Wanbeleid en corruptie, zowel voor als na de explosie, brachten de Libanese bevolking in gevaar

Human Rights Watch over explosie in Beiroet: ‘Libanese autoriteiten schenden internationale mensenrechten’

European Union / Bernard Khalil (CC BY-NC-ND 2.0)

Tientallen jaren van wanbeleid en corruptie zorgden er volgens HRW dat de explosie in de haven van Beiroet op 4 augustus 2020 kon gebeuren.

De nalatigheid van verschillende ambtenaren en politieke leiders ligt mee aan de basis van de explosie in de haven van de Libanese hoofdstad Beiroet. Dat stelt Human Rights Watch (HRW) in een rapport dat het een jaar na de explosie uitbracht. Door structurele problemen binnen het Libanese bestel konden die leiders ondertussen bovendien hun verantwoordelijkheid blijven ontlopen.

In de haven van Beiroet lagen 6 jaar lang tonnen van het potentieel explosieve ammoniumnitraat opgeslagen. Tientallen jaren van wanbeleid en corruptie zorgden er volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch voor dat dit op een onveilige manier gebeurde. Dit maakte een ramp mogelijk zoals die zich uiteindelijk voltrok op 4 augustus 2020.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Het wanbeheer begon al na het einde van de burgeroorlog begin jaren ‘90. Libanon nationaliseerde toen de haven, maar aanvoerders van verschillende facties die in de oorlog vochten en de nieuwe politieke leiders raakten het niet eens over hoe die bestuurd moest worden. Daarom werd de havenautoriteit in 1993 de nieuwe beheerder.

De havenautoriteit werd later een staatsbedrijf onder het ministerie van Openbare Werken en Transport. Maar het bedrijf kreeg nooit het volledige gezag over de haven.

Volgens Libanonkenner Reinoud Leenders besturen verschillende overheidsinstellingen, zoals de douane en andere ministeries, de haven mee. Het gebrek aan organisatorische omkadering bracht het beheer van de haven in handen van politici en hooggeplaatste ambtenaren.

Zo blijkt uit het rapport van Human Rights Watch dat de belangrijkste cargoscanner van de haven sinds 2019 niet meer wordt gebruikt door een defect. Politieke ruzies over wie de scanner moet herstellen, zorgen ervoor dat de scanner nog steeds stuk is. Cargo wordt daarom handmatig gecontroleerd.

Ook de rechtspraak over de werking van de haven is onduidelijk. Rechters verklaren zich daarom meestal onbevoegd bij disputen. En komt een rechter in zeldzame gevallen toch tussenbeide, wordt de uitspraak nadien nietig verklaard door havenofficials die kunnen rekenen op steun uit politieke hoek.

Voor Hezbollah?

De betrokkenheid van politici en politiek betrokken ambtenaren maakte wanbeheer en corruptie mogelijk, stelt HRW. Zo zouden onder meer Hezbollah en de grootste politieke partijen een vrijgeleide hebben in de haven door banden met de douane.

De betrokkenheid van politici en politiek betrokken ambtenaren maakte wanbeheer en corruptie mogelijk, stelt HRW.

Meer nog: volgens HRW kan Hezbollah verbonden zijn met de voorraad ammoniumnitraat die in de haven lag opgeslagen. De vermeende eigenaar van het schip dat het ammoniumnitraat tot Beiroet bracht, zou schulden hebben bij de omstreden Libanese bank FBME. Die bank zou dan weer nauwe banden hebben met Hezbollah, waardoor de lading wel eens voor de beweging bedoeld zou kunnen zijn geweest. FBME werd al door de VS gesanctioneerd omwille van de betrokkenheid met Hezbollah.

Maar Charalambos Manoli, die eigenaar van het schip zou zijn, ontkent alle betrokkenheid. De schulden aan FBME zouden zijn afbetaald en de aandelen in de rederij van het schip zouden verkocht zijn geweest. HRW kon dat niet verifiëren. Om die reden wordt de kans reëel geacht dat de chemicaliën wel degelijk in Libanon moesten aankomen in plaats van Mozambique, zoals in de boorddocumenten vermeld stond.

‘Niet bevoegd’

HRW geeft in het rapport ook aan dat verschillende hooggeplaatsten binnen de Libanese regering ervan op de hoogte waren dat de lading ammoniumnitraat in de haven aanwezig was én van de gevaren ervan. Ook de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken was op de hoogte, maar stelde niets te hebben ondernomen omdat het niet zijn bevoegdheid zou zijn.

Heinrich Böll Stiftung (CC BY-SA 2.0)

Een jaar na de explosie ligt de haven van Beiroet nog steeds in puin

Wanneer het schip de Rhosus aanmeerde in Beiroet, aldus HRW, werd tussen het ministerie van Financiën en het ministerie van Openbare Werken en Transport niet correct gecommuniceerd over de cargo van het schip. Nog, stelt de mensenrechtenorganisatie, werd de explosieve aard van de lading niet onderzocht door ambtenaren van beide ministeries.

Wat betreft het lossen van de vracht wezen ambtenaren niet voldoende op de gevaren. Daarop werd het ammoniumnitraat in een slecht geventileerde havenloods gestockeerd met andere ontvlambare materialen. Daar lag het vervolgens 6 jaar.

Op 4 augustus 2020 was er te weinig toezicht op de onderhoudswerken aan de bewuste hangar. Het zijn waarschijnlijk die werken die leidden tot de uiteindelijke ontploffing.

Ook het Libanese leger zou op de hoogte geweest zijn van de aanwezigheid van het ammoniumnitraat. En ook die sloeg stappen over om de lading te beschermen of op veilige manier te vernietigen. Er was ook geen noodplan opgesteld door het leger.

De douane probeerde het ammoniumnitraat wel meermaals te verkopen, maar het volgde daarbij niet de juiste procedure. Daar maakten verschillende rechters de douane meermaals op attent. Juristen wezen er ondertussen op dat de douane de voorraad altijd unilateraal had kunnen verkopen, ook zonder rechterlijk bevel en dus zonder die procedures te respecteren. Dat deed ze niet.

Stroef onderzoek

Ook vandaag loopt het onderzoek naar de explosie niet zoals het hoort, geeft HRW aan. Procedurele en structurele gebreken, de afwezigheid van juridische onafhankelijkheid en immuniteit voor hooggeplaatste betrokkenen maken een eerlijke rechtsgang moeilijk. Nochtans had de regering na de explosie verklaard de zaak grondig uit te spitten.

Ondertussen lopen aanklachten tegen 37 betrokkenen. De meesten van hen zijn laaggeplaatste ambtenaren die voor de douane of de haven werken. Fadi Sawan, de rechter die het onderzoek voerde, werd verhinderd om enkele ministers en hun voorgangers te onderzoeken. De parlementsvoorzitter wilde de onschendbaarheid van de betrokken ministers niet opheffen.

Sawan vervolgde toch enkele regeringsleden. Om die reden haalde het Libanese Hooggerechtshof Sawan van het onderzoek. Hij werd opgevolgd door Tarek Bitar, die gelijkaardige belemmeringen ondervindt. Net als zijn voorganger Sawan, wilde Bitar het hoofd van de staatsveiligheid ondervragen als verdachte. Maar op die vraag ging het ministerie van Binnenlandse Zaken niet in. Wanneer Bitar de vraag in hoger beroep bij het Hooggerechtshof bracht, ving hij opnieuw bot.

Overlevenden willen antwoorden

Volgens HRW zijn dat genoeg aanwijzingen dat verschillende Libanese autoriteiten nalatigheid tonen in de zaak. Voor de explosie creëerden de acties van de Libanese autoriteiten, of het gebrek eraan, een onredelijk risico voor de bevolking. Wat, zo luidt het in het rapport, volgens internationaal recht een schending is van het recht op leven.

Human Rights Watch vraagt de VN-Mensenrechtenraad de situatie te onderzoeken.

‘Er werd materiaal bewust in onveilige omstandigheden gestockeerd en de bevolking werd onvoldoende beschermd’, aldus Lama Fakih, directeur Crisis en Conflict bij HRW. ‘Een jaar later wachten overlevenden en families van slachtoffers op antwoorden.’

HRW vindt dat de VN-Mensenrechtenraad de situatie daarom moet onderzoeken. De mensenrechtenorganisatie roept andere landen ook op om sancties op te leggen aan de betrokken ambtenaren, omdat ze de rechtsgang blijven belemmeren.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift