Gezinnen op straat in Brussel en Gent: wiens probleem?

In Brussel loopt op maandag 30 juni de verlengde winternoodopvang af. Dertig gezinnen dreigen nu weer op straat te komen. Op dezelfde dag moeten in Gent elf Slovaakse gezinnen het klooster dat ze tien maanden legaal kraakten ontruimen. Dakloosheid met een migratieachtergrond: een probleem van de stad, Vlaanderen, België of Europa?

De Meulesteedsesteenweg in Gent doet nog niet veel vermoeden van de toekomstige herbestemming – de ‘docklands van Gent’ ­– die de omgeving voorbij de Muide en Dok Noord zal krijgen. De havenbuurt is niet meteen de sunny side van Gent maar was tien maanden de woonbuurt van elf Slovaakse gezinnen. Het Emmaüsklooster dat vandaag nog onderdak biedt aan de gezinnen wordt straks, na het bouwverlof echter afgebroken.

(c) Evy Menschaert voor Victoria Deluxe

Emmaüsklooster Gent

‘Hoe kan ik nu gaan werken als we uit ons huis gezet worden?’, vraagt Jozef, een van de bewoners, zich in gebroken Nederlands af. Dat werken nu belangrijker is dan huisvesting, probeert vrijwilligster Carla - ‘mama’ - Ronkes uit te leggen. De sloophamer is er nog niet, de ontruiming zal niet vandaag zijn. ‘Maar sowieso moeten we eruit, wat moeten we dan?’ Wat volgt is een wat warrig verhaal over Jozefs zoektocht langs te dure huurappartementen en de vondst van een nieuw pand om te kraken, illegaal deze keer. Kortom: een duurzaam onderdak en een stabiel leven voor zijn gezin lijkt er nog niet aan te komen.

Housing First

In juni 2013 betrokken elf dakloze gezinnen van Slovaakse afkomst het Emmaüsklooster. De groep kreeg sinds augustus steun van vier Gentse vzw’s die onderhandelden met het Gentse stadsbestuur en de eigenaar CAW Oost-Vlaanderen voor tien maanden bezetting ter bede of een “legale kraak”. De energie- en waterkosten werden, onder meer via solidariteitsacties, gedragen door de vzw’s: Werkgroep Vluchtelingen Gent, Samenlevingsopbouw Gent, Rocsa vzw en Victoria De luxe. De vzw’s zetten zich het voorbije jaar met behulp van vele vrijwilligers en de buurdstewards van de stedelijke integratiedienst ook in om de gezinnen grip te laten krijgen op hun leven. Via het Housing First principe – eerst een dak, dan sociale stabilisering en integratie – werden de gezinnen begeleid naar scholing, tewerkstellingstrajecten en het zoeken naar duurzame huisvesting.

(c) Evy Menschaert voor Victoria Deluxe

Emmaüsklooster Gent

Vallen, opstaan en weer vallen?

‘Het Emmaüsklooster als Housing First project mag dan al symbolisch geladen zijn en sterke meningen uitlokken, het valt niet te ontkennen dat dit experiment rust bracht in de stad en een periode van stabiliteit betekende voor de bewoners.’  Dat staat te lezen in het evaluatierapport van de vier vzw’s.

Niemand ontkent dat het voorbije jaar een moeizaam proces was, maar de gezinnen legden de voorbije tien maanden een langere weg af dan in de vele jaren die voorafgingen, aldus de steunverleners. Het hardnekkig probleem blijft huisvesting.

‘Tien maanden zijn zo om’, zegt vrijwilligster Carla Ronkes. ‘Dit is een groep die structureel in armoede zit en heel erg is losgeraakt van de samenleving. We hebben zwaar geïnvesteerd om die band met de sociale omgeving terug op te bouwen. Mèt resultaten: kinderen gaan regelmatiger naar school, een deel volwassenen heeft regelmatig werk. Dat is een proces dat je niet plots kan doorknippen.’

In het belang van alle Gentenaars

Ronkes vindt dat de stad hier absoluut zijn verantwoordelijkheid moet nemen en oplossingen moet voorzien. ‘Ongeveer duizend woningen staan leeg in Gent, te wachten op renovatie. In de tussentijd kunnen mensen daar toch wonen, ook in de vorm van legaal kraken.’

‘Het argument van de stad dat zoveel anderen op de wachtlijsten van een sociale woning staan en dat je geen voorrangsbeleid mag uitvoeren, is sowieso dom’, vindt Ronkes. ‘Het is in het belang van alle Gentenaars om te investeren in deze uiterst precaire groep. Het gaat hier om een groep die, wanneer er geen goede begeleiding is, terug helemaal zal afglijden en extra druk zal leggen op de stad.’

‘We zien zeker ook dat er positieve resultaten zijn geboekt’, reageert Frank Philips, kabinetsmedewerker van de Gentse burgemeester Daniel Termont, die het project opvolgt. ‘We geloven in het Housing First principe, dat is ook waarom we steun hebben verleend aan het project. Maar we zien ook dat het verhaal complexer is dan gedacht.’

‘Niet alle gezinnen of personen hebben meegewerkt, niet alle gezinnen of personen zijn even constructief omgesprongen met de steun die ze kregen. We moeten dus pragmatisch naar een oplossing zoeken, op maat van gezinnen of personen, en niet op maat van de hele groep die nu als een symbooldossier naar voor wordt geschoven. Persoonlijk denk ik ook dat dit meer kans op slagen heeft.’

Betekent dat dan ook dat de stad Gent heel concreet voor huisvesting op maat zal zorgen? ‘We hebben geen nieuw project of pand klaar staan. We zullen zeker met de stedelijke integratiedienst de gezinnen verder opvolgen, en kijken of er oplossingen mogelijk zijn. Dat kan via sociale huisvesting of via de privé-markt.’

Europa moet handelen

De stad moet volgens Ronkes een antwoord geven maar Europa moet het probleem aanpakken. ‘Deze mensen, een groot deel van hen Roma, komen uit een land dat hen uitspuugde na de val van het communisme dat hen tenminste werkgelegenheid verschafte. Met de komst van het neoliberalisme werden ze als minderheid opzijgezet. De discriminatie is enorm. Het is aan de andere lidstaten om Slovakije op zijn verantwoordelijkheden en een degelijk minderhedenbeleid te wijzen.’

(c) Evy Menschaert voor Victoria Deluxe

Emmaüsklooster in Gent

‘Klopt’, zegt Frank Philips. ‘Het gaat om mensen die hier al jaren in een semilegaal statuut zijn. Doordat ze Europeaan zijn, vallen ze buiten het nationale opvangbeleid dat er wel is voor derdelanders. Deze mensen zijn Kosice echter niet zomaar ontvlucht. Ik deel dus de mening dat Europa hier een belangrijke rol heeft te spelen. We hebben vanuit Gent al meerdere brieven naar de Europese Commissie gestuurd. Maar de antwoorden bleven hangen in algemene verwijzingen naar de nationale Roma-actieplannen. We missen een stevig actiekader.’

Ook Christophe Thielens, woordvoerder van Samusocial, dat regelmatig Roma in de noodopvang krijgt, pleit voor internationaal maatwerk. ‘In België valt het Romabeleid onder de staatssecretaris van Sociale Integratie. Daar moet gehandeld worden. Maar vooral op het niveau van de Europese Unie harmonisering en een internationaal plan komen om een reële impact te bereiken op vlak van integratie maar er moet ook druk worden gezet op lidstaten als Slovakije om de Roma als minderheid te beschermen. Anders krijg je een pingpongbeleid waarbij dolende Roma van de ene naar de andere lidstaat worden geschoven, zoals nu het geval is.’

En dan Brussel

Ook in de hoofdstad dreigen gezinnen met kinderen, een mix van mensen zonder wettig verblijf en gezinnen met een Europese achtergrond, op straat te komen. In Brussel eindigt in de loop van augustus en september de voorlopige opvang van daklozen die vorig jaar uit het Gésuklooster werden gezet. Op maandag 30 juni zou er ook een stop komen aan de verlengde winteropvang in een pand in de Troonstraat van 53 families, 103 personen, waaronder maar liefst 66 kinderen.

Intussen werd beslist dat de laatste opvang nog met drie maanden wordt verlengd, onder de vleugels van de Brusselse regering en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Goed nieuws? ‘Nee’, zegt Thielens. ‘Het is alweer geen structureel antwoord. Onze concrete eis om dat pad van die driemaandenoplossingen te verlaten. We vragen een structureel opvangplan voor gezinnen met kinderen, ongeacht hun statuut. Als er centra bestaan voor vrouwen en kinderen, waarom dan niet voor gezinnen?’ Voor Thielens betreft het hier in de eerste plaats de directe verantwoordelijkheid van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GCC).

De rol van gemeenten

Emir Kir, burgemeester van Sint-Joost-ten-Node, de man achter de ontruiming van de Gésu, vindt dat de problematiek het gemeentelijke niveau overschrijdt. De gemeente zorgde, na de ontruiming voor tijdelijke huisvesting op zijn grondgebied, in appartementen voor negen gezinnen. Ook andere gemeenten en het Brusselse Woonfonds zorgden voor tijdelijke opvang.

‘De situatie in Gésu was niet houdbaar’, aldus Kir. ‘Gezinnen met kinderen leefden tussen drugs- en drankverslaafden, de brandveiligheid was ver zoek en er was enorm veel overlast. Wij hebben toen onze rol gespeeld. We hebben, als armste gemeente van Brussel, vijftig mensen in negen noodwoningen opgevangen. Dit loopt ten einde. Het is aan de GCC om een globaal antwoord en een concrete oplossing te geven.’

Vrijwillige terugkeer als antwoord?

Een deel van de mensen zonder wettig verblijf vallen dan weer onder de bevoegdheid van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Maggie De Block. ‘Dat klopt’, zegt woordvoerster Els Cleemput. ‘Wij staan in voor de opvang voor derdelanders behalve als ze illegaal zijn. Voor illegalen is de enige mogelijkheid om te kiezen voor vrijwillige terugkeer en dan via de open terugkeercentra opvang te krijgen. Families die hier illegaal zijn, moeten terugkeren. Een andere oplossing is er niet. Je zegt ook niet tegen iemand die naar de gevangenis moet, dat hij nog gerust buiten mag blijven.’ 

(c) Evy Menschaert voor Victoria Deluxe

Emmaüsklooster Gent

Families zonder wettig verblijf hebben geen mogelijkheid meer om zich ten volle op een toekomst te orïenteren, stelt Meeting, het Brussel onthaal- en steunpunt voor mensen zonder wettig verblijf.

‘De invulling van de open terugkeercentra, bovendien beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken wiens eigenlijke opdracht dit niet is, is een heel enge invulling van het wettelijk gegarandeerde opvangrecht voor minderjarige kinderen en hun ouders’, zegt Karen De Clercq van Samenlevingsopbouw Brussel.

‘Bovendien werkt het niet: een op twee families verdwijnen in de clandestiniteit en zo weer terug in de noodopvang. Dat laatste zien wij als een noodzakelijk kwaad. Het is dus een constante verschuiving van het probleem.’

‘We zien dat het verhaal van de ouders en hun kinderen te weinig centraal worden gesteld in het huidige terugkeertraject. Er dient aandacht te zijn voor de sociale realiteit van die gezinnen, voor ons soms vreemd en onbekend, zonder de familie ervan te beschuldigen dat ze niet binnen de verblijfslijntjes kleurt en dus zomaar terug te sturen.’

De Clerck wijst ook op de kwetsbare profielen van de betrokken families. ‘Drie vierde zijn eenoudergezinnen, waarvan ook alleenstaande moeders. Hoe kan een net bevallen alleenstaande moeder de keuze maken tussen een leven op straat met haar zuigeling of een terugkeer naar een land dat ze is ontvlucht?’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift