backs kunnen trouwens helemaal niet, ook niet als politiek standpunt. Dat is volledig in strijd met het internationaal recht. De PVDA pleit daarom voor veilige en legale wegen naar Europa om zo eindelijk een einde te maken aan de vele humanitaire drama’s aan de poorten van fort Europa.’

STELLING 6: Respect voor mensenrechten en milieu komen niet vanzelf. Er moet dringend werk gemaakt worden van een bindende regelgeving voor multinationale bedrijven

Ethisch ondernemen is een must, de initiatieven van de mensenrechtenraad binnen de VN kunnen als leidraad dienen, meent Almaci. ‘België kijkt nog veel te veel de kat uit de boom, we moeten dringend in actie schieten op zowel nationaal als internationaal niveau. Ook de Europese Unie moet een rol beginnen spelen in de mensenrechtenraad. Daarbij is het belangrijk om multinationale bedrijven verantwoordelijk te houden voor de hele keten van het productieproces.’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

‘Politiek moet bedrijven controleren en niet omgekeerd! Er is absoluut nood aan bindende regelgeving voor multinationale ondernemingen op het vlak van milieu en mensenrechten’

Gescinska: ‘De politiek moet de bedrijven controleren en niet omgekeerd. Er is absoluut nood aan bindende regelgeving voor multinationale ondernemingen op het vlak van milieu en mensenrechten.’

Kanko geeft toe dat het schenden van mensenrechten niet toelaatbaar is, maar reageert terughoudender. ‘We moeten opletten dat we de bedrijven niet wegjagen met bindende regelgeving. Beeld je eens in dat Arcelor Mittal, een van de groenste bedrijven in Europa, plotseling verhuist omdat extra verplichtingen hen teveel worden. Waar zouden we dan staan? Als overheid moeten we de bedrijven vooral informeren en sensibiliseren, verplichtingen opleggen heeft een averechts effect.’ De N-VA wil de economische realiteit verzoenen met ecologische en humanitaire ambities. ‘Het is vooral de consument die de macht in handen heeft en die moet gebruiken om de bedrijfswereld te sturen. De burgers moeten hun verantwoordelijkheid nemen en bewust consumeren’.

De PVDA en de sp.a wijzen vooral op de rol van de grote handelsverdragen als TTIP en CETA in het uithollen van de wetgeving rond milieu en mensenrechten. ‘Zowel de vorige als de huidige regering hebben gestemd voor handelsverdragen waarin juridische arbitragesystemen buitenproportioneel veel macht toekennen aan multinationale ondernemingen’, verduidelijkt Van der Maelen, ‘wat ten koste gaat van wetten en regels die dienen om arbeiders, consumenten en onze planeet te beschermen.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift