Charles Michel: 'Nu besparen op ontwikkelingssamenwerking is imbeciel'

Nieuws

Charles Michel: 'Nu besparen op ontwikkelingssamenwerking is imbeciel'

Minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel organiseerde op dinsdag 5 mei in het Egmont paleis een tweede Staten-Generaal van de Ontwikkelingssamenwerking. Centraal thema was de impact van de financieel-economische crisis op Afrika. Voornaamste boodschap: wie de crisis aangrijpt om de ontwikkelingssamenwerking in vraag te stellen, krijgt morgen de factuur gepresenteerd in de vorm van toegenomen migratie, instabiliteit en onveiligheid.

‘Ontwikkelingssamenwerking is op de eerste plaats een morele opdracht en een reflex van solidariteit en menselijkheid. Maar het is ook een belangrijke bijdrage aan politieke en economische stabiliteit in de wereld, en dus aan veiligheid voor ons allemaal’, besloot minister Charles Michel zijn toespraak in het Egmont paleis.
Het plaatje dat de minister en de Afrikaanse experts schetsten van de impact van de huidige crisis op de Afrikaanse ontwikkelingskansen, was inderdaad allesbehalve rooskleurig. De globale economische groei in het continent daalt van 5,25 procent in 2007 naar 3,25 procent in 2009 –nauwelijks voldoende om de bevolkingsgroei bij te benen– terwijl de Verenigde Naties berekenden dat Afrika minstens een volgehouden groei van 7 procent zou moeten kennen om tegen 2015 de millenniumdoelstellingen te halen. Bovendien verwacht de Afrikaanse Ontwikkelingsbank een terugval van niet minder dan 40 procent in de remittances, het geld dat migranten terugsturen naar hun familie. Tegelijk zouden de privé-investeringen in Afrika in elkaar storten: van 650 miljard dollar in 2007 naar 120 miljard dollar in 2009. ‘Was er eerst nog sprake van dat de financiële crisis Afrika grotendeels zou sparen dankzij de geringe integratie van het continent in de internationale financiële netwerken, dan worden de cijfers over de impact van de economische crisis op de ontwikkeling van de sub-Saharaanse landen beangstigend’, aldus Michel.
Gelijkaardige cijfers werden naar voor gebracht door Donald Kaberuka, voorzitter van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank en voormalig Rwandees minister van Financiën en Plan. Zijn pleidooi was dubbel. Op korte termijn moet een verdere afbrokkeling van de sociaal-economische toestand in Afrika voorkomen worden, moet er gezorgd worden voor een stevig opvangnet voor de armen én moet alles in het werk gesteld worden om de moeizame vooruitgang in het realiseren van de millenniumdoelstellingen veilig gesteld worden. Voor dat laatste denkt Kaberuka dat internationale hulp onmisbaar is. 
Op de lange termijn wil hij echter dat Afrika een eigen economische dynamiek ontwikkelt, waardoor de afhankelijkheid van hulp verdwijnt. Dé grote uitdaging om dat te realiseren, zegt hij, is de economische integratie van het versnipperde Afrikaanse continent.  Er moet dus ook in –continentale– infrastructuur, energievoorziening en transport geïnvesteerd worden.  In dat verband merkte Charles Michel tijdens een persconferentie op dat de inbreng van nieuwe donoren zoals China interessante nieuwe mogelijkheden creëert –zolang er maar op toegezien wordt dat daardoor geen nieuwe schuldenbergen onstaan.
Met een gevoel van verplicht optimisme besloot Kaberuka dat Afrika de crisis te boven zal komen en dat het dan “the next frontier” zal zijn. ‘Afrikaanse regeringen beseffen dat ze meer nodig hebben dan de terugkeer van hoge grondstoffenprijzen. Ze zijn dan ook bereid hun bestuur verder te hervormen en te verbeteren. Daarvoor verdienen ze steun. Maar ze hebben ook ruimte nodig om hun eigen beleid te bepalen, in plaats van voortdurend bezig te zijn met het managen van de prioriteiten van donoren allerhande.’
Minister Michel blijft intussen volmondig bevestigen dat de Belgische regering moet vasthouden aan haar belofte om volgend jaar 0,7 procent van het Bruto Binnenlands Product aan ontwikkelingssamenwerking te besteden. ‘Ik wil geen deel uitmaken van een politieke generatie die terugkomt op die gemaakte engagementen.’ Hij noemde de eventuele tegenstelling tussen investeren in ontwikkeling van het Zuiden en het redden van onze eigen economie een “imbeciele analyse”. Het een kan niet zonder het ander, bevestigde hij meermaals. In één adem wordt wel steeds het belang van ontwikkeling voor veiligheid, en vice versa, vermeld. Of de minister de groei van het Belgische ontwikkelingscijfer wil halen door meer te investeren in vredes- en beveiligingstaken met het leger, is voorlopig nog niet duidelijk. Wellicht zorgt het nieuwe budget straks voor meer opheldering op dat vlak.