'Ze kunnen één, twee, drie van ons doden, maar dan zullen anderen opstaan om het bos te verdedigen'

Deze Kichwa-vrouw vecht tegen drugskartels en houtkap in de Peruaanse Amazone

Marisol Garcia via Mongabay

Marisol García Apagüeño is de eerste vrouwelijke leider van haar inheemse federatie in de Peruaanse Amazone. Zij strijdt voor landrechten voor de Kichwa: met een wettelijke status staan zij sterker om drugshandel en illegale houtkap buiten te houden. De regering doet echter weinig voor die toekenning. ‘De problemen zijn door de pandemie alleen maar groter geworden en er wordt niet naar ons geluisterd, de autoriteiten doen niets.’

‘Ze kunnen één, twee, drie van ons doden, maar dan zullen anderen opstaan om het bos te verdedigen. Ze kunnen ons niet uitroeien’, zegt Marisol García Apagüeño, een inheemse Kichwa-leider uit de Bajo Huallaga-regio in de Peruaanse Amazone.

García Apagüeño is de enige vrouwelijke leider van de Federatie van Inheemse Kechua Chazuta Amazonevolken (Fepikecha). Ze bekleedt die functie met trots, maar makkelijk is het niet. Ze heeft de ingewikkelde en risicovolle taak om veertien gemeenschappen te vertegenwoordigen die worden bedreigd door illegale houtkap, drugshandel en een gebrek aan landrechten.

Risicovolle taak

García Apagüeño is sinds 2018 secretaris bij Fepikecha. Toen werd ze gekozen om de inheemse Kichwa-gemeenschappen van Bajo Huallaga in het departement San Martín te vertegenwoordigen. Ze gebruikt haar positie om het publiek bewustzijn rond de problemen van inheemse volkeren te vergroten en om illegale activiteiten aan de kaak te stellen. Haar wapen is onder meer de kennis die ze heeft opgedaan tijdens haar studies Grafisch ontwerp en Informatica.

‘Ik weet hoe het is om in angst te leven, je huis niet te kunnen verlaten omdat ze je kunnen vermoorden.’

García Apagüeño richtte een gemeenschapsradiozender op: Voces de la Selva (Stemmen van het regenwoud) en hielp met de lancering van een Facebookpagina voor de federatie. Die laatste lokte al dreigementen van criminele groepen die in de regio actief zijn.

‘Ik blijf op nagels kloppen en ik heb mezelf bij de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens gepresenteerd om te spreken over de gevaren waarmee we worden geconfronteerd’, vertelt ze. ‘We organiseren ook ontmoetingen met mensenrechtenorganisaties. Mijn mensen worden bedreigd - inheemse verdedigers worden ontvoerd en ik weet hoe het is om in angst te leven, je huis niet te kunnen verlaten omdat ze je kunnen vermoorden.’

Geschiedenis herhaalt zich

García Apagüeño herinnert zich haar jeugd in het district Chazuta nog goed. Zo’n dertig jaar geleden was het gebied berucht als centrum van de coca- en cocaïnepastaproductie. Uiteindelijk kwam daar vanaf eind jaren negentig verandering in, na een antidrugscampagne van de overheid. De bewoners begonnen volgens García Apagüeño pas na 2005 enige vorm van rust te krijgen; ze dachten dat de nachtmerrie voorbij was. Maar de ellende is teruggekeerd en bedreigt opnieuw de inheemse gemeenschappen.

‘Daarom zal ik me uitspreken waar ik kan. De problemen zijn door de pandemie alleen maar groter geworden en er wordt niet naar ons geluisterd, de autoriteiten doen niets.’ Bewoners bevestigen dat de gesels van de drugshandel en illegale houtkap zijn teruggekeerd naar het Kichwa-gebied.

Geen landrechten

Het grondgebied van inheemse gemeenschappen maakt deel uit van het erfgoed van hun voorouders, de oorspronkelijke bewoners van het land. Zij domesticeerden planten en pasten zich aan aan de omgeving. García Apagüeño erfde de grond haar grootouders, die haar ook kennis van (medicinale) planten en cacaoteelt nalieten, net als de kunst van het pottenbakken: ze maakt kruiken om koud water in op te slaan.

‘De problemen zijn door de pandemie alleen maar groter geworden en er wordt niet naar ons geluisterd, de autoriteiten doen niets.’

Hoewel de Kichwa de Bajo Huallaga-regio al duizenden jaren bewonen, heeft geen van de veertien gemeenschappen die onder Fepikecha vallen officiële landrechten. Drie ervan zijn zelfs niet officieel als inheems erkend. Ze zijn wel gestart met het proces voor officiële erkenning, maar dat viel in dovemansoren bij het kantoor van de lokaleregionale overheid in San Martín, vertellen leiders van de federatie.

‘Wij zijn ouder dan de grondwet van dit land, we zijn hier gekomen voordat er wetgeving was. Daarom hebben we recht op dit land’, zegt García Apagüeño. ‘Zonder een landtitel kunnen we niets claimen; als we naar de regionale overheid gaan, vragen ze ons om documenten die we niet hebben.’

William Ríos, hoofd van de departementale dienst voor eigendomsrechten en landregistratie, erkent de bedreiging die de illegale activiteiten vormen voor gemeenschappen zonder eigendomsbewijzen. ‘We doen ons best om landtitels te verstrekken, maar de kosten zijn hoog’, zegt hij. ‘Per gemeenschap ligt de prijs rond de 33.000 sol [bijna 7000 euro] om het proces uit te voeren.’

De situatie van de inheemse gemeenschappen verslechtert met de dag. Bewoners melden dat de houtkap tijdens de coronapandemie is toegenomen en waarschuwen dat de drugshandel opnieuw in het gebied is opgedoken.

Overlap met beschermd regionaal gebied

‘Hoe kunnen ze nou zeggen dat we niet inheems zijn?’, zegt García Apagüeño. In december 2020 zei Geyner Silva Macedo, burgemeester van het San Martín-district, dat Kichwa-gemeenschappen die hun moedertaal niet spreken, niet als inheems moeten worden erkend. Hij ontkende daarmee feitelijk het bestaan van de inheemse bewoners van het gebied. Dit soort ontkenning is niet zonder opzet, zegt Luis Hallazi, advocaat bij het Instituut voor Maatschappelijk Welzijn.

‘Hoe kunnen ze nou zeggen dat we niet inheems zijn?’

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In San Martín is nauwelijks vooruitgang geboekt met het toekennen van inheems land, zegt Hallazi. Een probleem daarbij is dat sommige inheemse gebieden overlappen met beschermde gebieden, zoals het regionale beschermde gebied Cordillera Escalera. De grond van acht Fepikecha-gemeenschappen in Bajo Huallaga doorkruisen dit beschermde gebied, vertelt Wilger Apagüeño Cenepo, voorzitter van de federatie.

William Ríos legt uit dat in het geval van de overlap met de Cordillera Escalera de uiteindelijke beslissing ligt bij het milieubureau van San Martín. Hij zegt dat zijn afdeling een proces heeft opgestart om het uitgeven van landrechten aan gemeenschappen te verbeteren, én van plan is om de Fepikecha-zaak te herzien.

Volgens advocaat Hallazi heeft de nationale regering regionale en particuliere natuurgebieden uitgebreid ten opzichte van inheemse gebieden - zonder de grenzen van die laatste te respecteren. Hij wijst op een direct verband tussen illegale activiteiten en het ontbreken van landrechten: zonder juridisch document dat hun eigendom van het gebied aantoont, kunnen inheemse bewoners niet bij de staat aankloppen bij invasies in het gebied. Zo wordt hen hun rechten ontzegd.

In San Martín, en de Peruaanse Amazone in het algemeen, komen indringers de inheemse gebieden binnen, ontbossen het land, verkopen het hout en planten coca. Eenmaal gesetteld zijn ze moeilijk weg te krijgen. Dan wordt de situatie gevaarlijk.

Illegale cocaplantages

García Apagüeño vertelt dat twee gemeenschappen haar hulp het vaakst hebben gevraagd: Santa Rosillo de Yanayacu en Anak Kurutuyacu. Daar zijn de problemen de afgelopen vier jaar verergerd door ontbossing en het binnendringen van illegale cocaplantages. ‘Het is zo ernstig dat ze niet weg kunnen, het is alsof ze zijn ontvoerd door de maffia. Die volgt al hun bewegingen.’

‘Het is zo ernstig dat ze niet weg kunnen, het is alsof ze zijn ontvoerd door de maffia. Die volgt al hun bewegingen.’

Als de gemeenschappen een officiële landtitel hadden, dan stonden ze veel sterker om de indringers te verdrijven, zegt García Apagüeño. ‘Maar [functionarissen] discrimineren ons voortdurend, ze vragen ons om te bewijzen dat we echt inheems zijn, alsof ze daaraan twijfelen’, zegt ze. Ze weten niet wat te doen tegen de toegenomen hout- en drugshandel tijdens de pandemie.

De gemeenschapsleden van Santa Rosillo de Yanayacu vertellen dat de invasies van hun grondgebied begonnen met het uitgeven van private concessies in wat zij als voorouderlijk bos beschouwen. Houthakkers kwamen daarmee het gebied binnen en begonnen het oerbos te vernietigen. Daarnaast kampen de gemeenschappen met invasies van kolonisten, die bos omzetten in landbouwgrond om coca op te verbouwen, legt Hallazi uit.

Er zijn tot slot Fepikecha-gemeenschappen die hun land aan derden verhuren om zo een inkomen te genereren. Ook die partijen maken zich vervolgens schuldig aan houtkap. Volgens de Fepikecha-leiders ‘trekken de vreemdelingen het gebied binnen en beginnen direct coca te produceren, aangezien dit gewas het meeste geld oplevert.’

Omringd door illegale houthakkers en drugshandelaren

Cristina del Rosario Gavancho, advocaat bij de rechtsbijstandsorganisatie Instituto de Defensa Legal, bevestigt wat García Apagüeño zegt over ontbossing en illegale houtkap. Zij wijst erop dat de Kichwa-gemeenschappen herhaaldelijk aan de alarmbel hebben getrokken over dit probleem. In 2019 diende de Anak Kurutuyacu-gemeenschap een klacht in bij het Milieukantoor van het Openbaar Ministerie van de provincie Alto Amazonas. Ze wezen daarbij op de aanwezigheid van houthakkers op hun grondgebied. De gemeenschap van Santa Rosillo de Yanayacu deed in 2020 hetzelfde. Leden maakten foto’s en video’s van gekapt bos op land dat zij beschouwen als hun voorouderlijk territorium.

‘Die zaak loopt al jaren, maar er zijn geen inspecties uitgevoerd sinds de laatste klachten, omdat het OM verklaarde dat het gebied gevaarlijk is en vol drugshandelaren zit’, zegt advocaat Gavancho.

‘We vrezen voor ons leven. Ze kunnen ons zo laten verdwijnen.’

De houthandelaren voeren machines aan om commercieel interessante bomen zoals mahonie, ishpingo en ceder te kappen. Volgens Fepikecha-voorzitter Apagüeño Cenepo verzetten de gemeenschappen zich hiertegen. Ze hebben geprobeerd de houthakkers te verdrijven en hun territoria te beschermen. Maar die acties hebben vooral geleid tot conflicten en bedreigingen aan het adres van gemeenschapsleiders.

Volgens de gemeenschap van Santa Rosillo de Yanayacu maken houthandelaren hun bossen met de grond gelijk. Bewoners bevestigen dat de criminele groepen hun zodanig bedreigd hebben dat ze hun activiteiten niet meer normaal kunnen uitvoeren.

‘We vrezen voor ons leven. Ze kunnen ons zo laten verdwijnen’, zegt een gemeenschapsleider die om veiligheidsredenen niet bij naam genoemd wil worden. ‘We weten dat ze ons in de gaten houden, en zij weten dat we hebben geklaagd over hun illegale activiteiten. Maar de autoriteiten luisteren niet naar ons. Wat kunnen we nog doen?’ Het is de gemeenschap zelf die in het gebied patrouilleert, de media op de hoogte stelt en beschadigde grond aanwijst.

De gemeenschapsleider vervolgt: ‘We hebben houtkap vastgesteld met patrouilles, we hebben klachten ingediend bij de media en bij het Openbaar Ministerie. Er is ons verteld dat de staat, en niet wij, eigenaar is van het land.’

In 2018 ontvoerden houthakkers de apu, het hoofd van de Santa Rosillo-gemeenschap. Ze hielden hem zes uur vast nadat hij de illegale houtkap openbaar had gemaakt, vertellen de gemeenschapsleden.

Naar buiten treden

García Apagüeño heeft het probleem van de houtkap ook voorgelegd aan functionarissen in de Peruaanse hoofdstad Lima. Ze is ermee naar het Congres gestapt en bespreekt het op het lokale radiostation dat ze beheert. Ze heeft van passanten gehoord dat de houthakkers haar “op de lijst gezet hebben” en dat ze maar beter ‘uit de problemen kan blijven’. Hoewel García Apagüeño de illegale houthakkers niet van gezicht kent, weet ze dat ze milieubeschermers hebben gemarteld en vermoord in andere gemeenschappen in Ucayali, een ander departement in het Amazonegebied.

“Ik treed naar buiten omdat ik weet dat mijn gemeenschapsgenoten in de gebieden verder weg van de steden dat niet kunnen”, zegt ze.

José Ludeña Condori, generaal van de nationale politie en belast met de aanpak van milieucriminaliteit, zegt dat illegale activiteiten in verschillende delen van de Peruaanse Amazone toenemen. Ook volgens hem heeft de pandemie de zaken alleen maar verergerd. Politie-eenheden beschikken niet over de middelen om adequate ondersteuning te bieden of operaties uit te voeren, zegt hij.

Drugshandel

‘Het andere grote probleem is de drugshandel, die strekt zich alsmaar verder uit als er niets wordt gedaan’, zeggen de inheemse leiders van Fepikecha. ‘We weten dat de smokkelaars zich hier al hebben gevestigd. Het ergste is de wapens die ze dragen. Wij kunnen ons op geen enkele manier tegen hen verdedigen.’

‘We weten dat de smokkelaars zich hier al hebben gevestigd. Het ergste is de wapens die ze dragen. Wij kunnen ons op geen enkele manier tegen hen verdedigen.’

In augustus 2020 identificeerden de gemeenschapsleden van Santa Rosillo illegale cocaplantages op hun grondgebied en begin 2021 bevestigden ze de ontdekking van een clandestiene landingsbaan op hun land, gebouwd door drugshandelaren. Volgens de bewoners wordt er minstens 10 hectare coca verbouwd. Ze zeggen ook dat het probleem zich uitbreidt naar naburige gemeenschappen, waar drugshandelaren profiteren van de behoeften van mensen en het gebrek aan voedsel en medicijnen. Zo hebben ze overeenkomsten kunnen sluiten met enkele inheemse gemeenschappen.

Het politiebureau van Condori ging niet in op verzoek om mee te werken aan dit artikel. De Nationale Commissie voor Ontwikkeling en Leven zonder Drugs (DEVIDA) zegt zich bewust te zijn van het cocaprobleem in deze inheemse gebieden en zegt zich bezig te houden met projecten om de leiderschapscapaciteit te versterken en de gemeenschappen alternatieve economische kansen te bieden.

Verantwoordelijkheid van de Staat

Mar Pérez, een expert bij de Nationale Mensenrechtencoördinator, zegt dat er dringend actie ondernomen moet worden om de levens van landverdedigers te beschermen. De overheid heeft daarin een sleutelrol: ‘Op dit moment lopen de inheemse bevolking van het Amazonegebied en milieuactivisten in dit deel van het land het meeste risico’, vertelt ze. ‘Natuurlijk ligt de directe verantwoordelijkheid bij de houthakkers en drugshandelaren, maar we kunnen niet om de verantwoordelijkheid van de Staat heen – die is verantwoordelijk en nalatig.’

Pérez zegt dat de Peruaanse regering een beleid promoot waarin het inheemse grond weggeeft aan kolonisten, die betrokken zijn bij de illegale activiteiten. Dit, zegt García Apagüeño, is de reden waarom haar federatie zo aandringt op collectieve eigendomsrechten van het land. ‘De kolonisten pleiten voor individueel bezit, en wanneer deze verzoeken, of die van bedrijven, worden ingediend, dan handelt de regering van San Martín snel. Maar ons laat ze in de steek.’

Nog niet te laat

Apagüeño Cenepo heeft de regering verzocht het proces van landrechten voor de Kichwa te versnellen en hen niet langer hun voorouderlijke rechten te ontzeggen. ‘Het kan gewoon niet dat een bedrijf betere toegang heeft tot land dan wij, terwijl wij voor het bos zorgen en het behouden.’

García Apagüeño zegt dat er economische alternatieven moeten zijn voor de Kichwa-bevolking om te voorkomen dat ze toegeven aan de druk om coca te verbouwen. Samen met haar moeder heeft ze een biologisch cacaobedrijf opgericht. Andere vrouwen in haar district Chazuta doen aan handwerk. ‘We hebben een economische boost nodig, want tijdens de pandemie lag alles stil. We kunnen nergens iets verkopen, het leven wordt almaar onzekerder. We vervallen in armoede.’

Vanaf haar lokale radiostation, met cumbiamuziek op de achtergrond, blijft García Apagüeño verslag doen van de prestaties en ontberingen van de Kichwa. Haar woorden zijn scherp; ze zwijgt niet en is niet bang. Zelf denkt ze dat het nog niet te laat is: de gemeenschappen kunnen - indien ze hulp krijgen - zichzelf nog redden van de ondergang.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen bij IPS-partner Mongabay.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift