Dossier: 

Europa’s klimaatfinanciering: de beste leerling van een slechte klas

Over de pre-2020 klimaatfinanciering is al heel wat duidelijk, over post-2020 nog helemaal niet. De EU heeft een voortrekkersrol op vlak van klimaat en diens financiering, maar kan ze zichzelf blijven bewijzen als leider en tegelijk geloofwaardig blijven? Vooral het onevenwicht tussen adaptatie en mitigatie baart zorgen.

  • Oxfam International (CC BY-NC-ND 2.0) Op de klimaattop in Kopenhagen kwamen duizenden mensen op straat om het signaal te geven dat er meer beleid nodig is. Dit jaar, voor de klimaattop in Parijs, is er nood aan een bindend klimaat- en financieringsakkoord. Oxfam International (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Oxfam International (CC BY-NC-ND 2.0) Tim Gore van Oxfam vindt dat Europa beter kan op vlak van financiering. Ze doen al hun best, maar nog niet genoeg. Oxfam International (CC BY-NC-ND 2.0)
  • Benjamin Stephan (CC BY-NC-ND 2.0) Klimaatfinanciering moet ervoor zorgen dat landen zich zowel aan de effecten van klimaatverandering kunnen aanpassen (adaptation), als zorgen voor oplossingen om de broeikasgassen te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan (mitigation). Benjamin Stephan (CC BY-NC-ND 2.0)

Drie oude beloften

Op de klimaatconferentie in Cancùn, Mexico, in 2010 werden drie beloften gemaakt die moesten worden vervuld. Vijf jaar later is voor de gewone mens nog niet duidelijk hoe de klimaatfinanciering er precies uit ziet en of de beloften zijn waargemaakt.

Ten eerste moest een ‘fast-start finance’ (FSF) ervoor zorgen dat de rijkere landen tussen 2010 en 2012 jaarlijks 30 miljard dollar zouden schenken aan ontwikkelingslanden om hen te helpen zichzelf te beschermen tegen klimaatverandering. Dat was een opstapje naar de tweede belofte, de 100 miljard dollar die ze vanaf 2020 jaarlijks zouden uitbetalen. De eerste belofte werd vervuld, aan de tweede is nog werk. In 2013 kregen ontwikkelingslanden 53 miljard dollar, in 2014 was dat al 62 miljard. Er wordt dus vooruitgang geboekt, maar het 100 miljarddoel is nog lang niet bereikt.

Klimaatfinanciering moet ervoor zorgen dat landen zich zowel aan de effecten van klimaatverandering kunnen aanpassen (adaptation), als zorgen voor oplossingen om de broeikasgassen te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan (mitigation). (CC BY-NC-ND 2.0)

Klimaatfinanciering moet ervoor zorgen dat landen zich zowel aan de effecten van klimaatverandering kunnen aanpassen (adaptation), als zorgen voor oplossingen om de broeikasgassen te verminderen en klimaatverandering tegen te gaan (mitigation).

‘Er is vooruitgang, maar is die wel groot genoeg, stellen sommigen zich de vraag’

De derde verbintenis had te maken met de oprichting van het Groen Klimaatfonds (GCF), een fonds van de VN Klimaatconventie (UNFCCC) om ontwikkelingslanden te steunen en aanpassingen die nodig zijn door de klimaatverandering te betalen en de verandering tegen te gaan. Het is daarbij de bedoeling dat overheden en de private sector dit fonds vullen. Pas recentelijk is het fonds echt uit de startblokken gekomen, de eerste degelijke contracten worden getekend en verschillende projecten ondervinden al steun. Op dit ogenblik zit er in dit Groene Klimaatfonds 10,2 miljard dollar. De EU schenkt 4,6 miljard dollar. 

Er is vooruitgang, maar is die wel groot genoeg, stellen sommigen zich de vraag.

Onevenwicht tussen mitigatie en adaptatie

Mensen in de armste landen van de wereld kampen reeds met problemen omwille van de klimaatverandering. Zij zijn er het minst verantwoordelijk voor, maar ondervinden wel de meeste moeilijkheden. En ze kunnen zich het minst aanpassen aan de effecten die deze verandering veroorzaakt. Voor hen is adaptatie dus erg belangrijk: het nemen van maatregelen om met deze nieuwe situatie te leven. Maar minder dan 20 procent van de totale klimaatfinanciering wordt hier momenteel voor gebruikt. De rest is bestemd voor mitigatie: het verminderen van de broeikasgassen, om zo de klimaatverandering tegen te gaan. Maar die maatregelen hebben vooral betrekking op de rijkere ontwikkelingslanden.

‘Financiering voor adaptatie moet omhoog, anders krijgen we een mitigatie-akkoord voor de grote uitstoters en geen klimaatakkoord voor iedereen’

Het is belangrijk dat dit in evenwicht wordt gebracht. Ook het akkoord in Parijs, dat pas in werking treedt vanaf 2020, moet ervoor zorgen dat de financiering voor adaptatie de hoogte inschiet, anders krijgen we een mitigatie-akkoord voor de grote uitstoters en geen klimaatakkoord voor iedereen.

Er gaat momenteel minder dan 10 miljard dollar naar adaptatie en te vaak wordt dat geïnvesteerd in projecten die klimaatverandering niet als hoofddoel hebben. Voor ontwikkelingslanden is dat niet ideaal, want zo worden de meest dringende projecten niet altijd gerealiseerd. Slechts een fractie – in Oeganda bijvoorbeeld is dat 1 op 9 – van de NAPA’s (National Adaptation Plans of Action), die werden opgesteld door 50 landen hebben daadwerkelijke financiële steun gekregen.

Daarom is een van de doelen voor de post-2020 financiering ook dat er niet meer top-down wordt beslist waar het geld naartoe gaat, maar dat via een bottom-up systeem wordt vastgesteld wat de meest noodzakelijke projecten zijn zodat het geld daar eerst terecht komt.

Europa blijft de beste leerling van een slechte klas

Wat de EU onderneemt op vlak van klimaatfinanciering is goed, maar nog niet genoeg, vindt Tim Gore, internationaal beleidsadviseur van klimaatverandering bij Oxfam. ‘Europa is nog steeds de beste leerling van een slechte klas, maar ze moet zich blijven bewijzen als leider en daarbij haar geloofwaardigheid niet verliezen’, vertelde hij op de EPC (European Policy Centre) conferentie over klimaatfinanciering.

Tim Gore van Oxfam vindt dat Europa beter kan op vlak van financiering. Ze doen al hun best, maar nog niet genoeg. (CC BY-NC-ND 2.0)

Tim Gore van Oxfam vindt dat Europa beter kan op vlak van financiering. Ze doen al hun best, maar nog niet genoeg. 

‘Europa moet zich blijven bewijzen als leider en daarbij haar geloofwaardigheid niet verliezen’

Europa blijft haar voortrekkersrol behouden, maar er zijn nog veel zaken die onduidelijk blijven of waar aan gewerkt moet worden. Transparantie is noodzakelijk, het is niet duidelijk waar de bedragen vandaan komen, of wat er bijvoorbeeld in 2015 al is verwezenlijkt op vlak van klimaatfinanciering.

Ook is het belangrijk dat nog veel meer EU-lidstaten een financiële belofte bekendmaken voor de pre-2020 financiering, in de opbouw van de 100 miljard dollar. Duitsland heeft dat bijvoorbeeld al gedaan, maar vele anderen nog niet.

Wat na 2020

Denken aan wat er komt na 2020, wanneer het Parijs-akkoord van start gaat, is van cruciaal belang, want ook op lange termijn moeten er beslissingen worden genomen. De post-2020 financiering staat allesbehalve op punt. Er wordt keer op keer beloofd dat men zal blijven doorgaan, maar een forse stijging in initiatieven en financiële middelen is absoluut noodzakelijk. Meer communicatie daarover naar de wereld is nodig. Die garantie van vertrouwen zijn de wereldleiders schuldig aan de bevolking.

‘Meer communicatie over financiering is nodig, die garantie van vertrouwen zijn de wereldleiders schuldig aan de bevolking’

De beste optie is daarvoor de hervorming van het Europees systeem voor Emissiehandel (ETS), waarbij landen hun uitstoot van broeikasgassen kunnen verhandelen met andere landen in de wereld. Door een mechanisme te ontwikkelen waardoor een deel van de ETS inkomsten automatisch in een reserve belandt voor internationale klimaatfinanciering, kan er beter voorspeld worden hoe die klimaatfinanciering eruit zal zien. Deze hervorming zou dus ook voor een grotere transparantie en voorspelbaarheid van de klimaatfinanciering van de EU kunnen zorgen.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift