Nieuwe crisis dreigt voor ontwikkelingslanden

Volgens het jaarlijks rapport van de VN-organisatie voor Handel en Ontwikkeling (Unctad) is de wereldeconomie er slecht aan toe. Bepaalde schokken, zoals de Brexit, zouden een nieuwe fase van de economische crisis kunnen inluiden. En dan zijn het armere landen die daar het zwaarst onder lijden.

  • Pete Lewis/Department for International Development (CC BY 2.0) Pete Lewis/Department for International Development (CC BY 2.0)

De wereldeconomie zal volgens UNCTAD 2,3 procent groeien dit jaar. Dat is een lichte afname tegenover de 2,5 procent van 2015. In de ontwikkelde landen daalt de groei van 2 naar 1,6 procent. Vooral de Aziatische economieën blijven het goed doen met een gemiddelde groei van 4 procent, maar hier tegenover staat een groeikrimp in Afrika en een economische recessie in Latijns-Amerika en de Caraïben.

Aangezien de ontwikkelde economieën het slecht blijven doen, heeft ook de rest van de wereld het moeilijk. De groeicijfers liggen al zes jaar op rij ver onder het gemiddelde van voor de crisis van 2008. De EU recupereerde volgens UNCTAD minder snel van de crisis dan de VS door een terughoudender monetair beleid en de besparingsmaatregelen, die nefast bleken.

Goede dienaars, slechte meesters

Volgens het rapport heeft de crisis er dan wel voor gezorgd dat het financiële systeem voor een deel gezuiverd werd, echte hervormingen zijn uitgebleven. De crisis was een kans om doortastend op te treden maar voor politici en beleidsmakers was het erg snel weer ‘business as usual’ en werd het financiële systeem en de bijhorende globale economische krachten ervaren als iets waarop ze toch geen invloed hebben.

‘Het overhevelen van meer macht naar de markten is altijd een politieke keuze, meer dan een economische of technologische noodzakelijkheid.’

Schuldenlasten liggen op dit moment hoger dan ooit en ongelijkheid blijft maar stijgen. Bedrijven maken dan wel weer groten winsten, maar arme landen en burgers hebben het nog steeds moeilijk, aangezien de lonen, werkgelegenheid en welvaartsvoorzieningen onder constante druk van besparingsmaatregelen staan.

Globale markten zijn goede dienaars maar slechte meesters, aldus UNCTAD. Het rapport benadrukt dat het overhevelen van meer macht naar deze markten altijd een politieke keuze is, meer dan een economische of technologische noodzakelijkheid. Op dit moment zou de invloed van de financiële markten op beleidsmakers en politici nog steeds aan het stijgen zijn.

Vrije, competitieve markten leken lang het antwoord om economische groei te stimuleren. Nu blijkt volgens UNCTAD dat dit in bepaalde markten leidt tot de concentratie van de grondstoffen en middelen bij een handvol bedrijven en intensievere concurrentie, die niet zomaar tot een eerlijke verdeling van die groei leidt.

Het is hoog tijd, aldus UNCTAD voor wereldleiders om de haperende groei, stijgende ongelijkheid, onvoldoende wereldwijde vraag en groeiende schuldenbergen als alarmsignalen over de staat van de economie ernstig te nemen, waar ook het IMF al voor waarschuwde.

Het nadeel van geglobaliseerde markten

De ontwikkelingslanden kenden sinds het nieuwe millennium een opleving van hun economie, met dank aan een toename in handel en kapitaalstromen in het zuiden. Door de markten open te gooien voor buitenlandse investeerders, banken en instituten werden de ontwikkelingseconomieën vervlochten met de globale economie. Dit bracht economische groei, maar ook sterkere blootstelling aan de fluctuaties op de wereldmarkt met zich mee.

‘De ontwikkelingseconomieën zijn wel aan het groeien, maar niet op een stabiel fundament.’

De belofte van investeringen die een structurele transformatie in de ontwikkelingseconomieën had moeten teweeg brengen binnen de mondiale economie, blijft voorlopig onvervuld. Hierdoor zijn de ontwikkelingseconomieën wel aan het groeien, maar niet op een stabiel fundament. Bepaalde beleidsmaatregelen in ontwikkelde landen kunnen dan ook verregaande invloed op hun economieën kan hebben.

Het onvermogen van de ontwikkelde landen om hun economieën weer op de (groei)rails te krijgen heeft volgens UNCTAD grote invloed op de economieën in ontwikkelingslanden. In 2015 daalde de wereldwijde handel in goederen met 12,7 procent. Hoewel dit nog niet het geval is bestaat het gevaar dat landen door deze negatieve tendensen naar protectionistische maatregelen zullen grijpen, en zo de handel verder verstikken.

De economische groei in de ontwikkelingslanden na de crisis van 2008 was, volgens het rapport, grotendeels te danken aan kapitaalstromen uit de ontwikkelde economieën. Als reactie op de crisis begonnen de centrale banken van de ontwikkelde landen geld in de economie te pompen wat voor geld zorgde om te investeren in ontwikkelingslanden. Het uitschrijven van staatsobligaties in deze economieën steeg van ongeveer 2 miljard in 2009 tot bijna 18 miljard in 2014.

‘Bepaalde schokken, zoals de Brexit, kunnen de fragiele staat van de wereldeconomie op zijn kop zetten.’

Het rapport benadrukt het verband tussen stijgende ongelijkheid en de haperende wereldhandel. Onder andere door besparingsmaatregelen wordt er minder geld in lonen gestoken, waardoor de vraag naar koopwaar, voornamelijk uit ontwikkelingslanden vermindert. Door deze negatieve spiraal trekken investeerders hun geld dan ook terug uit deze economieën.

In 2015 werd er 656 miljard dollar weggetrokken uit de ontwikkelings- en transitielanden en 185 miljard in het eerste kwartaal van 2016 alleen al. Deze kapitaalvlucht zorgt voor grote schuld in deze landen, die moeilijker en moeilijker af te betalen lijkt. Landen als China en India lijken hier aan voor een deel aan te ontsnappen aangezien ze groot genoeg zijn om een eigen binnenlandse markt te creëren, maar voor kleinere landen is dit mogelijks catastrofaal.

Een schuldencrisis in het Zuiden

Het resultaat is dat er nu een reëel gevaar is dat na de hypotheekcrisis in de VS en de eurocrisis in de EU een derde luik aan de crisis, een schuldencrisis  in de ontwikkelingslanden, aankomt. Bepaalde schokken, zoals de brexit, kunnen de fragiele staat van de wereldeconomie op zijn kop zetten, aangezien de economieën sinds 2008 niet radicaal genoeg hervormd zijn.

De oplossing hiervoor ligt volgens het rapport in een gebalanceerd beleid dat meer geld in de economie pompt, maar ook de financiële wereld beter reguleert en via minimum loon, directe taxatie en sociale programma’s herverdeling binnen de maatschappij in de hand werkt. Grote infrastructuurwerken lijkt in de meeste landen een goede zaak. Ook moet er over de landsgrenzen heen worden samen gewerkt om belastingontduiking aan te pakken en in te zetten op CO2 arme groei.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift