Digitale platforms brengen boeren samen

Coronacrisis doet Afrikaanse boeren innoveren

2010CIAT / NeilPalmer / Flickr (CC BY-SA 2.0)

‘Vlees was heel duur’, zegt onderzoeker Lutomia Kweyu, ‘dus veel mensen begonnen peulvruchten en groenten te verbouwen en te eten. Dat waren mensen die al eerder tuinierden en anderen die niet eerder hun eigen eten verbouwden maar nu thuis zaten, minder vaak naar de markt wilden én minder wilden uitgeven aan voedsel.’

Boeren in Oost- en Zuid-Afrika waren vóór de komst van de coronapandemie sterk afhankelijk van landbouwinput uit het buitenland. Maar inmiddels zijn ze, in de ene regio meer dan in de andere, met hulp van nieuwe technologieën onafhankelijker geworden.

Uit onderzoek blijkt dat boeren in Oost-Afrika (Burundi, de Democratische Republiek Congo (DRC), Ethiopië, Kenia, Tanzania en Oeganda) zich beter hebben kunnen aanpassen aan de impact van COVID-19 dan die in Zuidelijk-Afrikaanse landen als Malawi, Zambia en Zimbabwe.

De regionale verschillen kunnen volgens de onderzoekers grotendeels verklaard worden door het verschil in het moment waarop lockdownmaatregelen werden afgekondigd. Ook de toegang tot en implementatie van nieuwe technologie én culturele verschillen bij het aanpassen aan de nieuwe situatie verklaren de verschillen.

Timing van de pandemie

Eileen Bogweh Nchanji is genderspecialist bij de Alliance of Bioversity International en CIAT en co-auteur van het artikel, dat werd gepubliceerd in Advances in Food Security and Sustainability. Ze legt uit dat de eerste COVID-19-lockdowns in zuidelijk Afrika midden in de peulvruchtenoogst vielen – een belangrijk gewas voor de voedselzekerheid en het levensonderhoud van veel mensen.

‘We waren afhankelijk van import en input, voornamelijk uit Azië en Europa… Toen trof de pandemie Azië, een belangrijke bron van kunstmest en veevoer.’

‘Als je naar buiten moest om je gewassen te verkopen, kon je niemand vinden voor het transport ervan. Veel mensen verloren hun oogst’, vertelt ze. In Oost-Afrika was dat minder het geval, legt ze uit, omdat de lockdowns een voordeliger moment in de oogstcyclus raakten, en ook omdat familieleden die terugkeerden uit de steden plotseling beschikbaar waren om te helpen.

Lutomia Kweyu, onderzoeker bij de Keniaanse Agricultural and Livestock Research Organization en co-auteur van het artikel, zegt dat al vóór de pandemie de voedselsystemen ten zuiden van de Sahara erg kwetsbaar waren en dat timing inderdaad een grote factor was.

‘We waren afhankelijk van import en input, voornamelijk uit Azië en Europa… Toen trof de pandemie Azië, een belangrijke bron van kunstmest en veevoer’, zegt hij. Dat leidde tot grote verstoringen in de toeleveringsketens van die bronnen.

Veranderingen in het gedrag van boeren

Kweyu vertelt dat met name in Oost-Afrikaanse landen als Kenia de perceelgrootte van stadsboerderijen sterk toenam. ‘Stedelijke boeren wilden toegang hebben tot gezond en veilig voedsel; dus breidden ze de percelen in de stedelijke gebieden uit, om de productie te verhogen.’

‘Vlees was heel duur’, zegt hij, ‘dus veel mensen begonnen peulvruchten en groenten te verbouwen en te eten. Dat waren mensen die al eerder tuinierden en anderen die niet eerder hun eigen eten verbouwden maar nu thuis zaten, minder vaak naar de markt wilden én minder wilden uitgeven aan voedsel.’

Kweyu zegt dat in vergelijking met landen in zuidelijk Afrika meer boeren in Oost-Afrika toegang hadden tot overheidssteun, en dat de toeleveringsketens daar stabieler waren.

Digitale platforms wisten de boeren samen te brengen met tussenhandelaren die grote hoeveelheden producten voor de verkoop samenbrengen.

‘Het enorme verschil was het vermogen van de Oost-Afrikaanse boeren om hun grondstoffen te verwerken tot producten met een toegevoegde waarde’, legt hij uit. ‘Vooral in Kenia is de zuivelverwerkingscapaciteit hoger; werden de melkwagens tot essentiële diensten verklaard en is in de zuivelproducerende regio’s de verwerking van melk tot boter en yoghurt aanzienlijk toegenomen.’

Naarmate de pandemie voortduurde, vonden boeren in Oost- en zuidelijk Afrika ook oplossingen voor veevoer en kunstmest dichter bij huis.

Hulp van apps

Een verrassende bevinding, vertelt Nchanji, was de snelle acceptatie van communicatie-apps om nieuwe verbindingen tussen boeren en kopers te vergemakkelijken. En in het algemeen leidden de uitdagingen van de lockdowns en gestokte toeleveringsketens ertoe dat boeren hun activiteiten opnieuw gingen bekijken.

‘Ze konden voor dat seizoen niets meer doen, maar ze realiseerden zich wel dat ze veel tijd over hadden op de boerderij. Dus begonnen ze na te denken over wat ze nog meer konden verbouwen en hoe ze hun waren efficiënter konden verkopen.’

Ze legt uit dat digitale platforms de boeren samen wisten te brengen met tussenhandelaren die grote hoeveelheden producten voor de verkoop samenbrengen.

‘In Kenia bijvoorbeeld kan iemand nu een bericht in een WhatsApp-groep plaatsen: ‘ik heb deze hoeveelheid bonen te koop in dit district’, en dan kan een groothandelaar direct contact opnemen in plaats van langs verschillende boerderijen te moeten.’

Maar, zegt ze, de prijzen liggen hierbij over het algemeen onder de oude marktprijs, omdat veiligheidsmaatregelen en schaarste tot hogere transportkosten hebben geleid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift