De Wereldbank overtreedt haar eigen regels

De Wereldbank heeft herhaaldelijk haar eigen regels overtreden door een ontwikkelingsinitiatief in Ethiopië te financieren dat achtervolgd werd door klachten dat het gedwongen uitzettingen van duizenden inheemsen sponsorde. Dat blijkt uit een gelekt rapport opgesteld door een inspectiepanel bij de bank.

© Kristof Clerix

Actievoerders, onder meer van 11.11.11, protesteren tegen de mogelijke afzwakking van de Wereldbank-safeguards voor het gebouw van de bank in Brussel (september 2014)

Het rapport, dat het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) kon inkijken, onderzoekt een gezondheids- en onderwijsinitiatief dat het voorbije decennium bijna twee miljard dollar financiering heeft gekregen van de Wereldbank. Leden van het inheemse Anuak-volk in de Ethiopische provincie Gambella stelden dat de Ethiopische overheid een deel van het budget van de Wereldbank gebruikte om een programma van massale gedwongen uitzettingen te ondersteunen, en dat Anuak die weigerden te verhuizen door soldaten werden geslagen, verkracht en vermoord.

Jaren nadat de aantijgingen werden gelanceerd, bleef de bank het gezondheids- en onderwijsinitiatief financieren.

Operationele link

Het rapport van het interne Inspectiepanel van de Wereldbank kwam tot de conclusie dat er een ‘operationele link’ bestond tussen het door de Wereldbank gefinancierde programma en het herlocalisering-offensief van de Ethiopische regering. Dat droeg de naam ‘villagization’.

‘De bank heeft de gedwongen verhuizing van tienduizenden inheemsen van hun voorouderlijk land mogelijk gemaakt’

Het panelrapport besluit dat de Wereldbank – door deze link niet te hebben erkend en geen actie te hebben ondernomen om de gemeenschappen in kwestie te beschermen – haar eigen beleid inzake projectbeoordeling, risicoanalyse, financiële analyse en de bescherming van inheemse volkeren heeft overtreden.

‘De bank heeft de gedwongen verhuizing van tienduizenden inheemsen van hun voorouderlijk land mogelijk gemaakt’, zegt David Pred, directeur van Inclusive Development International, een ngo die de klacht indiende namens 26 Anuak vluchtelingen.

‘Géén commentaar’

© Kristof Clerix

De Wereldbank ging niet in op vragen van ICIJ over het rapport. ‘De standaardprocedure is dat werknemers van de Wereldbank geen commentaar mogen geven op de resultaten van onderzoeken van het Inspectiepanel totdat de bestuursraad van de Wereldbankgroep de kans heeft gehad om in de komende weken het panelrapport te beoordelen’, aldus Phil Hay, woordvoerder van de bank voor Afrika, in een geschreven antwoord.

In eerdere reacties op de aanklacht zei het management van de bank dat er geen bewijzen bestonden van wijdverbreid misbruik of uitzettingen, en dat de Anuak ‘niet direct en nadelig beïnvloed zijn geweest – en dat ook niet zullen zijn – door de niet-uitvoering door de bank van zijn beleid en procedures’.

Het rapport gaat niet zover dat het de bank verantwoordelijk acht voor de meest ernstige misbruiken.

Aangezien het rapport van het panel nog niet gepubliceerd is, zou het kunnen dat sommige bewoordingen nog worden herzien vooraleer een finale versie wordt vrijgegeven, maar naar verwachting zullen de basisconclusies van het rapport niet veranderen.

Het rapport gaat niet zover dat het de bank verantwoordelijk acht voor de meest ernstige misbruiken. Het panel heeft niet geprobeerd de aantijgingen van gedwongen uitzettingen en mensenrechtenschendingen te onderzoeken, aangezien het van oordeel was dat die kwesties buiten de reikwijdte van zijn onderzoek lagen.

De bank heeft haar beleid inzake gedwongen hervestiging niet overtreden, aldus het rapport, aangezien de verhuizingen werden uitgevoerd door de Ethiopische regering en niet ‘noodzakelijk’ deel uitmaakten van het gezondheids- en onderwijsprogramma.

Doel: twee miljoen armen hervestigen

Sinds 2006 hebben de Wereldbank en andere buitenlandse donoren het Promoting Basic Services-programma gefinancierd, dat subsidies toestaat aan lokale en regionale overheden voor diensten zoals gezondheidszorg, onderwijs en zuiver water. Het PBS-programma werd opgezet om te vermijden dat hulpdollars rechtstreeks naar de federale overheid in Ethiopië zouden gaan. Na de betwiste verkiezingen van 2005 had die de oppositie hard aangepakt.

Volgens de Ethiopische regering gebeurden de verhuizingen vrijwillig.

Tegen 2010 waren de federale en provinciale overheden in Ethiopië een poging gestart om bijna twee miljoen armen in vier provincies te hervestigen, van geïsoleerde huizen op het platteland naar sites in dorpen uitgekozen door de regering.

De overheden beloofden om de hervestigde gemeenschappen in deze nieuwe dorpen te voorzien van onderwijs, gezondheidszorg en andere basisdiensten die ze voorheen niet hadden gehad.

De overheid verplaatste 37.883 gezinnen in Gambella, zowat zestig procent van alle gezinnen in de provincie, zo blijkt uit statistieken van de Ethiopische regering die door het Inspectiepanel worden geciteerd. De Ethiopische regering zei dat al die verplaatsingen vrijwillig gebeurden.

‘Van vruchtbare grond verdreven’

Veel leden van de Anuak, een voornamelijk christelijke inheemse groep in Gambella, zeggen dat ze niet wilden verhuizen. Anuak en hun advocaten laten weten dat ze van hun vruchtbare grond werden verdreven door soldaten en politieagenten, en dat vervolgens heel wat van het achtergelaten land door de overheid werd geleaset aan investeerders.

© Andrea Campeanu/ICIJ

Anuak kinderen in het Zuid-Soedanese vluchtelingenkamp Gorom. Veel Anuak ontvluchtten Ethiopië tijdens de ‘villagization’-hervestigingscampagne van de overheid.

De Wereldbanksteun voor het betwiste programma loopt door tot vandaag.

Volgens een Human Rights Watch-rapport uit 2012 gingen de uitzettingen ‘gepaard met wijdverbreide mensenrechtenschendingen, waaronder gedwongen verplaatsing, willekeurige arrestatie en detentie, afranselingen, verkrachtingen en ander seksueel geweld’.

Het rapport van Human Rights Watch en de klachten van Anuak vluchtelingen bij het Inspectiepanel betoogden dat het geld van de bank door lokale en regionale overheden werd gebruikt om de gedwongen verhuizingen te ondersteunen. Ze stellen bijvoorbeeld dat geld van het PBS-initiatief gebruikt werd om de lonen te betalen van regeringsfunctionarissen die hielpen bij de uitzettingen.

De bank bleef het PBS-programma verder financieren tijdens de villagization-campagne. De bank keurde in 2011 en 2012 nieuwe financiering voor PBS goed, en haar steun voor het programma loopt door tot vandaag.

Financiering van mensenrechtenschendingen

Sinds het nationale gezondheids- en onderwijsinitiatief is gelanceerd, heeft Ethiopië naar eigen zeggen stappen vooruit gezet op het vlak van het terugdringen van kindersterfte en gaan in het land ook meer kinderen naar de lagere school.

De villagization-campagne eindigde in 2013. Er wordt van uit gegaan dat door de campagne een pak minder mensen zijn verhuisd dan de voorziene twee miljoen.

De Ethiopië-case is een van de reeks recente projecten gefinancierd door de Wereldbank die de aandacht van activisten hebben getrokken omdat er naar verluidt sprake is van het financieren van mensenrechtenschendingen. Andere projecten zijn onder meer een lening voor een Hondurese palmolieproducent waarvan het veiligheidspersoneel volgens mensenrechtenactivisten tientallen boeren heeft vermoord tijdens een conflict met het bedrijf over landrechten, en een beschermingsprogramma van de Keniaanse overheid dat volgens leden van het Sengwer-volk werd gebruikt als een instrument om hen uit hun voorouderlijke wouden weg te jagen.

In de Ethiopië-case kwam het Inspectiepanel tot het besluit dat de meest ernstige beweringen over gedwongen uitzettingen en geweld zijn mandaat overstegen, deels omdat regels van de bank het onderzoek beperkten tot enkel de meest recente financeringsschijf van het PBS-programma.

Dreigen met geweld

‘Rechtvaardigheid begint met het aanvaarden van de verantwoordelijkheid voor fouten –  die het Inspectiepanel volop gevonden heeft – en eindigt met het voorzien van een betekenisvolle tegemoetkoming.’

Tijdens zijn onderzoek vroeg het Inspectiepanel aan Eisei Kurimoto, professor aan de Osaka University in Japan en expert inzake het Anuak-volk, om naar Gambella te reizen en te helpen de klachten van de Anuak te onderzoeken. Kurimoto liet aan ICIJ weten dat de Anuak waarmee hij had gesproken, hem hadden verteld dat de Ethiopische overheid met geweld dreigde om hen te doen verhuizen.

Ethiopische functionarissen die het villagization-programma uitvoerden ‘waren steeds begeleid door gewapende politieagenten en soldaten’, zei Kurimoto. ‘Het is heel duidelijk dat de regionale overheid er van uitging dat de mensen niet vrolijk en gewillig zouden verhuizen. Ze moesten dus hun macht tonen, alsook de mogelijkheid geweld in te zetten.’

David Pred, directeur van de ngo Inclusive Development International, zegt dat het nu aan Jim Yong Kim, de voorzitter van de Wereldbank, is om te beslissen of ‘rechtvaardigheid zal worden nagestreefd’ voor de Anuak. ‘Rechtvaardigheid begint met het aanvaarden van de verantwoordelijkheid voor fouten –  die het Inspectiepanel volop gevonden heeft – en eindigt met het voorzien van een betekenisvolle tegemoetkoming.’

Lees ook het 11.-rapport over de Safeguards van de Wereldbank, interne regels over onder meer herlocalisering

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift