Buitenlandse studenten in Vlaanderen: wie zijn ze en wat doen ze?

Vandaag start het nieuwe academiejaar, ook voor de duizenden buitenlandse studenten die aan de vijf Vlaamse universiteiten komen studeren. Uit welke landen komen ze en wat studeren ze? En is de aanwezigheid van dit internationaal gezelschap voordelig voor universiteiten?

  • © Jirka Matousek (CC BY 2.0) Het blijkt dat elke Vlaamse universiteit meer EU-studenten dan niet-EU-studenten herbergt, zelfs wanneer we de Belgische studenten buiten beschouwing laten. © Jirka Matousek (CC BY 2.0)

Wanneer je dezer dagen in één van de vijf Vlaamse universiteitssteden –  Gent, Brussel, Leuven, Antwerpen en Hasselt – vertoeft, dan kan je er haast niet naast kijken: tienduizenden studenten hebben de vakantiezon achter zich gelaten en trekken stilletjes aan weer richting hun alma mater.

Onder hen bevinden zich ook veel buitenlandse studenten, afkomstig uit verschillende uithoeken van de wereld. Veel is over hen echter niet geweten. Daarom trok MO* op onderzoek uit: hoeveel buitenlandse studenten herbergen de Vlaamse universiteiten en wie zijn zij juist? En vormen zij een sociaal-culturele en/of financiële meerwaarde?

Omdat de meeste gegevens over dit academiejaar nog niet bekend zijn, baseren we ons op de statistieken van vorig academiejaar.

VUB meest internationaal gekleurd

De Katholieke Universiteit Leuven (KU Leuven) bleek het meeste buitenlandse studenten aan te trekken. Vorig academiejaar telde de KU Leuven ongeveer 57.000 studenten, waarvan er bijna 11.000 (18,7%) uit het buitenland afkomstig waren. Dat betekende een lichte stijging in vergelijking met het jaar daarvoor toen iets meer dan 9900 studenten (17,7%) de niet-Belgische nationaliteit hadden.

De Universiteit Gent (UGent) prijkt op plaats twee. Ook deze universiteit kende de laatste jaren een toenemend aantal buitenlandse studenten. Concreet telde de UGent in het academiejaar 2014-2015 iets meer dan 45.000 reguliere studenten – studenten die zich inschreven aan de UGent zelf. ‘Zo’n elf procent daarvan (of omgerekend bijna 5000 studenten, red.) had en niet-Belgische nationaliteit’, zegt Frederik De Decker, hoofd van de afdeling Internationalisering.

‘Naast deze buitenlandse reguliere studenten, hadden we ongeveer 1200 inkomende uitwisselingsstudenten (die ingeschreven zijn aan een instelling in het land van oorsprong, red).’ Beide categorieën stegen de laatste jaren trapsgewijs. Zo telde de UGent vijf jaar geleden een vierde minder internationale studenten.

De Universiteit Antwerpen vervolledigt de top drie met haar 2800 buitenlandse studenten. Wat neerkomt op bijna veertien procent buitenlandse studenten, aangezien de unief in totaal ruim 20.000 studenten herbergde.

De Vrije Universiteit Brussel (VUB) ligt daar niet ver van. ‘Vorig academiejaar hadden we op een totaal van bijna 14.000 studenten nagenoeg 2800 buitenlandse studenten’, vertelt Jan Cornelis, vicerector Internationaal Beleid. Hoewel de VUB qua absoluut aantal dus ver achter ligt op de KU Leuven en UGent, is de Brusselse universiteit met 20,2 procent buitenlandse studenten proportioneel gezien wel het meest internationaal gekleurd. ‘Dat de universiteit zich in Brussel bevindt, de hoofdstad van Europa, is een belangrijke oorzaak daarvan’, aldus Cornelis.

De Universiteit Hasselt tot slot scoorde zowel absoluut als relatief gezien het laagst, met nog geen 700 buitenlandse studenten (12,5%) op een totaal van 5500.

© Jirka Matousek (CC BY 2.0)
 
© Jirka Matousek (CC BY 2.0)

Nederland alomtegenwoordig

Dat Nederland afgelopen academiejaar  aan de vijf Vlaamse universiteiten de meeste buitenlandse studenten leverde, is niet echt verbazingwekkend. Bij de KU Leuven, UGent en VUB hadden plusminus een vijfde van de buitenlandse studenten de Nederlandse nationaliteit. Bij de Universiteit Hasselt en Universiteit Antwerpen ging het wel om respectievelijke percentages van maar liefst 36,3 en 54,3 procent. De gemeenschappelijke taal, de nabijheid van de uniefs en de hogere inschrijvingsgelden die in Nederland van kracht zijn, lijken grotendeels dit fenomeen te verklaren.

Eveneens opmerkelijk is het groot aantal Chinezen dat in Vlaanderen kwam studeren. Vooral aan de grotere universiteiten KU Leuven en UGent was het Aziatisch land met respectievelijke percentages van 7,7 en 6,1 procent sterk vertegenwoordigd.

Ook Duitsland stond afgelopen academiejaar voor een groot aantal studenten in met percentages die varieerden van 3,7 procent (KU Leuven) tot 9,6% procent (VUB).Voorts waren eveneens veel studenten afkomstig uit crisislanden Italië en Spanje – met percentages tussen de drie en vijf procent.

Angelsaksische studenten afwezig

Groot-Brittannië en de Verenigde Staten scoorden dan weer opmerkelijk slecht. De Angelsaksische landen kenden aan de meeste uniefs een representatiegraad van om en bij de één procent. De moeilijkheid om met Britse en Amerikaanse uniefs uitwisselingsovereenkomsten te maken, ligt aan de grondslag daarvan, menen zowel Cornelis als De Decker. ‘Dat komt vooral door de hoge inschrijvingsgelden die de Angelsaksische universiteiten vragen en hun zeer grote eigendunk’, stelt De Decker.

Jacqueline Couder, directeur Internationale Relaties aan de VUB, geeft toelichting bij dat laatste aspect. ‘De scores aan Vlaamse universiteiten zijn anders dan aan de Amerikaanse. Vlaamse universiteiten geven lager scores. Een twintig op twintig is hier zo goed als uitgesloten, een achttien op twintig is al uitzonderlijk. Dat valt moeilijk te correleren met de verwachtingen van de Amerikaanse universiteiten om enkel “straight-A-studenten” te aanvaarden.’

Voor reguliere buitenlandse studenten spelen er dan weer andere redenen mee, geeft Cornelis aan. ‘Binnen de VS is er sprake van een sterke interne mobiliteit, ontbreekt er een cultuur om naar Europa te komen en is er een verkeerde perceptie over de prijs-kwaliteitverhouding van Belgische universiteiten.

EU omnipresent

Voorts blijkt dat elke Vlaamse universiteit meer EU-studenten dan niet-EU-studenten herbergt, zelfs wanneer we de Belgische studenten buiten beschouwing laten.

Waar bij de Universiteit Hasselt (51%) en KU Leuven (52,5%) er nog min of meer sprake is van een fiftyfifty-situatie, daar kennen de VUB (58,5%) en zeker de Universiteit Antwerpen (77,9%) ontegensprekelijk meer EU-studenten. Voor de UGent hadden we bij het moment van publicatie nog geen gegevens over deze thematiek verkregen.

© Shane Global (CC BY 2.0)
 
© Shane Global (CC BY 2.0)

Engelstalige opleidingen populair

Buitenlandse studenten zijn vooral sterk vertegenwoordigd in het master- en doctoraatsniveau. Vooral de VUB kent in beide niveaus een hoge vertegenwoordiging van buitenlandse studenten: 26 procent van de masterstudenten en 40 procent van de doctoraatsstudenten heeft een niet-Belgische nationaliteit.

‘Dat heeft te maken met het feit dat binnen de onderzoekswereld voornamelijk het Engels van belang is, waardoor taalproblemen op deze niveaus minder vaak voorkomen’, stelt Cornelis. ‘Bij onze bachelors bijvoorbeeld maken de internationale studenten slechts zeven procent uit. Dat is weinig maar komt doordat we geen Engelstalige bacheloropleidingen aanbieden.’

Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat aan de Vlaamse universiteiten voornamelijk opleidingen met Engelstalige vakken het populairst zijn onder buitenlandse studenten. Concreet zijn zij het sterkst vertegenwoordigd in de faculteiten Bio-ingenieurswetenschappen, Ingenieurswetenschappen & Architectuur, Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen en Economie & Bedrijfskunde. 

Diversiteit aan beurzen

Buitenlandse studenten kunnen tegenwoordig kiezen uit tal van beurzen. De beurzen uit het Erasmusprogramma zijn over het algemeen nog steeds het populairst, menen zowel Cornelis als De Decker.

‘Studenten uit ontwikkelingslanden maken dan weer vaak gebruik van de beurzen van de VLIR-UOS (Vlaamse Interuniversitaire Raad voor Universitaire Ontwikkelingssamenwerking, red.) en Erasmus Mundus’, stelt Cornelis. ‘Voorts maken velen ook gebruik van beurzen van het land van herkomst’, vult De Decker aan. ‘Vooral in groeiende economieën zoals China en Brazilië zien we dat er de laatste jaren sprake is van een opmars aan beurzen.’

© Cal America (CC BY 2.0)
 
© Cal America (CC BY 2.0)

Socio-culturele meerwaarde

Zowel Cornelis als De Decker zijn het er over eens dat de aanwezigheid van buitenlandse studenten voordelig kan zijn voor Belgische studenten.

‘We weten dat onze meeste studenten in hun latere leven ergens in Vlaanderen of België op lokaal vlak actief zullen zijn’, steekt Cornelis van wal. ‘Desalniettemin vinden we het belangrijk dat ze daarbij steevast een wereldwijde context voor ogen houden. En aangezien niet elke student stage zal lopen of zal studeren in het buitenland, is het aantrekken van buitenlandse studenten dé manier om hen internationale, multiculturele skills aan te leren. ‘Samen studeren, opdrachten maken, naar de les gaan: dát zorgt voor een verhoogde internationale kennis. Daarom zetten we zo sterk in op wat “internationalisation at home” genoemd wordt.’

De Decker legt uit welke maatregelen de UGent daarvoor neemt. ‘Allereerst proberen we buitenlandse en Belgische studenten zoveel mogelijk in contact te brengen met elkaar, bijvoorbeeld door te werken met gemengde klassen. Maar we stimuleren onze faculteiten ook om zoveel mogelijk internationaal leermateriaal te gebruiken en daarin case studies uit de landen van herkomst te implementeren. Voorts trachten we ook veel buitenlandse lesgevers aan te trekken.’

‘Op die manier worden studenten automatisch geconfronteerd met een verscheidenheid aan wereldbeelden, concepten, inzichten, enzovoort, en worden ze opgeleid om multiperspectivistisch met wetenschappelijke vragen om te gaan’, aldus De Decker.

Financieel voordelig?

Maar hebben universiteiten ook financiële belangen om buitenlandse studenten aan te trekken? ‘Dat is geen zwart-witverhaal’, stellen zowel Cornelis als De Decker.

‘Het is vooral belangrijk om vooraf het juiste kwaliteitsniveau van de studenten in kwestie in te schatten’, meent Cornelis. ‘We zoeken namelijk hoofdzakelijk buitenlandse studenten die een kans tot slagen hebben. In het hoger onderwijs is er slechts in beperkte mate nog sprake van inputfinanciëring, waarbij onderwijsinstellingen worden gefinancierd op basis van het aantal ingeschreven studenten. Nu is hoofdzakelijk outputfinanciëring van kracht, waarbij het aantal behaalde credits en diploma’s van belang is.’

‘Bovendien zou het ook niet sociaal wenselijk zijn om zoveel mogelijk buitenlandse studenten aan te trekken, zonder rekening te houden met hun capaciteiten’, vult De Decker aan. ‘Een buitenlandse studie houdt namelijk voor veel mensen een grote financiële inspanning in. Het is dan ook allesbehalve leuk om met slechte resultaten huiswaarts te keren. Zeker voor studenten uit Azië, waar de prestatiedruk groot is, kan dat dramatische gevolgen hebben.’  

Noot: we contacteerden ook de KU Leuven, Universiteit Antwerpen en Universiteit Hasselt voor bijkomende informatie. Niemand uit deze universiteiten kon ons echter te woord staan. De drukte in de aanloop van het nieuwe academiejaar werd daarbij als reden aangehaald. 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift