Nieuwe technologie kan een belangrijke impuls geven aan de manier waarop we daders ter verantwoording kunnen roepen

Digitaal bewijs duikt steeds vaker op in mensenrechtenzaken

The Naked Ape CC BY-NC-ND 2.0

Toen afgelopen september tijdens een militair tribunaal in Kalehe, in de Democratische Republiek Congo, een video van een massagraf werd vertoond, sloeg de sfeer drastisch om, volgens Guy Mashiata. Twee hoge officieren van een rebellenmilitie stonden terecht wegens misdaden tegen de menselijkheid –moord en marteling– in 2012, in Kamananga en Lumenje in Zuid-Kivu.

De twee waren leiders van de Democratische Strijdkrachten voor de Bevrijding van Rwanda, opgericht door Hutu-vluchtelingen in Oost-Congo, na de genocide in Rwanda in 1994. Ze geloofden dat dorpsbewoners een rivaliserende, lokale militie steunden.

Deze zaak was ook een test voor het gebruik van geauthentificeerd bewijs verzameld met een smartphone in een rechtszaak, zegt TRIAL International, waar Mashiata coördinator is.

De video die tijdens de zaak vertoond werd, was gemaakt met de app eyeWITNESS to Artrocities, ontwikkeld door de Internationale Orde van Advocaten. Met de app kunnen beelden worden opgenomen met tijd en locatie, en die niet te manipuleren zijn. TRIAL en de ngo Witness hadden voor het rechtbankdebuut van de app rechters en advocaten getraind om authentiek digitaal materiaal te herkennen.

Ontwikkelingslanden

De beelden van massagraven en slachtoffers leken de rechtbank te schokken, zegt Chiara Gabriele van TRIAL International. Ze maakten de ernst van de situatie duidelijk en hielpen bij de bewijsvorming, bijvoorbeeld door de omvang van de graven te tonen. De rechters konden om veiligheidsredenen het terrein namelijk niet zelf bezoeken.

Het bewijs werd geaccepteerd door de rechtbank en op 21 september werden de militairen veroordeeld tot levenslange gevangenisstraffen.

“Het is de eerste keer dat bewijs gemaakt is met deze app die ook informatie geeft over identificatie, verificatie en herkomst”

“Het is niet de eerste keer dat videobewijs gebruikt is in een rechtszaak in DRC”, zegt Gabriele. “Maar wel de eerste keer dat bewijs gebruikt is dat gemaakt is met deze app die ook informatie geeft over identificatie, verificatie en herkomst.”

Nu smartphones en internet ook in het Zuiden gemeengoed zijn geworden, staan mensenrechtenschendingen steeds vaker op film en foto, en worden ze geüpload op sociale media. Ook verschijnen er satellietbeelden van gebeurtenissen en dat materiaal wordt steeds vaker gebruikt om mensenrechtenkwesties te onderzoeken. Veel van dat onderzoek vindt echter plaats in het Noorden.

Campagnevoerders willen nu dat ook in de ontwikkellingslanden in het Zuiden mensen zich specialiseren in het beoordelen van deze informatie. Dat is echter eenvoudiger gezegd dan gedaan.

Opensource-explosie

In de Democratische Republiek Congo werd het materiaal gefilmd door advocaten om hun zaak kracht bij te zetten. Maar zogenoemd opensourcemateriaal –materiaal dat publiekelijk beschikbaar is, bijvoorbeeld op sociale media– bereikt ook de rechtbanken.

Het heeft zich een “weg gebaand op verschillende terreinen die te maken hebben met verantwoording voor wreedheden”, zegt Emma Irving, universitair docent Rechten aan de Universiteit Leiden. “Niet alleen via internationale rechtbanken en tribunalen, maar ook via fact-finding missions van de Verenigde Naties.”

Elke seconde gaan er 6000 tweets de wereld in en elke minuut verschijnt er 500 uur video op YouTube, zegt Alexa Koening, directeur van het Human Rights Center van de Universiteit van Californië (Berkeley), en mede-auteur van een nog te verschijnen boek over het onderwerp.

“Iedereen weet dat er een wereld aan informatie ligt in digitale vorm”, zegt Koening. “Maar niemand weet precies hoe daar goed toegang toe te krijgen, hoe het te bewaren, aan wie het te verstrekken, wat ermee te doen en hoe het in een rechtszaak te presenteren.”

Wereldwijde trainingen

In de afgelopen jaren hebben journalisten, activisten en academici vaardigheden ontwikkeld om onderzoek te doen naar opensourcedata. Een prominent voorbeeld is een onderzoek van Africa Eye van de BBC naar een executievideo die viraal ging in Kameroen. De regering beweerde dat de video nep was, maar journalisten konden bewijzen waar, wanneer en door wie de executie was uitgevoerd.

Dat deden ze door de heuvels die zichtbaar waren op de achtergrond, te vergelijken met satellietbeelden. Daarna konden ze berekenen wanneer de moorden ongeveer gepleegd moesten zijn, door de gebouwen die in de video zichtbaar waren te vergelijken met satellietbeelden waarop ze niet zichtbaar waren. Op grond van de schaduwen werd bepaald in welk seizoen de beelden gemaakt waren. Ook werden het merk van de geweren en de stijl van de uniformen vergeleken met die van het Kameroense leger. Een naam die in de video werd uitgesproken, bleek overeen te komen met een Facebookprofiel.

“Bewijzen dat de authenticiteit van een Facebookvideo “boven redelijke twijfel verheven” is, is een probleem”

Voor dit soort forensisch werk zijn echter trainingen nodig. Dit soort trainingen worden vaak gegeven door organisaties in Europa en de Verenigde Staten, zoals Amnesty International, collectieven zoals Bellingcat of academische centra zoals het Human Rights Center in Berkeley.

Sam Dubberley, manager bij het Digiral Verification Corps van Amnesty International, vindt dat dit echter wereldwijd moet gebeuren. “Het moet overal gebeuren”, benadrukt hij, zowel om misdaad te bestrijden als om ngo’s te beschermen tegen mensen die technieken gebruiken om bewijs te manipuleren.

Met zijn programma bij Amnesty ‘zaait’ hij wereldwijd onderzoekstechnieken uit via een netwerk van vrijwilligers van mensenrechtencentra bij zes universiteiten. Het idee is dat deze studenten na de trainingen in hun thuisland hun vaardigheden gaan verspreiden.

Adebayo Okeowo is een een PhD-student aan het Centre for Human Rights van de Universiteit van Pretoria in Zuid-Afrika. Hij zegt dat het steeds urgenter wordt om deze vaardigheden te verspreiden in Afrika, gezien de vele verkiezingen die eraan zitten te komen op het continent in 2019. Hoewel hij en zijn collega’s hun best doen hun vaardigheden over te dragen op anderen in Zuid-Afrika, gaat de vooruitgang langzaam. “Binnen Afrika als geheel gebeurt weinig”, zegt hij.

Bellingcat en Facebook

Bellingcat, het online onderzoekcollectief, ‘zaait’ ook vaardigheden in het Zuiden. Christiaan Triebert, de hoofdtrainer van Bellingcat, zegt dat zijn organisatie meer dan veertig workshops heeft gedaan in landen zoals Colombia, Irak en Nigeria. Ook werden journalisten getraind uit de Palestijnse gebieden, Jemen, Soedan, Zuid-Soedan en Myanmar.

Journalistiek onderzoek en fact-finding kunnen helpen om machtige partijen verantwoordelijk te houden, maar het is een andere kwestie om er gebruik van te maken in de rechtszaal, zegt Irving. Een van de redenen daarvan is dat geen enkele twijfel mag bestaan over de herkomst van het materiaal en de weg die het afgelegd heeft naar de rechtszaal. Ook moeten juridische systemen eerst toegerust worden om te kunnen beoordelen of data authentiek is, staat in The New Forensics, een rapport van het Human Rights Center in Berkeley.

Om een arrestatie te rechtvaardigen, is slechts een “redelijke verdenking” nodig. Maar voor een succesvolle vervolging is bewijs nodig dat “boven redelijke twijfel verheven” is, zegt Irving.

Bewijzen dat de authenticiteit van een Facebookvideo “boven redelijke twijfel verheven” is, is een probleem, legt Irving uit. Daarom worden dergelijke video’s tot nu toe weinig gebruikt in rechtszalen.

Zwakke rechtstaat

In de DRC hebben TRIAL en Witness mensen getraind in digitale verificatie, van mensenrechtenactivisten die vaak het eerste documentatiemateriaal verzamelen, tot rechters die moeten beoordelen hoe betrouwbaar het bewijs is.

Dergelijke trainingen zijn ook van essentieel belang als wordt gewerkt met opensourcemateriaal, zegt Koening. “We verwachten dat dit materiaal steeds vaker in rechtszaken aangedragen gaat worden. En rechters en advocaten moeten leren hoe ze moeten omgaan met al die informatie die ze aangereikt krijgen.”

“Rechters en advocaten moeten leren hoe ze moeten omgaan met al die informatie die ze aangereikt krijgen”

Het Human Rights Center in Berkeley werkt aan een Internationaal Protocol voor Opensource-onderzoek, waarin juridische en ethische normen geformuleerd worden die als basis kunnen dienen bij het identificeren, verzamelen en bewaren van opensourcedata, en bij het verifiëren en analyseren daarvan.

Ontwikkelingslanden lopen echter tegen veel obstakels aan. Zelfs al bewezen kan worden dat digitaal bewijs authentiek is, kan het gebruik ervan belemmerd worden, zegt Gabriele. Mensen kunnen vaak de rechtbank niet bereiken vanwege slechte infrastructuur, stigmatisering van ooggetuigen of een tekort aan advocaten.

Irving vraagt zich af of – op plaatsen waar de rechtsstaat zwak is – mensen die bewijs filmen mogelijk steeds meer gevaar gaan lopen, als de bewustwording groeit over hoe dit materiaal gebruikt kan worden.

“Er zijn veel uitdagingen”, zegt Gabriele, “maar hier in Zuid-Kivu zie ik dat het daadwerkelijk een bijdrage levert aan de rechtsgang.”

“Wij geloven echt dat nieuwe technologie een belangrijke impuls kan geven aan de manier waarop we daders ter verantwoording kunnen roepen over bepaalde misdrijven.”

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift