Belgische bedrijven ontlopen voor meer dan 35 miljoen euro belastingen in het Zuiden

Een studie van 11.11.11 naar de belastingakkoorden die België sluit met ontwikkelingslanden, toont dat het Zuiden de rekening betaalt. Nochtans beweert vice-premier De Croo dat onze regering er wil voor zorgen dat partnerlanden hun ontwikkeling zelf beter kunnen financieren, via betere belastinginning bijvoorbeeld.

  • (c) Gie Goris Ontwikkelingslanden verliezen belastinginkomsten door de erg ongelijke verdragen met België (c) Gie Goris

De studie die vandaag verschijnt, heet Op zoek naar een nieuw evenwicht. De impact van Belgische belastingverdragen op ontwikkelingslanden en kijkt naar het grote probleem van de belastingontwijking en -ontduiking in de wereld door het kleine gaatje van de Belgische bilaterale belastingverdragen. Met die scherpe focus heeft 11.11.11 dus niet de ambitie om het hele probleem van de mislopen belastinginkomsten in het Zuiden in kaart te brengen.

Aangezien een groot deel van dat probleem zich in de schemerzone van de fiscale werkelijkheid bevindt, is zo’n een “definitief” overzicht zelfs niet gelukt voor de grote multilaterale instellingen. De studie citeert bijvoorbeeld het cijfer van 100 miljard dollar per jaar, dat UNCTAD (de VN-organisatie voor Handel en Ontwikkeling) geeft voor het verlies dat ontwikkelingslanden lijden door winstverschuiving via offshorecentra, terwijl het IMF het totale verlies van belastinginkomsten door gebruik te maken van internationale achterpoortjes voor ontwikkelingslanden op 200 miljard dollar raamt.

Nog een ander cijfer dat het globale belang van betere belastinginning aangeeft, komt uit World Economic Situation and Prospects 2015. Dat VN-rapport schat de niet-belaste kapitaalberg die zich in belastingparadijzen bevindt tussen 21 en 32 biljoen dollar. Als dat bedrag aan bodemtarieven belast zou worden, zou het jaarlijks meteen 189 miljard dollar nieuwe inkomsten opleveren –meer dan wat de rijke landen nu aan ontwikkelingshulp geven.

Dubbel (niet) belasten

Het onderzoek van 11.11.11 analyseert dus ‘de impact van de Belgische bilaterale belastingverdragen met ontwikkelingslanden’. De ontwikkelingsorganisatie doet een poging om ‘de impact van deze verdragen op de publieke financiën van de partnerlanden te becijferen’, met bijzondere aandacht voor ‘de specifieke verdragen die België heeft onderhandeld met een aantal Afrikaanse partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking, met name DRC, Rwanda, Oeganda, Marokko en Senegal.’

De “Dubbelbelastingverdragen” die het voorwerp zijn van dit onderzoek hebben als doel te vermijden dat winsten, interesten of dividenden tweemaal belast worden, zowel in het land waar de economische activiteit plaatsvindt als in het land waar de hoofdzetel zich bevindt en de uiteindelijke winst dus terechtkomt. De facto zorgen de verdragen er soms voor dat de winst nergens belast wordt, of dat de tarieven zo naar beneden bijgesteld worden, dat er sprake is van onaanvaardbare derving van noodzakelijke inkomsten om de eigen ontwikkeling te financieren.

In een van de conclusies van het onderzoek zegt 11.11.11 dat het Belgische model van de dubbelbelastingverdragen niet afgestemd is op de belangen van ontwikkelingslanden. ‘Verder bevatten de Belgische belastingverdragen met Afrikaanse partnerlanden een aantal afwijkende bepalingen die bijzonder schadelijk kunnen zijn voor die partnerlanden. Dergelijke schadelijke bepalingen lijken het resultaat van een doelbewuste onderhandelingsstrategie van België. In een aantal gevallen werken deze verdragen dubbele niet-belasting in de hand, wanneer ze inspelen op Belgische fiscale niches zoals de notionele interestaftrek.’

Tegen de ontwikkelingslogica in

De negatieve impact van de onderzochte belastingverdragen met 28 lage- en middeninkomenslanden schat 11.11.11 op minstens 34,5 miljoen euro per jaar. Dat cijfer is echter geen exacte weergave van de de werkelijke impact, aangezien de gegevens van de financiële stromen tussen deze landen en België niet openbaar gemaakt worden. Het onderzoek moet dus werken met enkele aannames om het globale bedrag aan inkomsten uit interesten en dividenden te herberekenen naar waarschijnlijke land-per-land cijfers.

‘Terwijl vrijwilligers zich uitsloven om het Zuiden kansen te geven, zorgt onze regering ervoor dat mogelijke inkomsten uit het Zuiden wegvloeien’

‘Als deze belastingverdragen de ontwikkelingslanden jaarlijks 35 miljoen euro kosten’, zegt Bogdan Vanden Berghe, ‘dan komt dat overeen met de opbrengst van bijna zes jaar 11.11.11-campagnes. Terwijl vrijwilligers zich uitsloven om het Zuiden kansen te geven, zorgt onze regering ervoor dat mogelijke inkomsten uit het Zuiden wegvloeien naar de Belgische bedrijven of hun aandeelhouders.’

Het bedrag van bijna 35 miljoen euro per jaar voor 28 landen kan laag lijken, maar de ontwikkelingslanden hebben dergelijke overeenkomsten met de meeste rijke landen, waardoor het opgetelde verlies wel degelijk impact krijgt op de ontwikkelingskansen. Een vergelijkbaar onderzoek dat in Nederland uitgevoerd werd door de ngo SOMO, komt voor de Nederlandse belastingverdragen bovendien tot een veel hoger totaal aan gederfde inkomsten voor ontwikkelingslanden, namelijk 700 miljoen euro per jaar. Dat heeft op de eerste plaats te maken met de fiscale gunstregimes die gelden in Nederland en ervoor zorgen dat onze noorderburen momenteel zowat de grootste bron van buitenlandse investeringen ter wereld geworden zijn.

Belangrijker dan het concrete cijfer, is de vaststelling dat door deze bilaterale verdragen de belastingvoet op interesten gemiddeld met 5 procent zakt en die op dividenden met 1,5 procent. En dan wordt nog geen rekening gehouden met de fiscale gunstregimes waarvan dezelfde multinationale bedrijven in België vaak genieten. Uit de analyse van de concrete verdragen blijkt overigens dat er veel bepalingen voorkomen die voor bijkomende mogelijkheden van belastingontwijking zorgen. De verdragen met de Democratische Republiek Congo en Oeganda zorgen er bijvoorbeeld voor dat deze landen geen belasting kunnen heffen op de winsten die gemaakt worden wanneer een Belgische onderneming goederen aankoopt in DRC of Oeganda en in België verkoopt.

De algemene tendens die 11.11.11 vaststelt bij deze dubbelbelastingverdragen met ontwikkelingslanden is dat het machtsverschil tussen België en de partnerlanden duidelijk zichtnbaar wordt in het feit dat de zwakkere landen beduidend slechtere voorwaarden krijgen dan de sterkere landen. Het verdrag met China bevat meer garanties tegen misbruiken dan de verdragen met Congo, Senegal of Rwanda. Dat gaat in tegen de ontwikkelingslogica en tegen de belofte van opeenvolgende regeringen om in alle beleidsbeslissingen te streven naar een coherentie met die ontwikkelingslogica.

Een nieuwe start

Op basis van dit verkennend onderzoek besluit 11.11.11 dat België zijn belastingverdragen met ontwikkelingslanden moet herzien, uit respect voor zijn eigen beloften en uitspraken ten voordele van het versterken van de binnenlandse belastinginning in ontwikkelingslanden. De koepel van Noord-Zuidbewegingen verwijst daarvoor naar Nederland, dat op basis van parlementair debat over de materie besloot tot het heronderhandelen van 23 dubbelbelastingverdragen.

Omwille van de potentieel grote impact, vraagt 11.11.11 ook veel meer transparantie over zowel de onderhandelde verdragen als de reële kapitaalstromen die erdoor gevat worden –zodat zowel volksvertegenwoordigers als middenveldorganisaties hun kritische rol beter zouden kunnen spelen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur