‘Belangrijk om wilde grazers te behouden’

Grazers kunnen extra plantengroei door veehouderij en wegverkeer niet bijhouden

Tomasz Przywecki (CC BY-NC-ND 2.0)

Meer dan 50 locaties op zes continenten werden onderzocht. In de graslanden bevonden zich grote wilde grazers, zoals herten.

Bemesting en de neerslag van stikstof uit veehouderij en wegverkeer leiden tot extra plantengroei in graslanden. Die blijkt vaak te veel voor grazers om te kunnen bijhouden, blijkt uit internationaal onderzoek. Wetenschappers waarschuwen voor een afname in biodiversiteit en een verhoogd risico op natuurbranden.

‘Graslanden hebben last van eutrofiëring, een aanvoer in voedingstoffen van menselijke activiteiten zoals landbouw en verkeer.’

Verrijking met voedingsstoffen in graslanden, door onder meer stikstof die in de atmosfeer wordt gebracht door veehouderij en verkeer en zo neerkomt in de natuur, leidt tot extra plantengroei. De grazers die deze planten eten, kunnen op de meeste plekken deze toename niet bijbenen. De toename in biomassa leidt volgens het onderzoek niet enkel tot een afname in biodiversiteit in het landschap maar verhoogt ook het risico op natuurbranden.

De studie van het Nutrient Network, een wereldwijd onderzoeksnetwerk waar ook de Vrije Universiteit Brussel (VUB) aan meewerkt, werden  gepubliceerd in Nature Communications.

Invloed van de mens

Twee van de meest ingrijpende invloeden van de mens op graslanden zijn een toename aan voedingsstoffen en veranderingen in de soorten en aantallen grote grazers.

Om de impact daarvan op de biomassa van planten in graslanden na te gaan, bestuderen de onderzoekers van het Nutrient Network wereldwijd hoe graslanden reageren op veranderingen in bemesting en begrazing. Leden voeren overal dezelfde experimenten uit: ze voegen stikstof, fosfor en/of kalium toe aan grasland, in alle mogelijke combinaties. Daarna laten ze sommige proefvlakken begrazen en andere niet. Inmiddels zijn er al meer dan honderd locaties in twintig verschillende landen aangesloten.

Wilde begrazers

Voor dit onderzoek werden data gebruikt van 58 locaties op zes continenten. In de onderzochte graslanden bevonden zich grote wilde grazers, zoals herten of gazelles, of gedomesticeerde soorten zoals koeien of schapen.

Voor dit onderzoek werden data gebruikt van 58 locaties op zes continenten.

Uit de resultaten blijkt dat een toename in voedingsstoffen de plantengroei in de graslanden deed toenemen en dat het de grazers in veel gevallen niet lukte om deze toename bij te houden.

Controle van de plantengroei door grazers lukt eigenlijk alleen op de plekken waar er extra veel grazers zijn, zoals op graslanden waar vee gehouden wordt. In natuurlijke graslanden is dit niet het geval en daar leidt die overmaatse eenzijdige plantengroei tot een afname van de biodiversiteit. De toename aan biomassa vormt daarenboven ook een groter risico op natuurbranden, stellen de onderzoekers.

Eutrofiëring

‘Op wereldwijd niveau hebben graslanden dus last van eutrofiëring, een aanvoer in voedingstoffen van menselijke activiteiten zoals landbouw en verkeer’, zegt Judith Sitters van de VUB. ‘Deze graslanden zijn belangrijke ecosystemen die essentieel zijn voor de opslag van koolstof en het behoud van biodiversiteit.’

‘Dit onderzoek laat zien dat het belangrijk is om wilde grazers te behouden in graslanden om zo de negatieve gevolgen van eutrofiëring wat in te perken. Helaas zien wij dat in veel graslanden ook de diversiteit aan wilde grazers achteruitgaat, of ze worden vervangen door één soort vee zoals koeien. Hier neemt de biodiversiteit in het landschap ook af.’

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3099   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift