Meer dan helft landen van de landen die dringend hulp nodig hebben, kampt met langdurige humanitaire crisis

Donorhulp stort in terwijl vraag piekt

UNICEF Ethiopia / Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Voedselbedeling in het door droogte getroffen Somalië (2017). Terwijl de nood aan hulp stijgt door de COVID-19-pandemie geven landen steeds minder hulpgeld.

Door de COVID-19-pandemie is de behoefte aan humanitaire hulp met 25 procent gestegen. Tegelijkertijd geven landen steeds minder hulpgeld, blijkt uit een nieuw rapport.

In 2019 werd voor hulp bij de Verenigde Naties aangeklopt voor een recordbedrag van 30,4 miljard dollar. De internationale financiering van hulp daalde echter voor de eerste keer in zeven jaar tijd, met 1,6 miljard dollar.

Meer dan de helft van de landen die dringend hulp nodig hebben onder het Global Humanitarian Response Plan van de VN voor COVID-19, kampen met een langdurige humanitaire crisis. Tijdens een update op 16 juli vroegen de VN om 10,3 miljard dollar steun voor de 63 meest kwetsbare landen in de wereld.

“De pot met geld wordt steeds leger, terwijl de behoefte aan hulp groeit”, zegt Angus Urquhart, medeauteur van het vandaag (woensdag 22 juli) verschenen Global Humanitarian Assistance Report 2020 van ontwikkelingsorganisatie Development Initiatives.

Langdurige crises

Landen die op de Forgotten Crisis Assessment-lijst van de Europese Unie staan, lopen een hoog risico

Dertien regeringen verlaagden vorig jaar hun humanitaire bijstand, inclusief de Verenigde Arabische Emiraten en Australië, die hun budget verlaagden met respectievelijk 71 procent en 44 procent. Het Verenigd Koninkrijk daarentegen verhoogde zijn bijdrage met 24 procent tot 588 miljoen. Denemarken en Finland verhoogden hun hulpbudget allebei met ongeveer 15 procent.

“Landen die voorheen geen humanitaire hulp nodig hadden, worden nu op een of andere manier een humanitaire crisis ingetrokken, puur als gevolg van COVID-19”, zegt Urquhart. “De zorg bestaat dat, als die crisis eenmaal ontstaan is, het een langdurige crisis wordt.”

Prioriteiten

Urquhart constateert dat landen die op de Forgotten Crisis Assessment-lijst van de Europese Unie staan, een hoog risico lopen. Vorig jaar stond Guatemala bovenaan die lijst, gevolgd door Mauritanië, Pakistan en de Filipijnen.

Tijdens crisissen, zegt hij, heeft medische hulp vaak prioriteit boven ontwikkelingsbehoeften op lange termijn, zoals infrastructuur. “Maar ze zijn allebei nodig. Anders doorbreek je die crisiscycli niet op de lange termijn.”

Het rapport schat dat de officiële ontwikkelingshulp van regeringen dit jaar in het slechtste geval daalt met 14 miljard dollar, en in het beste geval met 10 miljard dollar.

Somalië, Afghanistan en Syrië ontvangen de meeste COVID-19-hulp. Meer dan dertig landen hebben te maken met een langdurige crisis. Daaronder vallen crisissituaties waarin de VN minimaal vijf achtereenvolgende jaren humanitaire hulp of vluchtelingenhulp hebben gecoördineerd. Dertig landen is meer dan een verdubbeling ten opzichte van vijftien jaar geleden. Wereldwijd kampt een miljard mensen met humanitaire crises.

Jemen

‘Jemen gaat door een extreem zware tijd: bij de gevolgen van vijf jaar oorlog komen nu de gevolgen van de COVID-19-uitbraak en de snel verslechterende economische situatie.’

Een van die landen is Jemen, momenteel het land dat de meeste hulp ontvangt. Daar hebben 24 miljoen mensen – meer dan 80 procent van de bevolking – humanitaire hulp nodig als gevolg van oorlog.

Het hulpbudget voor Jemen steeg tussen 2017 en 2018 met 145 procent tot 4,97 miljard – bijna het dubbele van dat wat Syrië ontvangt. “Jemen gaat door een extreem zware tijd: bij de gevolgen van vijf jaar oorlog komen nu de gevolgen van de COVID-19-uitbraak en de snel verslechterende economische situatie”, zegt Ahmed Mohamed Mahat, hoofd van de Jemen-missie van Artsen zonder Grenzen.

“De humanitaire missie geleid door de VN heeft dit jaar minder te besteden dan ooit, wat zorgelijk is”, voegt hij eraan toe. “Het land heeft de VN en donorlanden nodig voor een effectief antwoord op de verschillende crisissen.”

Hartaanvallen

COVID-19 heeft zich “stilzwijgend” verspreid in Jemen, zegt Mahat. Omdat de gezondheidzorg er al ingestort was, betekende de komst van het virus “dat veel van de geïsoleerde ziekenhuizen en zorgcentra die nog werkten, nu helemaal niet meer functioneren.”

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
“In ons COVID-19-centrum in Aden komen mensen met hartaanvallen die in andere ziekenhuizen geweigerd zijn, uit angst dat de pijn op de borst een symptoom van COVID-19 was.”

De ultieme angst is nu, zegt hij, “dat er door de sluiting van ziekenhuizen veel doden zullen vallen als gevolg van ziekten die te voorkomen waren geweest of behandeld hadden kunnen worden.”

Bron: SciDev.net

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2859   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift