EU slabakt weer

Cindy Franssen: ‘België moet Europese strijd tegen hormoonverstoorders aanvoeren’

Sander van der Wel (CC BY-SA 2.0)

Hormoonverstoorders zitten ook in papflessen (na opwarming van plastic in de microgolf).

Terwijl het verbod op hormoonverstorende stoffen wordt uitgehold, staat de volksgezondheid op het spel. Zo’n 10.000 stoffen worden als mogelijke hormoonverstoorders gecatalogeerd, maar slechts 1.300 stoffen werden tot vandaag getest op hormoonverstorende eigenschappen. Tijd voor actie, denkt de Belgische Senaat. Met haar informatieverslag rond de preventie en eliminatie van hormoonverstorende stoffen wil België een voortrekkersrol spelen en een Europese dynamiek in gang zetten.

Op vrijdag 9 maart werd in de Senaat het informatieverslag rond hormoonverstorende stoffen voorgesteld. Dit verslag bevat 72 aanbevelingen en wil hét referentiewerk worden voor alle beleidsmakers die aan de slag willen gaan rond hormoonverstoorders. Voor de opstelling van dit informatieverslag hebben de rapporteurs zich gebaseerd op een benchmarking, en een reeks hoorzittingen en adviezen van universiteiten, onderzoekscentra, officiële instanties, belangengroepen en bedrijven.

Hormoonverstorende stoffen - als Bisphenol-A (BPA), ftalaten, dioxines, parabenen - zitten overal in ons dagelijks leven: in verzorgingsproducten, brandvertragers, verf, verpakkingsmateriaal… Anno 2018 is het onmogelijk om niet blootgesteld te worden aan hormoonverstorende stoffen.

​Globaal gevaar

De Europese Unie is nagegaan wat de impact van hormoonverstoorders is op de Europese volksgezondheid. De schade wordt geraamd op 157 miljard euro per jaar. Health and Environment Alliance (HEAL) stelt dat ‘de kosten alleen maar zullen toenemen als er geen actie ondernomen wordt’.

Hormoonverstoorders worden in verband gebracht met een verminderd IQ, autisme, ADHD en obesitas. Ook dragen ze bij tot genitale misvorming, borst- en teelbalkanker.

Hormoonverstoorders worden in verband gebracht met een verminderd IQ, autisme, ADHD en obesitas. Ook dragen ze bij tot genitale misvorming, borst- en teelbalkanker. De blootstelling aan hormoonverstorende stoffen zou ook gevolgen kunnen hebben voor het risico op de ontwikkeling van alzheimer en parkinson. Zij geven ook transgenerationele effecten op basis van stoornissen van de genregulering.

In een rapport van de Wereldgezondheidsorganisaties (WHO) en het VN-milieuprogramma (UNEP) uit 2012 werden hormoonverstoorders al omschreven als ‘een mondiaal gevaar waarvan de oorzaken worden onderkend’. Een opmerkelijke uitspraak als je weet dat de WHO tien jaar eerder alleen nog maar sprak over ‘een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid’.

‘Als een gerenomeerde instelling als de WHO haar standpunt zo drastisch wijzigt kan je niet anders dan dit ernstig nemen’, zegt senator Cindy Franssen (CD&V) die het verzoek deed tot het informatieverslag inzake hormoonontregelaars.

Afwachtende houdingen 

De pesticiden- en biocidenwetgeving uit 2009 en 2012 verbiedt het gebruik van stoffen met hormoonverstorende eigenschappen in de EU. Om dit verbod in de praktijk te brengen, besliste het Europees Parlement en de Raad dat de Commissie voor eind 2013 wetenschappelijke criteria moest ontwikkelen voor het gebruik van hormoonverstorende stoffen. Deze criteria zouden worden toegepast binnen onder andere de Europese regelgeving rond schadelijke stoffen, zoals REACH, een verordening voor de registratie, evaluatie, autorisatie en beperking van synthetische stoffen. De Commissie miste de wettelijke deadline voor het opstellen van de criteria en Zweden klaagde in mei 2014 de Commissie aan voor het Europees Hof van Justitie.

Na het missen van haar deadline en de bijhorende veroordeling door het Hof besloot de Commissie haar koers te wijzigen. In juni 2014 kwam ze met een plan voor een impactstudie, de zogeheten ‘routekaart’. Een kosten-batenanalyse van de mogelijke criteria en de gevolgen op maatschappelijk, economisch en gezondheidsvlak.

‘Het Europese beleid rond hormoonverstoorders is voor vele EU-lidstaten nog ontgonnen terrein. Dit werkt een afwachtende houding in de hand’

In juni 2016 presenteerde de Commissie haar impactanalyse en voorstel voor het beter reguleren van hormoonverstorende stoffen. De Commissie stelde dat er ‘een bewezen negatief effect op mensen moet zijn, voordat een stof als hormoonverstorend aangewezen kan worden’. Met dit voorstel gaan er maar heel weinig stoffen onder de definitie van hormoonverstoring vallen. Velen zagen het voorstel dan ook als een overwinning van de chemische industrie.

In juli 2017 kwam de Commissie met een richtlijn. De focus op biociden en pesticiden werd fors uitgebreid naar alle hormoonverstorende stoffen, dus ook cosmetica, textiel en kledij. Ook werden voortaan ‘mogelijke’ hormoonverstoorders mee in de richtlijn opgenomen, waarbij voldoende bewijslast enkel tot een verbod kan leiden. Tot het onderzoek is afgerond, kunnen hormoonverstorende stoffen nog steeds worden gebruikt.

Senator Franssen meent dat de Europese Unie toch de belangrijkste arena blijft om structurele maatregelen te nemen inzake hormoonverstorende stoffen.

‘De meeste landen baseren zich dan ook op de Europese beslissingen en de EU-normering. België neemt actief deel aan de Europese werkzaamheden en drong er al in 2014 bij de Europese Commissie op aan om tot geharmoniseerde acties en wetenschappelijke criteria rond hormoonverstoorders te komen. Ik heb het gevoel dat deze complexe problematiek voor vele EU-lidstaten nog ontgonnen terrein is. Dit werkt afwachtende houdingen in de hand.’

Avital Pinnick (CC BY-NC-ND 2.0)

Voeding uit blik stelt ons bloot aan Bisphenol-A (BPA).

Het voorbeeld van Denemarken en Zweden

Denemarken en Zweden hebben daarentegen zelf maatregelen tegen hormoonverstorende stoffen genomen. Zo hebben ze een Nordic Ecolabel waarbij hormoonverstoring een van de criteria is voor niet-toekennen van het label. Ook de Belgische Senaat wil ecolabels verbieden voor producten die hormoonverstoorders bevatten. Daarnaast wil ze de Europese Unie aanmoedigen dat het de afwezigheid van hormoonverstorende stoffen als een extra criterium beschouwt voor de toekenning van het Europese ecolabel, aldus het informatieverslag.

Denemarken en Zweden hebben daarentegen zelf maatregelen tegen hormoonverstorende stoffen genomen.

Reeds eind jaren 90 heeft Denemarken verschillende acties ondernomen, nadat wetenschappers het verband legden tussen hormoonontregelaars en het stijgend aantal jonge mannen met vruchtbaarheidsproblemen en zaadbalkanker. In 2008 werd in Denemarken een kenniscentrum voor hormoonverstorende stoffen opgericht dat onderzoek verricht, nieuwe kennis vergaart en advies geeft aan de overheid. In het kader van een actieplan reserveerde de Deense overheid 3,3 miljoen euro voor het ontwikkelen van alternatieven voor zorgwekkende chemicaliën en voor het monitoren van schadelijke stoffen in consumentenproducten. De Deense overheid zet ook sterk in op voorlichtingscampagne om zwangere vrouwen te informeren over schadelijke stoffen.

Zweden is dan weer koploper in het verbieden van hormoonverstorende bestrijdingsmiddelen. Met het Zweedse Agentschap voor Chemische Stoffen streeft het een effectief toezicht na op (import)producten. Zweden voerde ook een milieubelasting in waardoor het gebruik van zeventien soorten ftalaten tussen 1998 en 2011 is gehalveerd.

Proactief België

Het informatieverslag wil de verschillende overheden in België aanzetten tot een effectief en gericht beleid te komen om zowel de verspreiding als de mogelijke schadelijke gevolgen van hormoonverstorende stoffen in te dammen. Het verslag telt 5 hoofdstukken:
1.  Sensibilisering, preventie en etikettering
2. Normering, beperking, verbod en economische regelgeving
3. Wetenschappelijk onderzoek en opleiding
4. Overleg en samenwerking
5. Beleid
Volgens Franssen moet België zelf actie ondernemen. ‘Wat Denemarken en Zweden doen, kan België ook. Hoe meer individuele lidstaten initiatieven nemen, hoe sterker we bottom-up en op een democratische manier richting kunnen geven aan het Europees beleid.’

Met het informatieverslag trekt Franssen aan de alarmbel. ‘We willen de blootstelling aan hormoonverstoorders beperken, de verspreiding ervan in te dammen en het gebruik ervan in productie en consumptie reguleren. Bijzondere aandacht moet uitgaan naar kwetsbare groepen: zwangere vrouwen, jong kinderen en adolescenten.’

‘De overheden moeten niet wachten met maatregelen te nemen tegen hormoonverstorende stoffen tot de schadelijkheid ervan werd aangetoond’

Het is bekend dat universiteiten partnerschappen aangaan met de industrie om hun onderzoek te kunnen financieren. Subsidiëring door de industrie kan voor de wetenschapper echter belangenconflicten met zich meebrengen. Daarom is het belangrijk dat er een kwaliteitscontrole wordt uitgevoerd door andere wetenschappers, stelt het rapport. Een dergelijke controle is tot nu toe onbestaande voor gegevens die de industrie voortbrengt.  

‘De overheden moeten zich in hun beleid laten leiden door het voorzorgsprincipe, dat stelt dat de overheid niet moet wachten met maatregelen te nemen tegen hormoonverstorende stoffen tot de schadelijkheid ervan werd aangetoond. België moet een voortrekkersrol spelen, ook op Europees niveau.’

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift