Olie-inkomsten Golfstaten dalen, migranten zijn de dupe

De sterke daling van de olieprijs heeft grote gevolgen voor de economieën van de Golfstaten. Nu ze de broekriem aanhalen, krijgen ook de miljoenen arbeidsmigranten in de regio te maken met de gevolgen.

  • Paul Keller (CC by 2.0) Bouwvakkers in Dubai. Nu de olierijkdom over is, is er minder behoefte aan laag opgeleide migranten. De Golfstaten zorgen liever voor werk voor hun eigen, jonge en steeds hoger opgeleide bevolking. Paul Keller (CC by 2.0)

Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten, Qatar en Bahrein zullen naar verwachting tegen aanzienlijke begrotingstekorten aanlopen nu de inkomsten uit de olie-industrie dalen. De landen voeren daardoor hervormingen door en verminderen bijvoorbeeld de subsidies voor brandstof, elektriciteit, water, onderwijs en voeren een belasting op toegevoegde waarde (btw) in. De arbeidsmigranten in de regio, van wie er veel uit Azië komen, voelen deze hervormingen: er keren al migranten terug naar huis.

In een recent interview met The Economist zei de Saoedische prins Muhammad bin Salman, tevens minister van Defensie, dat zijn land kijkt naar andere inkomstenbronnen. Hij noemde onder meer de mogelijkheid het religieuze toerisme uit te breiden.

Andere Golfstaten lijken zich op soortgelijke wijze te bezinnen op hun economie. De Emiraten investeren onder meer in India, waar deze maand verschillende overeenkomsten werden ondertekend. Afgesproken is dat er bijna 75 miljard dollar uit het staatsbeleggingsfonds van de Emiraten naar Indiase projecten op het gebied van infrastructuur, energie en luchtvaart gaat.

De dalende olieprijzen zijn niet de enige uitdaging waar de Golfstaten mee kampen. Tijdens een forum in Bahrein afgelopen november sprak de Bahreinse minister voor Industrie, Handel en Toerisme over ‘een ongekende noodzaak tot economische hervormingen’ in de Golfregio. Zo zouden er onder meer miljoenen banen voor jongeren moeten komen in de landen die nu sterk afhankelijk zijn van arbeidsmigranten uit India, Pakistan, Bangladesh en de Filipijnen.

Migranten

Tot de hervormingen in de Golfstaten behoort ook het vervangen van arbeidsmigranten door werknemers uit eigen land.

De hervormingen zijn geen goed nieuws voor arbeidsmigranten in de Golf. De sterke stijging van de prijzen van brandstof en nutsvoorzieningen heeft invloed op hun levensstandaard. Qatar heeft de prijzen bijvoorbeeld verdubbeld in september 2015.

Saoedi-Arabië en Oman sneden in december in hun subsidies, en Saoedi-Arabië overweegt aan het einde van dit jaar btw in te voeren. In Bahrein hebben arbeidsmigranten ook te maken met geleidelijke verlaging van subsidies.

Tot de hervormingen in de Golfstaten behoort ook het vervangen van arbeidsmigranten door werknemers uit eigen land. Saoedi-Arabië, dat ongeveer 10 miljoen niet-Saoedische werknemers telt, zal daar binnenkort waarschijnlijk beginnen.

Het nieuwe beleid zal de emigratie naar de Golf beïnvloeden. Toen de olieprijzen hoog waren en bleven stijgen, stroomden de inkomsten binnen in deze landen. Ze werden gebruikt voor de aanleg van vliegvelden, snelwegen en havens. Sinds de jaren zeventig werden voor de bouwprojecten miljoenen arbeiders uit Zuid-Aziatische landen zoals India, Pakistan, Bangladesh, Nepal en Sri Lanka aangetrokken. Nu de olierijkdom over is, is er minder behoefte aan laag opgeleide migranten. De Golfstaten zorgen liever voor werk voor hun eigen, jonge en steeds hoger opgeleide bevolking.

Dat betekent dat onzeker is hoeveel geld er in de komende jaren nog terug zal vloeien naar Aziatische economieën, de thuislanden van de arbeidsmigranten. In Nepal bijvoorbeeld is geld dat arbeidsmigranten overmaken naar familie goed voor 30 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In Sri Lanka en Bangladesh gaat het om respectievelijk om 9,4 en 8,6 procent van het bbp. In India is dat minder dan 3,4 procent, maar in staten als Kerala, die veel Golfmigranten kennen, kan hun terugkeer de economie ontregelen.

Nieuwe realiteit

Uit onderzoek blijkt dat geld dat arbeidsmigranten naar huis sturen, leidt tot spaargedrag en investeringen door de ontvangende huishoudens. Daardoor neemt de armoede af. Als dergelijke geldstromen op korte termijn ophouden te bestaan, kan de armoede verergeren. In de Indiase deelstaat Kerala is een derde van het bbp afkomstig van particuliere geldtransfers.

Het Centrum voor Ontwikkelingsstudies (CDS) in Thiruvananthapuram doet onderzoek naar emigratie en de impact daarvan op de economie in Kerala. Het CDS heeft cijfers over de emigratie vanuit Kerala in 1998, 2003, 2007, 2008, 2011 en 2014, en concludeert dat die afneemt. Het tijdperk van grootschalige emigratie naar de Golfstaten is volgens het instituut voorbij. De uitdaging voor de politiek is om om te gaan met deze nieuwe realiteit.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift