Dossier: 

'Houd uw bonen!'

Het lijkt onbegrijpelijk, maar een groot deel van de voedselverspilling in het Zuiden situeert zich aan het begin van de voedselketen. Dat heeft verschillende oorzaken, zoals gebrekkige opslagmogelijkheden en slechte infrastructuur. Maar evengoed doen oneerlijke handelspraktijken heel wat voedsel op de afvalberg belanden.

  • CC Global Hort Image Library CC Global Hort Image Library

Als boer heb je het niet onder de markt. Je ploegt, zaait, oogst,… tot het zweet op je voorhoofd parelt. Dan beginnen de moeilijkheden pas. De oogst moet verkocht worden, en liefst meteen, want voedselgewassen stockeren is lastig of soms gewoon niet mogelijk. Dat plaats boeren in het Zuiden in een kwetsbare positie, want als opkopers hun waren niet willen is al het werk voor niets geweest en eindigt de oogst als afval.

Zandloper

De voedselketen vandaag de dag valt nog het best te vergelijken met een zandloper. Onderaan staat een grote groep boeren. Boven hun een al veel kleinere groep toeleveranciers, gevolgd door de verwerkende industrie. Het smalste punt van de zandlopers zijn de distributiebedrijven en de supermarkten. Dan waaiert de zandloper weer uit in een grote massa consumenten. De sterke concentratie in het smalste punt van de keten waar zich de supermarkten en de andere distributeurs bevinden, geeft hen veel macht over de gehele keten. De boeren, zowel in het Zuiden als bij ons, zitten in een afhankelijke positie.

De sterke concentratie in het smalste punt van de keten waar zich de supermarkten en de andere distributeurs bevinden, geeft hen veel macht over de gehele keten.

In het kader van de campagne tegen voedselverspilling ‘Sorry is niet genoeg’ nam 11.11.11 de situatie van boeren in enkele landen in het Zuiden onder de loep. Een van die landen is Kenia. De hoogvlaktes met hun gematigd klimaat lenen zich perfect voor het telen van tuinbouwgewassen en fruit voor de Europese markt. Vooral prinsessenbonen zijn een populaire teelt.

Over de Keniaanse bonen die hier in de supermarkt liggen is al heel wat inkt gevloeid. Kenia ligt in de Hoorn van Afrika, een regio die niet meteen bekend staat om voedselzekerheid. Het voelt voor velen dan ook verkeerd aan dat landbouwproducten uit een regio waar delen van de bevolking een tekort aan voeding hebben hier in de winkelrekken liggen. Bovendien is het overvliegen van bonen niet echt een voorbeeld van duurzaamheid. Anderzijds klinkt het argument dat op die manier Afrikaanse boeren en producenten tenminste toegang tot de Europese markt hebben.

De Keniaanse bonen en andere tuinbouwproducten worden deels geteeld door grote ondernemingen, maar voornamelijk door kleine, familiale boerenbedrijven. Die laatste leveren op hun beurt aan exporteurs. De Europese consument is erg veeleisend, zowel op vlak van kwaliteit als op vlak van cosmetische normen. Toch wordt er goed geld verdiend met de export van tuinbouwproducten naar Europa, helaas vaak niet door de kleine boeren.

Die zien systematisch grote delen van hun oogst verloren gaan door de voorwaarden die exporteurs hen opleggen, voorwaarden waar ze zelf niet de minste inspraak in hebben. Voor de meeste boeren is het volstrekt onduidelijk waar hun producten uiteindelijk terecht komen.

Teruggestuurd na een week

Voor het geleden verlies komt in het beste geval een excuus, maar nooit een financiële compensatie.

Het onderzoek van 11.11.11 bracht nog meer oneerlijke handelspraktijken aan het licht. Boeren getuigen hoe ze pas op het laatste moment weten hoeveel ze kunnen afzetten bij de exporteurs. Zelfs dan worden delen van de oogst geweigerd om onduidelijke redenen, soms pas enkele dagen na levering zodat de kwaliteit van de gewassen al verloren gegaan is. Een andere opkoper zoeken is dan niet meer mogelijk. Meer zelfs, sommige contracten verbieden boeren expliciet om aan andere exporteurs te verkopen. Voor het geleden verlies komt in het beste geval een excuus, maar nooit een financiële compensatie.

Kleine, familiale boeren in het Zuiden hebben weinig andere mogelijkheden dan deze praktijken te ondergaan, willen ze hun toegang tot de markt behouden. Maar het maakt dat er nauwelijks ruimte is om te investeren in betere landbouwmethodes of opslagcapaciteit. Bovendien eindigt een groot deel van de oogst als afval, net door die oneerlijke handelspraktijken.

Voedselgewassen die na een week worden teruggezonden zijn onbruikbaar geworden. Sommige teelten voor de Europese markt zoals bijvoorbeeld de prinsessenbonen zijn in Kenia onbekend en niet gewild op de lokale markt. Oneerlijke handelspraktijken schaden dus niet enkel de boeren, ze leiden tot een enorme verspilling van voedsel.

