Congolese krijgsheren verliezen grip op conflictmineralen

Conflictmineralen zijn een belangrijke oorzaak van uitbuiting en een bron van inkomsten van rebellenbewegingen in de Democratische Republiek Congo. Uit een rapport blijkt echter dat die sinds 2010 de controle over twee derde van alle mijnen verloren.

Het Enough Project, van een Amerikaanse ngo die genocides en misdaden tegen de mensheid bestrijdt, maakte dinsdag de terugtrekking van Oost-Congolese rebellenbewegingen bekend. Dalende inkomsten liggen aan de basis van de aftocht.

Oorzaak van de evolutie is een Amerikaanse financiële wet uit 2010 die potentiële afnemers van conflictmineralen tot meer transparantie verplicht. De wet leidde tot een dalende vraag naar conflictmineralen en geeft legale ondernemingen in de regio meer kansen.

Grondstoffen zoals tin, tantaal en wolfraam leverden de Oost-Congolese krijgsheren tot voor kort zo’n 185 miljoen dollar per jaar op. De handel in Afrikaanse conflictmineralen kon jarenlang zijn gang gaan dankzij gebrekkige overheidscontrole.

Dodd-Frank

Het keerpunt in de strijd voor meer transparantie kwam met de Amerikaanse Dodd-Frank-wet. President Obama ondertekende de wet in 2010 om de controle op Wall Street te verscherpen en een herhaling van de financiële crisis uit 2007 te voorkomen.

De wet behelst ook de handel in conflictmineralen en dwingt bedrijven hun bevoorradingsketens openbaar te maken. Potentiële afnemers van conflictmineralen melden zich voortaan bij de Securities and Exchange Commission (SEC), de toezichthouder van de Amerikaanse effectenbeurzen.

Conflictmineralen worden vaak in computers, tablets en gsm’s gebruikt en grote merken zoals Apple en Intel willen elke associatie met conflictmineralen vermijden omwille van de negatieve impact.

Meer transparantie

De sector stapte daardoor de voorbije jaren massaal af van het gebruik van conflictmineralen, met als gevolg een aanzienlijke daling van de winstmarges voor de rebellenmilities.

Het Enough Project voerde een grootschalige controle uit bij 155 mijnen en bestempelde 112 daarvan als “conflictvrij”. In 2010 waren nog vrijwel alle mijnen in handen van milities.

‘Mijnen die in handen waren van krijgsheren zoals Bosco Ntaganda maken nu deel uit van vreedzame bevoorradingsketens’, aldus Sasha Lezhnev van het Enough Project. ‘Congolese mijnwerkers verdienen tot veertig procent meer aan de mijnen.’

Het Enough Project en andere ngo’s baseerden zich voor het opstellen van de wet op ervaringen uit het verleden, zoals de textielindustrie in het Verre Oosten, en de imago-impact van conflictmineralen bij de consument nam een essentieel deel van de campagne in beslag.

 

Militair aspect

Naast een wettelijk luik boekt ook de assertieve houding van de lokale VN-vredesmacht resultaat. MONUSCO hanteert sinds kort een robuuster mandaat en werkt nauwer samen met het reguliere regeringsleger.

De MONUSCO-troepenmacht telt 20.000 man, en verpletterde eind 2013 met het Congolese leger de M23-rebellenbeweging. De uitschakeling van de rebellengroep, die volgens vele waarnemers door buurland Rwanda gesteund werd, zorgde voor toegenomen stabiliteit in de regio.

Toekomstige uitdagingen

Niet alles is echter even positief. Het Enough Project wijst op de gebrekkige goudcontrole en de corruptie in het leger. Afpersing en illegale belastingheffingen blijven, ondanks de demilitarisatie van de mijnen, een alledaags zicht.

Om de financiering van rebellenmilities door goud aan banden te leggen, richt de ngo zich voortaan op de juwelensector. De organisatie hoopt de sector tot eenzelfde transparantie te kunnen bewegen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift