De Wereldbank na Wolfowitz

Nieuws

De Wereldbank na Wolfowitz

18 mei 2007

De raad van bestuur van de Wereldbank heeft vanochtend bekendgemaakt dat Paul Wolfowitz op 30 juni opstapt als voorzitter van de Wereldbank.

Wolfowitz lag wekenlang onder vuur omdat hij zijn vriendin Shaha Riza in 2005 een loonsverhoging van 60.000 dollar toekende, tegen de regels in en zonder medeweten van de raad van bestuur. Shaha Riza ‘moest’ immers van baan verhuizen toen haar partner baas bij de Wereldbank werd. Zij ging aan de slag bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken inclusief de door de Wereldbank betaalde loonsverhoging.  
Een tweede rapport van de ad hoc onderzoeksgroep binnen de Wereldbank concludeerde begin deze week dat Paul Wolfowitz op alle punten de regels van de Bank overschreden heeft en dat zijn handelswijze zware schade toegebracht heeft aan de instelling. Wolfowitz doet de resultaten van het onderzoek af als “onevenwichtig en foutief”.
De Verenigde Staten namen de verdediging op zich van Wolfowitz, die tot mei 2005 vice-minister van Defensie in de Amerikaanse regering was, maar woensdag leek het Amerikaanse standpunt dan toch te versoepelen. Snow, een woordvoerder van het Witte Huis, herhaale dat Amerika “vertrouwen heeft in Wolfowitz”, maar zei ook dat de raad van bestuur een uitweg moet vinden “om de integriteit van de instelling te bewaren”.
Nadat Wolfowitz zijn ontslag aankondigde zei Tony Fratto, een woordvoerder van het Witte Huis aan de Britse omroep BBC: “Paul Wolfowitz is een goede man die gepassioneerd is over het lot van de armen in de wereld. We hadden liever Wolfowitz aan het hoofd van de bank zien blijven, maar de president heeft zijn beslissing met tegenzin aanvaard.”

Transparantie

Een van de problemen voor Wolfowitz, en eigenlijk ook wel voor de Wereldbank, is dat ze zich de voorbije jaren opwerpen als de herauten van goed bestuur en transparantie, terwijl er nu meer dan ooit vragen zijn of zij wel goed geplaatst zijn om anderen daar de les over te spellen. 
Intern kwam er steeds meer kritiek op dit beleid van Wolfowitz. Zo annuleerde hij leningen aan Oezbekistan, nadat dit land de VS landingsrechten weigerde voor militaire vliegtuigen. Afghanistan, Irak en Pakistan, de frontlijnen van Amerika’s oorlog tegen terrorisme, kregen dan weer wel volop Wereldbank-fondsen. Wolfowitz leek hoe langer hoe meer, eerder de buitenlandse politieke belangen van zijn land te verdedigen dan armoedebestrijding.
De Bank, samen met het Internationaal Muntfonds (IMF), was en is, ondanks enkele aanpassingen, een van de minst doorzichtige internationale instellingen. Verslagen over de bijeenkomsten van de bestuursraad blijven er minstens tien jaar geheim. Het is doorgaans slechts via lekken dat de buitenwereld op de hoogte raakt over wie daar wat heeft gezegd.
Typerend voor het gebrek aan transparantie is de wijze waarop de topman van de Wereldbank, de managing director, benoemd wordt. De afspraak is daarbij al zestig jaar dat de topman van het IMF een Europeaan is terwijl het bij de Wereldbank een burger van de VS is.

Opvolging

Er zijn geen duidelijke criteria waaraan topmannen moeten voldoen. De benoeming is een obscuur politiek proces dat volkomen beheerst wordt door de VS en de Europese landen die samen zowat 50% van de stemmen in het bestuur van de Bank  hebben. De rijke landen samen halen 60% van de stemmen. Belangrijke beslissingen vergen een meerderheid van 85%, wat de VS met hun 17% van de stemmen een veto geeft.
Wolfowitz’ benoeming was sowieso ook omstreden omdat hij als een van de voornaamste architecten gold van de Irakoorlog, die bij nogal wat West-Europese landen en ontwikkelingslanden al van in het begin niet goed lag. Dat verbeterde er niet op naarmate de interventie uitmondde in de helse chaos waarin Irak steeds dieper wegzonk. Wolfowitz als Werelbanktopman aanvaarden, was als het ware ook een heel klein beetje de Irakoorlog goedkeuren.
Weinig kans, dus, dat de suggesties van Joseph Stiglitz, nobelprijswinnaar economie, ex-Wereldbanktopman en ex-economisch topadviseur in de regering Clinton, het halen. Stiglitz ziet in Arminio Fraga, het voormalig hoofd van de Centrale Bank van Brazilië of Kemal Dervis, voormalig minister van Financiën in Turkijke, nu hoofd van het UNDP (het ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties), waardige opvolgers van Wolfowitz.
In afwachting van een nieuwe voorzitter circuleren op het weblog “Wolfowitz has resigned” (voorheen: “Wolfowitz must resign”) al namen van tijdelijke voorzitters, zoals Graeme Wheeler, managing directeur bij de Wereldbank, Vincenzo LaVia, de financieel directeur van de bank of Lars Thunell, voorzitter van de International Finance Corporation.