Belgische gedragscode

Boeren in het Zuiden bevinden zich in een weinig benijdenswaardige positie. Maar is de situatie van de boeren bij ons dan zo veel beter? Blijkbaar schort er ook hier wat, want ook de Boerenbond voert campagne voor een eerlijker prijs voor landbouwproducten. ‘We vragen een juiste prijs voor ons producten want we hebben er hard voor gewerkt’, verduidelijkt François Huyghe van de studiedienst van de Boerenbond.

‘Al te vaak gaan landbouwgewassen de deur uit aan dumpingprijzen, soms onder de kostprijs, wat absoluut niet motiverend is voor de boeren. In feite is de boer een prijsnemer, wat betekent dat hij geen enkele invloed heeft op wat hij krijgt voor zijn waren. Die prijs wordt in sterke mate bepaald in een internationale context.’

‘Voeding is eigenlijk structureel te goedkoop. Op korte termijn is dat natuurlijk een voordeel voor de consument. Maar het ondermijnt de rendabiliteit van de landbouw.

Dat onfaire handelscontracten tot verspilling leiden, komt bij ons minder voor. De meeste boeren zijn georganiseerd in coöperaties die hun waren op de markt brengen. Situaties waarbij er niet geoogst wordt zoals in de perenteelt dit jaar zijn uitzonderlijk, al gebeurt het bij minder gereguleerde teelten zoals aardappelen wel vaker.

Het probleem zit dieper, aldus Huyghe. ‘Voeding is eigenlijk structureel te goedkoop. Op korte termijn is dat natuurlijk een voordeel voor de consument. Maar het ondermijnt de rendabiliteit van de landbouw. Als steeds meer landbouwers en tuinders hun productie stopzetten, komt de bevoorrading in het gedrang.’

In België is er overleg tussen de verschillende spelers in de keten. Dat ketenoverleg, samen met een vrijwillige gedragscode, biedt bescherming aan de boeren als zwakste schakel in de keten. Zou zoiets de boeren in het Zuiden kunnen helpen? ‘Zeker wel, zij staan nog veel zwakker dan de boeren bij ons. Een gedragscode zou hen vooruit kunnen helpen. Via Trias (een ngo die boeren in het Zuiden steunt) willen we de good practices van hier doorgeven.’

Te goedkoop voedsel

De boer onderaan de voedselketen krijgt de volle laag, bij ons én in het Zuiden. Maar wie is daar nu verantwoordelijk voor? De exporteurs die landbouwproducten opkopen, de voedingsbedrijven die ze verwerken of de supermarkten waar groenten, fruit en afgewerkte producten uiteindelijk in de rekken belanden? Of misschien u en ik, als consumenten die niet bereid zijn om een faire prijs te betalen voor ons dagelijks voedsel?

Veel landbouwproducten gaan niet rechtstreeks van de boer naar de supermarkten maar worden eerst verwerkt. Maar ook de voedingsbedrijven hebben het niet gemakkelijk, zegt Nicolas Courant, woordvoerder van Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie. ‘Supermarkten concurreren op de prijs, en dat laat zich voelen doorheen heel de keten. Het is juist dat de boer onderaan de keten het zwaar te verduren krijgt, maar wij als verwerkende industrie hebben ook maar een zeer beperkte manoeuvreerruimte. De winsten in de sector liggen historisch laag.’

Consumenten zijn eerder geneigd geld uit te geven aan goederen dan aan voedsel. Voeding wordt niet meer naar waarde geschat.

De diepere oorzaak achter de continue prijsdaling is niet nieuw, aldus Courant. ‘De laatste decennia is het aandeel in het gezinsbudget dat naar voeding gaat systematisch gedaald. Veertig jaar geleden was dat nog vijftig procent, nu slechts veertien procent. Het totale gezinsbudget is uiteraard gestegen, maar toch. Consumenten zijn eerder geneigd geld uit te geven aan goederen dan aan voedsel. Voeding wordt niet meer naar waarde geschat.’

‘In België wordt sterk ingezet op innovatie, maar dat alleen zal het probleem niet oplossen. Er is een mentaliteitswijziging nodig. Men dient zich er van bewust te zijn dat kwaliteit en duurzaamheid een prijs hebben. Dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. De consument is nu eenmaal gewend geraakt aan goedkoop voedsel.’

Minder geld

In het midden van de beruchte zandloper die de voedselketen geworden is, bevinden zich de grootdistributie en de supermarkten. Zij vormen de schakel waar de minste spelers actief zijn, wat maakt dat hun aankoopmacht sterk gegroeid is. Vaak wordt dan ook daar de oorzaak van de problemen van de boeren gelegd. Dat is kort door de bocht, zegt Peter Vandenberghe, woordvoerder van Comeos, de belangenorganisatie van de distributeurs. ‘Het stoort ons soms dat er steeds naar ons wordt gekeken. Ook wij kunnen niet meer betalen, al zouden we dat willen. Dan zijn we onze klanten kwijt.’

Als winkelketen moet je mee in dat verhaal, of je wil of niet.

Vandenberghe erkent dat het voor landbouwers vandaag de dag niet gemakkelijk is om het hoofd boven water te houden, maar dat geldt volgens hem even goed voor de retailers. ‘De marges staan geweldig onder druk wat betekent dat er minder geld in de keten is. Die druk komt in eerste instantie van de consument, die voor goedkope voeding gaat. Als winkelketen moet je mee in dat verhaal, of je wil of niet. Het zou fijn zijn om de prijzen te verhogen en de winstmarges doorheen de keten te verhogen, maar als de klanten wegblijven, schiet je daar niets mee op. Kijk maar naar de recente problemen bij Delhaize, of de herstructureringen bij Carrefour en Cora. Alles wijst op een structureel probleem.’

Het klopt ook niet dat de supermarkten alleen de prijzen bepalen, aldus Vandenberghe. Net als de consumenten gaan ze op zoek naar manieren om goedkoop in te kopen. ‘De voedselketen bestaat uit meer spelers dan enkel de boer en de supermarkt. Tussen beide partijen staan de voedselverwerkende industrie, transporteurs, veilingen,… De prijs wordt opgebouwd doorheen de schakels die allemaal aan een lage prijs willen inkopen. Dat is een logisch economisch gegeven. Maar het is evenzeer logisch dat iedereen in de keten aan de kost komt. Vandaar het belang van het ketenoverleg in België. Het zou een goede zaak zijn dat zo’n initiatief elders in Europa ingang vindt en dat er ook aandacht komt voor de producenten in het Zuiden.’

Samen sterk

Mark Maes, beleidsmedewerker bij 11.11.11, betwist niet dat er een bitse concurrentieslag woedt onder de supermarkten. ‘Maar ze hebben het er zelf naar gemaakt. Sommige ketens maken net hun handelsmerk van erg goedkope voeding. Terwijl je evengoed de nadruk op kwaliteit en duurzaamheid kan leggen. Die druk op de prijzen komt uiteindelijk toch onderaan de keten bij de boeren terecht. De supermarkten zijn een minder passieve speler dan ze zich voorstellen. Ze kennen de consument door en door. Voortdurend praten ze hun klanten allerlei modellen aan, niet alleen over de prijs van voeding, maar evengoed op vlak van cosmetische standaarden van landbouwproducten. Ze hebben daar dus meer invloed dan ze laten uitschijnen.’

Toch erkent Maes dat een kentering niet eenvoudig zal zijn. ‘Hoe die neerwaartse spiraal te stoppen is een vraag die iedereen zich stelt. De consument is gewend geraakt aan lage voedselprijzen. Maar ergens zit een ondergrens.’

De jongste jaren zijn er wel dingen veranderd, althans voor de Europese boeren. De meest recente hervorming van het Europese landbouwbeleid geeft boeren de mogelijkheid om zich in coöperaties te organiseren. Dat is iets anders dan kartelvorming, wat verboden blijft onder de EU-wetgeving. Op die manier versterken boeren hun positie tegenover de opkopers van landbouwproducten. ‘Ook in het Zuiden wordt gewerkt aan het versterken van boerenorganisaties, zowel regionaal als nationaal. Dat geeft hen de mogelijkheid om hun stem te verheffen en weerstand te bieden aan oneerlijke handelspraktijken.’

De vrijwillige gedragscode in België bevat waardevolle elementen, aldus Maes. ‘De Boerenbond kan collectief optreden in naam van de boeren. Dat is erg belangrijk omwille van de zogenoemde fear factor. Individuele boeren durven vaak niet ingaan tegen opkopers omdat ze bang zijn hun klanten te verliezen. Een regeling voor de boeren in het Zuiden moet eenzelfde anonimiteit garanderen. Daarom dat er nood is aan een instantie die het hier voor hen opneemt.’

Faire handelsrelaties en eerlijke prijzen zijn dus niet enkel een noodzaak voor de boer, ze zouden heel wat voedselverspilling kunnen vermijden.

Faire handelsrelaties en eerlijke prijzen zijn dus niet enkel een noodzaak voor de boer, ze zouden heel wat voedselverspilling kunnen vermijden. Het Belgisch overlegmodel tussen de verschillende spelers in de voedingsketen toont aan dat oplossingen mogelijk zijn die de risico’s spreiden. Eerlijkere en meer transparante handelsovereenkomsten tussen boeren en exporteurs in het Zuiden betekenen heel wat minder verlies aan het begin van de keten.

Maar even belangrijk is dat consumenten voedsel weer naar waarde schatten en zich realiseren dat duurzaamheid en eerlijke handel een prijs hebben. Gelet op de enorme hoeveelheid voedsel die in de vuilnisbak belandt, zal een dergelijke mentaliteitswijziging nog veel voeten in de aarde hebben.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift